Home‎ > ‎Onderzochte Familienamen‎ > ‎Frijlink‎ > ‎

Verbinding met Karel de Grote

Nageslacht Karel de Grote,
via Holland Henegouwen en Bras tot Frijlink.


I Karel de Grote, geb. bij Aix-la-Chapelle 2.4.748, gedoopt door Bonefacius aartsbisschop van Mayence; Karel en zijn broer Carloman volgen hun vader Pippijn samen op, waarbij Karel in hoofdzaak Neustrië, Bourgondië en de Provence, en Carloman in hoofdzaak Austrasië krijgen; beiden worden gezalfd op 9.10.768, Karel te Noyon en Carloman te Soissons; na de dood van Carloman in 771 en onder het passeren van diens minderjarige zonen, wordt Karel de enige koning der Franken; hij wordt dan wederom gezalfd als zodanig te Corbeny; na een geslaagde veldtocht tegen zijn ex-schoonvader de koning der Longobarden, volgt in 774 zijn proclamatie tot koning der Longobarden; Karel was reeds met zijn vader Pippijn gezalfd tot koning, Saint-Denis 28.7.754, en tevens door paus Stephanus II verheven tot ‘patricius Romanorum’, maar deze titel voert hij pas na zijn overwinning op de Longobarden; door paus Leo III tot keizer gekroond, Rome 25.12.800; laat dan zijn ‘patricius’-titel vallen; zijn uiteindelijke titulatuur wordt: ‘Karolus serenissimus augustus a Deo coronatus magnus et pacificus imperator Romanum gubernans imperium et per misericordiam Dei rex Francorum et Longobardorum’; zijn (westers) keizerschap wordt in 812 door de Oostromeinse ‘basileus’ Michael I Rhangabe erkend; overl. Aken 28.1.814, begr. ald. (Dom).
Hij had 4 echtgenotes en 6 concubines:
1. in ca. 768 een relatie met Himiltrudis (Chimiltrudis: Amautru), van Frankische origine, maar van onbekende familie.
2. tr. in 769 met een dochter van Desiderius, koning der Lombarden, en van Ansa. Karel verstootte haar echter in 770 of begin 771 en stuurde haar terug naar haar vader.
3. tr. voor 30.4.771 Hildegard (Houdiard), geb. in 758, overl. Thionville (Moselle) 30.4.783, begr. in de kerk van de abdij Saint-Arnoul van Metz (Moselle), dochter van Gerold I, frankisch graaf [in de Vinzgouw] en van Imma (Emma, Emme), dochter van de Alamannen-graaf Hnabi, achterkleindochter van hertog Godfried. Zij vergezelde Karel naar Italië in 773 en 781.
4. een relatie met een onbekende vrouw
5. tr. te Worm in oktober 783 de oost-Frankische Fastrada (Fastrée), overl.Frankfurt aan de Rijn 10.8.794, begr. in de basiliek van Saint-Alban te Mayence, dochter van Radolf, graaf van Franconië.
6. tr. tussen de herfst van 794 en 796 Liutgardis (Liedgarde, Liégeard), een Alamannische, overl. Tours (Indre-et-Loire) 4.6.800 op pelgrimstocht en begr. in de kerk van Saint-Martin te Tours.
7. een relatie met Madelgardis (Mathalgarde), gezien de naam mogelijk familie van de edele Vincent Madelgaire (overl. 677).
8. een relatie met de Saxische Gerswindis
9. een relatie met Regina (Régine, Reine) in 800
10. een relatie met Adelindis in 806.

Uit 1):
a. Alpais (?), geb. ca. 765/70, overl. 23 juli, uiterlijk in 852. Als weduwe werd zij abdis van Saint-Pierre te Reims. Tr. Beggo, overl. 28.10.816, graaf van Parijs (ca. 815) en stichtte de abdij van Saint-Maur-des-Fossés bij Parijs.
b. Pippijn, geb. ca. 770, overl. 811.

Uit 3):
c. Karel, de jonge, koning, geb. 772/73, overl. Beieren 4.12.811.
d. Adelais, geb. Italië tussen sept. 773 en juni 774, tijdens het beleg van Pavië, overl. Italië aug. 774., begr. in de kerk van de abdij Saint-Arnoul te Metz.
e. Hrothrudis, geb. ca. 775, overl. 6.6.810; na aanvankelijk verloofd te zijn (in 781) met Constantijn VI Porphyrogénete, waaruit echter geen huwelijk voortvoeide, had zij een relatie met Rorico, graaf van Rennes, overl. 1.3.839, bij wie ze een zoon had.
f. Pippijn, volgt IIA
g. Lodewijk, volgt IIB
h. Lotharius, geb. bij Poitiers tussen 16 april en de herfst van 778, overl. 779/80.
i. Bertrade of Berta, geb. 779/80, overl. na 14.1.823; na aanvankelijk
verloofd te zijn (ca. 789) met Ecgfrith, zoon van koning Offa, had ze een relatie met Angilbert, overl. 18.2.814, hoofd van de raad van de jonge Pippijn (781). (Zie reeks 33)
j. Gisela, geb. in 781, voor mei, overl. na 800, waarschijnlijk na 814.
k. Hildegardis, geb. Thionville in 782, na 8 juni, overl. tussen 1 en 8 juni 783, begr. in de kerk van de abdij Saint-Arnoul te Metz.

Uit 4):
l. Chrothais, geb. ca. 784, overl. na 800, waarschijnlijk na 814.

