Geschiedenis

St. Walburgiskerk Parochie Netterden
 
Historie en ligging van pastorie en kerk:
De pastorie is gelegen in de kern van het nog zeer landelijke dorp Netterden, nabij de Duitse grens, ongeveer 6 kilometer ten noorden van de Duitse Rijnstad Emmerich. De binding met het Duitse grensgebied en de stad Emmerich is door de eeuwen heen groot geweest. De pastorie is gelegen ten noord-westen van de oude kerk. Dit gebied waarop de kerk en pastorie zijn gelegen (Sint Walburgisplein en omgeving) is al een zeer oud cultuurgebied. Het diende al eeuwen als het kerkelijke centrum van het dorp, terwijl voorts het oude kasteel De Woldenburg hier heeft gestaan. De pastorie is dan ook gebouwd op een terrein dat behoort heeft tot het kasteelterrein (terrein van de voorburcht) en ten zuiden en zuid-westen van de pastorie bevinden zich dan ook nog de restanten van de kasteelgracht. Het kasteel lag noordelijk van de pastorie, op de plaats waar zich thans een boerderijcomplex bevindt.

De Sint Walburgiskerk dateert in kern uit de middeleeuwen en heeft al een zeer bewogen geschiedenis achter de rug. Nadat in het begin van de 19de eeuw de katholieken (in 1800) de oude gotische kerspelkerk van de hervormden hadden teruggekregen verkeerde het gebouw in zeer slechte staat. De katholieken beschikten nog altijd over een noodkerk. Deze kerk was gebouwd in 1792 op grond van het nabij gelegen kasteel De Woldenburg, samen met een pastorie waaraan in 1790 reeds was begonnen. De kerk verving een andere noodkerk uit 1754, die omstreeks 1790 al zeer bouwvallig was.

De staat van de oude Sint Walburgiskerk was echter dusdanig slecht dat men de eerste 20 (!) jaren gebruikte voor een geleidelijk herstel van deze eeuwenoude kerk. Tot aan 1826 bleef men dan ook ter kerke gaan in de in 1793 gewijde noodkerk bij de Woldenburg. Nadat men de oude St. Walburgiskerk had opgeknapt en in gebruik genomen, bleef de oude noodkerk nog tot 1834 staan. Bij de sloop van deze schuur-kerk handhaafde men de sacristie, die ging dienen als uitbreiding van de pastorie van 1790. Deze vergroting was nodig, omdat in dit pand ook de koster en onderwijzer woonden, terwijl hier ook een schooltje in werd ondergebracht. Nadat de Netterdense schoolmeester C. Kroes eigenaar van De Woldenburg werd, tekende hij in 1834 een overeenkomst waarbij de pastorie met grond werd overgedragen aan de St. Walbur-gisparochie. Hierdoor werd een deel van het kasteelterrein overgedragen aan de parochie. Daarna volgde in 1836 een restauratie van deze pastorie.

Ondanks de restauratie van de kerk tussen 1800 en 1826, besloot men al in de jaren '40 tot het ontwikkelen van plannen voor een nieuwe, grotere kerk. De oude middeleeuwse kerk bestond uit een gotisch geleed schip (mogelijk met een nog oudere Romaanse kern) met drie traveeën en alleen aan de noordzijde een zijbeuk, en een klein koor met een 5/8 sluiting. Aan de westzijde stond een steunbeerloze toren. S.A. Fijnebuik, ingenieur van Rijkswaterstaat maakte in 1847 een nieuwbouwplan voor de kerk te Netterden. Op zijn plattegrondtekening is de plattegrond van de oude kerk goed zichtbaar.Tekeningen van dit overigens nooit uitgevoerde project zijn gelukkig bewaard gebleven.

Plannen voor uitbreiding van de kerk bleven actueel, maar voordat men over zou gaan tot nieuwbouw of uitbreiding van de oude kerk, besloot men allereerst tot vernieuwing van de pastorie, waarvan de restauratie uitgevoerd in 1836 niet tot het beoogde resultaat had geleid. Talloze bouwkundige problemen bleven terugkeren, waaronder veel vochtoverlast. De pastorie had al in 1814 onder water gestaan na een overstroming door dijkdoorbraken in januari van dat jaar. In 1854 toog men aan het werk om de mogelijkheden voor nieuwbouw van de pastorie te onderzoeken. Men hoopte zeker 8.000 stenen uit de oude pastorie te kunnen hergebruiken voor de nieuwbouw en hoopte voorts op hergebruik van andere oude onderdelen. Het her te gebruiken materiaal zou uiteindelijk neerkomen op 6000 bakstenen. De begroting voor de nieuwbouw bedroeg FL 5.931, --. De tekeningen en het bestek werden op 29 december 1854 naar de Bisschop gezonden ter goedkeuring.

