Gevelkapellen

In de geschiedenis van het apotropaeïsch gebruik om allerhande tekens aan te brengen ter bezwering/bescherming is een duidelijke verchristelijking merkbaar in de loop van de eeuwen. De kerk heeft geen moeite gespaard om tekens met een meer heidense oorsprong te vervangen door meer christelijke tekens. Deze evolutie in beschreven bij de metseltekens, maar is ook terug te vinden bij andere merktekens. Waar het verhaal van de metseltekens eindigt (weliswaar met verschillen per streek) ziet men in christelijke omgeving gevelkapellen verschijnen. In muurnissen wordt een beeldje opgesteld met dezelfde apotropaeïsche bedoelingen. Veelal gaat het om Maria, ook om Jozef of andere heiligen. Dit gebruik heeft (van medio 18de eeuw?) vooral in katholieke-agrarische omgeving sterk door geleefd tot het begin van de twintigste eeuw. Het werd nadien ook gecommercialiseerd door de verkoop van eenvormige houten Maria-kapelletjes die tegen gevels werden opgehangen.
Foto's van voorbeelden.
Naast de hoger beschreven gevelkapellen zijn er ook lokale initiatieven of gebruiken. Zo werden in een aantal begijnhoven de individuele gebouwen gemerkt en voorzien van een uitgewerkte nis met een patroon- of beschermheilige. Voorbeelden uit het begijnhof van Diest.