Uit 5):
m. Theodrada, geb. ca. 785, overl. tussen 9.1.844 en 853.
n. Hiltrudis, geb. ca. 787, overl. na 800, waarschijnlijk na 814.

Uit 7):
o. Rothildis, abdis van Faremoutiers tot aan haar dood op 24.3.852.

Uit 8):
p. Adeltrudis

Uit 9):
q. Drogo, bisschop van Metz, geb. 17.6.801, overl. Bourgogne 8.12.855, begr. in de kerk van de abdij Saint-Arnoul te Metz.
r. Hugo, bijgenaamd de abt, geb. tussen 802 en 806, werd gedood in een gevecht te Angoumois op 14.6.844.

Uit 10);
s. Theodoricus, geb. 807, overl. na 818.

IIA Pippijn, koning der Lombarden, geb. 777, overl. Milaan 8.7.810, begr. in de kerk San Zeno Maggiore te Verona. Vergezelde zijn vader naar Italië, alwaar hij werd gedoopt door paus Hadrianus, bij welke gelegenheid zijn naam Karel werd veranderd in Pippijn. Werd te Rome op 15.4.781 tot koning gekroond. Uit zijn verbintenis (voor 796) met Chrothais, zonder twijfel nauw geparenteerd aan Adelhard van Corbië en diens halfbroer Wala, de toekomstige beschermheren van Bernard van Italië, werden de volgende kinderen geboren:

a. Bernard, volgt IIIA
b. Adelais, geb. ca. 798, overl. na 810.
c. Adula, geb. ca. 800/10, overl. na 810.
d. Gundrada, geb. ca. 800/10, overl. na 810.
e. Berta, geb. ca. 800/10, overl. na 810.
f. Theodrada, geb. ca. 800/10, overl. na 810.

IIIA Bernard, koning der Lombarden, geb. ca. 797, overl. 17.4.818, 19 jaren oud zijnde, begr. in de basiliek van Saint-Ambroise in Milaan; komt, opgevoed in een klooster te Fulda, 812 naar Italië en wordt door zijn grootvader Karel de Grote in opvolging van zijn vader Pippijn in september 813 tot (onder)koning van Italië aangesteld; huldigt Lodewijk de Vrome als keizer 814; wanneer deze hem echter bij de z.g. ‘Ordinatio imperii’ van 817 passeert, komt hij met de groten van zijn rijk in opstand; verslagen geeft hij zich in december van dat jaar over te Châlon-sur-Saône; de rijksvergadering veroordeelt hem te Aken tot de dood; wordt echter door Lodewijk de Vrome ‘begenadigd’ tot het ‘uitsteken van zijn ogen’, welke ‘ingreep’ hij niet overleeft, zodat hij (slechts twee of drie dagen na de ingreep) aan zijn wonden 17.4.8 18 overlijdt, tr. ca. 814 Kunigunde (van overigens onbekende herkomst); overl. na 15.6.835.
Hieruit:
a. Pippijn, volgt IVA

IVA Pippijn, graaf (ten noorde van de Seine) tussen 834 en 840, geb. ca. 815, overl. na 840. Tr. een vrouw van onbekende herkomst.
Hieruit:
a. Bernard, graaf bij Laon 877-878(?), geb. ca. 845.
b. Pippijn, graaf (ten noorde van Parijs), geb. ca. 845, overl. na 28.1.893. Hij verbleef in 877 aan het hof van Karel II. Hij zou de vader kunnen zijn van:
ba. Bernard, graaf van Beauvais, geb.ca.885, overl. na 10.11.949.
bb. [Theoderic], vader van
bba. Theoderic, neef van Berbard de Beauvais, vermeld 945.
c. Heribert, volgt VA
d. Cunigundis(?),
e. dochter, mogelijk identiek met de echtgenote van Wido, graaf van Senlis, en moeder van Bernard, graaf van Senlis, geb. ca. 875, overl. na 945.


VA Heribert I, graaf van Vermandois, geb. ca. 850, tussen 900 en 6.11.907 vermoord, in opdracht van graaf Boudewijn II van Vlaanderen; wordt graaf van Soissons, leke-abt van St. Crépin, dan ook graaf van Méaux en Madrie en tenslotte in 896 graaf van Vermandois; kiest aanvankelijk de zijde van Karel de Eenvoudige in diens strijd tegen Odo/Eudes hertog van Francië om de Franse troon, maar verlaat dan om onbekende redenen diens partij; verliest zodoende St. Quentin en Péronne aan Rudolf graaf van Cambrai, broer van Boudewijn II van Vlaanderen, die hij later laat doden; uit bloedwraak geeft Boudewijn opdracht Herbert te vermoorden . Tr. NN (Liedgardis?), waaruit:
a. Heribert II, graaf van Vermandois, geb. ca. 880/890; tracht zijn machtsgebied uit te breiden; leke-abt van Saint-Médard-de-Soissons en van Saint-Crépin-de-Soissons; graaf van Vermandois, van Méaux, enz.; speelt een rol in de machtstrijd om de Franse koningskroon en in de conflicten met Oost-Francië, Bourgondië, wegens het lot van Lotharingen; sluit met evenveel gemak allianties, die hij dan zo nodig ook weer zonder meer verbreekt; kiest ondanks zijn eigen Karolingische afstamming veelal de partij der Robertijnen;
houdt de ongelukkige koning Karel III de Eenvoudige, na diens afzetting, vele jaren gevangen; overl. 23-2-943, begr. Saint-Quentin, tr. vóór 907 NN, geb. vóór 900, overl. na 931; dr. van Robert I graaf van Parijs, markgraaf van Neustrië (en later tegenkoning der Franken), en diens eerste echtgenote N. (event. Aélis?). Zie Reeks 78 en Reek97 .
b. Beatrix, geb. cas . 880, overl. na maart 931, tr. 895 Rodbert, hertog van de Franken, daarna gekozen koning der Franken, pion van de Robertingen. Zie reeks 17
c. Cunegundis, tr. ca. 915 Odo I, graaf in de Wetterau, overl. 12.12.949, broer van Herman, hertog van Souabe, en zoon van Gebhard, graaf in de Wetterau en in in noordelijke Rijngouw, hertog van Lotharingen in 904, familie van de Conradingen. Zie reeks 24

