L


La

- Laagharig: Kaal of kalend.

- Labidarium: Glazen bak waarin lippen worden gehouden.

- Labido: De drift der lippen.

- Labirador: Hondenras met grote lippen.

- Labirint: Vagina waarin je de weg kwijtraakt op weg naar de ingang. Zie ook Vagineren*

- Labradol: Uitgelaten hond.


- Labradom: Niet zo slim hondenras.

- Labrium: Middel om trillende lippen te kalmeren. Zie ook Zenuwpoes*

- Labydoll: Nachtgewaad waarvan je bij God niet weet wat boven en onder is.

- Lachsaldo: Riant banktegoed.

- Laddergebroed: Trede.


- Ladeluchter: Personeelslid dat net doet of het regelmatig de kleding uitlaat.

- Ledikrant: Slaapverwekkend ochtendblad.

- Ladytiller: Iemand die oude dametjes oplicht.

- Ladyviller: Man die dames wel heel dicht op de huid zit.

- Lafasie: Eh...wat was dat ook alweer?


- Lafghaanse windhond: Waakdier dat het in zijn broek doet en er vandoor gaat zodra de postbode verschijnt.

- Lafzakkertje: Glaasje frisdrank na maaltijd of andere drank.

- Lakendel: Slet die zo hard zuigt dat het beddengoed door de anus naar binnen schiet.

- Lakoniet: Plant die op verwaarloosde biljarttafels groeit.

- Lalalaika: Populair Russisch volksliedje waarvan niemand de tekst kent. (Zie afbeelding)


- Lalbanië: Balkanland met drankprobleem.

- Lalbatros: Grote 'blauwe' zeevogel.

- Lalliteratie: Rijmelarij met dubbele tong.

- Lalpaca: Bezopen soort lama.

- Lalscherm: Hulpmiddel om je overeind te houden als je bezopen bent.


- Lamabrisering: Wandbekleding gemaakt van gedroogde fluimen.

- Lamazone: Lichamelijk gehandicapte paardrijdster.

- Lambachtelijk: De aloude kunst van het bezuipen.

- Lambulance: Voertuig om dronkenlappen mee af te voeren.

- Lamenturen: De tijd die jammerend wordt doorgebracht.


- Laminaad: Zo'n moderne bij de vloerbedekking passende vagina.

- Lamineut: Alcoholbestendige vloerbedekking voor bars en cafés.

- Lamkraak: Ontmaagding van onnozel schaap.

- Lamma: Jong van Zuid-Amerikaanse kameelachtige.

- Lammunitie: Borrel of pint.

- Lampetampen: Het copuleren met een lichtekooi.

- Lampjeskat: Lichtbevlekte poes.


- Lampoliep: Koppotig gezwel op slijmvlies dat bij verstoring een goed brandbare vloeistof afscheidt.

- Lampzwans: Lichtgevende leuter. Zaklantaarn.

- Landbouter: Iemand die geen schijthuis heeft.

- Langspeelplaats: Schoolplein waar de kinderen eindeloos rondjes mogen lopen.

- Lapjeskut: Creatief beschaamhaarde vagina.

- Lasseks: Afwijking waardoor men alleen aan zijn/haar gerief kan komen door geslachtsdelen met branders te bewerken.


- Lasteel: Hinderlijk gebouw.

- Lasteraal: Kwaadsprekende paling.

- Lasterbes: Roddelende boomsoort.

- Lasterchampagne: Drankje waar je vreselijk van moet roddelen.

- Lasterprinter: Drukapparaat date niets dan roddels afdrukt.


- Lastmoordenaar: Killer die gebukt gaat onder zijn beroep.

- Lastobject: Het geslacht dat altijd de zware boodschap­pen moet sjouwen.

- Lastronoom: Hinderlijke lekkerbek.

- Latrina: Zuid-Amerikaanse toiletjuffrouw.

- Latsex: Relatie waarin flexibel wordt omgegaan met de hoogte van de ligplaats.


- Lauwerkrant: Jubileumnummer van dagblad.

- Laveluis: Leven als een luis op een dronkaard's hoofd.

- Lawinepaal: In rap tempo slap worden mannelijk lid.

- Laxueus: De stoelgang comfortabel bevorderend.

- Lazerprinter: Drukapparaat dat steeds van tafel dondert.


Le

- Lederdammer: Taaie kaassoort die zeer geschikt is om zitmeubelen mee te bekleden.

- Lederhossen: Germaans vruchtbaarheidsrite, gepaard gaand met veel geklets op de dijen.

- Lederworst: Zeer taai vleesproduct.

- Ledikano: Varend bed.

- Leekhoorn: Klimknaagdier dat nog niet zo goed met eikels overweg kan.


