Namen betekend

laatste bewerkingsdag 11 sep 2011


Buis

   De familie Buis kwam van Urk, en heette daar Buijs en Buijsman. De naam Buis verwijst naar een haringvissersschip dat buis wordt genoemd. De buis was een bekend scheepstype, dat in Nederland voorkwam tussen 1160 en 1850. Inderdaad waren de Buizen vissers. Het woordenboek van Campagne 1913 kent nog verscheidene woorden met buis. Zo is een buisharing een zoute haring, een buisman is een haringvisser, en op buisjesdag vertrekken de haringschuiten naar zee.
   Urkers visten niet uitsluitend op de Zuiderzee, maar waren aktief op alle zeeën van Noord-Europa. Toen een voorvader Buis zich van Urk uit in Enkhuizen vestigde, bleven de beroepen eender: men bleef vissen en visventen. Overigens bleef te Enkhuizen het oorspronkelijk Oostnederlandse karakter van de familie aardig bewaard, door huwelijken met families uit bijvoorbeeld Drenthe en Friesland.

Elisabeth Kempe


Elisabeth Kempe (1889 Beverwijk-1976 Den Haag | vernoemd naar haar grootmoeder van vaderskant:
   Elisabeth Boogaard (1843 Wissenkerke-1907 Beverwijk) | vernoemd naar haar grootmoeder van vaderskant:
      Elizabeth Gillisse (1796 Wissenkerke-1865 Wissenkerke)

Evert Stoffels


Evert Stoffels (1936 Den Haag-1985 Den Haag) | vernoemd naar zijn vader:
   Evert Stoffels (1895 Elburg-1967 Den Haag) | vernoemd naar zijn oom van vaderskant:
      Evert Stoffels (1855 Nunspeet-1923 Hawthorne) | vernoemd naar zijn grootvader van vaderskant:
         Evert Stoffels (1809 Elburg-1901 Elburg) | vernoemd naar zijn grootmoeder van vaderskant:
            Evertjen Heijmens [familie Velicke] (1744 Hoophuizen-1774 Hoophuizen) | vernoemd naar haar grootvader van vaderskant:
               Evert Harmsen (familie Velicke) | 1663 Hulshorst-na 1733) | vernoemd naar zijn grootvader van moederskant:
                  Evert Willemsen (omstreeks 1600-na 1642; woonde te Hulshorst/Nunspeet)


Heimen Stoffels

Hijme Stoffels (1907 Utrecht-1975 Noordwijk) | vernoemd naar zijn vader:
   Heimen/Hijme Stoffels (1877 Enkhuizen-1958 Den Haag) | vernoemd naar zijn oom van vaderskant:
      Heimen Stoffels (1830 Elburg-1913 Elburg) | vernoemd naar zijn grootvader van vaderskant:
         Heijmen Stoffels (1773 Hoophuizen-1812 Elburg) | vernoemd naar zijn grootvader van moederskant:
            Heijmen Evertsen [familie Velicke] (1694 Hoophuizen-1782 Hulshorst) | vernoemd naar zijn oom van moederskant:
               Heijmen Gerritsen (1679 Nunspeet-na 1719) vernoemd naar zijn oom van vaderskant:
                  Heijmen Lambertsen (1644 Nunspeet-omstreeks 1675, ws Harderwijk ) | van hier af familiebanden onzeker | vernoemd naar mogelijk zijn grootvader van vaderskant:
                     Heimen Jansen (omstr 1575? Harderwijk? Voorthuizen?-1619/1620 Harderwijk) | vernoemd naar mogelijk zijn grootvader van vaderskant:
                        Heim/Heineman/Heimen Elbertsen?/Jansen? (omstr 1510, Voorthuizen?-?) | vernoemd naar zijn grootvader van moederskant:
                           'Heijmen' (omstr 1440-?)

Kempe

   De familie Kempe komt van Noord-Beveland in Zeeland. De naam Kempe is van een voornaam op een achternaam overgegaan, vermoedelijk toen men Kempe niet meer begreep als patroniem van een voornaam, en het om die reden als vaste familienaam opvatte. De betekenis van Kempe? Een kempe is in middeleeuws Nederlands een kampvechter. Bij de middeleeuwse mystieke schrijver Jan van Ruusbroec komt het woord kempe voor in de betekenis kampioen of succesvol vechter.
   Vechtjassen waren de Kempes allerminst, veeleer vielen ze op door hun vrolijke gemoedelijkheid, doorleefde vroomheid en ontwapenende eenvoud. De armoede dreef hen in de negentiende eeuw naar de juist aangelegde Haarlemmermeer, waar de armoede evenwel voortbestond. De kunst van rijkworden bezat men dus niet, de (levens)kunst van draaglijk gemaakte en beleefde armoede destemeer. Mijn oma Lies Stoffels-Kempe loodste veel later haar gezin dan ook met welhaast speels gemak door de crisis, toen die in de jaren dertig Nederland te pakken kreeg en in de greep hield.
   Mogelijk was de familie joods van oorsprong (en vóór 1800 helemaal niet zo arm). De stamboom begint namelijk met een Mozes, een naam die niet of hoogst zelden in christelijke families voorkomt, maar die bij de Kempes nog lang van geslacht op geslacht werd doorgegeven. Nog tot in de eerste helft van de negentiende eeuw stond de familie bekend onder de afwisselend gebruikte achternamen Mozis en Kempe. De stamboom is evenwel (nog) met aardig wat raadsels omsluierd.