IIB Lodewijk I, geb. bij Poitiers tussen 16 april en de herfst van 778, door paus Hadrianus I tot koning van Aquitanië gezalfd Rome Pasen (154)-781; na de dood ,van zijn oudere broers Karel en Pippijn door zijn vader tot keizer gekroond en als mederegent aangesteld Aken 11.9.813; alleenheerser 28.1.814; doet zich door paus Stephanus IV opnieuw tot keizer kronen Reims 28.10.816; ontwerpt in Aken juli 817 een regeling van de toekomstige verdeling van zijn rijk (Ordinatio Imperii) welke hij echter in 829 wijzigt ten gunste van de uit zijn tweede huwelijk geboren zoon Karel hetgeen tot een reeks burgeroorlogen leidt; tot afstand gedwongen Çompiègne okt. 833 doch door zijn jongere zoons hersteld Saint-Denis 1.3.834; dit bevestigd door hernieuwde kroning Metz 28.2.835; overl. op een eiland in de Rijn bij Ingelheim 20.6.840, begr. Saint-Arnould bij Metz; had in ca. 793 een verhouding met een onbekende vrouw, tr. (1) 794 of 795 Irmingard, overl. 3.10.818, dr. van Ingram, graaf in de Haspengouw, en N.N.; tr. (2) Aken febr. 819 Judith (Welf), geb. ca. 800, overl. Tours 19.4.843, begr. ald. (Saint-Martin), dr. van Welf I, graaf in Beieren en Eigilwich uit Saksen. Voorts had Lodewijk tussen 851 en 853 een relatie met een onbekende vrouw.
Uit 1):
a. Arnulf, graaf van Sens (vermeld 817), overl. ca. 794.

Uit het eerste huwelijk:
b. Lotharius I, volgt IIIB
c. Pippijn I, volgt IIIC
d. Rotrude, geb. ca. 800
e. Berta
f. Hildegardis, geb. ca. 802/04, overl. na okt. 841, abdis van N.-D. en van Saint-Jean de Laon.
g. Lodewijk II, volgt IIID

Uit het tweede huwelijk:
h. Gisela, geb. tussen 819 en 822, misschien in de lente van 821, overl. na 1.7.874, ber. in de abdij Saint-Calixte van Cysoing (noord), waarbij ze aan de basis stond van de oprichting. Tr. tussen 835 en 840, waarsch. ca. 836 Everhard, hertog of markies van Friuli, overl. Italië 16.12.866, begr. in de abdij van Saint-Calixte te Cysoing, zoon van Unruoch, graaf van Ternois.
i. Karel de de Kale, volgt IIIE

