J.C. Stoffels: Lichtdragers [1928] (NIEUW)

laatste bewerkingsdag: 19 mrt 2012

J.C. Stoffels: Lichtdragers

Johannes Cornelis Stoffels, ofwel mijn oudoom Cornelis (1878-1952), was een bekend ontwerper uit de Art-Nouveautijd. Hij werkte bij Amstelhoek, Onder den St. Maarten en bij Stokvis in Arnhem. Met Jan Eisenloeffel richtte hij voor korte tijd de Firma Stoffels & Co op.
In 1928 blikt hij terug op zijn loopbaan in het kader van een kunsthistorische verhandeling over lichtdragers (lampen). In het Centraalblad der Bouwbedrijven verschijnt van zijn hand een interessante artikelenreeks. Opmerkelijk is hoe goed Cornelis de artikelenreeks schrijft en componeert: het geheel heeft een kop, een staart en een ziel. Onder de vele afbeeldingen vinden we gelukkig ook enkele foto's van werk van Cornelis Stoffels.

Met dank aan Cornelis' kleinzoon Peter de Rijcke, schrijver van de monografie over J.C. Stoffels, die de scans aan het familiearchief ter beschikking stelde. Zijn commentaar:
"Opvallend is zijn heimwee naar de idealistische periode rond 1900, maar ook zijn kennis van zaken en belezenheid verrassen me. Ik had niet gedacht dat hij zo'n goed formulerende theoreticus was. Opvallend is dat hij in 1928 al de term Nieuwe Kunst gebruikte, terwijl iedereen er van uit gaat dat pas in de jaren 60 Louis Gans de Nederlandse stroming van de Jugendstil/Art Nouveau zo noemde".




































































































Cornelis Stoffels verwijst enkele malen naar een artikel van kunstenaar Vilmos Huszár, 'De kunst en de leek', in het Bouwkundig Weekblad, 1922. Het vermoeden is dat Stoffels het werk van Huszár zeer bewonderde (of andersom), en inderdaad is er in Huszars tekstuele werk veel overeenkomst te vinden met dat van J.C. Stoffels. Het artikel van Huszár is (min of meer redelijk leesbaar hier, desnoods hier te vinden. Bij link-2: in het linkerrijtje vindt u 'Bouwkundig Weekblad'. Zoek de jaargang 1921-1922, deze verschijnt bovenaan in uw scherm. Klik door naar 1922, vervolgens naar bladzijde 160 voor deel 1, en naar bladzijde 169 voor deel 2 van De kunst en de leek. Meer over Huszár in Wikipedia.