De Omgevingswet en elektromagnetische velden van zendmasten



In 2019 is het de bedoeling dat de Omgevingswet van kracht wordt. Bestaande regels en normen over het gebruik van onze leefomgeving worden aangepast. Het doel is om ziekten, gerelateerd aan het milieu te voorkomen of terug te dringen en een ander doel is om de besluitvorming te verbeteren en overzichtelijk te maken. Milieufactoren worden genoemd in de Omgevingswet zoals luchtverontreiniging, geluidsbelasting, geuroverlast en gezondheidsrisico’s van de enorme toename van de mobiele communicatie en de zendmasten die hiervoor nodig zijn. Dit laatste is door de Gezondheidsraad niet bedoeld om de normen aan te scherpen, maar het wordt wel genoemd in het persbericht van 20 juli 2016. Ze doelen op de normen voor de luchtkwaliteit.


Omgevingswet

Bestaande regels over beheer en gebruik van de leefomgeving, worden herzien om besluitvorming over projecten in de leefomgeving, te vereenvoudigen en te verbeteren en gaat de Omgevingswet heten. Ook de normen voor de kwaliteit van de leefomgeving vallen onder deze herziening. Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, vallend onder het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een groot aantal milieunormen op een rij gezet en de normen geëvalueerd. Hoe verhouden de normen zich ten opzichte van elkaar, hoe zijn ze ontstaan en hoe pakken ze uit in werkelijkheid, uitgaande van hoe de normen zijn gericht op veiligheid en gezondheid. Het uitgangspunt is dat onnodige belasting van de omgevingskwaliteit vermeden moet worden en dat mens en milieu tegen maatschappelijk onaanvaardbare gezondheids- en milieurisico’s beschermd moet worden. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2019 in werking.

 

Omgevingswet in 2019

Op 1 juli 2015 heeft een ruime meerderheid van de Tweede Kamer van het kabinet Rutte II, ingestemd met de Omgevingswet. In 2016 stemde ook de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel. Daarna volgde direct de publicatie in het Staatsblad. Verder moet er een invoeringswet en een invoeringsbesluit komen. Een invoeringswet is een begeleidende wet bij de invoering van een nieuwe wet en regelt hoofdzakelijk juridisch-technische overgangsaspecten. De Invoeringswet Omgevingswet zal naast het intrekken van bestaande rechten, ook een aantal inhoudelijke wijzigingen van de Omgevingswet regelen. Dat zijn:

  • de regeling voor planschadevergoeding,

  • de regeling voor punitieve handhaving (de 'vervuiler' betaald),

  • de verankering van het digitaal stelsel omgevingswet (DSO),

  • de gefaseerde omgevingsvergunning voor het bouwen,

  • de introductie van de omgevingsplanactiviteit.

Veranderingen door de Omgevingswet

Het kabinet maakt het omgevingsrecht makkelijker en voegt alle regelingen samen in één Omgevingswet. Wat levert de Omgevingswet de Nederlander op? Een aantal feiten op een rij:

Van 26 wetten gaat de Omgevingswet naar een wet,

Van 5000 wetsartikelen gaat de Omgevingswet naar 350 wetsartikelen,

Van 120 ministeriële regelingen gaat de Omgevingswet naar 10 ministeriële regelingen,

Van 120 algemene maatregelen van bestuur gaat de Omgevingswet naar vier algemene maatregelen,

1 wet geldt dan voor de hele leefomgeving,

en de Omgevingswet maakt het mogelijk om lokale problemen ook lokaal op te lossen.

 

Normen

Het Nederlandse beleid is gebaseerd op internationale en nationale afspraken en geeft voor verschillende milieugebieden normen. Normen die voorkomen in de Omgevingswet over:

  • luchtkwaliteit

  • geluidsbelasting

  • stankhinder

  • elektromagnetische velden komend van de mobiele telefonie en zendmasten.