IIIB Lotharius I, koning der Franken en Lombarden, geb. ca. 795, overl. in de abdij te Prum in de nacht van 28 op 29 sept. 855, begr. in de kerk van Saint-Sauveur van deze abdij. Aangesteld tot (onder)koning in Beieren 814; bij de Ordinatio lmperii als opvolger aangewezen en door zijn vader tot keizer gekroond Aken juli 817; bestuurt Italië sinds de herfst van 822; wordt (als ‘Festkrönung’) nogmaals tot keizer gekroond door paus Paschalis I Rome Pasen (8.4.)823 en regelt het bestuur van de Kerkelijke Staat, als onderdeel van het rijk, via de Constitutio Romana; feitelijk mede-regent van zijn vader van 825 tot aug. 829 wanneer deze samenwerking door diens begunstiging van Karel de Kale abrupt eindigt en hij terugkeert naar Italië; keert zich (na diverse, kortstondige verzoeningen) echter samen met zijn broers Pippijn en Lodewijk tegen hun vader begin 833, die nadat zijn leger op het ‘Leugenveld’ bij Colmar naar hen is overgelopen zich door hen gevangen laat nemen en die hij nadien feitelijk laat afzetten (Compiègne; Sois-sons); houdt ook nadien zijn vader in Aken gevangen en beperkt (strevend naar volle uitvoering van de Ordinatio Imperii) invloed en machtsgebied van zijn broers, waarop deze alsnog de kant van hun vader kiezen; verliest een reeks gevechten tegen hen en wordt wederom op Italië beperkt herfst 834; verzoent zich opnieuw met zijn vader op de rijksdag van Worms juni 839 en wordt op diens sterfbed tot opvolger gedesigneerd; verlaat Italië en herneemt de suprematie over zijn broers naar de (nooit opgeheven) Ordinatio, maar verliest een uiterst bloedige veldslag tegen hen bij Fontenoy (bij Auxerre) 25-6-841, hetgeen als
een godsoordeel voor een wezenlijke rij ksdeling wordt gezien ten gunste van zijn broers Lodewijk ‘de Duitser’ en Karel ‘de Kale’, die hun bondgenootschap bevestigen door in de wederzijdse talen voor hun aanhang afgelegde eden bij Straatsburg 14.2.842; sluit na langdurige onderhandelingen met hen het verdelingsverdrag van Verdun aug. 843, waarbij hij bij zijn langgerekte middenrijk wel de keizerstitel behoudt, maar daaraan geen suprematie over het West- en Oostfrankische rijk zal kunnen ontlenen; proclameert met beide broers in ‘fraternitas’ te zullen regeren Thionville okt. 844, maar krijgt een heftig geschil met Karel wanneer diens vazal Giselbert zijn dochter ontvoert 846, waarna pas vrede gesloten wordt (met legitimatie van het voltrokken huwelijk) Péronne jan. 849; verdeelt, ziek geworden, zijn rijk over zijn drie zoons; treedt in het klooster te Prüm 23.9, overl. 29.9.855 en begraven aldaar, tr. okt. 821 Ermengard, sticht uit haar morgengave het klooster Erstein; overl. 20.3.851; dr. van Hugo graaf van Tours en Ava N. Voorts had hij voor april 851 een relatie met Doda, overl. na 9.7.855, van onbekende herkomst en tussen 851 en 853 met een onbekende vrouw.
Uit het huwelijk:
a. Lodewijk II, volgt IVB
b. Hiltrudis, geb. ca. 826, overl. na 865/66. Tr. graaf Berengarius, zonder twijfel hertog van Spolete, overl. voor 865/66, waarbij ze klaarblijkelijk twee zoons had: Hildebert, graaf van Camerino (..850-882..) en graaf Berengarius (..850-882..)
c. Berta, geb. ca. 825/30, overl. na 7.5.852 (na 877?). Zij werd waarschijnlijk abdis van Faremoutiers.
d. NN, geb. ca. 825/30. Tr. 848 Giselbertus, graaf in de Maasgouw in Brabant, welke overl na 877. Het is onduidelijk of zij de ouders zijn van Ragnachar/Reginar. Zie Reeks 53
e. Gisela, geb. ca. 830, overl. 860.
f. Lotharius II, volgt IVC
g. Rotrudis, geb. ca. 835/40, tr. Landbert/Lambert II, graaf van Nantes, bij wie ze in ieder geval een zoon Witbert had.
h. Carolus, de jonge, koning, geb. ca. 845, overl. Lyon 25.1.863, begr. in de kerk van de abdij van Saint-Pierre te Lyon. Na zijn dood werd zijn koninkrijk verdeeld onder zijn broers.

Uit het tweede huwelijk:
i. Carloman, geb. 853.

IVB Lodewijk II, gezegd de Jonge, geb. ca. 825, overl. bij Brescia (Italië) 12.8.875, begr. in de basiliek Saint-Anbroise in Milaan. In 844 werd hij door zijn vader in Itlaië als koning geïnstalleerd, en werd in datzelfde jaar in Rome door paus Serge II tot koning gezalfd. In 850 werd hij door zijn vader tot de keizerlijke waardigheid verheven en werd in april als zodanig gekroond door paus Léon IV te Rome. Alles wees erop dat hij zijn vader in zijn voetsporen zou volgen. Na de dood van zijn vader eiste hij een deel van Francië op. De drie broers, zoons van Lodewijk de Vrome, kwamen uiteindelijk op een accoord uit t.a.v. de verdeling van de koninkrijken. Tr. voor 5 okt., na eerst in 851 verloofd te zijn, met Engelberga, dochter van graaf Erchanger, overl. tussen 896 en 901. Als weduwe werd zij religieuze.
Uit dit huwelijk:
a. Gisela, geb. ca. 852/55, overl. voor 28.4.868.
b. Ermengardis, geb. ca. 852/55, overl. in 896 voor 22 juni, begr. in de kathedraal Saint-Maurice te Vienne. Na een mislukte verloving met de oudste zoon van de Byzantijnse keizer Basilius I, huwde ze ca. 876 Boso, lieutenant van Karel de Kale in Italië, echter zonder de instemming van haar vader.

IVC Lotharius II, koning van Lotharingen, geb. ca. 835, overl. Plaisance (Italië) 8.8.869, begr. in de kerk van de abdij Saint-Atonin te Plaisance. voor het eerst terloops vermeld als jong kind (‘parvulus’) 841; verkrijgt bij de deling na de dood van zijn vader het noordelijk deel van diens middenrijk (dat later naar hem ‘Lotharingen’ genoemd gaat worden); in aanwezigheid van zijn oom Lodewijk de Duitser tot koning geproclameerd Frankfort okt. 855, mogelijk kort daarna te Aken gezalfd en gekroond; tracht zijn ca. 855 kerkelijk gesloten, kinderloze huwelijk met Theutberga als ongeldig te doen beschouwen en daarvoor in de plaats zijn al eerdere verhouding met Waldrada te doen erkennen, hetgeen zijn regering voortdurend belast; tracht de samenwerking tussen de Karolingische deelrijken te redden door herhaald overleg met zijn ooms, met wie hij de in 843 getroffen regeling bevestigt Koblenz juni 860; deelt na de dood van zijn broer Karel (24.1.863) diens (midden)deel met zijn andere broer, keizer Lodewijk II, en breidt zo zijn rijk uit tot en met Lyon en Vienne; wordt verplicht Theutberga weer als vrouw terug te nemen Gondreville (bij Toul) 15.8.865 en Waldrada naar Rome te laten gaan, maar blijft zich tegen die door paus Nicolaas I opgelegde regeling verzetten; schijnt daarmee bij diens opvolger Hadrianus II op meer succes te mogen rekenen, met wie hij in Montecassino samenkomt juli 869 en in het Lateraan; overlijdt echter vóór de samenkomst van een nieuwe, tr. 25.12.862 Waldrada N, overl. 9.4 na 869 als non in Remiremont.
Uit zijn verbintenis met Waldrada:
a. Hugo, geb. ca. 855/60, maar voor 18.5.863, overl. na 895. Zijn vader gaf hem het hertogdom van de Elzas in 867. Tr. 883 Friderada, weduwe van Bernard.
b. Gisela, geb. ca. 860/65, overl. 907, russen 21 mei en 26 okt. Als weduwe trok zij de abdij van Nivelles in waar ze abtdes werd. Tr. 882 de Deen Godfried, één van de aanvoerders van het Normandische leger.
c. Berta, geb. ca. 863, overl. 8.3.925, begr. Saint-Marie de Lucques in Italië. Tr. 1) tussen 879 en 881 Theotbald (Thibaud), graaf van Arles (Bosoniden). Tr. 2) ca. 895/98 Adalbert II, markies van Toscane, graaf van Canossa, overl.
17.8.915, zoon van Adalbert I, markies van Toscane, en van Rothildis, dochter van Wido I, gertog van Spoleto.
d. Ermengardis, religieuze in de abdij van Sainte-Justine de Lucques in Italië, overl. 6 aug. na 895/98, begr. in de kerk van de abdij.


