Harmonieus harpenspel

laatste bewerkingsdag: 9 okt 2011


het leven van marie stoffels en fetze pijlman
zuster en zwager van mijn grootvader stoffels


door Frits Stoffels

Marie Stoffels omstreeks 1893



muziek


klanken zweven door de ruimte
als een nooit geschreven muziekstuk

de toonzetter plukt ze uit de kosmos
zet ze in rijen

van hoog en laag
bindt links en rechts

en maakt een klankenkast
vol onvoltooide stukken

frits stoffels
27 november 1999





Maria Johanna Stoffels (Marie)
dochter van Evert Jan Stoffels en Jantje Buis
geboren op 2 juni 1875 te Hoorn, Italiaansche Zeedijk
gedoopt op 16 januari 1876 te Amsterdam
overleden op 19 mei 1953 te Amsterdam
begraven op 22 mei 1953 te Amsterdam
gehuwd op 28 april 1904 te Amsterdam met

Fetze Pijlman (Fetze)
 "... de bekende musicus, die juist die toon weet te treffen die bij koren goed aanslaat..."
zoon van Hendrik Pijlman en Sjieuwke Joustra
geboren op 14 januari 1882 te Amsterdam
gedoopt op 29 januari 1882 te Amsterdam
overleden op 1 april 1965 te Amsterdam
II gehuwd in februari 1956 met
Wijntje van Moosel (Willy)
geboren op 8 november 1906
overleden op 29 november 1983


De wereld op A4-formaat

Harmonisch harpenspel

d o o r   F r i t s   S t o f f e l s



Musik! Musik! Musik!

Ein junger Mann, den ich sehr liebe,
weil er bezaubernd ist und nett,
der sagte neulich,
daß er mich zur Ehefrau gern hätt.
Doch weil er leider schrecklich arm wär,
hätt' er zu fragen nicht gewagt,
da habe ich als Antwort ihm nur
Folgendes gesagt:
Ich brauche keine Millionen,
mir fehlt kein Pfennig zum Glück,
ich brauche weiter nichts als nur Musik! Musik! Musik!
Ich brauch' kein Schloß, um zu wohnen,
kein Auto, funkelnd und schick,
ich brauche weiter nichts als nur Musik! Musik! Musik!
Doch eine ganze Kleinigkeit,
die brauch' ich noch dazu,
und diese große Kleinigkeit
bist du, nur du, nur du du du du!
Ich brauche keine Millionen.
mir fehlt kein Pfennig zum Glück,
ich brauch' nur deine Liebe und Musik! Musik! Musik!
Hans Fritz Beckmann

Marie Stoffels
tekening van haar broer Heimen/Hijme
omstreeks 1893-1900


De levensloop van Marie Stoffels en Fetze Pijlman


2 juni 1875
Maria Johanna Stoffels (Marie) geboren in Hoorn als dochter van Evert Jan Stoffels (1848-1921) en Jantje Buis (1848-1903)
16 januari 1876
Marie gedoopt te Amsterdam in de Hervormde Noorderkerk. Late doop in verband met schippersberoep van vader en moeder
14 januari 1882
Fetze Pijlman (Fetze) geboren in Amsterdam als zoon van Hendrik Pijlman (1854-1895) en Sjieuwke Joustra (1853-1939)
29 januari 1882
Fetze gedoopt in Amsterdam, in de Hervormde Nieuwezijdskapel
tot + 1883/84
Marie opgevoed in Enkhuizen bij grootouders Klaas Buis en Marijtje Boon. Daar ook nog naar school. Na vestiging aan de wal, in Amsterdam, van vader en moeder, komt Marie thuis wonen
1886
De familie Pijlman gaat mee in de Doleantie en wordt dus later gereformeerd
eind 1891/begin 1892
Marie voor enige tijd naar Rotterdam om te redderen bij haar weduwnaar geworden oom Jacob Stoffels (1843-1921). Enige tijd verkering met neef Chris Stoffels
1892
Fetze wordt lid van het kinderkoor Hosanna van het Koning Willemshuis in de Jordaan
1895
Eerste kontakten tussen de families Stoffels en Pijlman (begonnen met vriendschap Klaas Stoffels-Fetze Pijlman)
1897
Verkering van Klaas Stoffels met Hendriek Pijlman, en Cornelis Stoffels met Trijntje (Cathrien) Pijlman
1898
Foto, waarschijnlijk genomen door oudste broer Eduard, van Marie Stoffels, Fetze Pijlman, Heimen Stoffels, Klaas Stoffels, Cornelis Stoffels
1899
Verkering van Marie Stoffels met Fetze Pijlman
1900
Fetze richt een mannenkoor op in Amsterdam 7 januari
1901
Verloving van Marie en Fetze te Amsterdam
27 november 1902
Fetze Pijlman en Klaas Stoffels richten in Amsterdam het Gereformeerd Gemengdkoor op
tot 1904
Marie is naaister (uit naaien bij klanten), en voert een breiwinkeltje samen met haar moeder
28 april 1904
Huwelijk van Marie en Fetze in de Gereformeerde Keizersgrachtkerk te Amsterdam, ingezegend door Ds D.J. Karssen. Het echtpaar woont aansluitend aan de Marnixstraat, de Van der Duijnstraat, en op Planciusstraat 63I
1905
Eerste nummer van Fetzes maandblad De Harp
3 februari 1905
Geboorte van dochter Sjieuwke Pijlman (Suze)
11 maart 1906
Geboorte van dochter Johanna Maria Pijlman (Jans, later Jo) op Planciusstraat 63. Hierna wonen Marie en Fetze aan de Breeuwersstraat en op de Houtmankade
25 februari 1908
Geboorte van zoon Hendrik Pijlman (Henk)
29 november 1909
Geboorte van zoon Evert Jan Pijlman (Jan)
26 april 1911
Geboorte van zoon Fetze Pijlman (Fetze)
november 1912
Het Gereformeerd Gemengdkoor bestaat tien jaar
tot 1913
Fetze verricht kantoorwerk bij dagblad De Standaard. Dit is zijn tweede baan, na een eerdere bij de uitgeverij van Höveker
6 maart 1913
Geboorte van dochter Maria Johanna Pijlman (Marietje, later Rie, na emigratie ook wel Mary) op de Houtmankade
1913
Fetze gaat geheel van zijn muzikale bezigheden leven
+ mei 1913
Verhuizing naar de Admiraal De Ruyterweg
1914
Marie en Fetze verhuizen naar Frederik Hendrikstraat 94I, nadat een orkaan alle ruiten op de Admiraal De Ruyterweg heeft weggeblazen
26 december 1915
Geboorte van zoon Eduard Pijlman (Eduard) op Frederik Hendrikstraat 94I
5 januari 1917
Geboorte van zoon Klaas Pijlman (Klaas)
23 april 1918
Geboorte van zoon Heimen Cornelis Pijlman (Cor)
25 februari 1920
Marie baart een levenloos kind
november 1922
Het Gereformeerd Gemengdkoor bestaat twintig jaar