- Leerbewijs: Diploma.

- Leermuis: Motorrijder die 's nachts rond straatver­lich­tingen scheurt.

- Leesblond: Iemand voor wie alles behalve 'Nijntje' te moeilijk is. Zie ook blondenbibliotheek*

- Leger des Geils: Groepje geüniformeerden dat op straat heel sensueel de taboerijn* bespeelt.

- Legoïst: Kind dat moeilijk speelgoed kan delen met anderen.


- Legokip: Deens hoen dat plastic bouwblokjes legt.

- Legwerkzaamheden: Oorzaak van lange files op de A1 bij Barneveld.

- Lekenblad: Spreadsheet met maximaal 10 rijen en kolommen.

- Lekenvelder: Extremistisch religieus runderras.

- Lekkerbefje: Aantrekkelijk advocaatje.


- Lekkerbokje: Gepaneerde geitfilet.

- Lekoma: Oud wijfje dat aan één pak Tena-Lady per dag niet genoeg heeft.

- Lelietje-van-dwalen: Plantje dat overal groeit behalve waar je wil.

- Lellepijp: Type wapenstok.

- Lengtevrees: Fobie voor lange dingen.


- Lenteuiltje: Sterk riekend nachtvlindertje.

- Leo Baalgicus: Vlaming ontevreden met de verdwijning van het taaleigen. (Zie afbeelding)

- Lepigram: Geslepen puntdicht.

- Lesbol: Veelvuldig spijbelende leerlinge.

- Lescargot: Slijmerige rij-instructeur.


- Lescort: Instructie voor bepaalde gezelschapsdames.

- Lesculaap: Arts in opleiding (AIO).

- Lespianisme: Muziekles voor en door vrouwen. (Zie afbeelding)

- Lessenhout: Knuppel om iemand mee op betere gedachten te brengen.

- Lessentrekker: Tot inkeer gekomen oplichter.


- Lestheet: Docent op kunstacademie.

- Leugende: Op geroddel berustend onwaarachtig verhaal.

- Leukemiet: Aantrekkelijke nicht met enge ziekte.

- Leungerie: Ondersteunend ondergoed voor oudere dames.

- Leunwoord: Woord dat een ander woord nodig heeft om overeind te blijven.


- Leurdoos: Opdringerige stoephoer.

- Leuteraal: Iemand met gladde praatjes.

- Leuteratuur: Het geheel der roddelbladen.

- Leuterdagverblijf: Kwekschool.

- Leutergreep: Houding tijdens het onaneren. Zie ook Dactylul*


- Leuterkunde: Urologie.

- Leuterleidster: Vrouw die het een en ander in de goede richting stuurt.

- Leuterpreut: Kletskut.

- Leuterschool: Opleiding voor belspelpresentatrices.

- Leuterspeelzaal: Groot vertrek waar mannen samen kunnen zwanzen.


- Leuthargie: Ziekelijke praatzucht.

- Leutrine: Plee met koffiejuffrouw of -automaat.

- Levensbehang: Dun laagje dat achterliggende gebreken moet verbergen. Schone schijn.

- Lezensmiddelenbedrijf: Verkooppunt van boeken, tijdschriften en vergrootglazen.


Li

- Lichtalarm: Hanengekraai.

- Lichtballon: Vaartuig voor nachtelijke luchtverplaatsing.

- Lichtdrukpistool: Handzaam kopieerapparaat.

- Lichtgekraakt: Gecraqueleerd.

- Lichtledig: Pikdonker.


- Licknick: Fellatio in de vrije natuur.

- Lidsnoeren: Parafernalia bij vruchtbaarheidsrituelen. Zie ook dozenkransen*.

- Lidteken: Onderdeel van lichaamstaal.

- Lieflebberen: Zoenen. Als het meer is heet het 'lijflebberen'.

- Liegatuur: Een vervlechting van valse initialen.


- Liegdekschip (1): Vaartuig dat in werkelijkheid nog nooit van de grond is geraakt. (2): Vaartuig dat nog nooit een vlieg heeft gedekt.

- Liegenzwam: Hallucinerende paddenstoel gebruikt bij waarheidsvinding.

- Lieginstsructeur: Adviseur die politici vertelt hoe ze de waarheid kunnen verhullen.

- Liegramp (1): Vreselijke gebeurtenis die door de overheid is verzonnen.  (2): Gevolg van het aan het licht komen van de waarheid.

- Liegsnelheid: Altijd lager dan de waarheid.


- Liesbroek: Pantalon met zeer korte pijpen.'Hotpants'.

- Lieverheersbeestje: Kevertje dat het graag voor het zeggen zou willen hebben.