     

    1.Luchtkwaliteit
    De Europese Unie (EU) heeft grenswaarden en streefwaarden voor stoffen in de lucht. EU-lidstaten mogen deze waarden niet overschrijden. Nederland moet voldoen aan de normen voor luchtverontreinigende stoffen. Het geeft het maximum aan dat een land mag uitstoten. Het gaat hierbij onder meer om de stoffen zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak. De Verenigde Naties (VN) en de EU bepalen de normen.

    2.Geluidsbelasting
    In Nederland zijn het wegverkeer, railverkeer en het vliegverkeer de grootste veroorzakers van geluidsoverlast in de woonomgeving. De overheid hanteert het volgende principe voor het geluidbeleid: 'de vervuiler betaalt'. Wanneer een gemeente nieuwe huizen wil bouwen langs een openbare weg, dan moet de gemeente zorgen voor geluidschermen. Als het rijk een autosnelweg wil aanleggen, dan moet de overheid zorgen dat de huizen die langs het traject komen te liggen, van lawaai gevrijwaard blijven. De Europese Unie heeft in 2002 de Richtlijn omgevingslawaai van kracht laten gaan. Lidstaten zijn door deze wet verplicht om:

    Geluidsbelastingkaarten vast te stellen waarop de geluidniveaus per gebied worden aangegeven,

    Actieplannen voor geluidshinder te maken op basis van de geluidsbelastingkaarten,

    De bevolking voor te lichten over geluidsoverlast,

    De geluidsmaat, genaamd Level day-evening-night (Lden) in te voeren.

    Ook zijn er grenzen gesteld aan geluidsbelasting voor wegen, bedrijven en andere bronnen van geluid, de voorkeurswaarde. Komt het geluid boven de grens uit, dan is er toestemming nodig van de overheid. Hieronder staat een overzicht van verschillende grenzen

     

Geluid van:

Ondergrens in decibels

Bovengrens in decibels

Binnenstedelijk wegverkeer

48 dB

63 dB

Buitenstedelijk wegverkeer

48 dB

53 dB

Railverkeer

55 dB

68 dB

Industrielawaai

50 dB

55 dB


3.Stankhinder
Stankhinder is wanneer iemand een onplezierige geur als overlast ervaart. Zoals uitlaatgassen, mest, kippenflats, intensieve varkenshouderijen, veel industriële processen en afval.Veehouders (met name varkens- en pluimveebedrijven) moeten bij hun bedrijfsuitvoering voldoen aan strenge regelgeving, die hoofdzakelijk is vastgelegd in de Reconstructiewet Concentratiegebieden, de Wet Milieubeheer en de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), die sinds 1 januari 2007 van kracht is. Rond elk boerenbedrijf dat stank veroorzaakt wordt een denkbeeldige cirkel getrokken en binnen deze 'stankcirkel' mogen geen nieuwbouwwoningen gebouwd worden.

4.Elektromagnetische velden
De International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) heeft als taak om de veiligheidsnormen van elektromagnetische velden te bepalen. De veldsterkte mag niet hoger zijn dan wat de ICNIRP heeft bepaald. Deze richtlijnen zijn bepaald in 1998, naar aanleiding van een thermisch effect (opwarmingseffect) van elektromagnetische velden op een zak zout water. De doelstelling was hoeveel straling er nodig is om de zak zout water van 72 kg door straling op te warmen. De uitkomst was dat in zes minuten de zak water met 1 graad opwarmt. Hier is geen rekening gehouden met biologische- en/of neurologische effecten op een organisme. De limieten moeten zo veiligheid geven voor de gezondheid wat betreft elektromagnetische velden in het frequentiegebied van 0 Hertz tot 300 Gigahertz. N.a.v. deze proefopstelling zijn de normen (blootstellingslimieten) vastgesteld van:

Frequentie in hertz.

Vollt per meter

10-400 MHz.