15 december 1927
Feestconcert van het Gereformeerd Gemengdkoor in gebouw Bellevue
1929 (?)
Verhuizing naar de Planciusstraat
26 april 1929
Met geheel de familie vieren Marie en Fetze hun vijfentwintigjarig huwelijk
1933
Verhuizing naar Eerste Helmersstraat 94
april 1944
Marie en Fetze vieren hun veertigjarig huwelijk met heel de familie
14 januari 1952
Fetze viert zijn zeventigste verjaardag


19 mei 1953
Marie sterft, zevenenzeventig jaar oud, in Amsterdam aan een hersenbloeding
augustus 1955
Fetze leert zijn koorlid Wijntje van Minnen-van Moosel (Willy) nader kennen
3 oktober 1955
Fetze legt in een brief aan zijn zwager Hijme Stoffels, mijn grootvader, de ontstane verhouding met Willy uit
februari 1956
Fetze trouwt met Willy van Moosel en vestigt zich met haar op Van Oldenbarneveldstraat 99
1 april 1965
Fetze Pijlman sterft op drieëntachtigjarige leeftijd in Amsterdam. Zijn dochter Jo zet het muziekfonds De Harp voort (tot eind 1989)
Meisjestalent

Hoorn | Italiaansche Zeedijk | omstreeks 1907

Vele dingen had de opvoeding van haar oudste broer Eduard met die van Maria Johanna Stoffels (Marie) gemeen. Beiden werden nog in het Hoornse tijdperk geboren, beiden werden na verloop van tijd door hun varende ouders, Evert Jan Stoffels en Johanna Buis, bij familie ondergebracht.
      Op 2 juni 1875, misschien min of meer toevallig in Hoorn was geboren, "op den Zeedyk alhier wyk 3 No 190", om vijf uur in de middag, op wat later Italiaanse Zeedijk ging heten en in 2003 huisnummer 118 was, werd Marie, met hulp van de drieënzestigjarige vroedvrouw Elisabeth Kuulmeyer, gebaard.
      Marie werd in haar eerste naam vernoemd naar haar grootmoeder Marijtje Buis-Boon. De naam Johanna moet wel afkomstig zijn van moeder (hier in de akte eveneens Johanna genoemd), hoewel dit te dien tijde ongebruikelijk was. Hooguit je allerlaatste kind gaf je de naam van vader of moeder mee. Wellicht is er ook een misverstand geweest in de familie dat Marijtje Boon een tweede naam Johanna droeg (meerdere malen aangetroffen).
      Vader was bij de aangifte op het stadhuis afwezig: hij zat ongetwijfeld op zijn schip. "Mijn vader was te dien tijde zetschipper op een kaasschuit van Hoorn op Rotterdam", lezen we in het dagboek van haar broer Eduard. Hiermee verdiende hij goed geld. Getuigen bij de aangifte waren Pieter de Groot (42), schipper, en Jacob Wiggers (25), eveneens schipper.

