Kansen uit wisselvalligheid (Stoffels in Amsterdam)

laatste bewerkingsdag: 11 feb 2013


De wereld op A4–formaat

Kansen uit wisselvalligheid

d o o r   F r i t s   S t o f f e l s

------

Evert Stoffels (1850-1933)

& Johanna van Veen (1848-1923)

en hun nageslacht

Evert Stoffels en Johanna van Veen | omstreeks 1915
het paar lijkt zó te zijn weggelopen uit het hart van de 19de eeuw!
identificatie en uitdrukkelijke bevestiging van de afgebeelden door Wies Stoffels-Otter (1914)
foto gemaakt op Haarlemmerstraat 148 te Amsterdam
met dank aan Maarten Stoffels en familie

Picasa-webalbum Evert Stoffels

    Evert Stoffels, derde zoon en zesde kind van schipper Eijbert Stoffels en Aaltje Hagens, en neef van mijn overgrootvader Evert Jan Stoffels, werd op vrijdag 3 mei 1850 in Elburg geboren, het aloude stadje der vaderen en moederen.

    Of hij er werkelijk opgegroeid is, valt te bewijfelen: ’s vaders gezin voer door heel het land, en was er al een vaste stek, dan was dit eerder Amsterdam dan Elburg. De Elburger wortels raakten snel in de vergetelheid. In 2012 was het voor Everts nazaten een verrassing dat de Familie Stoffels uit Elburg kwam - zij wisten alleen van Amsterdam.

    Inderdaad vinden we Evert al vóór zijn huwelijk wonend in Amsterdam. Hier was hij lidmaat van de Nederlandsche Hervormde Kerk.

Elburg - oude straatjes | 2009


Everts geboorteakte

Op 4 mei 1850 toog de vader, schipper Eijbert Stoffels, naar het stadhuis van Elburg om de boreling aan te geven. Hij nam zijn broer mee als getuige: Evert Stoffels, mijn betovergrootvader. Die zal zich vereerd hebben gevoeld, want de pasgeborene werd naar hém vernoemd! De andere getuige was visser Heimen Visscher. Er is sprake van Eijberts huis in het Westerkwartier van Elburg (Elburg is een vierkant, elk van de vier kwadranten heet kwartier, met de naam van de passende windrichting), maar veel meer dan pied-à-terre zal dit niet geweest zijn, daar Eijbert, met het gezin aan boord, voortdurend door Nederland voer.

N0  24
Op heden den vierden Mei des jaars achttien honderd
vijftig, is voor Ons Abraham Jacob Krudop, Wethouder
Ambtenaar van den Burgelijken Stand der Stad Elburg, Provincie Gelderland,
verschenen: Eibert Stoffels
, oud twee en veertig jaren
van beroep Schipper, wonende te Elburg
welke Ons heeft verklaard, dat zijne huisvrouw Aaltje Hagens
, oud drie en dertig jaren,
op vrijdag den derden Mei dezes jaars des
namiddags ten zeven ure, ten zijnen huize gelegen in het Wester,,
kwartier
binnen deze Gemeente is bevallen van een kind van het Mannelijk
geslacht, aan hetwelk hij verklaard heeft dat door hem den voornaam
van Evert is gegeven.
Deze verklaring is geschied in tegenwoordigheid van Evert Stoffels
, oud veertig jaren, van beroep schoenmaker
en Heimen Visscher oud twee en vijftig
jaren, van beroep Visscher wonende beide te Elburg
opzettelijk daartoe medegebragte getuigen :
en is daarvan opgemaakt deze acte die na voorlezing door den aangever, de
getuigen en ons is geteekend.


[getekend:]
E Stoffels      [= vader Eijbert Stoffels]
E: Stoffels      [=diens broer Evert Stoffels]
H. Viesser      [= Heimen Visscher]
AJ Krudop     [= ambtenaar Burgerlijke Stand]

De geboorte van Evert in de krant..
In dit berichtje staat niet het kind, of de vader, in het middelpunt, maar de moeder:
Aaltje Hagens heeft een Z (zoon) gekregen

zó ongeveer?

    In 1870 moest de jonge Evert in militaire dienst. Hij werd op 3 mei 1870 aangesteld bij de Zeemilitie, en verliet de dienst, met paspoort, op 2 mei 1874.   

    Everts ouders vormden een schippersechtpaar. Het lag dan ook voor de hand dat ook Evert in deze richting werkzaam werd. Als zijn beroepen vond ik: schippersknecht (1873 en 1876), schipper (1878 en 1882), schuitevoerder (1899) en wederom schippersknecht (1912).

    Ik waag het deze gegevens aldus te ‘vertalen’: Evert begon als schippersknecht, om het vak te leren en, bij voldoende armslag, zelf schipper te worden op een eigen schip. In 1876 is hij in staat zelfstandig schipper te worden; daarom kan hij ook in dit jaar zijn meisje ten huwelijk vragen.

    De tijden veranderen, en Evert verandert mee. Hij wordt wat ouder, en heeft niet zoveel trek of mogelijkheden meer om steeds door heel het land te varen. Het schip zal zijn verkocht.

    In 1899 treffen we Evert daarom aan als schuitevoerder: met een platboomd vaartuig en een vaarstok ploegt hij binnen de stad Amsterdam van de haven naar de grachten om goederen te vervoeren; overigens bepaald geen lichte arbeid.

    In zijn latere jaren duikt Evert toch weer op als schippersknecht; er waren geen kinderen meer thuis, dus er hoefde niet héél veel geld meer verdiend te worden. Evert gaat nu klusgewijs aan de slag: werkje hier, knechtschapje daar. Zo ongeveer?

Michael Demianov | In de haven

huisjes van het Klein Lageland uit Zwartsluis, zoals heropgebouwd in het Zuiderzee-Buitenmuseum te Enkhuizen | foto: 1988 Frits Stoffels


huwelijk met Zwartsluiser schippersdochter

    In Amsterdam woonde ook een dienstmeisje (‘dienstbaar’), schippersdochter Johanna van Veen, geboren op 6 oktober 1848 in Zwartsluis. Haar vader was de Zwartsluiser schipper Jan van Veen, ter plaatse geboren op 31 augustus 1814, haar moeder de in 1865 of 1866 overleden Gerrardina (Gerradina) van Olst. Jan van Veen, overleden na 1875, was een zoon van Jan van Veen en Roelofje Lok; Gerrardina van Olst een dochter van Klaas van Olst en Janna Mannes Teller. Gerrardina kwam ter wereld in Genemuiden, en wel op 8 maart 1819.

    Evert en Johanna leerden elkaar kennen – wel­licht was Evert schippersknecht op het vrachtschip van vader Van Veen? – en huwden in Amsterdam op donderdag 5 januari 1876.

    Voordien woonde het paar echter al samen, sinds 1 december 1875, op Vinkenstraat 158. Of dit helemaal klopt, betwijfel ik: in het bevolkingsregister staat: “Latere inschrijving”.

    In De Lemmer in Friesland is een notarieel document aanwezig waarin toestemming wordt gegeven voor het huwelijk van Evert en Johanna (met de naam van Everts vader abuis als Egbert voor Eijbert):

1875 Lemmer, notaris F. Schaafsma Huwelijkstoestemming, akte niet aanwezig - Evert Stoffels, schuitenvoerder te Amsterdam, zoon van Egbert Stoffels en Aaltje Hagens, bruidegom - Johanna van Veen te Amsterdam, dochter van Jan van Veen en wijlen Geradina van Olst, bruid Bron: Toegangsnr. : 26 Inventarisnr.: 97066 Repertoirenr.: 217 d.d. 20 december 1875 Laatste update: 5-10-2004

[Notariële Archieven Friesland via Tresoar]


Amsterdam Amstel Magere Brug (omstreeks 1970)

een kleine grote wereld

    Aan de andere kant: Johanna van Veen raakte wel érg snel zwanger na de bruiloft. Precies tien maanden en een dag na de huwelijksvoltrekking baarde ze haar eerste kinderen, een tweeling. Maar dit kan.