28V/m

800 MHz.

39V/m

900 MHz.

41V/m

1800 MHz.

58V/m

2000 MHz. en hoger

61 V/m


Een verschuiving in het schrijven (en denken?) over elektromagnetische velden

Op 1 juni 2016 staat op de site van de gezondheidsraad te lezen: dat er geen bewezen verband is tussen langdurig en veel gebruik van de mobiele telefoon en het risico op tumoren in de hersenen of het hoofd-hals gebied. Helemaal uitsluiten kan de Gezondheidsraad dit verband echter niet gezien de uitspraak in het rapport “Elektromagnetische velden, jaarbericht 2008” van maart 2009. Hierin wordt vermeld dat bij sommige onderzoeken veranderingen zijn waargenomen in de natuurlijke elektrische processen van de hersenen door de elektromagnetische straling van de mobiele telefoon. De gezondheidsraad ziet echter geen aanwijzing dat dit duiden kan of leiden kan tot gezondheidseffecten. De gezondheidsraad concludeert wel dat het aantal mensen dat gezondheidsklachten toeschrijft aan de bronnen van elektromagnetische velden, toe lijkt te nemen. Wetenschappelijke onderzoeken, die ze volgen, zien echter geen oorzakelijk verband tussen blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden en het optreden van lichamelijke onverklaarbare klachten. De verschuiving in het denken zit in het volgende bericht over elektromagnetische velden en ziektelast door milieufactoren: 20 juli 2016 meldt de Gezondheidsraad om de ziektelast veroorzaakt door milieufactoren verder terug te dringen. Mede hierdoor is het nodig om in de Omgevingswet striktere normen op te nemen, wat betreft gezondheidsrisico’s van de mobiele communicatie, windturbines en intensieve veehouderij.

 

Maatschappelijke onrust wat betreft zendmasten

Onder de bevolking is er veel onrust en worden er bezwaren tegen de plaatsing van antenne-installaties ingediend. Het komt voort uit bezorgdheid voor de blootstelling aan elektromagnetische velden afkomstig van de antennes op zendmasten, daken en kerktorens. Het is niet duidelijk of de mens, flora en fauna, hier wel tegen kunnen. Zijn de mensen die dichtbij een zendmast wonen de pineut? De norm die in Nederland wordt gehanteerd is hoog en biedt alleen bescherming tegen het opwarmen van de hersenen en geen bescherming tegen biologische en neurologische effecten. Dit terwijl veel mensen moe zijn, doodmoe en de kankergevallen toenemen. Wat doen elektromagnetische velden met de gezondheid? Moeten de normen die nu gehanteerd worden niet heel erg veel omlaag? Juist de biologische effecten ontwrichten de samenleving doordat in 2016 al officieel al 840.000 mensen elektrogevoelig zijn en niet tegen de elektromagnetische velden van de zendmasten kunnen (en waarschijnlijk veel meer, wanneer artsen een juiste diagnose mogen stellen). De productiviteit van mensen gaat naar passief en kost de samenleving veel geld. Biologische effecten kunnen al optreden beneden de 0,6 V/m. Daarnaast kunnen de meters van het antennebureau alleen het sterkste signaal meten. Zij kunnen de straling niet optellen. Zo is er nooit onderzocht hoe hoog de veldsterkte is van 3G, 4G, 4G+, wifi en de DECT telefoon, samen. De realiteit is dat we leven in een mengeling van frequenties bij elkaar en dus niet zeker weten wat het met een organisme doet. Wat doen deze verschillende frequentie met elkaar? Versterken ze elkaar? Veranderen de frequentie? Bovendien is er verdeeldheid onder de wetenschappers die deze materie onderzoeken. De Gezondheidsraad houdt vast aan het standpunt dat er geen negatieve gezondheidseffecten te verwachten zijn op korte of lange termijn zolang de vastgestelde blootstellingslimieten in acht worden genomen bij de plaatsing van antenne-installaties. Blootstellingslimieten die opgesteld zijn door de Internationale Commissie van non-ioniserende Straling (ICNIRP). De andere helft van de wetenschappers waarschuwt dat de grootste pandemie ooit, eraan zit te komen.