Hoorn uitgezeild

      Het meisje diende uiteraard te worden gedoopt. Doch dit geschiedde toch niet terstond. Want vader en moeder Stoffels lieten een half jaar verstrijken, voor die tijd rijkelijk ruim. Op 16 januari 1876 was het dan zover. Marie werd in de Amsterdamse Noorderkerk met doopwater besprenkeld.

Amsterdam | Noorderkerk | omstreeks 1985

      Nóg twee dingen zijn hieraan wat raadselachtig. 't Was in een Hervormde kerk, terwijl mijn overgrootouders vrijwel altijd bij de 'Oud gereformeerde gemeente' van de domineesfamilie Van den Oever kerkten - zie de kroniek Oevergezichten. Die bestond niet in Hoorn, voorzover mijn kennis reikt, doch in Enkhuizen weer wel.
      En waarom in Amsterdam? Evert Jan en Johanna gingen hier pas in de jaren tachtig aan de wal wonen.
      Want toen Marie een jaar of twee was, volgde een grote verandering. In 1876 of het begin van 1877 kochten vader en moeder een eigen vrachtschip. Heel het gezin ging op de tjalk, zeilde voorgoed Hoorn uit, en voer van stad tot stad door Nederland.

Noorderkerk weer in oude luister (volgt nog)

Het stadhuis van
Enkhuizen,
gezien van de
Oosterhaven

foto:
19 aug 1988
Frits Stoffels


bij de Buizen in Enkhuizen

      Maries broer Eduard ging van het schip af toen hij bijna vijf jaar was, aan het eind van 1878 of het begin van 1879: hij moest van zijn ouders naar school, en werd bij een Oom Heimen en Tante Dirkje in Elburg gehuisvest.
      Ook Marie werd, om dezelfde reden, bij familie verzorgd. Als ik mag aannemen dat dit ook omstreeks haar vijfde verjaardag was, kan dit in 1880 geweest zijn. Evert Jan en Johanna lieten de opvoeding voorlopig over aan oma Marijtje Buis-Boon en opa Klaas Buis in Enkhuizen.

De stadsgevangenis
te Enkhuizen, in de
Zwaanstraat bij de
Oosterhaven
Foto:
19 augustus 1988
Frits Stoffels

de mening van familieleden
      Zo menen althans de meesten van mijn zegs- en schrijfslieden. Grootvader Hijme Stoffels in zijn Geslachtsregister van de Familie Stoffels: "Zij werd tot 8ste levensjaar te Enkhuizen bij haar grootmoeder, Buis-Boon, opgevoed, ging aldaar nog op school".
      Mijn oudoom Eduard Stoffels in zijn dagboek uit 1895: "(...) mijn zuster Maria Johanna, die in Enkhuizen bij mijn moeders moeder haar eerste jaren had doorgebracht". En beider verhaal is mij mondeling zo verteld door Maries dochter Jo Pijlman. Merkwaardig dat zowel mijn grootvader als mijn oudoom hun Opa Buis onvermeld laten! Dit mysterie doet zich ook aan het eind van Marijtje Boons leven voor: ze lijkt dan voortdurend ergens te wonen zonder haar man, die overigens schipper was, en wellicht om die reden zelden thuis.
      De enige met een wat afwijkend, want vager gehouden verhaal is Jo Pijlmans jongere zuster Rie Hagedoorn-Pijlman in haar Geschiedenis van de familie Pijlman. Haar moeder Marie "vertelde dat ze als kind veel in Hoorn en Enkhuizen was geweest bij familie". Dit zal toch niet juist zijn, en in Hoorn woonde zowiezo geen familie.

onder: Sam van Beeck: Spui met ingang
Spuistraat, Amsterdam, 1935

jeugdjaren in Amsterdam

     Marie bleef tot haar achtste in Enkhuizen en kwam in 1883 naar huis, dat toen in Amsterdam te vinden was.
     Aldus leerde Marie de familie Buis goed kennen, want die woonde in haar geheel te Enkhuizen. Volgens Maries dochter Jo Pijlman kende haar moeder in later jaren, wanneer ze weer eens naar Enkhuizen toog, zo'n beetje alle Buizen die daar huisden. En Rie Hageman-Pijlman schrijft: "In latere jaren gingen Pa en Moe nog vaak naar 'ouwe tante Bouk', soms met 2 of meer kinderen". Tante Bouk de Vries-Buis was een zuster van moeder Johanna.
     Van 1883 af woonde Marie in Amsterdam. Vader en moeder hadden hun tjalk verkocht en vestigden zich op de Smaksteeg bij de Ronde Luthersche Kerk. Nu moest ze hier naar school. Haar broer Eduard schrijft:
     "Daar mijn ouders nu aan de wal woonden, kwam ik ook thuis en werd hier op een stadschool, op de Spuistraat geplaatst, met mijn zuster Maria Johanna (...)".