- Lieveheersfeestje: EO-gezinsdag.

- Ligeriaan: Afrikaanse jokkebrok.

- Liholzuur: Onverzadigbaar ingrediënt van margarines dat goed is voor hart en aarsgaten.


- Lijfkrentepolis: Bepaalde verzekering voor gierige mensen.

- Lijkaard: Necrofiel.

- Lijkeluiskind: Welgestelde wees.Lijkoplast: Kleefband om verminkte lichamen mee op te lappen.

- Lijkrechter: Degene die bij het voetballen op de dood­schoppen moet letten.

- Lijksnuiver: Iemand die verslaafd is aan crematieresten.


- Lijktrekker: Necromasturbateur.

- Lijkwezen: Rijksinstelling voor overledenen waarvan de ouders nog leven.

- Lijmnologie: Techniek om slakken tot kleefstof te verwerken.

- Likaas: Wijdbeens op een parkbankje gezeten politie­agente, ingezet om openbare schennis der eerbaar­heid uit te lokken.

- Likdodde: Vrouwvriendelijke oeverplant.


- Likea: Meisje dat je na een weekend worstelen alsnog onbevredigend achterlaat.

- Likeend: Drijvende beflijster.

- Likgua franca: Taal waarmee een man zich bij iedere vrouw verstaanbaar kan maken.

- Likguster: Struik om heel aanhankelijke heggen van te maken.

- Likkage: Wateroverlast veroorzaakt door cunnilingus.


- Likkeur (1): Het allerlekkerste non-alcoholische drankje. Zie ook Vaginat*, Vingergoedje*, Vulvla*  (2): Stempel op tong als behendigheidsaan­duiding.

- Likmaatschapskaart: Toegangsbewijs voor naaikransje.

- Likoma: Oud dametje dat als vrijwilligster lolly's, ijsjes en natte kusjes uitdeelt in de gevangenis.

- Likosuctie: Standje 69.

- Likschade: Blaren op geslachtsdeel. Zie ook Likkage*


- Likvogel: Volksnaam voor de Beflijster (Turdus torquatus).

- Lildo: Zeer slappe kunstpenis.

- Limoleum: Vloerbedekking voor dure auto's.

- Linea erecta: Kaarsrechte stijve.

- Linguïstiet: Kennis van de taal der borsten.


- Linkerachternicht: Deelnemer aan homofiele groepsseks.

- Linolzeur: Marketingmedewerker bij Becel.

- Lintzeug: Varken dat parasitair in de darmen van dikke mensen leeft.

- Lipoleum: Smeermiddel voor schrale lippen.

- Lipslot: Compactkuistheidsgordel.


- Liptop: Met puntje van de tong te bedienen micro­computer.

- Liquideatie: Onmiddellijk vereffenbare verzuiping.

- Literotor: Letterkundige aandrijving van helikopter.


Lo

- Locomofiel: Treinfanaat.

- Locomotiet: Puffende en zwoegende vrouwenborst.

- Loddervos: Slimme slaper.

- Loeiboot: Vervoermiddel dat vee vervaart.

- Loeistof: Uit melk gewonnen stof die in volumeregelaars wordt gebruikt.


- Loerbedekking: Oogkleppen.

- Loerling: Spion in opleiding (SIO).

- Loerschool: Opleidingsinstituut voor spionnen.

- Loersleutel (1): Minituurcamera* die door detectives in sleutelgaten wordt gestoken.  (2): Ontgrendelaar voor draaibank.

- Logopedief: Iemand die zorgt dat zangers hun stem kwijtraken.


- Lokaars: Vroeger door politie ingezet om sodomieten mee te vangen.

- Lokbaas: Undercover-agent die probeert illegale arbeiders te pakken.

- Lokkaas: Door politie neergelegd melkproduct om illegale muizen mee te vangen.

- Lokut: Afgiftepunt bij spermabank.

- Lolgewas: Plantaardig recreatiemiddel.


- Lolkoek: Hasjcake.

- Lolmops: Een naar vis ruikend schoothondje.

- Lonkeend: Watervogel die in het voorbijgaan naar je knipoogt.

- Lonkontsteking: Oogaandoening veroorzaakt door veelvuldig schuins kijken.

- Loofkuttenfeest: Jaarlijkse week waarin de pruimen op sap worden gezet.

- Loofpotpolitiek: Waarin positieve kanten van lesbiennes naar voren gebracht worden teneinde hun positie te verbeteren.