IIIC Pippijn I, koning van Aquitanië, geb. ca. 797, overl. Poitiers 13.12.838, begr. in de kerk Sainte-Radegonde te Poitiers. Tr. sept. 822 Ringardis, dochter van Theodebert, graaf van Madrie. Ze werd bij haar man begraven.
Uit dit huwelijk:
a. Pippijn II, koning van Aquitanië, geb. ca. 823, overl. Senlis na juni 864. Tr. NN, waaruit geen kinderen werden geboren.
b. Carolus, aartsbisschop van Mayence, geb. ca. 825/30, overl. Mayence (Duitsland) 4.6.863, begr. in de kerk Saint-Alban in Mayence.
c. NN, tr.(?) Gerhard, graaf van Limoges(?), gesneuveld te Fontenoy 25.6.841.
d. NN, tr. Rathier, graaf van Limoges, overl. 25.6.841.


IIID Lodewijk II, de Duitser, koning, geb. ca. 806, overl. Frankfurt aan de Main 28.8.876, begr. in de kerk Saint-Nazair van de abdij Lorch . Tr. 827 Emma, dochter van Welf I, graaf in Beieren, en van Heilwig, en zuster van Judith, echtgenote van Lodewijk de Vrome. Zij overl. 31.1.876, begr. in de kerk Saint-Emeran te Ratisbonne (Regensburg).
Hieruit:
a. Hildegardis, abdis van Schwarzach bij Wurzburg (na 844), daarna te Zurich (21.7.853), geb. ca. 828, overl. 23.12.856.
b. Carloman, volgt IVD
c. Ermengardis, abdis van Buchau (am Federsee) 28.4.857 en in Chiemsee, overl. 16.7.866.
d. Gisela; zij is mogelijk gehuwd geweest.
e. Lodewijk III, de Jonge, koning, geb. ca. 835, overl. Frankfurt aan de Main 20.1.882, begr. bij zijn vader in de abdij van Lorsch. Hij had ca. 855/60 een verhouding met een vrouw van onbekende herkomst en tr. 876/77 Liutgardis (familie van de Liudolfingen), overl. 30.11.885, begr. Aschaffenburg, dochter van Liudolf, Saxisxh graaf, en van Oda, dochter van de Frankische prins Billung.
Hieruit:
ea. Hugo, geb. ca. 855/60, gesneuveld in de strijd tegen de
Normandiërs in febr. 880 en werd begr. in de abdij Lorsch.
eb. Lodewijk, geb. ca. 877, overl. ten gevolge van een ongeluk in het paleis te Frankfurt aan de Main ca. nov. 879.
ec. Hildegardis, geb. ca. 878-881, overl. na 895, overl. na 895. Als religieuze te Chiemsee spande ze samen tegen koning Arnulf en werd in 895 verbannen.
f. Berta, abdis van Schwarzach (853), daarna te Zurich (856), overl. 26.3.877.
g. Karel, volgt IVE


IVD Carloman, koning, geb. ca. 830, overl. Altooting (Beieren) 22 maart of 29 sept. 880. Hij had ca. een relatie met Liutwindis, overl. voor 9.3.891, van onbekende
afkomst. Tr. voor 861 NN, overl. na 8.7.879, dochter van Ernest, graaf in de Noordgouw, welk huwelijk kinderloos bleef.
Uit zijn relatie met Liutwindis:
a. Arnulf, volgt VB

VB Arnulf, koning en daarna keizer, geb. ca. 850, overl. Ratisbonne (Regensburg) 8.12.899, begr. Saint-Emmeran. In ca. 870 had hij een verhouding met Winburg; voor 888 had hij een verhouding met een onbekende vrouw en ca. 870/75 had hij een verhouding met Ellinrat, overl. na 24.5.914. Tr. voor eind 888 Oda, overl. na 30.11.903, mogelijk verwant aan Conrad I, koning van Franconië.
Uit zijn relatie met Winburg:
a. Zwentibold, koning, geb. tussen 870 en 871, gesneuveld terwijl hij zijn koninkrijk wilde heroveren, aan de Maas op 13.8.900, begr. in de abdij van Echternach. Tr. 897, tussen 27 maart en 13 juni, Oda, overl. 2 juli, na 952, dochter van Otto de Illustere, graaf of hertog van Saxen, en diens echtgenote Hadwig, zuster van Hendrik de Vogelaar. Zij hertrouwde nog in hetzelfde jaar van overlijden van haar man met diens overwinnaar Gerhard, graaf van Metz, broer van Matfried.Uit het huwelijk Zwentibold x Oda:
aa. (?) Benedicta, abdis van Susteren (?)
ab. (?) Caecilia, abdis van Susteren (?)