een begaafde leerlinge
     Het gezin verhuisde sindsdien enkele malen. En zo groeide Marie op in de typische schippersbuurten van de oude stad, in de Jonkerstraat, de Ridderstraat, in het Schippersstraatje bij de Montelbaanstoren, en tot slot op de Wittenburgergracht.
     Toen het gezin in oktober 1884 van de Smaksteeg naar de Jonkerstraat verhuisde, zal Marie, net als haar broers Eduard, Heimen/Hijme en Cornelis, op Openbare School No 10 aan de Rapenburgerstraat zijn beland. De heer Leonhard was hier schoolhoofd.

links:  knipsel uit 1908 over schoolhoofd Leonhard

     Marie had een boven het gemiddelde reikend verstand. Jo Pijlman weet van haar moeder te vertellen dat ze nogal goed was op de lagere school:
     "En toen mocht ze een klas overslaan. Wij zaten vroeger als kinderen altijd te glunderen wanneer m'n moeder dat vertelde. Maar ná de lagere school was verder leren er voor haar niet bij. Ze moest thuiskomen om in de huishouding te helpen".
     Daar de haar omringende broers allen kunstzinnig begaafd waren, en artistieke beroepn kozen, mogen we aannemen dat ook Marie niet van talent gespeend zal zijn geweest. Helaas golden voor meisjes toen andere maatstaven.


links: James McBey: Prins-Hendrikkade met Sint-Nicolaaskerk te Amsterdam | 1913

kinderspel en naailes

     Gelukkig bleef genoeg tijd over voor echt kinderspel. "Als klein meisje speelde Moe de spelletjes van die tijd, zoals hinkelen, touwtje springen, tollen, ballen en bikkelen", schrijft dochter Rie Hageman-Pijlman in haar omstreeks 1995 vervaardigde Geschiedenis van de familie Pijlman:
     "Ik vond toen Moe aan het naaien was een bikkel in haar naaidoos en wilde meteen weten wat dat was. Ze vertelde me dat ze vroeger met vriendinnetjes op de stoep vóór hun huis bikkelde en ze legde me uit hoe het gespeeld werd".
     En al mocht Marie niet doorleren, ze kreeg wel praktische scholing. Rie Hageman-Pijlman:
     "Ook had Moe al vroeg naailes, na schooltijd. Soms was het al donker als ze naar huis ging. Ze kon heel goed naaien, dat weet ik nog wel. Ik heb hier een foto van Moe, Eduard en mijzelf, waar ik een nieuwe jurk aan heb door Moeder gemaakt. We gingen naar tante Marie van Schie aan de overkant van het IJ om haar de jurk te laten zien, daar zij de stof gegeven had".


Stille romantiek

===MARIE STOFFELS===

Jeugdtekening van Marie
door haar broer Heimen
Stoffels, in een schets-
boekje

Aan de Stoffelskant lijkt later vooral kontakt te zijn geweest met Oom Jacob Stoffels in Rotterdam - zie de kroniek Nieuw Nederland. Want toen diens eerste vrouw overleed, ging Marie als zestienjarige, inmiddels al lang en breed Amsterdamse geworden, een tijdje naar Rotterdam. Daar hielp ze Oom in het gezin. Dat was dan aan het eind van 1891, of het begin van 1892.
    Daar zette Marie ook de eerste stappen op liefdesgebied. Ze werd verliefd op haar neef Chris Stoffels, die ruim drie jaren jonger was. Doch de verkering sleepte zich wat voort. Het was, maar ik ben niet geheel zeker, telkens aan en uit, "want Chris moest haar niet", zo vertelt me Grietje Zijlema-Stoffels, een verre nicht uit Hoogeveen.
    Aan Maries uiterlijk kan het wel niet gelegen hebben. Op bijgaande foto zien we een fascinerend mooie jonge vrouw. Marie is achttien op de foto. Die zal dus omstreeks 1893 genomen zijn.

Op de foto: variant van de foto van Marie Stoffels op achttienjarige leeftijd. De foto is vervaardigd bij 'Photographische Ateliers C.J.L. Vermeulen, Heerenstraat 6 & Heiligenweg hoek Singel Amsterdam'.

op sjouw met de naaimachine
    Vóór haar huwelijk in 1904 is Marie ook nog werkelijk naaister geweest. Ofwel, Marie ging 'uit naaien', zoals dat heette, namelijk bij de klanten aan huis. Als die geen eigen naaimachine hadden, torste Marie de naaimachine van huis mee. Gelukkig kwam er spoedig iemand om haar te helpen bij het sjouwen: vriendje Fetze Pijlman, zo weet dochter Jo.
    Want Marie beschikte over een eigen naaimachine. Dit ging volgens Rie Hageman-Pijlman aldus:
     "Haar broer Eduard had haar geld geleend om een naaimachine te kopen. Ongetwijfeld wilde ze die zo gauw mogelijk terugbetalen. Niet veel mensen hadden zo'n machine en dus nam ze hem mee naar haar klanten. Toen bood m'n vader - ze hadden inmiddels verkering - aan de naaimachine te dragen wanneer ze naar een klant ging".
     Niet alleen droeg Fetze gedienstig haar machine, hij sprak Marie ook nog vol eerbied emt 'juffrouw' aan: ze was ruim zes jaren ouder!

