Petitie

Deze website bevat achtergrond informatie over de petitie:
 

Stop de staatssteun aan kolencentrales!


De petitie heeft 2 ondersteunende onderdelen:
  • Deze website met achtergrond informatie, samenvattingen van Linkedin discussies, en wat er verder te melden is.
  • Een Linkedin Groep voor vragen en discussie.

Deze petitie komt voor uit het vrijwilligers project Our Common Future 2.0
De groep in dat project,  die een energie visie schreef, concludeerde halverwege het project, dat de regering fout bezig is met het tolereren van de bouw van nieuwe kolencentrales.
Bovendien bleek dat deze fossiele energiebedrijven ook nog veel meer staatssteun krijgen dan duurzame energie.
Toen was duidelijk dat de regering meteen gevraagd moet worden te stoppen met dit foute beleid en transparantie te eisen over waar ons geld blijft.
Zie de petitie "Stop staatssteun voor kolencentrales" voor wat we precies vragen.



Achtergrond informatie over kolencentrales

Kort overzicht nieuw te bouwen kolencentrales

Momenteel zijn de volgende kolencentrales aangekondigd:

Opdrachtgever

Vermogen

Locatie

Status

Nuon

800 MW

Eemshaven

Van de baan, wordt gascentrale

RWE

1.600 MW

Eemshaven

In de planning

E.ON

1.100 MW

Maasvlakte

Begonnen met bouw

Electrabel-Suez

800 MW

Maasvlakte

In de planning

Essent

800-1100 MW

Geertruidenberg

Van de baan

 

De opdrachtgevers voor en toekomstige exploitanten van de nieuwe kolencentrales zijn dus de huidige energiebedrijven.

 

Waarom willen de energiebedrijven nieuwe kolencentrales bouwen?

De energiebedrijven geven twee hoofdredenen op om nieuwe energiecentrales te bouwen: op redelijk korte termijn dient in Europa ongeveer 20% van de huidige energiecentrales vervangen te worden omdat zij verouderd en afgeschreven zijn terwijl tegelijkertijd de energievraag in de toekomst door zal stijgen. Ook enkele huidige centrales in Nederland zijn op termijn aan vervanging toe.

De Europees opererende energiebedrijven zien voor een aantal van de nieuw te bouwen centrales Nederland als vestigingsplaats wel zitten. Het ligt aan zee en dat is makkelijk als je veel kolen moet aanvoeren.

Nederland heeft zelf helemaal geen behoefte aan een dergelijk grote, toekomstige capaciteitsuitbreiding van energieopwekking.

 

We hebben niets te zeggen over onze energievoorziening

De investering in en bouw en exploitatie van energiecentrales wordt binnen Nederland vrijwel geheel overgelaten aan de vrije markt. De beslissing of en welke centrales zullen worden gebouwd, is geheel aan de energiebedrijven. De overheid verleent een milieu- en bouwvergunning maar deze worden getoetst aan wet- en regelgeving waarbij verschillen in CO2 belasting die van verschillende opwekkingstechnieken uitgaat, niet tot zeer marginaal worden getoetst. Deze toetsing vindt plaats door het bevoegde gezag. In geval van de bouwvergunning is dat de gemeente, bij de milieuvergunning de provincie.

De enige mogelijk voor de rijksoverheid om hierop invloed uit te oefenen ligt enkel besloten in het financiële, fiscale bereik, bijv. door een hoge kolenbelasting te heffen die de inzet van kolencentrales ontmoedigt.

Met andere woorden: de overheid heeft zichzelf virtueel buitenspel gezet bij wezenlijke beslissingen zoals hoe onze toekomstige energievoorziening eruit zal zien. Daarmee is ook de invloed van de burger vrijwel te verwaarlozen.

Aan de huidige voornemens tot bouw van nieuwe kolencentrales ligt dan ook geen expliciet kabinetsbesluit als zodanig ten grondslag. Zij zijn ingezet door de energiebedrijven die Europees opereren en vanuit dat perspectief en die reikwijdte handelen.

 

Duurzaam beleid?

Officieel voeren zowel Nederland als de Europese Unie een beleid van verduurzaming van energie. In 2020 moet 20% van alle energie duurzaam worden opgewekt. Daarnaast moet het jaarlijkse percentage aan energiebesparing omhoog van 1% naar 2% en moet de totale uitstoot van CO2 zijn afgenomen met 30% t.o.v. het jaar 1990. In klinkende cijfers betekent dit dat een daling van 214,3 miljard kg CO2-equivalenten in 1990 naar 171,4 miljard kg CO2 equivalenten in 2020.