Uit zijn relatie met de onbekende vrouw:
b. Ratold, overl. na 896.

Uit zijn relatie met Ellinrat:
c. Ellinrath, overl. na 24.5.914.

Uit zijn huwelijk met Oda:
d. Lodewijk IV, het Kind, keizer en koning der Duitsers, geb. juli 893, ongehuwd en kinderloos overl. Beieren 24.9.911, begr. Ratisbonne.

IVE Karel III, de Dikke, koning, later keizer, geb. 839, overl. Neudingen, vlakbij Furstenberg aan de Donau 13.1.888, begr. in de abdij van Reichenau. Tr. 862 St. Richargdis, overl. in de abdij van Andlau in de Elzas op 18 sept. voor 906/11, dochter van de Elzasser graaf Erchanger II, welk huwelijk kinderloos bleef. Had een relatie met een onbekende vrouw, waaruit:
a. Bernard, overl. 891.

IIIE Karel II, de Kale, koning, daarna keizer, geb. Frankfurt aan de Main 13.6.823, overl. Maurienne op 6.10.877, begr. klooster Nantua, later Saint-Denis. Vormt reeds vanaf 829 het middelpunt van handelen van zijn ouders om hem (in strijd met de als definitief bedoelde Ordinatio Imperii) een eigen rijk te bezorgen; door zijn vader tot koning gekroond en aangesteld tot hertog van Maine, Quierzy sept. 838 en van Aquitanië 13.12.838; strijdt na de dood van zijn vader samen met zijn halfbroer Lodewijk de Duitser tegen hun oudste broer Lotharius I, welke zij verslaan bij Fontenoy (bij Auxerre) 25.6.841; verkrijgt West-Francië bij het verdelingsverdrag van Verdun aug. 843; wordt na jarenlang verzet van de aristocratie in het hem toebedeelde rijksdeel alsnog door ‘bijna alle’ wereldrijke en geestelijke groten van Aquitanië tot koning gekozen en door de aartsbisschop van Sens gezalfd en gekroond, Orléans 848; weet echter (o.a. door de voortdurende Noormannen-invallen) pas vanaf 860 een zekere consolidering te bereiken; schaart zich van dan af, samen met Lodewijk de Duitser, aan de zijde van Theutberga wier huwelijk met hun neef Lotharius II kinderloos is, wat dus tot een komende verwerving, althans deling van het middenrijk kan leiden; laat zich na de plotselinge dood van Lotharius II (8.8.869) tot koning van Lotharingen wijden Metz 9.9.869, doch moet het oostelijke deel daarvan afstaan aan Lodewijk de Duitser bij het verdrag van Meersen 8.8.870; laat zich na de dood van zijn neef Lodewijk 11 door paus Johannes VIII tot keizer kronen, Rome 25.12.875; geacclameerd door een Italiaanse Rijksverzameling als ‘protector et defensor’ (en daarmee feitelijk tot koning) Pavia febr. 876; tracht na de dood van Lodewijk de Duitser (28.8.876) via een bliksemveldtocht naar Aken alsnog het hele middenrijk te verwerven, maar wordt door Lodewijk de Jonge bij Andernach verslagen 8.10.876; treft op een rijksverzameling te Quierzy (waar voor de duur van zijn afwezigheid de erfelijkheid van lenen per cartularium wordt afgekondigd 14.6.877) voorbereidingen om de paus tegen de Saracenen te hulp te komen, maar ziet daartoe in Italië geen kans. Tr. (1) Quierzy 13.12.842 Ermentrudis, geb. ca. 830; overl. 6-10-869; dr. van graaf Odo van Orléans; tr. 2) 12 .10.869, bevestigd Aix-la-Chapelle 22.1.870, een Bosonide vrouw, overl. tussen 910 en 3 febr. 911, dochter van Bivin, graaf en abt van Gorze en van NN, dochter van Boso de Oude, graaf van Italië, en nicht van koningin Theutberga, echtgenote van Lotharius II.
Uit het eerste huwelijk:
a. Judith, (zie Reeks 2 en Reeks 105), geb. ca. 844, overl. na 870, tr. 1) Verberie 1.10.856, Aethelwulf, koning der West Saxen (Wessex), overl. 13 jan. of 13 juni 858, zoon van Egbert, koning van Wessex en Kent, en van Redburgh; tr. 2) 858 Aethelbald, koning van Wessex, overl. 860, zoon van
koning Ethelwulf en diens eerste echtgenote Osburgh; tr. 2) Auxerre dec. 862 Boudewijn I, met de IJzeren Arm, graaf van Gantois, Waas, Ternois en Vlaanderen, overl. Arras 879.