 

Uitgangspunten

In de beleidsnota ‘Bewust Omgaan met Veiligheid: Rode Draden’ (2014) worden tien punten genoemd:

  • zorg voor een transparant beleidsvormingsproces,

  • maak de diverse verantwoordelijkheden expliciet,

  • weeg de risico’s af tegen de maatschappelijke kosten en baten,

  • betrek de burger in een vroegtijdig stadium,

  • weeg de mogelijke cumulatie van risico’s mee,

  • pas het voorzorgsprincipe toe bij onzekere risico’s,

  • betrek de samenleving en ga in gesprek over emoties en risicopercepties,

  • benut bestaande kennis om nieuwe risico’s vroegtijdig te signaleren,

  • verbind security en safety en

  • zorgen dat innovatie en veiligheid elkaar versterken.


    Punt zes, pas het voorzorgsprincipe toe
    Het voorzorgsprincipe is tijdens de milieuconferenties van 1992 en 2000 in Rio de Janeiro internationaal in werking gegaan en biedt overheden de mogelijkheid om maatregelen te nemen bij nieuwe wetenschappelijke of technische activiteiten waar niet duidelijk van is of deze ernstige schade kan geven aan de samenleving of het milieu (ook Nederland heeft getekend). Vooral wanneer er geen wetenschappelijke bewijzen zijn, die het tegendeel kunnen aantonen dat het wél veilig is, kunnen overheden het voorzorgsprincipe in werking laten treden (principe 15). Bij gerede twijfel niet afwachten tot de oorzaken zijn vastgesteld maar ingrijpen. In het geval van de elektromagnetische velden is er óók geen onafhankelijk onderzoek waarbij duidelijk is dat het de gezondheid geen schade kan berokkenen. Het ontbreekt aan wetenschappelijke zekerheid en mag dan als argument worden gebruikt voor het uitstellen of niet door laten gaan van maatregelen, om ernstige gevaren te voorkomen. Een omschrijving van het voorzorgsprincipe is eveneens te vinden in de EUR-Lex. EUR-Lex is een gratis site van de Europese Unie en geeft toegang tot de rechten van de Europese Unie. Over het voorzorgsbeginsel staat geschreven: 'het voorzorgsbeginsel wordt vermeld in artikel 191 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (EU). Het beoogt een degelijke milieubescherming met dank aan de preventieve besluiten in geval van risico. In de praktijk echter is het toepassingsgebied van het beginsel veel ruimer en strekt het zich tevens uit tot het consumentenbeleid en het Europese beleid inzake voedingsmiddelen, de gezondheid van mensen, dieren en planten. Het heeft eveneens betrekking op zorgwekkende mogelijke ontwikkelingen op de lange termijn en voor het welzijn van de komende generaties. En dat in situaties waarin de schadelijke gevolgen zich pas na een lange blootstelling zich voordoen, en de oorzaak-gevolgrelatie wetenschappelijk moeilijk aantoonbaar is moet vaak het voorzorgsbeginsel worden toegepast.'

     

    En het voorzorgsbeginsel dan?

    Het voorzorgsbeginsel wordt vermeld in artikel 191 van het verdrag in de werking van de Europese Unie (EU) en staat ook bekend als de zorgvuldigheidsnorm. Het beginsel kan worden toegepast in gevallen waarbij het (nog) niet mogelijk is het risico vast te stellen of voldoende te kwantificeren. Uitsluitend in die onzekere toestand is ingrijpen op basis van het voorzorgsbeginsel mogelijk.

    Op 6 mei 2011 heeft de Commissie voor Milieu, Landbouw en Regionale Zaken van de Raad van Europa, unaniem een rapport goedgekeurd waarin haar lidstaten worden opgeroepen om:

    het onmiddellijk toepassen van het voorzorgsbeginsel (b.v. door het toepassen van het ALARA-principe, inhoudend dat de elektromagnetische straling as low as reasonably achievable dient te zijn),

  • het verlagen van de stralingsbelasting van de bevolking,

  • het verlagen van de blootstellingslimieten,

  • het voorzorgsbeginsel in acht nemen wat betreft de kwetsbare groepen als jongeren en kinderen en de ouderen,

  • het niet toelaten van GSM’s, DECT-telefoons, draadloos internet in klaslokalen en scholen,

  • het meer preventief te werk gaan bij het beoordelen van gezondheidsrisico’s.


