Green Man (de groene man)

In 1939 benoemt Lady Raglan een eeuwenoud fenomeen met haar artikel: The green Man in Church-Architecture. Een groene man is een voorstelling van een gezicht waarvan de baard- en hoofdharen zijn voorgesteld als bladeren, soms met takken die verder uit de mond, ogen en/of oren lijken te groeien. Soms dragen ze vruchten. Meestal is de voorstelling mannelijk, soms echter ook vrouwelijk. Het is een fenomeen met enorm veel variaties en is terug te vinden in de West-Europese ornamentele beeldhouwkunst, houtsnijwerk, in verluchte manuscripten, brandglazen en in folklore. Maar ook in tal van oude culturen (China, India, Thailand, pré christelijke culturen) zijn vergelijkbare voorstellingen terug te vinden. De groene man kwam reeds voor in de Romeinse tijd, verdween na de reformatie en verscheen terug in de 17de en 18de eeuw. Hij lijkt tegelijkertijd goedaardig en angstaanjagend en, streekgebonden meer of minder voor te komen.
De wijde verspreiding en de ouderdom van de voorstelling verwijzen toch wel naar de vroegere oergodsdienst waarin moeder aarde alle leven genereerde en regenereerde. In deze zin is het een (later verchristelijkte) heidense voorstelling van de regenererende macht van de natuur (God?), het verhaal van de menselijke eenheid met de natuur. Allicht zijn mede door de vaststelling dat het overgrote deel zich bevindt binnen in gebouwen, vooral in kerken, de meeste voorstellingen eerder belerend dan apotropaeïsch.  Vanaf de Renaissance lijkt de voorstelling steeds meer aangewend als een louter decoratief motief.
(B) Luik, Prins-bisschoppelijk paleis (ten toon gesteld oud kapiteel)  (B) Luik, Prins-bisschoppelijk paleis (kapiteelversiering)     
foto's: Binnenkoer van het prinsbisschoppelijk paleis te Luik.