    Opmerkelijk is Everts echtverbintenis in het opzicht dat er een Zwartsluis–connection lijkt te hebben bestaan: Everts oudere zuster Roelofje Stoffels had ook Zwartsluiser schoonouders, Ten Have geheten, evenals zijn oudste broer Heimen Stoffels, die evenwel zijn bruid uit hetzelfde gezin Ten Have koos.

    De schipperswereld, hoe uitgestrekt haar terrein ook was, was toch een kleine wereld: dezelfde schippers kwamen elkaar voortdurend in alle steden en stadjes van Nederland tegen; men kende elkaar door en door.

    Evert Stoffels’ overlijdensdatum is teruggevonden; hij stierf op 1 oktober 1933 te Amsterdam.

    Zijn vrouw Johanna van Veen overleed op vierenzeventigjarige leeftijd, op 27 juli 1923, in Amsterdam.


Evert en Johanna in hun eerste huis

    Eijbert en Aaltje, de ouders van Evert, waren, tegen hun gewoonte in, niet naar Amsterdam gekomen om de bruiloft bij te wonen. Ze gaven hun toestemming via de notaris. Wél was, onder anderen, Everts broer Gerrit Willem Stoffels, huwelijksgetuige.

    Nog in datzelfde jaar gaan Evert en Johanna wonen op de Nieuwezijdsvoorburgwal 1 (kanton 1, nummer 1). Dit pand behoorde in 1983 tot het be­faamde krakersbolwerk dat als Wyerskompleks be­kend stond. Na ontruiming liet de gemeente het helaas slopen ten behoeve van hotelbouw. Voordien kon ik nog een plaatje schieten – zie verderop.

    De Nieuwezijdsvoorburgwal was in het trouwjaar van Evert en Johanna nog gewoon een gracht. Het paar keek dus uit op het water. In 1884 werd ze gedempt.

De Nieuwezijdsvoorburgwal te Amsterdam als gracht


1876

1876 – het huwelijksjaar van Evert en Johanna

In 1876 geeft Bernard ter Haar, gevierd

vaderlands dichter, zijn Gedichten uit. Het

werk is verlucht door Nederlandse kunste–

naars en opgedragen “aan Zijne Majesteit

den Koning”. Ter Haar overlijdt vier jaar

later.

Terzijde: mijn grootvader Stoffels had

dit werk ook, in twee delen. Ze hadden

reusachtige afmetingen, een rood omslag

en vergulde letters, werkelijk een pracht–

uitgave. De boeken kwamen later bij mijn

ouders.


het muzikale in de natuur

Natuur heeft ook haar taal, vol van bezielde woorden,
En spreekt door mengeling van klanken tot de ziel;
Ze omvat het vol geluid van stoute en zachte akkoorden,
En Eden was de toon, die’t zuiverst haar ontviel.

t Zij’t voorjaar zich omkranst met versche rozelaren;
Hetzij de herfstwind speeld met de afgestormde blâren;

t Zij de ademtocht van’t Noord de sneeuw blaast door de lucht:
t Zijn trillingen van één der snaren,
En’t aanslaan van een toon, die van het speeltuig vlucht.

I

Wanneer de nacht reeds huivert door het loover,
En nog de dag van de avondkim ons groet;
Wanneer de maan de blauwe bergen over
Verteedrend drijft met zachtgekleurden gloed;
Wanneer haar blik van’t ruim der stargewelven
Den dauwdrup glanst, die aan den bloemstruik weent,
En heel Natuur, half klagende in zich zelve,
Zich tot eene Elegie vereent.


Als’t is of de aard, bij’t deinzend lichtgewemel,
Meer’t lijden voelt, dat op haar bodem drukt,
En weemoedvol en smachtend naar den Hemel,
Zich uit haar sfeer nabij den Hemel rukt;
In’t scheppingsuur van dwepende idealen, –
Dan brengt natuur de sombre tonen uit
(Gelijk men soms hoort om een heuvel dwalen)
Der zacht gestemde herdersfluit.

Zóó vroolijk speelt Natuur, als heuvlen en valleien
Zich baden in den uchtendgloed;
Wanneer’t gevederd koor, in zangerige reien,
d’Ontwaakten dag begroet;
Maar’t zij haar speeltuig’t lied der vreugde stemt, of zachter.
Een zoet gevoel van weemoed baart,
Steeds voert zij’t harte hemelwaart,
En laat de wereld achter.


‘... ben’k in de hand des Heeren!’

        Een andere dichter, die trouwens ook nog een artsenpraktijk voert, Jan Pieter Heye, sterft in 1876. Hij schreef Kinderliederen en twee delen Volksdichten.

    Hier één van zijn gedichten:

DE KLEINSTE

In’t groene, in’t stille dal,
Waar kleine bloempjes groeien,
Daar ruischt een blanke waterval,
En druppels spatten overal,
Om ieder bloempje te besproeien,
Ook’t kleinste!

En boven op der heuv’len spits,
Waar forsche boomen groeien,
Daar zweept de stormvlaag fel en bits,
Daar treft de rosse bliksemflits,
En splijt, bij’t daav’rend onweerloeien,
Den grootste!

Omhoog, omlaag, op berg en dal,
Ben’k in de hand des Heeren!
Toch kies ik, als ik kiezen zal,
Mijn stille plek, mijn waterval,
Toch blijf ik steeds, naar mijn begeeren,
De kleinste!


OUD SCHIPPERSGRAPJE

Aldert Hoekstra lag, met drie lagen strobalen op z'n schip, voor de sluis te wachten. Toen kwam er een bakkersknecht aan.

'Heb je vracht, schipper?'

'Wat dacht je dan?'

'Ik kan het niet zien', zei de knaap, 'je hebt zoveel stro op het dek'.

(vertaald uit Heil om seil)


 Levenskansen

Evert Stoffels
    Nog in 1876, het jaar waarin Evert en Johanna hun huwelijk laten bezegelen, dient zich een tweeling aan. Het meisje en de jongen, Aaltje en Jan, zijn echter niet sterk en sterven binnen enkele weken.

    Misschien raken Johanna en Evert hierdoor somber gestemd omtrent de levenskansen van mogelijk volgende kinderen. In ieder geval zijn ze begaan met het lot van Carl August Bruinardus Oostwaard, een jongetje van een half jaar oud, geboren op 18 maart 1877. Het is het zoontje van de dan negenenveertigjarige ambtenaar Bruinardus Oostwaard en van Helena Frederika Dunker, een echtpaar wonend op Raamstraat 7. Om een ons onbekende reden willen of kunnen dezen niet meer voor hun kind zorgen en staan zij het in september 1877 als pleegkind af aan Evert en Johanna. Dezen treden hiermee in het voetspoor van Everts broer Heimen, die ook al een pleegkind in huis nam. Dit kwam en komt vaker voor in de familie Stoffels; heel voorzichtig kun je misschien van een zekere menslievendheidstraditie op dit punt spreken. Oostwaard werd later arbeider, maar staat ook te boek als agent van politie. Sinds 1898 verbleef hij een tijdje in Duisburg. Op 5 april 1899 trad hij, terug in Amsterdam, in het huwelijk met Jansje de Boer, geboren op 20 januari 1873 te Amsterdam als dochter van Johannes Ernst de Boer (1831 Amsterdam) en Jansje Scheerboom (1831 Amsterdam). Uit hun echtverbintenis kwam zeker één dochter voort: Helena Frederika Oostwaard, geboren op 23 januari 1906 te Amsterdam, overleden op 10 juli 1958, en op 14 juli hieraanvolgend begraven te Amsterdam.


familie op steenworp

    Het huis op de Nieuwezijdsvoorburgwal lag op een steenworp van de plek waar in 1881 Everts neef Evert Jan, mijn overgrootvader, ging wonen. Dit was geen toeval: in deze buurt huisden de schippers. Er woonde meer familie in de wijk, zoals Everts oudste broer Heimen Stoffels (1841-1918), op Zeedijk 100. Deze had toen een neef van mijn opa in huis: Hendrik Hengeveld, de zoon van Wijnanda Stoffels.

