Taaltips HBO Afstuderen

Taal is een belangrijk middel om een boodschap over te brengen. Taalgebruik heeft grote invloed op het verwachtingspatroon bij de lezer en de geloofwaardigheid van de boodschap. Het juiste en consistente gebruik van taal, stijl en formuleringen bepaalt in hoge mate hoe een rapport gewaardeerd wordt. Goed taalgebruik en goed formuleren wordt ontwikkeld door goed op taalgebruik te letten en veel te oefenen. Hieronder een aantal hulpmiddelen voor wie het niet zeker weet.

Vriendelijke groeten,
Nils de Witte

Eerste een paar eenvoudige tips van mij (goed voor 90% van de taalfouten):


Alinea opmaak:

  • gebruik geen regeleinde binnen een alinea;
  • gebruik tussen alinea's een witregel OF laat de eerste regel inspringen;
  • gebruik 1,5x regelafstand bij lettertype 10 pt of kleiner.


Schrijfstijl:

  • gebruik consequent verleden of (voltooid) tegenwoordige tijd;
  • gebruik consequent één schrijfstijl, voor dagboekstijl de eerste persoon (ik), voor briefstijl de tweede persoon (jij) en voor rapportstijl de derde persoon (hij). Stageverslagen, onderzoeksverslagen en afstudeerscripties worden geschreven in de rapportstijl (derde persoon);
  • in een rapport komen geen persoonlijke of bezittelijke voornaamwoorden voor, die in de eerste en tweede persoon gesteld zijn, zoals:
    • ik, me, mij, u, je, jou, jullie;
    • mijn, uw, jouw en jullie;
  • gebruik de juiste zinsbouw en woordvolgorde (eerst onderwerp, dan gezegde (werkwoord) en dan lijdend voorwerp);
  • zorg dat verwijzingen binnen de tekst duidelijk en eenduidig zijn. Herhaal liever het onderwerp dan onduidelijk te verwijzen;
  • gebruik bij citeren en bronvermelding de APA-regels.

Gramatica:


  • vermijd waar mogelijk het gebruik van overbodige werkwoorden, zoals:
    • moeten, zullen, kijken, zien, lopen, zitten, gaan, etc.;
    • Voorbeeld, “De auto is stuk, dus zij zullen moeten gaan lopen” schrijf liever, “De auto is stuk, dus zij moeten lopen”;
  • vermijd waar mogelijk het gebruik van overbodige bijwoorden als:
    • er, dus, toch, ook, alsmede, maar, echter etc.;
    • hierdoor, daarmee, waarnaar, waarin etc.;
    • vrij, zeer, erg, tamelijk, nogal etc.;
    • vaak, soms, meestal, nooit, altijd etc.;
  • gebruik de juiste aanwijzende voornaamwoorden, wat, dat, wie, die of deze;
  • gebruik nooit een komma voor “en” of “of” in een opsomming;
  • begin een nieuwe zin niet met "En", "Maar", "Er" "Zo" of "Dus" en vermijd de vragende vorm, dat zijn zinnen die beginnen met "Hoe", "Wat", "Wie", "Hoeveel" of "Waarom";
  • eigennamen (zoals bedrijfsnamen en productnamen, die je met een hoofdletter schrijft) krijgen geen lidwoord (het is Hogeschool Utrecht en niet "de" Hogeschool Utrecht);
  • schrijf cijfers tot twintig en tientallen tot en met honderd voluit;
  • let op:
    • enkelvoud en meervoud (een aantal … heeft);
    • woorden los of aanelkaar;
    • hoofdlettergebruik;
    • interpunctie (. , ;).

Tips over inhoud (van UvA CW zie toelichting):

  • Schrijf geen dingen drie keer op, vermijd algemeenheden, leg geen voor-de-hand liggende dingen uit;

  • vermijd dubieuze bronnen, gebruik geen specifieke bronnen bij algemeenheden, pas op met informatie uit de tweede hand;

  • gebruik recente academische bronnen: NIET alleen via Google (Scholar), gebruik mediatheek en digitale bibliotheek;

  • citeer essentiële passages (niet vertalen, maar wel tussen “aanhalingstekens” of in apart blok, niet cursief);

  • vertel zelf je verhaal, laat je door bronnen leiden, maar schrijf ze niet over;

  • geef aan hoe empirisch onderzoek bij de bron verricht is (methode, steekproef, land, periode);

  • begin concreet met voorbeeld, aanleiding, actualiteit; introduceer daarna de algemene problematiek;

  • zorg voor een logische overgang van aanleiding naar vraagstelling en van vraagstelling naar theorie, methode en deelvragen;

  • formuleer een theoretisch model: wat zijn de elementen die volgens jou de ontwikkeling die je analyseert bepalen? Zet schema/model op paper.

Tips over stijl (van carriere tijger):

Het staat professioneel wanneer je rapporten in de neutrale derde persoon schrijft. Zinsneden zoals 'naar mijn mening' of 'hieruit concluderen wij' kun je dan achterwege laten. Bovendien weet de lezer al wiens conclusies en bevindingen hij leest, omdat jouw naam op het rapport staat. Wanneer een rapport echter toch in de ik-vorm is geschreven, heeft de auteur vaak een meer persoonlijke band met het onderwerp:
  • het is belangrijk dat je, in verband met het hoge informatiegehalte, spaarzaam bent met lange zinnen. Je kunt beter veel korte zinnen gebruiken, dan alle informatie in een paar lange zinnen proppen. Probeer korte zinnen wel af te wisselen met langere;
  • denk goed na over het gebruik van vaktermen. Kent de lezer die? Zo niet, leg ze dan uit en gebruik in je tekst zoveel mogelijk omschrijvingen of (reeds bekende) synoniemen;
  • gebruik voorbeelden. Hierdoor maak je je tekst begrijpelijk en concreet;
  • schrijf zoveel mogelijk in de actieve vorm: gebruik dus zo min mogelijk 'worden'. Liever: "Het management onderschrijft de bevindingen." Dan: "De bevindingen worden door het management onderschreven.";
  • let op herhalingen. Niets is zo irritant om op één pagina tien keer een woord als 'managementteam' te lezen. Je kunt dit voorkomen door het gebruik van synoniemen en verwijswoorden;
  • strooi niet met bijvoeglijke naamwoorden: 'een enorme groei', 'een langdurige inspanning', 'een immense prestatie'. Als je niet uitlegt hoe groot de groei of inspanning precies is, roept een dergelijke omschrijving vragen op. Wees daarom zo concreet mogelijk en kijk goed waar je in de tekst bijvoeglijke naamwoorden gebruikt.

Links voor meer gedetailleerde informatie:

Overige: