De naam Heimen

laatste bewerkingsdag: 19 mei 2016
  door Frits Stoffels    
   
    In onze Familie Stoffels is de voornaam Heimen van oudsher een kenmerkende familienaam, die zeker al der-tien (vanaf 1575), en vermoedelijk al zeventien geslachten (vanaf 1440) met ons meereist. Maar de naam beperkt zich niet alleen tot onze familie.

    We zijn als familie weleens geneigd te denken dat de naam Heimen (sinds 1877 ook als Hijme) alleen in onze familie voor-komt. Dit is niet zo. Volgens het Meertens Instituut waren er in 2006 406 Heimens in Nederland - 288 met Heimen als eerste of enige voornaam, en 118 met Heimen als tweede of volgnaam.

    Ook denken we dat Heimen een voornaam is die uitsluitend op de Veluwe voorkomt. Dit is wél ten dele juist. Pas in de eeuwen na 1600 trekt de naam Heimen zich terug tot het gebied: Voorthuizen - Har-derwijk - Elburg - Hattem. >zie afbeelding 1<

     Er zijn in het land ook wat spelvarianten:
Heijmen (65)
Heymen (13)
Hijme (28)
Hijmen (173)
Heyme (16)
Heijme (ong. 10)
[tussen haakjes de aantallen uit 2006 volgens het Meertens Instituut]

    De naam Heimen was tot 1600 een wijder verbreide voornaam die niet alleen in Gelderlandmaar ook in Zuid-Holland voorkwam. In het algemeen geldt: hoe noordelijker en hoe zuidelijker in Nederland, hoe minder de naam voorkomt. In Vlaanderen ben ik tijdens mijn genealogische naspeuringen nog nooit op deze naam gestuit.
    
    De populariteit van de naam bereikte, gerekend van 1880 af, omstreeks 1930 een hoogtepunt; vooral na 1965 ging het snel bergafwaarts. Maar tussen 2005 en 2010 lijkt de naam aan een bescheiden opleving te zijn begonnen, ongeveer terug op het niveau van 1990. >zie afbeelding 2<

Leuke anekdote: een bekende Zuidhollander was de Rotterdamse Excelsior-voetballer Heimen Lagerwaard ('De Ooievaar'), die precies twintig minuten voor het Oranje-elftal speelde. Dat was in 1953, om precies te zijn, in Oslo.


artistieke alleskunner Dullaert
    De bekendste Heimen was evenwel Heijmen Dullaert (1636-1684), een kunstenaar uit de Gouden Eeuw. >zie afbeelding 3<
Over artistieke alleskunner Heijmen Dullaert sprokkelde ik heel wat bijeen uit en-cyclopedieën en handboeken.

    Terzijde: Dullaert was Rotterdammer. Zijn voornaam
werd (en wordt) vaak weergegeven als Heiman en Heyman,
maar dit lijkt toch onjuist: Heijmen heeft betere papieren.
In ondertekeningen gebruikt Dullaert zelf alleen de spelling
Heijmen, en zijn (eerste wetenschappelijke) biograaf P.C.
A. van Putte, die in 1978 een proefschrift over Dullaert
vervaardigde, schrijft konsekwent over "Heijmen Dullaert".

    Er is ook een belangrijk verschil tussen Heiman en Heimen, zoals ik verderop zal uitleggen. Dullaert werd vernoemd naar zijn grootvader van moederskant. Heijmen zag het levenslicht op 6 februari 1636, in Rotterdam dus. Hij was dichter, schilder en
musicus. Als schilder was hij een leerling van niemand minder dan Rembrandt, edoch vrijwel al zijn schilderijen, op enkele na, zijn verloren gegaan.

    Dan 's mans dichtwerk. Alle literatuurhistorici putten zich uit in het vinden van lovende termen voor zijn werk. Toch verscheen er tijdens zijn leven niets in druk. Pas vijfendertig jaar na zijn dood, in 1719, gaf zijn vriend en bewonderaar David van Hoogstraten zijn dichtwerk postuum uit. Doch ook hierna bleef het stil. Pas in de twintigste eeuw werd Heijmen herontdekt door literator Albert Verweij, en verschenen er sindsdien biografische en beschouwende publicaties  Verweij introduceerde Heijmen bij het publiek als Heiman, vermoedelijk in navolging van Van Hoogstraten, en dit misverstand is pas met Van Putte's biografie rechtgezet.

Aan myne uitbrandende kaerse
O haast gebluschte vlam van myne kaers! nu dat
Gy mynen voortgang stut in't naerstig onderzoeken
Van nutte wetenschap, in wysheidsvolle boeken,
Voor een leergierig oog zo rykelyk bevat,
Verstrekt gy my een boek, waar uit te leeren staat
Het haast verloopen uur van myn verganklyk leven;
Een grondles, die een wys en deuchtzaam hart kan geven
Aan een aandachtig man, wien zy ter harte gaat.
Maar levend zinnebeld van't leven dat verdwynt,
Gy smoort in duisternis nu gy uw licht gaat missen;
En ik ga door de dood uit myne duisternissen
Naar't onuitbluschlyk licht, dat in den Hemel schynt.

    Na 1600 nam de naam in rap tempo af in Zuid-Holland, en kromp enigszins in tot de west- en noordrand van de Veluwe. Heimen
bleef wél, tot op de dag van vandaag, een gebruikelijke naam in een 'enclave' als de Hoekschewaard, en in de zuid- en oostrand van Rotterdam. Vooral door de zeer gebruikelijke vernoemingen, en de geringe instroom van niet-Geldersen, kon de naam op de Veluwe gemakkelijk overeind blijven, tot diep in de twintigste eeuw. Om deze reden wordt Heimen al enkele eeuwen als een typisch Veluwse naam ervaren.

zó kwam 'Heimen' in de familie

    De naam Heimen belandde aldus in de
Familie Stoffels.
    Omstreeks 1605 werd te Harderwijk
Lambert Heijmensen geboren. Een
bijzondere man, met een eigen rol in de
geschiedenis van het dorp Nunspeet.
Lamberts vader heette, zo te horen,
Heijmen, en wellicht was het de
schoenmakersgezel Heimen Jansen, die
mogelijk, omtrent 1575, in Harderwijk of Voorthuizen werd geboren. In dat geval gaat de
'stamboom' van Heimens in de familie terug tot 1440, naar de oudst bekende voorvader van
schoenmakersgezel Heimen. Heimen Jansen stierf eind 1619, begin 1620 te Harderwijk.
    Lambert Heijmensen ging als timmerman, denk ik, niet zomaar en op goed geluk naar Nunspeet.
Spaanse troepen hadden in 1629 het dorp zo ongeveer met de grond gelijk gemaakt en van de
Veluwse kaart geveegd. De inwoners hadden een heenkomen in Harderwijk gezocht, maar wilden
terug naar hun dorp. Er was dus heel veel werk aan de timmerwinkel, en Lambert zal aan zijn
wederopbouwwerk wel een goede boterham hebben overgehouden.
    Dat hij ook dorpstimmerman wordt genoemd, doet vermoeden dat hij inderdaad een onbetwist
belangrijke, zo niet gevraagde of benoemde funktie vervulde.
    Want Lambert was dorpstimmerman in Nunspeet en zijn vak had een wijd bereik: huizen bouwen,
reparaties in de dorpskerk (zie plaatje) uitvoeren, maar ook het timmeren van grafkisten hoorde erbij.
En dat waren héél wat grafkistjes, want in zijn Nunspeter tijd beleefde Lambert meerdere
pestepidemieën, die vooral dood en verderf onder kinderen zaaiden.

afbeelding: tegeltje van de Dorp(s)straat
in Nunspeet, met rechts de oude Hervormde
dorpskerk

    Gastvrijheid was ook een kenmerk
in Lamberts leven. Wanneer er
tijdens een kerkkonflikt in Nunspeet
geen ruimte was voor de vergaderende
partijen, gooide hij zijn deuren open;
de kemphanen mochten naar binnen
en het bier stroomde vrijelijk. Want
Lambert woonde op een prominente
plek in het dorp: pal naast de
dorpskerk.