een ondernemende vakvrouw
    Volgens dochter Jo Pijlman wist Marie op die manier allerlei breiprodukten aan de vrouw en de man te brengen: schipperstruien, borstrokken, kousen en sokken: "Later zei moeder wel eens:
        'Had ik nog maar zo'n breimachine'
Die zou haar goed van pas zijn gekomen".
    Daarnaast ontstond een winkelachtig handeltje, waarin Marie samen met haar moeder Johanna spullen als band en lint verkocht. "Dat betrokken ze bij de firma De Vries van Buuren op de Snoekjesgracht in de Jodenbuurt, bij het Waterlooplein".
    Ook na haar trouwen bleef Marie veel naaien. Dan maakte ze jurken en andere kleren. "Mijn moeder was een uitstekend naaister", vertelt Jo Pijlman, "en ook wij moesten het beslist leren. We hebben daar later veel pleizier van gehad".
    Marie deed op zondag 13 januari 1895 geloofsbelijdenis bij Dominee Ozinga in het Oud gereformeerde kerkje aan de Amsterdamse Looiersgracht, zo blijkt uit het dagboekje van haar broer Eduard Stoffels (bladzijde 15).

wie was Marie Stoffels?
     Verder is het moeilijk persoonlijke dingen van Marie te vertellen. Dit ligt waarschijnlijk niet alleen hieraan dat ze vrouw was en 'dus' niet zo'n boeiend beroepsleven kon opbouwen als haar kunstzinnige broers, of als echtgenoot Fetze Pijlman, die naam maakte als kerkmusicus: muziekuitgever, komponist en dirigent.
     't Lag mogelijk ook wat aan haar zelf.
     Mijn oom Wim Stoffels: "Tante Marie kwam niet zo uit de verf bij Oom Fetze. De afstand was vrij groot. Haar man, dat was alles voor haar". De rollen zoals die aanvankelijk waren, werden in de loop der jaren dus volledig omgekeerd.
     Misschien was Marie ook wat stroef, als het om haar persoonlijk leven ging. "Met m'n vaders verjaardag gaf ze hem elk jaar een brief", vertelt dochter Jo. "Tja, dat kwam, ze kon haar gevoelens nogal moeilijk uiten".

gekweld door hoofdpijn
     Daarbij kwam een vervelende kwaal die Marie parten speelde.

     Jo Pijlman: "Mijn moeder had altijd hoofdpijn. Dan kwamen we uit school en dan zagen we het al: het is weer mis". En haar broer Jan Pijlman schetst: "Ja, inderdaad, ze had altijd hoofdpijn. En ja, je had nog geen pijnstillers. Het enige wat je kon doen, was een zakdoek nat maken en die om je voorhoofd binden. Maar of het hielp... in elk geval heeft m'n moeder heel vaak zo gezeten".
     Wat mondeling niet gelukte, ging schriftelijk des te beter: "Mijn moeder kon erg leuk gedichtjes maken. Dat bleek bijvoorbeeld altijd met Sinterklaas", stelt Jo Pijlman vast.
     Familieverhalen gingen dientengevolge dan ook meestal over Oom Fetze, zelden over mijn oudtante Marie. Wél is de familie het erover eens dat het kunstzinnig talent waarover haar kinderen bleken te beschikken, afkomstig was van moederskant, van de familie Stoffels.

een stil romantisch trekje
     Maar hiermee is allerminst iets kwaads gezegd. Jo Pijlman omschrijft haar moeder als "een zachtaardige vrouw". Een stilgekoesterd romantisch trekje moet haar verder hebben gesierd. Zo schrijft zoon Eduard Pijlman iets kenmerkends over de boeken die zijn moeder las: romans die zijn vader versmaadde:
     "Die las m'n moeder en als het een beetje laat werd viel ze eroverheen in slaap. 't Waren meest serieboeken. 'Voor hoofd en hart' heette zo'n serie, geloof ik. Van Daamen uit Den Haag en natuurlijk ook van Kok, die je aan het scheepjesvignet herkende. Vaak waren ze geschreven door schrijfsters uit het buitenland. Die droegen ook drakerige titels, zoals 'De God zijner moeder', of 'Het kruis in de bergen'. Ik moet mij eens in een vakantie enorm verveeld hebben toen ik besloot die kast in één ruk uit te lezen. 't Ging allemaal over ongetrouwde dominees, toevallig ter plaatse logerende verpleegsters en onderwijzeressen. En daar kwam dan wat van. Mijn vader las ze niet, want ze waren niet voorzien van het garantiemerk: waar gebeurd, of historisch verhaal" (uit Eduards rubriek Vandaag in dagblad Trouw - in het vervolg aan te duiden als Vdg - van 4 april 1979).