    De Nederlandse overheid heeft ervoor gekozen om het voorzorgsbeginsel niet toe te passen. Er is namelijk geen enkel bewijs dat hoogfrequente elektromagnetische en gepulste straling niet veilig is voor de volksgezondheid. De gezondheidsraad houdt vast aan de constatering dat straling volkomen onschadelijk is omdat de thermische blootstellinglimiet niet overschreden wordt en dit terwijl er ook geen onafhankelijk bewijs is dat de gezondheid geen schade kan oplopen.

     

    Gemeenten passen het voorzorgsbeginsel toe

    Haaks op de constatering van de Gezondheidsraad en het feit dat de overheid kiest om geen gehoor te geven aan de oproep van de raad van Europa, zijn er gemeenten die wél besluiten om het voorzorgsbeginsel toe te passen in hun gemeente. Gemeenten die meer duidelijkheid willen over de gevaren voor de gezondheid. Om preventief te zijn kiezen ze ervoor dat de afstand van een zendmast met antennes tot de bebouwing, zeker 400 meter moet zijn en waarbij de stralingsdichtheid minder dan 10 microwatt per vierkante meter is. De stralingsdichtheid van de hoogfrequente elektromagnetische straling van onder ander zendmasten, wordt uitgedrukt in microwatt per vierkante meter, afgekort met µW/m2. Vanaf 100 µW/m2 worden al sterke biologische effecten gemeld in vele onderzoeken. In 2016 zijn er gemeenten die wel over zijn gegaan om het voorzorgsbeginsel te handhaven waaronder Haarlemmermeer, Nijkerk, Amersfoort, Oosterhout, Eindhoven, Nijmegen, Haaksbergen, Barendrecht, Etten-Leur en Lelystad.

     

    Conclusie

    Het voorzorgsprincipe wordt genoemd in de EUR-Lex en in de beleidsnota ‘Bewust Omgaan met Veiligheid: Rode Draden’ (2014) en het voorzorgsbeginsel door de Europese Unie (EU). De Nederlandse overheid geeft hier geen gehoor aan maar gemeenten kunnen dit wel invoeren, net als veel andere gemeenten al hebben gedaan.

     

    Toepassing voorzorgsbeginsel

    De toepassing van het voorzorgsbeginsel is mogelijk wanneer er aan drie voorwaarden is voldaan:

  • De bepaling van de potentieel schadelijke gevolgen

  • De evaluatie van de beschikbare wetenschappelijke gegevens

  • De mate van wetenschappelijke onzekerheid

     

     

    Bronnen en referenties

  • Gezondheid en veiligheid in de Omgevingswet. Doelen, normen en afwegingen bij de kwaliteit van de leefomgeving 2014. Dit is een uitgave van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) Postbus 1 | 3720 BA Bilthoven

  • https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet/inhoud/vernieuwing-omgevingsrecht

  • https://www.gezondheidsraad.nl/nl/nieuws/geen-hersentumoren-bij-veel-mobiel-bellen

  • http://www.un.org/documents/ga/conf151/aconf15126-1annex1.htm

  • http://www.wirelessinfo.nl/nieuws/eigen-nieuws/169-overheid-straling-4g-ver-onder-de-norm

  • http://www.kinderenenstraling.nl/bewust-omgaan-met-straling-wat-kan-ik-doen/straling-vermijden-de-zendmastkwestie/

  • http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=URISERV%3Al32042

  • http://www.stopumts.nl/doc.php/Onderzoeken/96/bewijs_voor_schadelijkheid_elektromagnetische_straling?printen=1

 

Comments