Stoffels

   Leden van de familie Stoffels staan vrijwel altijd bekend als eigenzinnige, zo niet koppige, individualisten. Toch gaat onder dit deksel vaak een diepe maatschappelijke bewogenheid schuil. Hun eigenzinnigheid maakte Stoffelsen vaak geschikt voor kunstenaarsberoepen, of als zelfstandige ondernemers. Ook hun vroomheid is vaak zo persoonlijk dat ze niet goed in een groot kerkverband passen, maar zich vaak bij een kleine christelijke groep aansluiten, zoals de vergadering van gelovigen, of de ('oud gereformeerde') Van-den-Oevergemeenten.
   De familienaam Stoffels betekent, zo simpel is het, 'dochter of zoon van Stoffel', en gaat terug op Stoffel Hendriksen (1742 Hierden-1814 Hoophuizen), hoewel diens vader ook al Henderik Stoffelsen heette. Deze Henderik kwam uit Hemmerde bij het Duitse Unna, en had dus een vader Stoffel of Christoph. Helaas zijn de kerkelijke boeken van Hemmerde uit die tijd verloren gegaan bij een brand, en blijft onze afkomst hangen in een Westfaalse mist van rook.
   De naam Christophoros betekent drager van Christus en gaat terug op een heiligenverhaal: er was eens een veerman die mensen op zijn rug over de rivier droeg. Eens kreeg deze een klein jongetje te dragen. Het jongetje drukte echter zwaarder en zwaarder op 's veermans rug tot de goede man bijna bezweek. Het kind openbaarde zich toen als Christus, doopte zijn drager met de naam Christophorus en zond hem als evangelieprediker de wijde wereld in. Christophorus werd beschermheilige voor onder meer reizigers en verkeersdeelnemers. Wie hem aanroept of ontmoet, sterft beslist geen onverwachtse of plotselinge dood, luidt de belofte. Men kan zijn beeld vinden in de naar hem genoemde kerk te Roermond.

Van Leeuwen

   De Van Leeuwens vormen een familie uit Veenendaal. De naam wordt verklaard als 'uit (Boven- of Beneden-)Leeuwen', ook wel als 'uit Leuven'. Aangezien geen van beide hier het geval lijkt, moet Van Leeuwen wellicht aldus worden verklaard. De Van Leeuwens waren kuipers van beroep. Wie weet, hadden zij, zoals vele ambachtslieden of winkeliers, een uithangbord, bijvoorbeeld met een leeuw, bij hun werkplaats hangen, met dan als tekst De Leeuw of In De Leeuw. Leeuwen in 'Van Leeuwen' is dan geen meervoud, maar een oude genitivus: '(zij) van De Leeuw' > Van De Leeuw = 'des leeuwen' > Van Leeuwen. Overigens kunnen mijns inziens noch Boven- noch Beneden-Leeuwen noch Leuven het grote aantal (onderling niet-verwante) families Van Leeuwen in Nederland verklaren.

Velicke

   De geheimzinnig klinkende familienaam Velicke behoort toe aan een familie uit de streek Harderwijk-Nunspeet-Elburg. Het is een der oudste familienamen aldaar, zoniet de alleroudste. De oudst bekende voorvader was Aernt Velick, die in of omstreeks 1404 te Nunspeet werd geboren. Velicke is vermoedelijk eender met het woord Veling, dat Westfaal betekent. De familie Velicke moet dan in de tweede helft van de Middeleeuwen van Westfalen naar de Noordelijke Veluwe gekomen zijn. Ik sluit echter niet geheel uit dat Velicke Veluwenaar betekent - of tóch iets nog anders?

velicken veluwe

ik ben geland in 1400
sta in het zand
van eindeloze veluwe

een vreemde bries
zoelt suizend om mij heen
de tijd tracht mij
wild te verslokken
maar ik blijf staande
in de wind

voorwaarts mijn blik
noordwaarts mijn gang

een vreemde stilte
zoemt ruisend om mij heen
soms schim soms mens

toch moet er nunspeet zijn

velicke velicke
mensen nog bijna zonder woorden
velicken veluwe
traag kruipt de tijd over land
traag zaait en maait
een mensenhand

verleden: geen herinnering
maar ongedacht gezicht
vandaag tot leven gedicht

frits stoffels
26 april 2009


Verhoeff

   Toen Cornelis Hendricksen Verhoeff in de zeventiende eeuw in de omstreken van Voorthuizen opdook, en van hieruit een Veluws nageslacht stichtte, vroeg niemand waar hij vandaan kwam. Dat is jammer, want nu weten wij het ook niet. Namen die met Ver- beginnen, werden namelijk op de Veluwe niet gevormd. Cornelis was dus een volstrekt vreemde eend in de Veluwse bijt. De vraag blijft boeien: waarvandaan kwam hij dan? Namen met Ver- lijken vooral uit Vlaanderen te komen, en zich vandaaruit, mét de stroom Vlaamse inwijkelingen, noordwaarts, naar Noord-Brabant en Zuid-Holland, te hebben verbreid. Aangezien het platteland van de Veluwe eeuwenlang vooral uit autochtonen bestond, mag het vrij bijzonder heten dat een buitenstaander zich er vestigde. Nakomelingen van Cornelis belandden vooral te Harderwijk, Hierden, Nunspeet en Nijkerk.