    In februari 1882 verhuisden Johanna, Evert en de kinderen zélf naar de Zeedijk: nummer 83.

    Na de vroege dood van de tweeling en de adop­tie van het al genoemde knaapje Evert en Johanna tóch nog drie kinderen met goede levenskansen. Alleen het jongste, Allard Stoffels, werd slechts negenentwintig jaar.

    Nog enkele verhuizingen volgden: in maart 1890 naar Goudsbloemstraat 27, op 11 april 1895 naar Boomstraat 58, op 28 januari 1897 naar Westerstraat 177.

    Een Amsterdamse kiezerslijst uit 1919, die we zo nog eens aanhalen, leert ons dat Evert in 1919 nog leefde, en wel op Brouwersgracht 86.

    Johanna van Veen overleed als eerste, op 27 juli 1923 te Amsterdam, op 1 oktober 1933 gevolgd door haar man Evert Stoffels, eveneens te Amsterdam.


Nieuwezijds Voorburgwal 1, het woonhuis van Evert en Johanna, ten tiijde van de foto bekend als het gekraakte Wijers-complex; na sloop verrees hier een hotel | foto: Frits Stoffels, 4 januari 1983


alle kinderen

handtekening van Evert Stoffels (1850-1933) uit 1878

    Nu alle kinderen eens op een rijtje gezet:

Aaltje Stoffels

geboren op 4 november 1876 te Amsterdam, op Nieuwezijds Voorburgwal 1, en hier overleden op 10 december 1876, om vijf uur ’s morgens, vijf weken oud

Jan Stoffels

geboren op 4 november 1876 te Amsterdam, op Nieuwezijds Voorburgwal 1, en hier overleden op 2 december 1876

(pleegkind) Carl August Bruinardus Oostwaard

geboren op 18 maart 1877 te Amsterdam; in het gezin opgenomen in september 1877; hij trouwde later met Jansje de Boer (geboren op 20 januari 1873 te Amsterdam), en kreeg een dochter Helena Frederika Oostwaard op 23 januari 1906 te Amsterdam - zie boven

Eijbert Stoffels

geboren op 13 maart 1878 te Amsterdam, op Nieuwezijds Voorburgwal 1; Eijbert woonde in 1919, blijkens een kiezerslijst uit dit jaar, op Binnenwieringerstraat 23 – en zijn jongere broer Jan op nummer 221



geboorteakte van Eijbert Stoffels in 1878 - tekst zie hieronder

Op heden Veertien, Maart Achttienhonderd, Acht-en-Zeventig,
is voor ons ondergeteekende Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der Gemeente Amsterdam, verschenen:
                    Evert Stoffels, ----
van beroep
Schipper, oud Zeven en twintig Jaren, wonende
N.Z. Voorburgwal. No. 1. , welke heeft verklaard dat
op
dertien dezer, des voormiddags ten negen
ure, in het huis, staande als boven, is geboren een Kind van het
Mannelijk geslacht, uit Johanna van Veen.
van beroep
geen, wonende als boven, zijne Echtgenoote,
welk Kind zal genaamd worden Eijbert.
van welke Verklaring wij deze Akte hebben opgemaakt in tegenwoordigheid van
Jan,
Van Veen,
van beroep schipper, oud drie en zestig Jaren,
wonende
te Zwartsluis en van Jacob van Minnen,
van beroep Schuitenvoerder oud dertig Jaren
wonende Vinkenstraat (...) No 69. en is deze Akte door ons,
benevens
den Vader en, de Getuigen, na voorlezing onderteekend

[ondertekend:]

E Stoffels                J:Van Veen                                                                                            Driessen

                               J Van Minnen


alle kinderen (vervolg)

    Dezen waren de jongste twee kinderen van Evert Stoffels en Johanna van Veen:

Jan Stoffels

geboren op 25 februari 1880 te Amsterdam, op Nieuwe Zijds Voorburgwal 1

Allard Stoffels

geboren op 30 augustus 1882 te Amsterdam, op Zeedijk 83; Allard was werkman (arbeider), werd slechts negentwintig jaar, en stierf ongehuwd op 25 mei 1912 in Amsterdam. In 1901 werd zijn signalement opgemaakt voor de militaire dienst. Hij mat 1.72 meter, zijn aangezicht was ovaal, voorhoofd gewoon, ogen blauw, neus en mond gewoon, kin rond, haar en wenkbrauwen blond.

Gezinskaart van Evert Stoffels (1850)
Stadsarchief Amsterdam

hoe verder?

    Hoe de familielijnen in later tijden precies doorlopen, is, na vele jaren speurwerk, uiteindelijk aardig vastgesteld. We bekijken wat te achterhalen viel van de kinderen van Evert Stoffels en Johanna van Veen.

    Zoon Eijbert Stoffels, uit 1878, en overleden na 1948, trouwde op 29 januari 1903 met Maria Johanna Stroober (Marie), die op 1 februari 1875 te Amsterdam ter wereld kwam als dochter van Hendrikus Cornelis Stroober en Engel Rebecke Hermine Schumann.Marie Stroober leefde nog in 1950. Dit bevestigde nog eens een innige relatie met de familie Stroober. Eijberts jongere broer Jan was hem in 1899 voorgegaan door met een zuster van Marie te trouwen. Meer over de Stroobers en hun vermaarde fietsenwinkel verder naar onderen op deze pagina. In 1897 werd Eijberts signalement opgemaakt voor het Militieregister. Hij was 1.77m lang, had een gewoon voorhoofd, blauwe ogen, een gewone neus en mond, een ronde kin, en bruin haar en dito wenkbrauwen. In maart 1898 werd Eijbert ingedeeld bij de Zeemilitie. In 1903 mocht hij de militaire dienst met een paspoort verlaten.

Links: Eijbert Stoffels (1878) op een foto van de registratiekaart voor marktkooplieden, Stadsarchief Amsterdam

    Eijbert was Nederlandsch Hervormd, doch zijn vrouw wordt rooms-katholiek genoemd. Uit bovenstaande advertentie, in dagblad De Waarheid, spreekt een communistische gezindheid (ook Eijberts zoon en naamgenoot was later communist). In 1897 en 1923 staat Eijbert geboekt als schuitenvoerder. In later jaren was hij evenwel marktkoopman. Eijbert en Marie kregen de volgende kinderen:

Johanna Stoffels

geboren op 23 mei 1903 te Amsterdam; gehuwd op 12 december 1923 aldaar met Henri Theodoor de Groot (Henk; 1901 Amsterdam), zoon van idem en Gesina Johanna Petrus; Johanna was rooms-katholiek geworden, en verdiende de kost als cartonnage- of carbonnagewerkster. Haar man was in 1923 werkman.


Henk de Groot

Hendricus Cornelis Stoffels (Harry)

        geboren op 13 maart 1905 te Amsterdam; gehuwd op 18 oktober 1928 met de Nederlandsch Hervormde Johanna de Vos, die op 30 oktober 1906 in Amsterdam geboren was als dochter van Jacob de Vos en een nog                          onbekende vrouw; Hendricus Cornelis staat in het bevolkingsregister óók als rooms-katholiek te boek, hoewel dit later is doorgestreept. Hij was los werkman. Op 13 juli 1932 kreeg het echtpaar te Amsterdam een dochter                     Maria Johanna Stoffels.

Harry Stoffels als lid v an het visclubje van de Familie Stoffels; 1930-1940?

Evert Stoffels

          geboren op 26 januari 1908 te Amsterdam; een later levensteken dateert van 23 april 1930; hij verliet toen als los werkman het ouderlijk huis; staat ook als rooms-katholiek geboekt. Deze vermeldingen van rooms-katholicisme in een vanouds protestantse familie leken aanvankelijk niet alleen mij, maar ook afstammeling Heimen J.F. Stoffels vreemd. Hij weet niet anders dan dat zijn familie Nederlandsch Hervormd was. Volgens andere familieleden is de verklaring simpeler: de kinderen van Evert en Johanna werden door de Stroobers rooms-katholiek gedoopt, maar bij sommigen verwaterde dit. Enkele Stoffelsen behoorden niet meer tot enig kerkgenootschap. Sommigen pakten het rooms-katholieke geloof later weer op, en een enkeling, zoals de tak van genoemde Heimen, werd weer als vanouds protestants.

Algemeen Handelsblad | 27 mei 1931

Terug naar Evert: hij trouwde op 23 april 1930 in Amsterdam met een nog maar zestien jaren oud meisje uit Duitsland: Gertrud Elisabeth Katharine Hansen, die in of omstreeks 1913 in Altona bij Hamburg ter wereld was gekomen, als dochter van de ongehuwde moeder Marthe Klara Dorothea Hansen. Het huwelijk van Evert eindigde reeds op 7 april 1933 in een echtscheiding. Reeds in 1931 was zij spoorloos, zoals uit bovenstaand krantenbericht blijkt.

Marie Stroober verkocht kennelijk in een hoekje van haar huis sterke drank; bericht uit 'Het nieuws van den dag", 12 maart 1907

nog meer kinderen Eijbert Stoffels 1878 (1)

    De volgende kinderen van Eijbert Stoffels en Marie Stroober waren:

Eijbert Stoffels

        geboren op 22 mei 1909 te Amsterdam; staat eveneens als rooms-katholiek te boek, hoewel later godsdienst: geen wordt aangegeven. Eijbert was fotograaf van beroep. Op 3 juni 1931 trouwde hij met Antje Mulder, dochter van Hermanus Mulder en Anna Catharina Wilhelmina Alida Beems. Antje werd op 8 januari 1910 te Amsterdam geboren. Eijbert en Antje hadden een zoon Hermanus Stoffels (geboren op 3 oktober 1932 te Amsterdam), en een zoon Eijbert Stoffels (13 oktober 1938 Amsterdam).

        Deze laatste Eijbert, uit 1938, woonde in Amsterdam-Osdorp. Hij was op zijn beurt de vader van de bekende rugbyspeler, later trainer Gerco of Gerko Stoffels (1966; komt in beide spellingen voor). Deze familietak heeft, volgens Omroep Flevoland, in een uitzending in april 1999, “vele rugbyspelers opgeleverd”. Zie het vervolg hieronder. Eijbert (1938) was zelf ook rugbyspeler, zelfs voor het Nederlandse nationale team, en, volgens bijgaand in-memoriam, uit 2009, een 'oer-kommunist'. Eijbert stierf op 2 november 2009, en werd op 14 november daaraanvolgend te Amsterdam begraven. Hieronder valt te lezen hoe zijn overlijden herdacht werd bij zijn rugbyclub AAC:



Vandaag, maandag 9 november, om kwart voor één is Eijbert Stoffels overleden.

In Hilversum hebben ze een stamtafel. Een tafel met de naamplaatjes van de leden die lang geleden RCH weer van de grond tilden. Niemand, waarvan de naam niet op de tafel staat, wordt geacht aan die tafel te zitten. Niemand, behalve Eijbert. In Hilversum vertelden ze me dat Eijbert eigenhandig en in zijn eentje hun clubhuis had gebouwd. Ik heb nooit getwijfeld aan dat verhaal.

Eijbert was een prop; een echte. Zo één die staal met handen breekt, maar ook één die met diezelfde handen dan weer heel erg lekker een balletje kon vangen en gooien. En dat in een tijd dat zulks in het geheel niet werd verwacht van een speler in de eerste rij.

Hij had bijna nooit gerugbyed. Zoals de oer-kommunist graag mocht vertellen, moest hij eerst voor een ballotage-kommisie verschijnen voordat hij lid mocht worden van AAC. Van zijn lidmaatschap heeft AAC nooit spijt gehad. Niet alleen op het veld. Ook naast het veld bleek Eijbert een aanwinst. Zijn inzet, zijn sterke verhalen, zijn passie voor het Franse rugby en geslepenheid in het kaartspel etalleerde hij allemaal graag vanaf zijn stamtafel.

De landskampioen, veelvuldig international en vader van internationals, stopte een aantal jaren terug met spelen om zich te richten op het suppor-terschap. En met hartstocht. Op ieder moment dat er AAC-ers in het veld stonden, stond Eijbert langs de (zelfgetrokken) lijnen. Eijbert was een enthousiast supporter van alles en iedereen in AAC -tenue, maar toch vooral van zijn kleinzoons.

Eijbert laat een groot gat langs de lijnen en aan twee stamtafels.



Michel Korterik en Gerco Stoffels zijn kontaktpersonen namens de familie.

Zodra er meer bekend is over de begrafenis zal dit ook op deze site worden bekend gemaakt.

http://www.aacrugby.com/modules.php?name=News&file=article&sid=1942 [link lijkt niet meer te werken - FS]


nog meer kinderen Eijbert Stoffels 1878 (2)

    De jongste kinderen van Eijbert Stoffels en Marie Stroober:

Engel Rebecke Hermine Stoffels

    Zij aanschouwde het levenslicht op 4 oktober 1911 in Amsterdam. Waarschijnlijk was zij fabrieksmeisje. Op 11 januari of 17 mei 1933 trad zij te Amsterdam in het huwelijk met Gerardus Martinus Hendricus Blok. Blok was rooms-katholiek, en marinier 1ste klasse. In 1936 woonde het echtpaar om die laatste reden korte tijd in de Marinierskazerne aan het Oostplein te Rotterdam. Hierna keerden zij terug naar Amsterdam, waar ze huisden op Eerste Looiersdwarsstraat 20-II. Engel Rebecke Hermine stond aanvankelijk te boek als rooms-katholiek, doch later staat bij godsdienst: geen.

Maria Johanna Stoffels

    werd geboren op 24 juli 1914 te Amsterdam. In 1935 zien we haar trouwen met Pieter Mulder (1911).

Jan Stoffels

    geboren op 28 oktober 1916 in Amsterdam. Hij was fietsenmaker en marktkoopman. Mogelijk was hij de Amsterdamse Jan Stoffels die omstreeks 1940 trouwde met dienstbode Evertje Kamphorst (Eef), dochter van Evert Kamphorst en Evertje Schipper, geboren op 23 maart 1915 te Voorthuizen en overleden op 27 april 1976 te Emmeloord. In dat geval was Jan de vader van Jeannette Everdina Stoffels (Netty), geboren op 28 september 1943 te Nijkerk, en overleden op 15 oktober 2002; én van Evert Jan Gerardus Johannes Stoffels, geboren op 19 december 1945 te Amsterdam.

Cornelis Josephus Stoffels

    werd als jongste kind geboren op 10 juli 1919 te Amsterdam. Ook hij was rooms-katholiek, en marktkoopman.


Station Amsterdam-Lelylaan, de toegangspoort naar Osdorp | foto: Marieke van den Haak | 17 februari 1987

1992/1993: de rugbywereld van Gerco Stoffels

    Aan het eind van 1992, begin van 1993 bleek een kollega van mijn vrouw Marieke bij marktonderzoekbureau Inter/View, Toine Hendrikse genaamd, bevriend te zijn met een zekere Gerco [ook: Gerko] Stoffels. Beiden speelden in een rugbyelftal, AAC te Amsterdam. Volgens een tv–verslagje, op Omroep Flevoland, gehoord in april 1999, kwam Gerko “uit een familie die vele rugbyspelers heeft geleverd”.

    Toine Hendrikse wist Marieke te vertellen dat Gerko’s vader Eijbert Stoffels heette. Inmiddels weten we dat deze Eijbert de Eijbert Stoffels ui 1938 is geweest. Deze Eijbert woonde te Amsterdam–Osdorp, op H. Gerhardtstraat 84.

    Uit het Nieuws van de Dag van 25 januari 1993 plukte ik een foto bij een verslag van een door AAC gespeelde wedstrijd. Op de foto prijkt Gerco Stoffels.



Gerco Stoffels | Foto: Frank van den Berg
wedstrijdverslag in De Telegraaf, 18 nov ember1991


Dartele geliefden


Singel 14 | foto: Frits Stoffels 14 juli 1985

Jan Stoffels
(1880-1953)

(zoon van Johanna van Veen

en Evert Stoffels)

Jan Stoffels, vermoedelijk omstreeks 1940

    Jan Stoffels, die geboren werd op 25 februari 1880 in Amsterdam, was de op een na jongste zoon van Evert Stoffels en Johanna van Veen.

    Als zijn beroep vind ik: schuitevoerder. Dit betreft opgaven uit 1899 en 1903. Maar in 1899 wordt hij ook pakhuisknecht genoemd. Een laatste beroepsvermelding die ik vond, uit 1918, noemt hem bootwerker.

    Toen Jan nog maar zeventien was, maakte hij al een meisje zwanger, de Amsterdamse Engel Rebecke Hermine Stroober, een dochter van pakhuisknecht Hendrikus Cornelis Stroober en Engel Rebecke Hermine Schumann, beiden uit Amsterdam. Dit meisje werd daar geboren op 6 november 1879. Zij was een zuster van de al eerder genoemde Maria Johanna Stroober, echtgenote van Jans net iets oudere broer Eijbert - zie boven.

    Dit zal voor beiden wel een gespannen tijd geweest zijn, gezien de toenmalige zeden. Het kind werd ook nog precies op Jans achttiende verjaardag geboren, op 25 februari 1898.

    Anderhalf jaar later, op 14 september 1899, traden de dartele geliefden toch maar in de wat gestroomlijnder huwelijksboot, te Amsterdam. Luttele jaren later, in 1903, trouwde Jans oudere broer Eijbert met een zuster van Engel Rebecke Hermine, namelijk met Maria Johanna Stroober.

    Jan was Nederlandsch Hervormd. Hij overleed na 1936. Volgens een lijst van kiezers, in 1919 opgemaakt te Amsterdam, huisde Jan Stoffels op Binnenwieringerstraat 22. Zijn oudere broer Eijbert woonde op dat ogenblik aan dezelfde straat, op nummer 23. Jan overleed op 6 februari 1953 te Amsterdam, en werd op 6 mei 1944 te Amsterdam voorafgegaan door zijn vrouw Engel Rebecke Hermine.


Singel 14, het woonhuis van Jan Stoffels |  foto: Frits Stoffels 14 juli 1985


De tweede generatie  (een kleine fantasie over hoe het zou kunnen zijn gegaan)


"Ik ben altijd een grotestadsjongen geweest. M’n ouders, ja, die kwamen uit een nesterig stadje bij Kampen. ‘k Ben er nog wel ’ns geweest, gestuurd door m’n vader. Die vond dat ik daar de familie moest leren kennen.

Niks voor mij. Drie stappen alle kanten op en je stond in het weiland. En die lui daar, nou ja, te duf om ze uit hun stofnest wakker te maken. En vróóm, vróóm... Amsterdam noemden ze een satansstad, waar de duivel voorop liep in het socialistenoproer.

Nee, geef mij maar Amsterdam. Lekker dwalen door steegies en sloppies. Het onbekende hè, dat trekt me. Beetje aan de praat raken met ouwe sjacheraars en handelaartjes in de jodenbuurt of achter de Warmoesstraat. Ik bleef wel‘es nachten weg van thuis. Maar daar werd nooit veel van gezegd.

Op een dag was ik met m’n vader mee, een klus ergens buiten de stad. Ergens bij Diemen of Weesp. M’n vader legde aan bij een boer en liet mij achter bij de schuit. ‘Pas op de boot’, zei hij nog. Maar dat deed ik niet. Ik ging het weiland in.

In de verte, bij het water, zag ik een in d’r beste kleren uitgedoste familie, uit de stad. Zaten daar met mandjes vol lekkernijen. Wat meer het land in zag ik een jonge meid die d’r zeker bijhoorde, bloemetjes plukken. Ik liep op d’r af.

Toen ze me zag, begon ze meteen te lachen, zo op een bepaalde manier. Ze had’t warm en knoopte wat los. Weer die lach daarbij. ‘Jij bent niet van hier’, zei ze, ‘jij komt uit Amsterdam’. ‘k Vroeg waar ze woonde, niet eens zo’n deftige buurt, want dat dacht ik even. ‘Ik heet voluit Engel Rebecke Hermine’, zei ze. Ik floot tussen m’n tanden, zo’n naam heeft niet iedereen, en zo deftig was ze dus niet. Ze moest lachen om m’n reaktie. En ondertussen greep ze m’n hand en legde die om haar heup.

Ik wees naar een plekje verderop, met struikgewas en bomen. Ze keek even achterom, of d’r ouders d’r zagen. ‘En wat dan nog’, zei ik. Maar ze hadden niks in de gaten, we hoorden ze nog de hele tijd lachen.

Toen ik terugkwam bij m’n vaders schuit, zat–ie d’r al. Hij zei niks, maar ik weet zeker dat–ie iets gezien heeft. De hele weg terug keek–t–ie voor zich uit. ‘Jij moest maar ’ns een paar maanden naar Elleburg’, zeidie, vlak voor we weer op de Prins Hendrikkade aanlegden. ‘En daarna, als je weer terug bent, dan zien we wel hoe het verder moet’."


Frits Stoffels

5 mei 1987



Jans woonhuis lag pal tegenover de Ronde Lutherse Kerk | foto: Frits Stoffels 14 juli 1985

kinderen van de dartele geliefden

Er kwamen zeker negen kinderen. Volgens nazaten was Engel Rebecke Hermine Stroober rooms-katholiek, terwijl Jan geen godsdienst had. De eerste kinderen werden rooms-katholiek gedoopt, bij de volgende kinderen gebeurde dit soms niet meer.

Evert Stroober > Stoffels (voorechtelijk)

geboren op 25 februari 1898 te Amsterdam als Evert Stroober; na huwelijk der ouders erkend als Evert Stoffels.
Hoe het verder ging? Dat zien we zo.