links: Marie Stoffels omstreeks 1899

'die lieve Godvrezende Moeder'
     Het diepst ontroerende en ook wel scherpst geformuleerde portretje van Marie stamt uit de pen van haar zoon Jan Pijlman. Ik laat hem in zijn eigen spelling en stijl aan het woord, zoals gehanteerd in zijn uitgave Wat ik mij herinnerde....:                                   Rechts: Marie Stoffels kort voor haar overlijden, in 1953
     "Ongetwijfeld had ik een heerlijke zonnige jeugd.
     In de eerste plaats was daar Moeder.
     Die lieve Godvrezende Moeder, die niet tegen ruwe woorden en vloeken kon, en dan in tranen het slechte hiervan aan ons vertelde.
     Moeder, die de drukte van al haar kinderen moest verdragen, en toch zo goed de wind er onder had.
     Moeder die te goed vaak, de stem van Vader niet kon missen, als haar grote kinderen het te bont maakten.
     Moeder, die al onze kleren verstelde, kousen stopte (lange kousen) met grote knollen, die jurken en complete jongenspakjes maakte, en dan zo trots kon zijn als ze met haar Man en kroost ging wandelen.
     Haar grootste kracht, waren haar tranen. Daar konden wij niet tegenop. Dan werden wij kleiner dan klein
".

een schat aan verhalen
     Al uitte Marie moeilijk haar gevoel, ze sprak veel met de kinderen, en wel in de vorm van verhalen. Verhalen over de Familie Stoffels. Leuke anekdoten, maar zeker ook de droevige dingen. Ze wist veel van de familie, ook van haar verre uithoeken, en gaf zo haar kinderen een schat aan familiegeschiedeniss en levenservaring mee.
     Veel van de kennis die ik door Jo Pijlman opdeed, schreef Jo zelf voor een niet onbelangrijk deel aan haar moeder toe, die haar keer op keer met kennis van zaken onderrichtte. Jo had er het meest oor en oog voor.
     Daarbij kwam dat Marie nooit te beroerd was voor een familiebezoekje of -reisje meer of minder, meer of minder ver weg, meer of minder na aan het hart. Ze nam de kinderen ook mee naar 'historische plaatsen' van de Familie Stoffels, bijvoorbeeld naar de plek in Amersfoort, waar de aardewerkfabriek van haar broer Eduard, de Eereprijs, in vlammen was opgegaan.

Fetze Pijlman, op een foto die kennelijk een paar
vormt met die van Marie Stoffels; datering mogelijk
omstreeks 1899


een heus harmonium voor Fetze Pijlman

     Zo omstreeks 1895 waren levendige kontakten gegroeid tussen de families Stoffels en Pijlman. Maries jongere broer Klaas was ermee begonnen. Hoe ging dit in z'n werk?
     Al op heel jonge leeftijd openbaarde zich bij Fetze Pijlman de liefde voor muziek. Zijn hartewens was  over een heus harmonium te beschikken. Maar moeder Pijlman had het niet breed. Daarvan kan Suze Stoffels, het op een na oudste kind van de gemelde Klaas Stoffels, mooi verhalen:
     "Fetze móest en zoú leren orgelspelen. Z'n moeder wist geld bijeen te schrapen, ondanks dat ze heel sober moest leven. In Amerika werd een harmonium besteld. Dat werd met de boot naar Nederland vervoerd. Dat was natuurlijk prachtig! Een hele zwerm vriendjes kwam bij de familie Pijlman over de vloer om het orgel met eigen ogen te zien. Mijn vader Klaas was één van die vriendjes".
     Vele vliegen die op de stroop afkwamen, vielen weer af, maar de vriendschap tussen Klaas en Fetze hield ferm en levenslang stand.

Pijlman en Stoffels dol op elkaar
     Uit die eerste vriendschapsjaren van Klaas Stoffels en Fetze Pijlman dagtekent het volgende verhaaltje van Fetzes dochter Jo Pijlman:
     "Mijn vader en Klaas Stoffels, de grote vrienden, gingen samen eens een dagje naar Antwerpen en Brussel. Dát was me wat, in die tijd! Daar werd toen nog jaren over nagepraat".
     Verkeringen ontstonden over en weer. Klaas Stoffels kreeg al op z'n veertiende, omstreeks 1897-1898, verkering met Fetzes zuster Hendriek Pijlman. Broer Cornelis Stoffels verging het idem dito. Ook om en bij 1897 sloeg hij z'n armen om, niet een zuster, maar een nichtje van Fetze, Trijntje Pijlman, mooi gezegd: Cathrien, die hij voor de neus van mijn niet minder verliefde grootvader wegkaapte.
     En Fetze en Marie?
     Die wachtten tot omtrent 1899. Marie bleef de boot een beetje afhouden. Nogmaals Jo Pijlman:
     "Mijn vader was ongeveer zeventien jaar oud toen hij verkering vroeg aan mijn moeder. Die was toen vierentwintig en voelde daar niet zo veel voor. 't Was nog zo'n jong knulletje. Het kwam tóch aan. Maar telkens ging het weer uit en dan weer aan. Zo'n vier jaar later zijn ze getrouwd".