4. Judith van West-Francie, geb. omstr. 844, overl. na 870, (dochter van IIIE Karel II, de Kale) tr. (1) Verberie 1 okt. 856 Aethelwulf, koning van Wessex, tr. (2) 858 Aethelbald, koning van Wessex, werd in de lente van 862 geschaakt, tr. Auxerre 13 dec. 863 Boudewijn I IJserenarm, graaf van Terwaan 866, bestuurder van de gouwen Kortrijk, Aardenburg en West Vlaanderen en mogelijk Mempiscus (tussen Gent en Kortrijk), verloor na de schaking van Judith van West Francië zijn graafschappen 862 maar verzoende zich met Karel de Kale en werd opnieuw aangesteld tot graaf in de gouwen Vlaanderen, Waas en Gent 864 en na 866 in de streek Sint-Omaars (Ternois), leke-abt St. Pietersabdij te Gent 870, toezichthouder en raadgever van kroonprins Lodewijk (de Stamelaar) bij het vertrek van Karel naar Italië, overl. 21 jan. 879
5. Boudewijn II de Kale, geb. omstr. 864, graaf van Vlaanderen 879-918, usurpeerde na afloop van invallen van de Noormannen van de jaren 879-883 grondbezit en rechten in de hele streek tussen Schelde en Artois, gold als grondlegger van Vlaanderen als terrotoriaal vorstendom, wisselde herhaaldelijk van partij in de strijd tussen de diverse Westfrankische Koningen en liet aartsbisschop Fulco van Reims (900) en graaf Heribert I van Vermandois (voor 907) vermoorden, richtte een groot aantal burchten op ter bescherming van zijn gebied, overl. 10 sept. 918, begr. Gent, tr. omstr. 884 Aelfthryth van Wessex, geb. omstr. 872 (dochter van Alfred I de Grote, koning van Engeland 871-899, en Elswitha van Gainsborough), stak omstr. 884 het Kanaal over, gravin van Vlaanderen, overl. 7 juni 929
6. Arnulf I (de Grote), geb. 885/90, graaf van Vlaanderen 918-964, na de dood van zijn vader graaf van Noord-Vlaanderen en na de dood van zijn broer Adalofi heer van Boulogne 933, veroverde het graafschap Ponthieu, bevorderde de kloosterhervormingen van Gerard van Brogne, deed grote schenkingen aan de St.Pieter te Gent, trof regelingen met de Westfrankische Koning Lotharius ter bescherming van diens jeugdige kleinzoon als opvolger in 962, overl. 27 maart. 965, begr. St.Pieter te Gent, tr. 933 of 934 Adela van Vermandois, geb. 910/15 (dochter van Heribert II, graaf van Vermandois 907-943) en Adela (of Liegarde) van Neustrie), werd uitgehuwelijkt om de vrede tussen het huis Vlaanderen en de Heribertiner graven te bestendigen 933, gravin van Vlaanderen, overl. tussen 958 en 960, begr. Gent .
Hieruit o.m.:
Boudewijn III, volgt Reeks 18
Hildegard, volgt hierna
Elstrude, volgt Reeks 159
7. Hildegard van Vlaanderen, geb. 936/37, overl. tussen 11 apr. 975 en 11 apr. 980, begr. Egmond onder één steen met graaf Dirk III, tr. 938 Dirk II, geb. omstr. 932 (zoon van Dirk I (Bis), vermeld 936-941, en Gerberga (Geva) van Hamalant), graaf in het WestFriese gebied tussen Maas en Vlie 962-988, schonk ter ere van de bijzetting van St.Adalbertus Egmond een stenen kerk 15 juni 950, nam de grafelijke burcht in Gent in (965), bood de Egmondse abdij een evangeliarium aan 975, kreeg zijn lenen in Maasland, Kennemerland en op Texel van koning Otto III in vrij eigendom 25 aug. 985, overl. 6 mei 988.
8. Arnulf ‘Gandensis', geb. Gent omstr. 951, graaf van Holland 988-993, vergezelde keizer Otto II van Duitsland naar Rome 983, breidt zijn gebied uit naar het zuiden, overl. (gesneuveld) 18 sept. 993 (vermoedelijk aan de mond van de Maas), begr. Egmond (abdijkerk), later als heilige vereerd, tr. mei/aug. 980 Liutgard van Luxemburg (dochter van Siegfried van Verdun, graaf van Luxemburg 963-998, en van Hadewig (van Lotharingen), schenkt het bezit Rugge aan de St.Pieterskerk van Gent voor het zieleheil van haar gemaal 20 sept. 993, verzoende zich met de opstandige West-Friezen juni 1005, overl. 13 mei (na 1005), begr. Egmond (abdijkerk).
9. Dirk III 'Hierosolomyta' van Holland, geb. omstr. 981, volgde zijn vader op als graaf van Holland onder voogdij van zijn moeder 993, koloniseerde de Riederwaard omstr. 1015, versloeg het keizerlijk leger van Hendrik II bij Vlaardingen 1018, maakte een bedevaart naar Jeruzalem, steunde Koenraad II in de strijd om het Duits koningschap na 1024, overl. 27 mei 1039, begr. Abdijkerk Egmond, tr. voor 1019 * Othilde von de Nordmark, geb. omstr. 993 (mogelijk dochter van Bernard I, markgraaf van de Nordmark 1018-1044, en N.N. Vladimirovna van Kiev), vertrok na de dood van haar man terug naar Saksen (1039), overl. Quedlinburg 31 mrt. 1044

Volgens broeder Leo (Egmondse annalen, 1370) was zij een dochter van Bernard, hertog van Saksen. Hij geeft hiervoor geen enkele bronvermel-ding. Tegen deze filiatie is als belangrijkste punt in te brengen dat Floris I zelf met een dochter van Bernard I von Saksen was gehuwd, waardoor Floris en Gertrudis neef en nicht zouden zijn. Ramaer (1932) baseert zich op een artikel van Cohn (1871), die aangeeft dat Othelhilda als dochter van markgraaf Bernard II was (zoon van Bernard I van de Nordmark) zonder verdere verklaring. Europaische Stammtafeln I Teilband I geeft slechts één Bernard aan, gehuwd met een onwettige dochter van de vorst van Kiev en vader van Koenraad von Haldensleben. Deze Bernard heeft een zus, eveneens Othelhildes genoemd en stamt uit een belangrijkse Saksische familie (bron: jttp:www.genealogie-mittelalter.de).