Hendricus Cornelis Stoffels

geboren op 9 augustus 1900 te Amsterdam. Trouwde op 24 november 1920 in de hoofdstad met Maria Kok (29 oktober 1902 Amsterdam), dochter van Johannes Frederik Kok en Christina Frederika Jacoba van Breenen.
Was werkman, doch vermoedelijk ook fietsenreparateur. Schijnt rooms-katholiek te zijn geweest, in tegenstelling tot zijn hervormde vrouw. Drie kinderen: Engel Rebecke Hermine Stoffels (28 maart 1921 Amsterdam) en Johannes Frederik Stoffels (Frits; 28 mei 1923 Amsterdam-30 januari 2013 Amsterdam), en het derde, vernoemd naar zijn vader, Hendrikus Cornelis Stoffels (Harry, geboren omstreeks 1925 en overleden op 15 december 2011). Harry was gehuwd en had twee dochters.

Frits was aanvankelijk fietskoerier, belandde in Berlijn en ontmoette hier zijn echtgenote, Klawa Matuchina (1928), een Russische vrouw uit Orjol/Orel aan de Oka, ten zuiden van Moskou. Na de oorlog trouwde Frits, terug in Amsterdam, met zijn Klawa, in april 1946. Het echtpaar kreeg drie kinderen. Frits klom op van scheepsschilder tot teamleider van een ploeg die vooral de binnenzijden van containerschepen van een mooi verfje voorzag. Frits en Klawa woonden nadien nog enige tijd in Zwaag en Blokker, maar keerden toch weer terug naar Amsterdam.

Johanna Stoffels

geboren op 29 maart 1903 op Singel 14 te Amsterdam, doch reeds op de volgende dag te Amsterdam overleden.


Jans fotoalbum



Boven: Jan Stoffels en zijn visclubje, vermoedelijk in de jaren dertig. Zelf staat hij rechtsachter. Linksachter zijn zoon Evert Stoffels, in het midden zoon Jan Stoffels. Vooraan links: Harry Stoffels, rechts: Henk de Groot, onderscheidenlijk zoon en schoonzoon van Eijbert Stoffels 1878 - zie boven. "De spaarpot van de visclub - in de vorm van een houten huisje - stond bij mijn vader in de sigarenwinkel op de Haarlemmerstraat, naast de fietsenwinkel van de Stroobers", weet Jan Stoffels' kleinzoon Ko Madiol mij te melden. Eronder een berichtje uit Het Volk van 17 juni 1941, waarin alle familienamen voorkomen: Stoffels-Stroober-Madiol-Wempe.

Jan Stoffels en Engel Rebecke Hermine Stroober veertig jaar gehuwd, in 1939

Jan Stoffels en Engel Rebecke Hermine Stroober, omstreeks 1940 (geschat)
voor bovenstaande drie foto's: dank aan Maarten Stoffels en familie

en toen stierf de vrouw met wie Jan lief en leed gedeeld had...


nog vijf kinderen

    De volgende vijf kinderen van Jan Stoffels en Engel Rebecke Hermine Stroober waren:

Jan Stoffels

    geboren op 16 februari 1906 te Amsterdam; stond als kind als rooms-katholiek te boek, doch later met godsdienst: geen. Beide wordt bevestigd door zijn nakomelingen. Voor Jan Stoffels - ZIE ONDER!

Vervolgens kwam er een tweeling:

Allardt Johan Stoffels (Alex) (zie verderop) en

Engel Rebecke Hermine Stoffels (Mien - zie fotootje),


    beiden geboren op 19 april 1909 te Amsterdam; over Allardt Johan straks meer; het meisje van deze tweeling trouwde op 11 of 24 juni 1931 in Amsterdam met Jacobus Hendrikus Madiol (geboren op 10 november 1904 te Amsterdam, zoon van Jacobus Henderikus Madiol (1875-1956) en Geertruida Angenita Jacomina Brandhoff (1874-1942). Engel Rebecke Hermine Stoffels en Jacobus Hendrikus Madiol kregen twee kinderen. Mien werkte als winkelierster in een bakkerij, later dreef zij een eigen sigarenwinkel, Sigarenmagazijn Stoffels, op Haarlemmerstraat 59 in Amsterdam - zie de foto's onder. Deze sigarenwinkel lijkt alleen eind jaren veertig en begin jaren vijftig te hebben bestaan. Dit kan kloppen, daar Mien later een café dreef in hartje Amsterdam: "Tante Mien had jarenlang een bruine kroeg vlak bij de rosse buurt", weet neef Maarten Stoffels uit eigen herinnering.




Telefoongids van 1950, Amsterdam: de sigarenwinkel van Mien Stoffels; de twee Stoffelsen erboven zijn ook familie (Evert Jan Stoffels, journalist bij De Telegraaf, Patroclosstraat, neef van mijn vader, en Evert Jan Stoffels, schoolhoofd, broer van mijn vader)

    De verwevenheid van de Stoffelsen met de Stroobers kon aardige advertentiecombinaties opleveren, zoals deze, met bovenaan de fietsenwinkel van de Stroobers (zie verderop), en onderaan de sigarenwinkel van Mien, beiden in de Haarlemmerstraat gevestigd, beiden adverterend in communistisch dagblad De Waarheid:

   
    Bovendien woonde in het huis bij het sigarenmagazijn ook weer een Stroober, B.H.J. Stroober, geboren in 1917. En in 1969 overleed hier een andere B.H.J. Stroober, (mede-)oprichter van de fietsenwinkel Presto van de Stroobers.


Burchard Herman Jacobus Stoffels

    werd gebaard op 5 september 1912 te Amsterdam. Van hem is mij verder niets bekend.

Cornelis Josephus Stoffels

    Dit jongetje werd niet oud. Het werd geboren op 5 april 1915 te Amsterdam, en stierf er op 22 mei 1915.

Cornelis Josephus Stoffels (Cor)
    aanschouwde het levenslicht op 30 mei 1921 te Amsterdam, en overleed op 5 juni 2007 in Alkmaar. Zijn echtgenote werd, op 2 januari 1947 in Amsterdam, Elisabeth Hendrika Pos (Bep; 2 dec 1921 Amsterdam-17 feb 1999 Amsterdam). Het paar kreeg één kind.

Trouwfoto van Cor Stoffels en Bep Pos

het overlijden van Cor in 2007 | beide afbeeldingen met dank aan Karel Stoffels


gezinskaart van Jan Stoffels

de drie delen van de gezinskaart van Jan Stoffels (1880) en Engel Rebecke Hermine Stroober (1879) uit het Stadsarchief van Amsterdam


internationale faam met eigen karretjes

    Leden van de familie Stroober dreven een fietsenstalling aan de Binnen Wieringerstraat. Toen Evert Stroober de leiding kreeg, gaf hij er een uitbreiding aan door ook fietsen te gaan herstellen. Zijn vader, Burchard Herman Jacobus Stroober (Herman), kwam bij hem in de zaak nadat hij elders zijn ontslag had gekregen. Herman, geboren op 25 juli 1889 te Amsterdam, was een broer van de ons reeds bekende Engel Rebecke Hermine en van Maria Johanna Stroober. Hij trouwde in 1914 met Neeltje Hendrika Stompé (Neel). Herman overleed op 19 januari 1969, op Haarlemmerstraat 59 in Amsterdam. Zijn vrouw Neel leefde toen nog.

In 1950 plaatsten Herman Stroober en zijn vrouw Neel Stompé deze gelukwens voor Hermans zuster Marie in communistisch dagblad De Waarheid

    Evert Stroober bouwde de fietsenzaak verder uit door zelf ook fietsen te vervaardigen. Hierin bouwde hij internationale faam op: grote namen uit de wielerwereld reden hun koersen op door Evert gefabriceerde fietsen.