stamvader van een lange reeks

    Lamberts zoon Gerrit Lambertsen
(1641 Nunspeet-na 1692) werd de
vader van een dochter Annetjen Gerrits
(1669-na 1715). Annetjen trouwde met
Evert Harmsen uit de Familie Velicke.
Haar tweede zoon werd een Heijmen,
vernoemd naar een broer van Annetjen:
Heijmen Evertsen [Velicke] (1694
Hoophuizen-1782 Hulshorst).
    Heijmen kreeg een dochter Evertjen
Heijmens [Velicke] (1744 Hoophuizen
1774 Hoophuizen), die met een zekere
Stoffel Hendriksen trouwde. Stoffel en
Evertjen vernoemden hun in 1773
geboren zoon meteen naar Evertjens vader: Heijmen Stoffels (1773 Hoophuizen-1812 Elburg).
    Heijmen Stoffels wordt de stamvader van een lange reeks Heimens Stoffels in zijn nageslacht.

Op de foto: Heimen Stoffels' rechteroog is beschadigd doordat in zijn jongensjaren een knaapje met pijl en boog er doorheenschoot. Het oog werd daarna "zo'n beetje teruggelegd".

Heimen in Amerika

    Toen leden van de familie naar Amerika overstaken, kwamen daar ook enkele Heimens voor. Deze
Heimens Stoffels werden echter al snel een Herman Stoffels. Ook de naam Herman heeft bij de
Stoffelsen in de Verenigde Staten weer tot enkele vernoemingen geleid. Al met al is er één Heijmen Stoffels
geweest, elfmaal een Heimen Stoffels, zesmaal een Hijme Stoffels, en driemaal een Herman Stoffels. Dit
alles in een niet al te grote familie, terwijl er ook nog Heimens vernoemd zijn geweest in onze vrouwelijke
takken met een andere familienaam. Er zijn zelfs vrouwelijke Heimens geweest: een Hijmientje Stoffels,
en in haar nageslacht een Heimina.
    Al met al is de naam Heimen binnen onze familie terug te voeren tot ongeveer 1575, en met het
mogelijke voorgeslacht van Lambert Heijmensen, zelfs tot 1440, toen, wellicht te Voorthuizen, een zekere
Heijmen werd geboren. Sindsdien is de voornaam dertien generaties lang door onze familie gegaan.

hoe Heimen 'Hijme' werd

afbeelding: deel van de geboorteakte van Hijme Stoffels, 1877
Enkhuizen, waarin de naam Heimen door vroedvrouw Engeltje
de Wit wordt opgegeven, of door de ambtenaar wordt
opgeschreven, als Hijme; vader Evert Jan Stoffels was
vrachtschipper en 'thans afwezig', namelijk alweer op het
water. Als hij zelf aangifte had gedaan, was het goed gegaan!

    Sinds 1877 komt de naam Heimen in de Familie Stoffels
ook als Hijme voor. In dat jaar werd mijn grootvader
geboren in Enkhuizen, waar men de naam Heimen helemaal
niet kende. Het ging dan ook mis bij de aangifte: de
vroedvrouw, op weg gestuurd naar het stadhuis, of de
ambtenaar ter plekke, wisten zich geen raad met de naam,
die vervolgens als Hijme in de boeken belandt.
    Vermoedelijk heeft mijn grootvader lange tijd niet beter geweten of hij heette Heimen. In de familiekring
was het Heimen, en zelf schreef hij ook zijn naam zo. Tot 1907.

naar Amerika en terug

    Wat gebeurde er in 1907?
    In mei van dat jaar was grootvader met vrouw en zijn twee kinderen naar de Verenigde Staten
geëmigreerd. Hij voelde zich er prima thuis, maar zijn vrouw, Cathrien Pieters, was zwanger op de boot
gestapt, tijdens de bootreis voortdurend misselijk en onwel geweest, en de smoezelige stadslucht van
New York deed haar besluiten zo snel mogelijk terug te keren naar Nederland. Haar familie betaalde de
terugreis, maar mijn grootvader besloot wat langer te blijven, en zelf voor zijn terugreis te sparen.

afbeelding: New York, Hester Street, 1902

    Na terugkeer in Nederland bevalt Cathrien van een
zoon. Als blijk van onverminderde liefde en trouw aan
haar man besluit zij het kind, een jongen, naar zijn vader
te vernoemen. Vermoedelijk is een officieel document
meegegeven bij de gang naar het stadhuis, waarin haar
mans naam als Hijme stond genoteerd.

