Cirkels en madeliefjes

Onderzoekster Shona Robson-Glyde maakt in Worchestershire melding van de apotropaeïsche toepassing van een aantal cirkels: hetzij concentrisch, hetzij in de vorm van madeliefjes-cirkels, zijnde een cirkel met hierin boogvormen die een (zes-)lobbige bloem vorm geven, hetzij in de vorm van cirkels verbonden door een boogje (zoals bij een bril).
Concentrische cirkels stonden allicht symbool voor God, beschermheer bij uitstek.
Het madeliefje-cirkel symbool werd reeds zes eeuwen voor Christus gebruikt als een symbool voor de zon. In een astronomisch script uit 1272 wordt hiernaar verwezen met een zelfde inhoud. In de 15de eeuw werd het als symbool geassocieerd met Christus. Blijkbaar werd het tevens aangewend als gelukssymbool. Het wordt terug gevonden in kerken, staanders van wandopeningen, op plaasteren panelen en in schuren. Soms komt het ook voor in versies met 4 of 3 blaadjes.
Ook vanuit de Hagal-rune (vet zwart in de tekening) komt men via cirkelvormige verbinding van tegenoverliggende punten tot het zelfde motief.
Bij bouwmeesters en timmerlui kon het een hulpmiddel geweest zijn in het realiseren van ideale verhoudingen. Heel wat axioma's (en dus ook verhoudingen van en tussen onderdelen) uit de Euclidische meetkunde kunnen met hulp van cirkels eenvoudig worden gevisualiseerd, zonder dat hiervoor omvangrijke berekeningen noodzakelijk zijn.