  Foto uit 1898: Marie Stoffels. Linksachter haar: Fetze Pijlman met een hand op
Maries schouder; dan achter van links naar rechts drie broers Stoffels:
Heimen/Hijme (1877), Klaas (1884) en Cornelis Stoffels (1878)


nog een vierde Stoffels-Pijlman-verbinding
     Er ontstond nog een vierde verhouding tussen een Pijlman en een Stoffels. Maar die had geen aanrakingspunt met de drie vorige. Een zus van Fetze Pijlman, Henderika Pijlman (Rieke) was gehuwd met een zekere Cornelis Stoffels, en had een zoon Evert Jan Stoffels. Zo vertelde mij eens mijn Oom Hijme Stoffels. Die wist me ook te vertellen dat deze Stoffelsen, voorzover bekend, geen familie waren. En dat klopt.
     Op 1 juni 1982 belde ik hierover met Sjaak Stoffels uit Zwanenburg.  Die woonde daar - ook weer kras! - pal naast de familie Kempe, de familie van mijn Oma Stoffels-Kempe. Ik hoorde van Sjaak door mijn Oom Wim Stoffels en nam daarop kontakt op. Sjaak is een kleinzoon van Henderika Pijlman en Cornelis Stoffels.
     Zijn familie is inderdaad een heel andere dan de onze. Het gaat om een oud Amsterdams geslacht dat in de zestiende eeuw in Amsterdam neerstreek. Via Antwerpen kwamen deze Stoffelsen oorspronkelijk uit een voorstadje van Parijs. Een van die oudere generaties stichtte in Amsterdam het Venetiëhofje. De geslachten heetten om en om Cornelis en Jacob. Sjaaks broer heeft de stamboom nagetrokken.
     We hebben dus wél gemeenschappelijke familie, namelijk de kinderen van Fetze Pijlman en Marie Stoffels, maar verder niets.

met trouwen gewacht?
     Jo Pijlman en haar broers, onder wie Eduard Pijlman (zie Vandaag) en zusters beschikten over een herdruk van een foto uit 1898. Zeer waarschijnlijk is het prentje geschoten door Maries fotograferende broer Eduard Stoffels - zie de kroniek Vlammen. Vooraan, in het middelpunt, zit de bekoorlijke Marie. Achter haar staan, van links naar rechts: Fetze Pijlman, met zijn hand op Maries schouder, mijn opa Heimen/Hijme Stoffels, en dan de twee andere broers, Klaas en Cornelis Stoffels.
     Marie en Fetze verloofden zich in Amsterdam op 7 januari 1901. Vervolgens gebeurde er lange tijd... niets. Wachtte het paar tot Maries moeder Johanna haar sterfbed had beëindigd met de dood, in juni 1903?
     Voorafgaand aan de bruiloft, in 1904, waren er twee ontvangsten. De eerste op maandagavond 18 april, op NieuweTeertuinen 3; hier woonde Fetze. En op 20 april 1904 hielden Marie en Fetze 's avonds een ontvangst op Binnendommersstraat 13. Hier woonde sinds enkele maanden Maries vader met zijn - snel gevonden tweede vrouw Jansje Hengeveld.

Vandaag
Trouw 15 februari 1988

Mijn werkkamertje


door Eduard Pijlman

Dit is de laatste keer dat ik op maandag in deze hoek sta, dat wil zeggen mijn stukje. De volgende week vindt u mij op woensdag op deze plaats en vervolgens om de veertien dagen. We maken een lange sliding van dagelijks via twee keer per week naar om de week. Dit om het naderend einde niet al te abrupt te laten zijn.

't Lijkt me niet gek om op dit punt u uit te nodigen om even bij mij in werkkamertje te komen kijken. Ik zal het proberen te beschrijven. Ik zit aan een ouderwets bureau dat ik jaren geleden gekregen heb van een Wassenaarse advocaat, u weet wel, zo één met een groen laken bovenop. Heel stemmig! Groen is de kleur van het weidelandschap en dat geeft rust. Als het tenminste niet vol ligt met opengeslagen boeken en andere paperassen. Mijn kamer bevindt zich in ons benedenhuis aan de straatkant. Een drukke straat. Gezellig, er is altijd wat te horen en te zien. De tram dendert op gezette tijden voorbij en niet te vergeten de luid gillende ziekenauto's op weg naar het AMC. En iedere morgen om een uur of elf een gesloten auto, ook met sirenes en voorafgegaan door motorpolitie. Ik weet nog steeds niet of het om gevangenen- of geldtransport gaat, maar 't is wel indrukwekkend en alles stuift naar de kant.