Hoe dan ook, het pasgeboren jongetje krijgt de officiële naam van zijn vader, en wordt een Hijme.
    Grootvader zelf heeft zich er, denk ik, toen bij neergelegd dat zijn naam Hijme luidde, en niet Heimen.
Vond hij het onwenselijk dat binnen één gezin vader en zoon twee uiteenlopende spellingen hanteerden?
In de rest van zijn leven noemt hij zich (vrijwel) alleen nog Hijme. Een aantal kleinzonen krijgt ook weer
deze naam. Gevolg: binnen de familie Stoffels zijn er Heimens, maar ook Hijmes!

iets omtrent de oorsprong

    In zijn Woordenboek van voornamen (1964/1974) doet Dr J. van der Schaar twee dingen met de naam
Heimen: hij stelt Heimen gelijk met de naam Heiman, én hij geeft, uiteraard, een verklaring van de naam.
    De namen Heimen en Heiman hebben echter, mijns inziens, niets met elkaar van doen. De naam
Heiman komt, voorzover ik kan nagaan, uitsluitend in de joodse cultuur voor, óf werd daarbuiten wel eens
foutief gebruikt waar het Heimen moest zijn, vooral in streken waar men de naam Heimen niet kende -
vaak in het westen des lands.
    Mijn tweede opmerking betreft de herkomst, en dus hiermee verknoopt, de betekenis. Volgens Van der
Schaar is Heimen een zelfstandige naam van Germaanse oorsprong: Hagiman, held op zijn erfgoed. Het
element heim kennen we nog in plaatsnamen (Sassenheim, Bentheim), en in woorden als heimwee,
inheemsheimelijkgeheimzinnig.
    Ik heb echter reden aan te nemen dat Heimen in ieder geval nogal eens gebruikt werd als vleivorm of
afleiding van Hendrik. In Voorthuizen, waar de naam zeer oude papieren heeft, treft men in de vijftiende
en zestiende eeuw mannen aan die Heineman heetten, maar ook Heim werden genoemd. Heineman is daar
gelijk aan Hein of Heijndrick, zoals de naam Hendrik oorspronkelijk luidde. Hein, of Heineman, zou dan
verbasterd zijn tot Heim. De vorm Heimen ontstond vervolgens als patroniem bij HeimHeimen is in dat
geval eigenlijk een genitivus zoals Otten (zoon van Ot): zoon van Heim.
    Toen men dit patroniem niet meer als zodanig herkende of aanvoelde, ging Heimen een eigen leven
als vóórnaam leiden. Het bijbehorend patroniem werd nu Heijmens of Heijmensen. Kort na de
Middeleeuwen treft men ook nog de bijvorm Heijmerick naast Heijmen aan. Ik geef deze bespiegeling
ter overweging mee, zonder te beweren dat over de naam nu het laatste woord gesproken is.
    Tot slot nog wat aardigheden.
    De naam Heimen komt in het verborgene voor in enkele plaatsnamen. Zo is Heemskerk ontstaan
uit Heimenskerk. Het plaatsje Humcoven in Limburg heette aanvankelijk Heymcoven of Heiminkhoven =
hof van de lieden van Heim(en). De Grebbeberg is ook bekend onder de naam Heimenberg. En Heemse,
in Overijssel, wordt in 1240 genoemd Heymiss genoemd, dat waarschijnlijk van Heimen betekent.


Afbeeldingen

1 kaart uit 1773 van de Neder-Veluwe, met Harderwijk en Elburg
het verspreidingsgebied van de naam Heimen komt goed overeen met het stamgebied van de Familie Stoffels en haar voorouders
Bron: Sepp, 1773


2 verspreidingsgebied naam Heimen naar geboortegemeente
donkergeel = 10 tot 25 personen - hoe lichter, hoe minder
[de grenzen zijn gemeentegrenzen, dit geeft soms een wat vertekend beeld; maar duidelijk moge zijn dat de naam 'Heimen' vooral op de (Noord-)Veluwe voorkomt.]
Bron: Meertens Instituut, 2006


3 Heijmen Dullaert