J

Ja

- Jachtegaal: Havenzanger.

- Jachtluiaard: Wacht liever tot de gebraden duifjes hem in de mond vliegen.

- Jachtvorst: Eigenaar van luxe vaartuig.

- Jagerslatuin: Bloempot van opschepper.

- Jaknipper: Vriendelijke kapper.


- Jamboreet: Jongenskontje na internationale padvinders­bijeenkomst.

- Jan-boerenflatjes: Gammele stapelwoningen.

- Jan Moraal: Iemand met weinig uitgesproken mening over goed en kwaad.

- Jankbiljet: Treurig betaalmiddel.

- Jankee: Dreinende Noord-Amerikaan.


- Jankvrouw: Adellijk meisje dat huilend uit het torenraam hangt.

- Jappenkramp: Veroorzaker van spleetogen.

- Jarreteller: Iemand die het aantal jarren bijhoudt.

- Jarretetten: Borsten die lang genoeg zijn om de kousen mee op te houden.

- Jasscafé: Muzikale drankgelegenheid met kledingvoor­schrift.


- Jassepoester: Beeldschoon meisje dat haar glazen manteltje verloor.

- Jasserette: Winkel waar je met je piepers heen kan om ze te laten schillen.

- Jatland: Schiereiland bevolkt door dieven.


Je

- Jeagerslatijn: Grootspraak van grijsaard over veroveringen in een ver verleden.

- Jehoval: Constructie om getuigen in te vangen.

- Jehovat: Ton om gevangen getuigen in te bewaren zodat ze niet verzuren.

- Jesusfactor: Antigene factor in het Christelijk geloof. Is positief of negatief.

- Jeucalyptus: Boomsoort die hinderlijke huiduitslag veroorzaakt.


- Jeukbeen: Penis.

- Jeukdoos: Poes met pietjes.

- Jeukhals: Geslachtsziekte opgelopen door te diep in het gleufje kijken.

- Jeukoplast: Pleister om het krabben tegen te gaan.


Ji

- Jibad: Heilige Islamitische oorwassing.

- Jichtvliegtuig: Blik bejaarden op zoek naar de zon.

- Jingle balls: Klingelkloten voor onder de kerstboom.


Jo

- Jobdanie: Land in het Midden-Oosten waar niemand meer hoeft te werken.

- Joctant: Hoekmeter die verkeerde waarden aangeeft.

- Jodelaars: Tiroler asshole.

- Jodelbuurt: Ergens in de Alpen.

- Jodelhater: Idioot die het internationale jodeldom wil uitroeien.


- Joehoe: Volksnaam voor de Ruigpootuil (Aegolius funerus), ontleend aan de lokroep.

- Joelbak (1): Luidruchtige oude auto die alleen gebruikt wordt op bepaalde heidense feestdag.

- Jokerface: Olijke snoet.

- Jokhalzen: Tot brakens toe liegen.

- Jokkebroek: Pantalon met opvulling op strategische plaatsen. Merknaam: Wonderbroek*.


- Jongehaar: Knaapje waarbij het schaamhaar begint door te komen.

- Jongepeer: Penis die van onderen veel dikker is dan aan de bovenkant.

- Jongerendoos: Breezersletje.

- Jonglezen: Het op behendige wijze manipuleren van woorden.

- Jonkeheer: Adellijke lul.


- Jonkvouw: Edelvrouwelijk schaamdeel.

- Joolhof: Speeltuin.

- Jordeun: Amsterdams levenslied.

- Joycot: Voor de lol iemand uitsluiten.


Ju

- Jufemisme: Verzachtende omschrijving van een pedante tante.

- Juffershandje: Schoothondje.

- Juniversum: Temporeel beperkt heelal.

- Junkior: Beginnende verslaafde.

- Junuari: De eerste zomermaand van het jaar.



Home  A B C D E F G H I   J   K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



web analytics