Mijn bureau staat dwars op het raam zodat ik naar een wand kijk. Die wand hangt vol met van alles. Heel dominerend en op ooghoogte een grote aquarel van Henri Braakensiek. Volgens de kleine schilderslexicon van Plasschaert was Henri Braakensiek een schilder van mondaine onderwerpen. Dat is dan ook te zien, want het schilderij toont een soort orkestbak met een dirigent, een orkest en een paar zangers. Daarboven speelt zich het toneel af, wat doet denken aan een poppentheater. Heel fraai van kleur, niet vroom, maar wel heel mooi.

Daaronder hangt een op vergeeld papier gedrukte aflaatbrief van Paus Clemens XII, gedateerd: Rome 1737. Het Latijn is uiteraard een soort juridisch kerklatijn, dat ik niet dagelijks lees. Ik heb er uit opgemaakt dat het gaat om een aflaatbrief ter gelegenheid van de heiligverklaring van Juliana van Falconieri (geb. 1270 te Florence).
Maar, wacht even, ik vraag het even aan de overkant, aan de pastoor van de Thomaskerk. Ja, ik ben weer terug. Het is inderdaad een aflaatbrief en bevat bovendien de voorwaarden voor het verkrijgen van een volledige aflaat van alle zonden. Ik ben toch blij dat ik het nu zeker weet. Het blad is geïllustreerd. Boven de woorden van deze brief staan vignetten met in het midden het pauselijk wapen van Clemens XII en aan weerskanten de apostelen Petrus met de sleutel en Paulus met het zwaard.
Naar rechts hangt een ontroerend portretje van mijn moeder met haar vier broers, van 1898. En daarnaast, schrik niet, een vergunning om "vier vierendeeljaars" (1871/72) een kroeg te houden. 'PATENT' staat erboven en het moet uitgereikt zijn aan één van mijn voorouders. Had u natuurlijk altijd al gedacht.

Ik heb zitten denken: ik heb thuis nooit van een kroeg gehoord. Van mijn vaders kant waren mijn voorouders veenarbeiders, turfstekers en later gingen ze in de kleine scheepsbouw en hadden een reparatiewerf. Kregen ze die vergunning soms om werklieden bij het uitbetalen of bij het afsluiten van een reparatie-overeenkomst een borreltje te kunnen schenken? Ik denk het.
En nog iets verder hangt een eveneens oud document met een groot zegel van de provincie Zuid-Holland. Het is een 'Leen-brief' van de Staaten van Holland en Friesland, met grote letters en veel halen en krullen op perkament geschreven. Het dateert van 1768 en handelt over een 'onversterffelijken Erfleene'.
De beide oude documenten dook ik op bij Jos op 'het Plein' en zo hangen ze hier bij het marionettentheater en de horecavergunning.

En als ik u dan nog vertel dat vlak achter mij twee oude prenten hangen, de één van 'het mislukte beleg van Steenwijk door den Graaf van Rennenberg (1680/81)' en de ander van 'het gevecht tusschen Gerard Abrahams en twintig Nederlanders tegen den Heere van Breaute en twintig Fransche Ruyters (1600)' dan is het drietal 'kerk, kroeg, kazerne' van de jaren dertig compleet om op mij neer te zien als ik mijn preek maak of, zoals nu, een stukje schrijf.

in het zwart getrouwd
    De bruiloft volgde op 28 april 1904, eveneens te Amsterdam. Voor Marie betekende dit een afscheid van de Oud gereformeerde gemeente van Dominee Ozinga, waartoe haar ouders behoorden. Want het huwelijk werd voltrokken in de gereformeerde Keizersgrachtkerk, door Ds J. of Willem Karssen. Fetze kwam uit een gereformeerd gezin.
    Wél trouwde Marie nog in het zwart. Dochter Jo Pijlman: "Dat hoorde een beetje bij dat Oud gereformeerde. En bij het feit dat haar moeder was overleden". Johanna Buis was toen overigens al bijna een jaar dood. Maar te dien tijde hield men, althans uiterlijk, ellenlange rouwperioden aan.
    Maar de zwarte jurk

Vertoonde horizon

Fetze Pijlman (Fetze) was

amsterdams historisch museum

Kans op behoud historische werfjes

Pijlmannen keren Hervormde Kerk de rug toe

harmoniumles met kuitbroek en kieltje

een wonderkind maakt opgang

Fetzes muzikale netwerk

koor klonk als een klok

muziek sloeg in als bom

een ware huwelijksmarkt

eruit wat erin zat

der kinderen Lofstem

De Harp

Klem

maandblad pas in oorlog opgedoekt

fonds bleef tot 1990 bestaan

de kinderen ingeschakeld

uitgebreide tochten door de stad

Jan Pijlman over 'De Harp'

Voor de muziek uit

twee banen voor de muziek uit

administratieve vaardigheden kwamen van pas

'nu begin ik voor mezelf'

steeds drukker

iets goeds uit eigen kring?

Hyacinten

Sikkel

bevriend met Jan Zwart

Wees welkom, dierbaar vorstenkind

(1909)