Ter vergelijking: het aandeel duurzaam is van 2006 tot 2010 gestegen van 2,7% in 2006 tot 4% in 2010. In dat tempo zal het aandeel duurzame energie in 2020 niet veel hoger liggen dan 7,5%. Ter vergelijking: Duitsland ligt momenteel op 10,1% met een tweemaal hoger groeitempo dan Nederland. Nederland behoort dan ook binnen Europa tot de 4 slechts presterende landen.

De Duitse duurzame energie-industrie kent inmiddels een omzet van ruim 30 miljard Euro en er zijn ruim 300.000 mensen werkzaam in deze tak. Ter vergelijking: in Nederland zijn slechts 5.200 mensen werkzaam in vergelijkbare bedrijven.

 

Wat doet de Nederlandse overheid?

Zoals boven al opgemerkt, is het binnen de Europese situatie niet aan de overheid om te beslissen of en welke energiecentrales worden gebouwd. Maar in het kader van ondersteunend en flankerend beleid kan natuurlijk heel wat zoden aan de dijk worden gezet. Dat doet de Nederlandse overheid dan ook. Vooral ten gunste van fossiele brandstof.

De Delftse hoogleraar Van Beers heeft uitgerekend dat jaarlijks in Nederland ongeveer 7 miljard aan subsidies, belastingvrijstelling en andere fiscale voordelen worden gegeven aan fossiele energie (http://www.bioone.org/doi/pdf/10.1579/08-A-616.1). In totaal 41 zogeheten uiteenlopende off-budget regelingen die het gebruik van fossiele brandstoffen stimuleren. Wereldwijd gaat het om een bedrag van 1.065 miljard dollar, enkele factoren hoger dan het geld dat aan duurzame energie wordt besteed.

Voor kolencentrales ligt dat niet veel anders. Binnen de Nederlandse situatie wordt de opwekking van energie door middel van kolen als volgt gestimuleerd:

·         Vanuit Europa geldt tot 2012 de regeling waarmee aan kolencentrales gratis CO2 emissierechten worden gegeven, voor de hele Europese kolensector is dat totaal een bedrag van 300-500 miljoen euro per jaar. De kolencentrale zijn overigens wel zo “aardig” om die niet betaalde emissierechten wel door te berekenen aan hun klanten;

·         Kolencentrales krijgen een vrijstelling van kolenbelasting, per jaar in Nederland ongeveer per kolencentrale een voordeel van 40 miljoen Euro.

Hoe werkt dit? Een voorbeeld.

In december 2007 hebben acht energie-intensieve bedrijven (de zogenaamde grootverbruikers, bijv. Tata Steel, Akzo Nobel en DSM) een stroomcontract afgesloten met E.ON. De grootverbruikers zullen gezamenlijk, als “Consortium Grootverbruikers”, direct stroom inkopen van de nieuwe E.ON-kolencentrale. De inkoop start als de centrale in 2013 in bedrijf gaat. De stroomafnemers van de kolencentrale zullen, naast een bedrag dat zij betalen voor de elektriciteit, apart de volledige CO2-kosten van de centrale aan E.ON betalen. Deze kosten rekent E.ON dus volledig aan de acht bedrijven door. Dit noemt EZ de zogenaamde ‘kosten-plus formule’.

Deze ‘kosten-plus formule’ schuift de CO2-kosten die vastzitten aan productie van stroom uit steenkool door naar het Consortium. In het leveringscontract van E.ON aan het Consortium is deze ‘kosten-plus formule’ vastgelegd.

Het ministerie van EZ stelt op zijn beurt voor het Consortium te compenseren voor de CO2-kosten die E.ON doorberekent aan het Consortium. De internationale concurrentiepositie van Nederland is immers gebaat bij een lage stroomprijs voor die bedrijven. (http://www.eenvandaag.nl/binnenland/36581/afgekochte_emissierechten_betaald_door_de_overheid )

De CO2-uitstoot wordt door de overheid betaald, door de stroomafnemers geld uit te keren dat afkomstig is uit de CO2-veiling, of door de stroomafnemers van het Consortium gratis extra emissierechten te verstrekken. Deze rechten kunnen weer gebruikt worden op de CO2-markt. De constructie geeft zowel E.ON als het Consortium van Grootverbruikers de zekerheid dat de Nederlandse overheid (lees: de belastingbetaler) de CO2-kosten betaalt. Dat is strijdig met het principe ‘de vervuiler betaalt’. En alles dat de overheid betaalt, dat betalen wij.