De bouwvergunning werd verleend op 15 mei 1855 en kort daarna kon de aanbesteding plaats vinden. De advertentie werd geplaatst in het Burger Tageblatt te Emme-rich. Aannemer E. Jansen uit Westervoort was met een bedrag van FL 5.550, - de laagste inschrijver en kreeg dus ook het werk opgedragen. Het ontwerp en het bestek waren vervaardigd door de bouwkundige A. te Wiel uit het naburige Azewijn.

De pastorie had oorspronkelijk, blijkens de bouwrekeningen een gietijzeren bakgoot (afkomstig van de Ijzergieterij DRU te Ulft) en de toenmalige kap was gedekt met pannen. De bouw verliep niet voorspoedig omdat de aannemer in de problemen kwam en failliet werd verklaard. De nodige rechtszaken volgden, de bouw werd stilgelegd en zelfs het kerkbestuur werd aanvankelijk aansprakelijk gesteld en een boete opgelegd. De bouw werd uiteindelijk voltooid door aannemer E. Kroes uit Netterden en de pastorie kon vervolgens op 20 november 1856 worden ingewijd. Het gebouw was toen nog niet gereed en de oplevering vond pas plaats op 1 januari 1857. Bij de bouw van de pastorie had men tevens het gehele terrein rond de pastorie 60 cm opgehoogd, om steeds weer optredende wateroverlast tegen te gaan. De pastorie kreeg het al binnen drie jaar na de oplevering zwaar te verduren, toen een storm in 1860 de dakpannen en het halve houtwerk van de kap eraf blies. Na uitvoering van het herstel kon men zich geleidelijk aan gaan bezig houden met een wens die al veel langer speelde, namelijk het uitbreiden of vernieuwen van de oude kerspelkerk.

Voor de werkzaamheden aan de kerk wist men niemand minder dan P.J.H. Cuypers te strikken, die in 1875/76 zijn plannen maakte. Dat dit lukte was niet in de eerste plaats het gevolg van de interesse van Cuypers om een nieuwe kerk voor het dorp te bouwen. Cuypers was namelijk uit eigen interesse en belang naar Netterden gekomen, omdat hem ter ore was gekomen dat men voornemens was de oude kerk te slopen! Bij zijn aankomst in Netterden kwam in dan ook in de gedaante van de monumenten-zorger en niet als de architect op zoek naar een bouwopdracht. Het liep echter allemaal anders. Cuypers probeerde er bij het parochiebestuur op aan te dringen de kerk niet te slopen, maar tot restauratie en eventueel uitbreiding over te gaan. Toen het bestuur hem daarop verzocht het werk op zich te nemen heeft hij, zoals het verhaal gaat, lang geweigerd en getwijfeld en uiteindelijk de beslissing genomen om de klus op zijn schouders te nemen. Of hij deze beslissing nam uit vrees dat het anders mis zou gaan, of dat we hier kunnen spreken van een bewuste tactiek van Cuypers zal wel altijd de vraag blijven. Uit bestudering van de bronnen van deze periode is echter wel duidelijk geworden dat Cuypers in zijn nevenfunctie als monumentendeskundige bij het Rijk er in slaagde de nodige opdrachten voor restauraties en uitbreidingen voor zich zelf binnen te slepen.