    De families Stoffels en Stroober waren rondom deze fietsenzaak sterk verweven. Van beide families was de Binnenwieringerstraat het episch centrum. Ze woonden er op een kluitje! Ook een of meer Stoffelsen werkten als fietshersteller, zo niet in de Binnenwieringerstraat, later Haarlemmerstraat, dan toch te Amsterdam.


de echo’s van Evert Stroober

    Aan het begin van 1992, omstreeks de jaarlijkse herdenking van de Februaristaking, verscheen in het Amsterdamse Stadsblad de Echo een artikel over een zekere verzetsstrijder uit de tijd van de Duitse bezetting. Zijn naam: Evert Stroober.

    In het artikel is sprake van een fietsenstalling, aanvankelijk gedreven door zijn moeder, gelegen aan de Binnenwieringerstraat, ‘ver vóór de oorlog’. Dit is de fietsenstalling die uitgroeide tot de vermaarde fietsenwinkel van de Stroobers, Presto - zie boven.

    In december 1998 had ik een telefoongesprek met een Mevrouw Dekker uit Almere–Haven. Op het horen van mijn familienaam (Stoffels) stak ze prompt van wal over ‘mijn oom Evert Stroober’. Die uit het verzet? Ja! Die in De Echo had gestaan? Ja, dat artikel!

    Ze wist me ook te bevestigen dat hij ‘familie van de Stoffelsen’ was. Hij had het daar ‘altijd o­ver’. Sterker nog: hij had een stamboom van de familie Stoffels gemaakt. Evert overleed op 5 mei 1999 in Amsterdam. Daarom hulde aan Ger Kraaij van De Echo, die onderstaand vraaggesprek in 1992 met Evert voerde, en zo informatie van onschatbare waarde voor het nageslacht bewaarde!

    Vrijwel zeker is hij: Evert Gerardus Stroober (1919 Amsterdam-1999 Amsterdam), gehuwd (onder voorbehoud) met Truus Worp, zoon van Burchard Herman Jacobus Stroober (Herman; 1889 Amsterdam-na 1950) en Neeltje Hendrika Stompé (1893 Amsterdam-na 1950). Herman Stroober was een broer van de ons inmiddels welbekende gezusters Maria Johanna en Engel Rebecke Hermine.


Evert Stroober: “Ik ben het allemaal aan het opschrijven”

Bij herdenking Februaristaking komen herinneringen


door Ger Kraaij

uit Amsterdams Stadsblad de Echo, 19 februari 1992

Evert Stroober ... herinneringen worden sterker.

Foto: Jan Onclin


Evert Stroober heeft jaren na de oorlog nog eens een kleine operatie uitgevoerd, zoals hij dat in het verzet geleerd had. “Dat was bij de opening van het verzetsmuseum, in de Lekstraat. Een actie met een stel vrienden, het leek een beetje op een infiltratie. Compleet met het gelijkzetten van de klokjes, op de seconde”.

Dat verzetsmuseum had hij helpen opbouwen, maar met het bestuur kon hij het op den duur niet meer vinden. “Toen de officiële opening kwam kreeg ik geen uitnodiging. Die kreeg wel een goede vriend van me, de schilder Sjors Kopinsky. Hij heeft toen een stel imitaties gemaakt, zó goed, dat we kwijt zijn geraakt welk exemplaar het origineel is”.

Een stel oude vrienden uit de oorlog deed mee. Lacherig togen ze naar de Lekstraat. “Horloges gelijk, en om de twee minuten eentje naar binnen, zwaaiend met die imitatie. En dan met een glaasje in de hand tegen mekaar zeggen: “Hé, ben jij hier ook, wat leuk zeg. Was jij óók uitgenodigd?”

Sommige bestuursleden moeten groen van ergernis gezien hebben, maar Stroober is wel gekker gewend. De avonturen die hij in de oorlog beleefde zijn van dien aard, dat hij er nu nog moeite mee heeft.

“Hoe ouder ik word, hoe meer ik er last van krijg. Ik heb op gegeven moment mijn zaak moeten opgeven, ik kon m'n hoofd er niet meer bijhouden.'

Fietsenstalling

Dat was Presto, op de Haarlemmerstraat. Stroober is in het fietsenmakersvak een grote geweest. Peter Post reed op door hem gebouwde karretjes, net als Jan Janssen en Roy Schuiten en tal van Australiërs en Russen die eregoud wonnen.

“Geen gek bedrijf, als je bedenkt dat het begin ervan de fietsenstalling was, die mijn moeder destijds aan de Binnen Wieringerstraat had”.

Dat was ver vóór de oorlog. Een maand stalling kostte nog geen twee kwartjes. “En mijn moeder had een porderswijk. Dat heb ik een paar jaar gedaan: mensen wakker maken vanaf 5 uur in de ochtend. Moest je aan de deur rammelen, roepen of iets tegen de ramen gooien. Een wekker kostte in die tijd toch gauw een gulden of zes, zeven. Dat hadden de mensen niet, maar een dubbeltje voor een hele maand porren kon er wel af.”

Het waren veelal klanten van de stalling, en de fiets moest Evert dan vast buiten zetten, langs de rand van het trottoir. “Plek zat, auto's had je toen niet. Onze grootste klapper maakten we altijd met de Stille Omgang. Dan kwamen ze uit heel Noordholland op de fiets. Maar het gekke was dat velen 's avonds naar de Wallen gingen, voor een korte uitspatting. Dat ging elk jaar zo. En als ze dan 's nachts hun fiets nog kwamen halen gaven ze uit verlegenheid vaak een extraatje.”

Fietsreparateur

Later leende hij drie rijksdaalders van zijn vader, en begon als fietsreparateur bij zijn moeder. Hij bewaart rekeningen uit die tijd: 'Voor het volledig reviseren van uw rijwiel, f1,-.' Daar zat driekwart dag werk in.

Zijn vader kwam later bij hem in de zaak. “Toen-ie ontslagen was bij het GVB, vanwege zijn politieke acti-viteiten. Schreef onder meer voor 'De Tribune,” nou, dat kon blijkbaar niet.

Hij stuurde me als jongen altijd naar het Centraal Station om mensen op te vangen die uit Duitsland wa-ren gevlucht. We hadden een kamertje ingericht als tij-delijk asiel.”

Het was zijn eerste kennismaking met de Hitler-terreur. In de oorlog is daar heel wat bijgekomen. Hij kan zich nog herinneren dat hij op 25 februari 1941 's morgen[s] in het donker pamfletten stond uit te delen bij de tramremise op het Haarlemmerplein. Aan de tramleiding hing een reusachtig bord: 'Staakt!! Staakt!! Staakt!!” “Dat hadden we opgehangen door een touw met een steen er aan over [de] electrische leiding te gooien.”

Amsterdam staakte die dag tegen de Jodenvervolging. “Rond een uur of 8 dwongen Duitsers, met het geweer in de aanslag, de brandweer dat bord er weer af te halen. Maar toen was de staking zich al over de hele stad aan het uitbreiden.”

Later heeft hij gedurfde acties uitgevoerd. Hij fietste door de stad met een verbouwde driewieler, in dienst van de Geneeskundige Dienst. De onderduikers lagen onder het zeil.

En hij heeft veel doden weggebracht. “Rubber laarzen aan, een schort voor, en liters lysol om over je heen te gooien. Veel lichamen stonden weken boven de grond, begrafenisondernemers had je niet. De lichamen werden verzameld in de Zuiderkerk, daar liep zelfs een man met een ratel rond om het ongedierte terug te dringen.”

Lading dynamiet

Met zijn driewieler en een band met een rood kruis om de arm was hij contactman voor de ondergrondse. “Op een gegeven moment moest er een lading dynamiet uit het C.S. worden gehaald, want de Duitsers wilden daarmee de heleboel gaan ondermijnen. Dat zou een knokploeg doen, tot ik hoorde dat daar geen tijd meer voor was.”