Zonder die toezegging was de kolencentrale er nooit gekomen. Dat is het werkelijke energie- en klimaatbeleid van onze overheid. In 2007 verzuchtte de toenmalige minister van milieu Cramer nog in de kamer dat zij, nu de kolencentrale Powerplant 3 op de Maasvlakte alle vergunningen had binnengesleept, “tot haar grote spijt” weinig meer hieraan kon doen. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28240-77.html  Het is maar hoe je het bekijkt. Haar collega van Economische Zaken Van der Hoeven wist wel beter.

Weet u trouwens nog waarvoor die handel in emissierechten bedoeld was? Om de uitstoot van CO2 als een van de maatschappelijke kosten van energieopwekking te ‘internaliseren’ en om bedrijven te stimuleren tot energiebesparing of de inzet van duurzame energie. En wat doet de overheid? Door het terugsluizen van gelden door verstrekking van gratis CO2 emissierechten of door gerichte subsidiëring van stroomafnemers, de kerngedachte achter deze doelen geheel en al ondergraven.

Intussen onderneemt het nieuwe kabinet de eerste stappen richting afbouw van allerlei milieusubsidies, waarbij die aan duurzame energie en energiebesparing ongetwijfeld niet gespaard zullen blijven. Dit gaat gepaard aan gepraat over de “verstoring van de vrije markt” die door al deze subsidies en ‘linkse hobby’s’ wordt veroorzaakt.

Dit betekent echter feitelijk dat het feitelijk ongelijke speelveld tussen fossiele en duurzame energie nog verder scheef wordt getrokken ten gunste van fossiele energie. En een dergelijke handelswijze betekent feitelijk het meten met twee maten.

Ongetwijfeld zal ook weer worden gerefereerd aan de internationale concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven dat immers gebaat is met lage energiekosten. Maar zou die kostenbesparing niet beter kunnen worden nagestreefd door energiebesparing, waarvan het potentieel nog maar zeer ten dele is benut? In plaats van allerlei marktverstorende trucjes uit te halen en in wezen onrendabele methoden van energieopwekking in stand te houden en zelfs uit te breiden.

 

Zijn kolencentrales wel zo economisch?

De analyse van PricewaterhouseCoopers toont aan dat kolencentrales onder normale marktomstandigheden een verliesgevende investering zijn. In plaats van goedkoop en economisch rendabel zijn kolencentrales duur en riskant. Alleen met steun van de overheid kan E.ON de kolencentrale op de Maasvlakte realiseren en goedkope stroom leveren aan acht energie-intensieve bedrijven.

Het adviesbureau gebruikte voor deze analyse de Netto Contante Waarde (NCW), om te zien hoe winst- of verliesgevend een investering over de gehele levensduur van een project is (in dit geval de levensduur van de centrale). http://www.greenpeace.org/raw/content/nederland-old/reports/de-economie-van-kolencentrales.pdf (fig.3) Een NCW van nul of hoger betekent een positief bedrijfsresultaat.

Indien, zoals dat hoort bij een correcte NCW berekening, alle relevante kosten worden meegenomen, bij energiecentrales gaat het dan om kosten voor bouw, exploitatie, brandstofprijzen en CO2 emissierechten, komen kolencentrales slechter uit de bus dan gas of zelfs wind. Ook, zoals bij enkele centrales voorgenomen, het bijstoken van biomassa verandert aan dit beeld niets.

Energiebedrijven Nuon en Essent lieten daarop hun kolenplannen al varen. Op 18 september 2007 kondigde de Raad van Bestuur van Nuon aan de bouw van een kolencentrale te ‘faseren’. Dat betekent dat de plannen tot nader order bevroren blijven. Aan de aandeelhouders van Nuon werd gevraagd voorlopig alleen de investering in een gascentrale (STEG) goed te keuren. Essent trok in mei 2008 het plan voor de bouw van een poederkoolcentrale in. Ook andere energiebedrijven, zoals Eneco, Advanced Power en Intergen, hebben besloten niet te investeren in een kolencentrale, maar in hoogefficiënte gasgestookte centrales of duurzame oplossingen.

Het ministerie van Economische Zaken bevestigde de uitkomsten van de analyse van PricewaterhouseCoopers in het Energierapport 2008 waarin wordt vermeld dat een gasgestookte centrale (bij een CO2-prijs van meer dan 20 euro per ton) goedkopere stroom kan leveren dan een kolengestookte centrale.