In het nieuwe plan van Cuypers bleef, zoals verwacht in het licht van de hierboven geschetste ontwikkelingen, veel meer van de oude kerk gespaard dan in het niet uitgevoerde plan van Fijnebuik. Het gotische schip met noorderzijbeuk werden gespaard. De vensters in de zuidgevel van het schip brak Cuypers uit tot een arcade en hij voegde er een nieuwe zuiderzijbeuk aan toe met steekkappen en topgeveltjes boven elke travee. Het oude koor maakte plaats voor een nieuw dieper koor, met een forse sacristie onder zadeldak met een traptorentje aan de zuidzijde. Tegen de toren werd aan de zuidzijde ook een forse kapel onder een zadeldak met topgevel gebouwd. De toren werd met een uurwerkgeleding verhoogd en voorzien van een forse achtzijdige naaldspits. Het oude, nog in het zicht liggende muurwerk van de oude kerk kreeg een halfsteens beklamping om dit gedeelte goed te laten aansluiten bij de nieuwbouwdelen. Het resultaat was een uitermate boeiende bouwmassa, waarin de eerbiedwaardige oude kern nog voor een belangrijk deel behouden is gebleven. Bouwpastoor was Laurentius Schuurman, die na voltooiing van de kerk samen met PJ.H. Cuypers voor de kerk staande op foto werd vastgelegd.

Op dat moment had de Netterdense parochie weer de beschikking over een goed functionerende kerk en pastorie. Aan de pastorie werden pas weer voor het eerst in 1922 op grote schaal herstelwerkzaamheden verricht. Bij deze operatie bracht men tevens een grote serre aan tegen de zuidgevel en werd voor de hoofdingang een bordestrap gebouwd met een luifel, waarop een balkon werd aangebracht. Deze luifel rust op zich trapsgewijs verjongende klossen, die zijn opgelegd op tegen de gevel aangebrachte gemetselde hoekdammen, ter weerszijden van de deur. In dat jaar is in ieder geval ook de gehele goot- en kapconstructie vernieuwd en kreeg de pastorie dus haar huidige houten met zink beklede bakgoot met overstek op zich weer trapsgewijs verjongende klossen en een met leien gedekt dak. De kerk en pastorie kregen in 1923 elektrische verlichting.

Toen de pastorie in 1956 de leeftijd van 100 jaar had bereikt besloot men een nieuwe renovatie uit te voeren. Diverse reparaties werden uitgevoerd, waaronder het herstel en vervangen van ramen en deuren, het vervangen van goten, het herstellen van voegwerk en het vernieuwen van ondermeer diverse plafonds in het huis. Stucplafonds werden ofwel vervangen door zachtboardplafonds, ofwel voorzien van een verlaagd zachtboardplafond. Uiteindelijk kreeg het gebouw in 1967 de status van Rijksmonument. Vreemd genoeg kreeg het evenbeeld van de pastorie, een herenhuis aan de Wiekenseweg te Gendringen (het latere gemeentehuis) deze status niet. Dit huis is ook gebouwd door bouwkundige A. ter Wiel, waarbij hij met toestemming van het kerkbestuur het ontwerp van de pastorie opnieuw gebruikte.

Enige jaren geleden kwam aan de lange kerkelijke traditie van de pastorie een einde toen de hoog bejaarde pastoor in 1993 overleed en er geen nieuwe pastoor voor de parochie werd aangesteld. De pastorie was daardoor overbodig geworden en stond een tijdlang leeg. In dezelfde periode was de parochie bezig met een restauratie van de kerk, welke thans nog altijd niet is afgesloten. Nog dit jaar maakt men echter de start met het voltooien van het herstelwerk van het exterieur, waarna de afronding van het nog zeer fraai bewaarde interieur zal volgen. In  1993 is het historische hekwerk dat de pastorietuin afsluit geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst. Ook de tegenovergelegen begraafplaats met midden 19de-eeuwse poort, kerkhofmuur en kapel is beschermd als gemeentelijk monument.

Structureel onderhoud van de pastorie was sedert de hersteloperatie van 1956 niet meer uitgevoerd, waardoor thans (ruim 40 jaar later) de bouwkundige toestand van het object weer matig tot plaatselijk slecht is te noemen. Het gebouw is recent door de Sint Walburgisparochie te koop aangeboden aan een particulier, die het pand als eigen woning wil gaan gebruiken en derhalve genoodzaakt is om het pand in constructief- en onderhoudstechnisch opzicht weer op peil te brengen.
 
Een uitgebreide beschrijving van kerk en pastorie incl. foto's vindt U op www.netterden.net/monumenten
SelectionFile type iconFile nameDescriptionSizeRevisionTimeUser
Ċ
Weergeven Downloaden
Uit het boek het Kerspel en Gemeente Netterden (foto van interrieur waarin beschilderingen zijn te zien van de triompfboog en de preekstoel)   640k v. 6 12 apr. 2010 00:24 Frank Simmes
Comments