Toen heeft-ie maar aan zijn vader voorgesteld om het zelf te doen. Er lag een Duitse wachpost tegenover het C.S., op de hoek bij de Martelaarsgracht. Ze kwamen er midden in de nacht langs – spertijd – door te doen alsof ze door een collaborerende politieman gepakt waren. “Dat deed toen Rozema, de hoofdcommissaris van politie. Die had lef, hij vond het te gevaarlijk om ondergeschikten te sturen”.

Stroober klom bij het C.S. naar binnen, en vulde de zakken die hij meehad. “Tot ik ontdekte dat ik lang niet alles in één keer kon meenemen. Dus hebben we de hele tocht die nacht nog eens herhaald.”

Het gevaarlijke spul lag in de kelder van de rijwielzaak, tot koeriersters het weghaalden. Evert reed een partij op zijn driewieler dwars door de stad naar een afleveradres.

En hij nam later aan acties deel die nog harder waren. De herinneringen daaraan laten hem niet met rust. Hij is bezig het allemaal op te schrijven, als onderdeel van een therapie.

“Ik was jong, rond de 25. Je durfde die dingen gewoon te doen. Gek eigenlijk, want een vechter ben ik bepaald niet.”

De herdenking van de Februaristaking, bij de Dokwerker op het Jonas Daniël Meyerplein begint 25 februari om 17.00 uur.


van Evert Stroober tot Evert Stoffels

    Oudste zoon van Jan Stoffels en Engel Rebecke Hermine Stroober was Evert Stoffels, die wegens voortijdgheid eerst nog kort als Evert Stroober door het leven ging. Hij werd geboren op 25 februari 1898 te Amsterdam, en overleed op 12 december 1945.

Evert Stoffels

    Als zijn beroepen vond ik: los werkman; werkman (1918); chauffeur (1920 en 1932); huisknecht (1932). Kleinzoon Harrie Wempe herinnert zich dat zijn grootvader ook een rijschool had, waarbij hij zelf de instructeur was. Evert hield van vioolspelen, en vervaardigde ook wel eens een schilderijtje. Hij staat afgebeeld op een foto waarin hij met enkele anderen het visclubje van de Familie Stoffels vormde, vermoedelijk in de jaren dertig.

    Op 20 februari 1918 was te Amsterdam Everts grote dag: toen gaf hij het jawoord aan Harmpje Alida Margaretha Bon. Deze jongedame, geboren op 31 december 1896 te Weesperkarspel, en overleden op 25 augustus 1978 te Amsterdam, was een dochter van Teunis Bon en Alida Johanna Scholten. Evert en vrouw schijnen rooms-katholiek te zijn geweest.

    Evert en Harmpje A.M. kregen een drietal kinderen (onder enig voorbehoud):

Engel Rebecke Hermine Stoffels (Mien)

    geboren op 2 januari 1919 te Amsterdam; zij trad op 8 december 1938 in het huwelijk met Jacobus Cornelis Hoek, geboren op 19 juni 1914 te Amsterdam en daar overleden op 21 augustus 1979, zoon van Gerrit Hendrik Maarten Hoek (1891-1946) en Catharina Beukman (1894-1946). Mien bereikte een prachtige leeftijd en overleed als 92-jarige op 19 juli 2011, in haar geboortestad Amsterdam.

Teunis Stoffels

    geboren op 6 augustus 1920 te Amsterdam. Teunis trouwde op 31 januari 1946 met Maria Hedwig Kuster (1918-2006 Lelystad). Teunis was eerst automonteur, en later medewerker bij Van Gelder Papier. In Harderwijk vond zijn leven een einde, op 31 januari 2006. Zijn vrouw stierf slechts iets meer dan twee maanden later.

en nog een dochter:

Eva Janna Stoffels

Eva Janna Stoffels (1922-1959) op een foto uit 1940
met dank aan Harrie Wempe

    geboren op 4 november 1922 te Amsterdam en overleden op 4 januari 1959, begraven te Amsterdam; zij trouwde op 21 mei 1941 met Harrie Wempe (4 december 1919-13 augustus 1992 Amsterdam)


chauffeur van mijnheer Van Gelder

Vierde kind van Jan Stoffels en Engel Rebecke Hermine Stroober was Jan Stoffels, geboren op 16 februari 1906 in Amsterdam. Hij moet een prachtige baan hebben gehad, als persoonlijk chauffeur van mijnheer Van Gelder, de directeur of eigenaar van de bekende Van Gelder Papierfabrieken. Want zo te zien, toerde Jan met Van Gelder niet alleen hier te lande, maar ook door mooie buitenlanden:

Jan Stoffels als chauffeur van Van Gelder; jaren 1930-1940?

    Jan was een fervent fietser (op de Jaap-Edenbaan) en loper. Hij overleed op 14 maart 1988 in het Noordhollandse Tuitjenhorn. Hij trouwde op 15 juni 1933 en kreeg twee kinderen.

Jan Stoffels ten tijde van zijn verloving, omstreeks 1932 | voor beide foto's dank aan Maarten Stoffels en familie

het laatste kind: Allardt Johan

    Rest ons nog één overgebleven kind van Jan Stoffels en Engel Rebecke Hermine Stroober, en wel Allardt Johan Stoffels, deel van een tweeling. Zijn roepnaam was Alex.

    Allardt Johan zag het levenslicht op 19 april 1909 te Amsterdam. Van beroep was hij magazijnbediende, maar hij wordt ook chauffeur genoemd. Ook hij staat aanvankelijk als rooms-katholiek vermeld, maar volgens de familie is hij uit eigen beweging hervormd geworden. Ook zijn zoon was Nederlandsch Hervormd.

    Op 20 augustus 1931 trad hij te Amsterdam in de echt met Foekje Udo (Foek) die in of omstreeks 1906 werd geboren, te Buiksloot bij Amsterdam. Haar voorouders kwamen uit Maarsseveen.

    Het echtpaar kreeg één kind: Jan Allardt Johan Stoffels. Alex en Foek overleden beiden na 1940.


leraar Duits en rector: Jan Stoffels

    Enig kind Jan Allardt Johan Stoffels (Jan) wordt genoemd in Wie is wie in Nederland 1984–1988, door Frans van Egmond.

    Jan Stoffels werd op 5 juni 1940 geboren in Amsterdam. Hier deed hij gymnasium–bèta aan het Hervormd Lyceum, en examen in 1958.

    Hierna studeerde hij Duits aan de Universiteit van Amsterdam, een studie die hij in 1968 bekroonde met de cum laude behaalde doctorandustitel.

    Van 1964 tot 1971 was Jan Stoffels leraar Duits te Delft. In 1971 kwam hij, eerst als leraar, later als conrector (1973), en ten slotte als rector (1976) op de Christelijke Scholengemeenschap Amsterdam–Noord. Hij was gehuwd, en liet verscheidene kinderen na, en - net als 'stamvader' Evert, had hij ook enkele pleegkinderen! Jan overleed op 5 februari 2002 in het Overijsselse Hengelo. Door een nazaat wordt hij beschreven als een zeer belezen man en boekenverzamelaar, een groot kenner van de Duitse cultuur en dito kunstgeschiedenis, bewonderaar van Goethe, en als iemand met een zeer uitgebreide kennis van de geschiedenis van Amsterdam.

                                                                                                                                                                                           Nieuwe Leidse Courant, 1 nov 1961

met dank aan: Maarten Stoffels (coördinator van diverse contacten), aan Henk Stoffels, Karel Stoffels, Mariëlle van Gemert-Stoffels, Ko Madiol, Harrie Wempe, Hans Stoffels en Heimen Stoffels (in willekeurige volgorde)