Hoe het daarna is vergaan en waarom deze ontwikkeling zo’n wending heeft genomen, kunt u hierboven lezen.

 

Hoe het overheidsbeleid duurzame energie frustreert

Door de bouw van 4 nieuwe centrale (en ook nog een kerncentrale als Delta zijn zin krijgt) zal de totale productiecapaciteit van Nederland toenemen. De redenering van de energiebedrijven luidt immers dat de energiebehoefte van Nederland nog behoorlijk zal toenemen.

Maar hoe zat het ook al weer met het overheidsbeleid dat ten doel stelt om de jaarlijkse energiebesparing te laten toenemen van 1% tot 2% in de komende periode tot 2020?

Klaarblijkelijk hebben de energiebedrijven, u weet wel die u als keurige burger allemaal zo goed bedoeld advies geven om op energie te besparen, daar hun eigen ideeën over. Die gaan gewoon uit van verdere toename van het energiegebruik en stellen daar hun prognoses op in. Er wordt dus gewoon uitgegaan van een gewenste toename van het basislastvermogen in Nederland en overeenkomstig worden er centrales bijgebouwd.

Met de doelstelling van verduurzaming van de energieopwekking valt de bouw van nieuwe kolencentrales natuurlijk ook niet te verenigen.

Hoe heette het ook al weer hierboven? Een vermindering van de Nederlandse CO2 uitstoot van 214,3 miljard kg CO2-equivalenten in 1990 naar 171,4 miljard kg CO2 equivalenten in 2020. Welnu, de voorgenomen kolencentrales voegen alleen al jaarlijks CO2 uitstoot toe.

De nieuwe kolencentrales zullen een jaarlijkse ophoging van de CO2 uitstoot van 28 Mt veroorzaken. Zelfs indien de meest vooruitstrevende plannen op het gebied van CO2 opslag (CCS) werkelijkheid worden, kan jaarlijks slechts 7 Mt daarvan worden afgevangen opgeslagen. Erg waarschijnlijk is dit niet want het nieuwe kabinet heeft de voorgenomen opslagfaciliteit in Barendregt al afgeblazen, hetgeen een negatief precedent schept richtingen andere locaties elders. Dat betekent dat met het optimistisch scenario van CCS nog altijd een extra emissie ontstaat van 20 Mt CO2 door de bouw van de nieuwe kolencentrales. Dat is ophoging met 10% van de totale, jaarlijkse CO2 uitstoot van Nederland. Terwijl we op basis van de doelstellingen nog pakweg 20% reductie voor de boeg hebben.

De kans dat we de doelen op het gebied van duurzame energie, terugdringen uitstoot en energiebesparing voor 2020 gaan halen was met voortgezet beleid van het oude kabinet al volstrekt onwaarschijnlijk. Zie bijv. de verhelderende studie van Natuur en Milieu: http://www.natuurenmilieu.nl/pdf/presentatie_tussenbalans_klimaatbeleid_9_feb_2009.pdf. Het laat zich raden hoe dit zich verder zal ontwikkelen onder het huidige kabinet.

Maar eenmaal gebouwd, remmen kolencentrales ook nog eens op zich de ontwikkeling tot wasdom van duurzame energie. Als, zoals voorgenomen, in 2020 in totaal 20% en in 2030 de helft van de elektriciteit duurzaam zou worden opgewekt, zijn kolencentrales  niet meer nodig. Maar tegen die tijd zijn de kapitaalslasten afbetaald en draaien de centrales zo goedkoop dat geen energiebedrijf of overheid hen sluit.

Een kolencentrale kost gemiddeld tot een slordige 1 miljard Euro. Een kerncentrale volgens de immer optimistische kernenergielobby zo’n 4 miljard. In werkelijkheid kon dat wel eens een stuk duurder uitpakken volgens de huidige ervaringen met de Finse Olkiluoto centrale, die intussen al tweemaal duurder uitpakt dan geraamd en het Franse Flamanville centrale, die 1,7 miljard uitloopt op het budget. We mogen dus uitgaan dat al die plannen in Nederland met nieuwe centrales in totaal zo’n 8-10 miljard aan bouwkosten met zich mee zullen brengen. Zou dat geld niet beter
kunnen worden gestoken in duurzame energieontwikkeling en –opwekking?

Teken de petitie
Stop de staatssteun aan kolencentrales!


Comments