- Looglied, (Het ~): Dat van die borsten als dadeltrossen bleek helemaal niet waar te zijn! Zie ook Dadelborst*. ["Ja, uw ranke gestalte is als een palm, en uw borsten zijn als dadeltrossen. Ik zeide: Ik wil die palm beklimmen en zijn vruchtentrossen plukken." (Hooglied 7)]

- Loopsgraaf: Schuilplaats waarin reuen uitkijken naar willige teven.

- Loopsneus: Periodieke lichte verkoudheid.

- Lootvergifiging: Gevolg van gokverslaving.

- Lorgasme: Waardeloze klaarkomst.

- Losmonaut: Ruimtevaarder die vrij rondvliegt.

- Louchekop: Lamstraal.


- Loverancier (1): Ouwe Franse bok die een relatie met een meisje begint om haar daarna tot prostitutie te dwingen.

- Loverancier (2): Wietverkoper.


Lu

- Luchtbalkon: Borstpartij van opblaaspop.

- Luchtcomputer: Opvolger van de luchtgitaar.

- Luchtheuvel: Veilige rustplaats tijdens hemelvaart.

- Luchtmatroos: Steward.

- Luchtnicht: Homofiele piloot.


- Lugubed: Slaapplaats waar enge dingen gebeuren.

- Luidarm: Beroepskwaal van klokkenluiders.

- Luiderbroekje: Babykledingstuk met volumeregeling.

- Luidwezen: Centrale Organisatie voor Carillonisten en Klokkeluiders.

- Luiletterland: nl-taal.


- Luileukerland: Land waar alles beter is.

- Luimpia: Chinees-Indisch gerecht dat stemmingsveranderingen veroorzaakt.

- Luipinus: Langzaam groeiende naaldboom.

- Luisaard: Irritant persoon.

- Luispreker (1): Iemand die aan een half woord genoeg denkt te hebben. (2): Fanatiek verkondiger van een geloof aan parasieten.


- Luisruchtig: Heel stil.

- Luistercampagne: Actie waarbij iedereen zijn best doet om de laatste roddels op te vangen.

- Luitrine: Comfortabel gemak.

- Luiver: Ooievaar die niet vooruit is te branden.

- Luiwine: Steen- of sneeuwstorting die er geen zin in heeft.


- Lul-zes-nummer: Sekslijn voor reteranen*.

- Lulbroek: Iemand die voortdurend kletspraatjes verkoopt.

- Lulcifer: Langwerpig voorwerp met dikke kop dat bij wrijving langs een zacht en vochtig oppervlak gemakkelijk ontvlamt.

- Luldog: Hondenras met dikke, glimmende kop.

- Lulgarije: Land aan de Zwarte Zee vol met naarlingen.


- Lulkoe: Stier.

- Lulkraak: Veelvoorkomende blessure bij pornoacteurs.

- Lullekkerland: Land waar je naar hartenlust uit je nek kan kletsen.

- Lullepot: Lesbienne die op mannen valt.

- Lullificeren: Het tenietdoen van een penis erectus.


- Lulliputter: Volk waarvan de mannen een ontzettend klein piemeltje hebben.

- Lulterrier: Schoothondje voor mannen.

- Lully: Snoepgoed op een stokje om aan te likken en op te zuigen.

- Lulmineren: Heftig uit de nek kletsen.

- Lulnapark: Pretpark met bij de uitgang een surprise voor mama.


- Lulpaard: Vierbenig trekdier dat maar door blijft kletsen.

- Lulpine: Plant met stijf rechtopstaande bloempluimen.

- Lulwammes: Man die zelfs te lui is om zijn pik achterna te lopen.

- Lumineuk: Briljant nieuw standje.

- Lurk: Zuiderzee-eiland vol met suckers.


- Lurkentrekker: Onopvallende deelnemer aan erotische forums.

- Lurkije: Land vol met suckers.

- Lustacrobaat: Bedgymnast.

- Lustballon: Condoom.

- Lustbevochtiger: Preut.


- Lustdier: zie Pijpkameel*.

- Lustfoto: Pornoplaatje.

- Lusttrekker: Man die alleen masturbeert om aan zijn gerief te komen.

- Lustumdame: Alcoholiste die op feestjes de schijn weet op te houden van goeden huize te zijn.

- Lustverversing: Partnerruil.

- Luurpruim: Geslachtsdeel dat mannen beetneemt.



Home  A B C D E F G H I J  K   L   M N O P Q R S T U V W X Y Z

web analytics





Lalalaika


Leo Baalgicus
Vrij naar het titelblad van Antonio Abbondanti's "Breviario delle guerre de Paesi Bassi" uit 1641. (LUB 55H20)


Lespianisme
Naar de ets "Farmer Giles & his wife shewing off their daughter Betty to their neighbours, on her return from school" door James Gillray uit 1809 (fragment)


Labidarium


Likdodde