10. Floris I van Holland, geb. na 1019, volgde zijn broer Dirk IV op als graaf van Holland 1049-1061, trachtte zijn macht uit te breiden in de Bommelerwaard doch werd vermoord bij Nederhemert 28 juni 1061 door een handlanger van bisschop Willem van Cuijk, begr. Egmond, tr. omstr. 1050 Gertrudis (Geertruida) van Saksen, geb. Saksen omstr. 1033 (dochter van Bernard II Billung, hertog van Saksen 1011-1059, en Eilika van Schweinfurt), regentes voor haar minderjarige zoon Floris II 1061-1071, week met haar tweede man naar Gent uit toen Godfried III met de Bult tegen Holland ten strijde trok 1069, overl. 4 aug. 1115, begr. St.Walburgskerk, Veurne (B.), tr. (2) 1063 Robert I de Fries, graaf van Vlaanderen .
11. Dirk V van Holland, geb. omstr. 1054, onder voogdij van zijn stiefvader Robrecht de Fries 1061-1071, zag zijn landen bij Rijnland en Westflinge vervallen verklaard aan Utrecht bij oorkonde van keizer Hendrik IV 30 apr. 1064, verdreven uit Kennemerland 1071 doch werd opnieuw aangesteld tot graaf na de moord op hertog Godfried II 'met de Bult' 1076, onttrok de Zuid-Hollandse eilanden aan de macht van de Utrechtse bisschop en nam de sterkte IJsselmonde in juni 1076, steunde in de Constituurstrijd de pauselijke partij (1078), overl. 17 juni 1091, begr. Egmond, tr. voor 26 juli 1083 Othelhildis, overl. 18 nov. (?), begr. Egmond.
12. Floris II de Vette, volgde zijn vader Dirk V op als graaf van Holland 1091, voerde als eerste de titel graaf van Holland 1101 als leenman van de Utrechtse bisschop, nam geen deel aan de eerste kruistocht 1096 maar stimuleerde nieuwe veenontginningen bij de grote rivieren, overl. 2 mrt. 1122, begr. Abdijkerk Egmond, tr. omstr. 1108 Geertruida van Lotharingen, verwekte een natuurlijk kind bij N.N.
Hieruit (o.m.):
(bastaard)dochter, volgt Reeks 133
Dirk VI, volgt hierna
13. Dirk VI graaf van Holland, geb. ca. 1109, overl. 5.8.1157, begr. Rijnsburg, tr. ca. 1124 Sophia van Rheineck, overl. Jeruzalem 26.9.1176, begr. aldaar.
Hieruit (o.m.):
Floris III, volgt hierna.
Otto IV/I van Bentheim, volgt Reeks 8
14. Floris III graaf van Holland, geb. ca. 1128, overl. op kruistocht aan de pest 1.8.1190, tr. 1162 Ada van Schotland, overl. 11.1.1208, begr. Middelburg.

15. Willem I graaf van Holland, overl. 4.2.1222, begr. Rijnsburg, tr. 1) Stavoren 1197 Aleida van Gelre, waarsch. geb. ca. 1178, overl. 12.2.1218, begr. Rijnsburg.

16. Floris IV graaf van Holland, geb. 24.6.1210, gedood tijdens een steekspel in Frankrijk 19.7.1234, begr. Rijnsburh, tr. (verloofd Antwerpen 5.11.1214) 1224 Machteld van Brabant, geb. ca. 1197, overl. 22.12.1267, begr. Loosduinen.
Hieruit o.m.:
a. Willem, volgt Reeks 37
b. Aleida, volgt hierna

17. Aleida van Holland, regentes van graaf Floris V 1258 - 1263, overl. tussen 1 maart en 9 april 1284, begr. Valenciennes, tr. sept. 1246 Jan I van Avesnes, geb. Houffalize april 1218, graaf van Henegouwen, overl. 24.12.1257, begr. Valenciennes.
Kinderen o.m.:
a. Jan, volgt Reeks 3
b. Gwijde, volgt hierna

18 Jan II van Avesnes, geb. ca. 1247, werd 1280 graaf van Henegouwen, doch bond wegens Rijks-Vlaanderen de strijd aan met de Dampierre´s, werd 1299 ook graaf van Holland, verjoeg keizer Albrecht uit Nijmegen, die hem voor zijn gerecht wilde dagen in verband me de opvolging in Holland, overl. Valenciennes of Bergen 11 (?) sept. 1304., tr. ca. 1270 Philippine van Luxemburg, overl. 6.4.1311.
Hieruit o.m.:
Willem III, volgt hierna
Jan II van Avesnes, had o.m. als bastaarden:
Willem Cuser, volgt Reeks 66
Aleid, volgt Reeks 28

19 Willem III graaf van Holland en Henegouwen, waarsch. geb. ca. 1286, overl. Valencijn 8.6.1337, tr. Longpont 23.5.1305 Johanna van Valois, geb. ca. 1294, overl. Fontenelle (?) 7.3.1342.
Hieruit o.m.:
Margaretha, volgt hierna
Bij een zekere jonkvrouw De Moor had graaf Willem een bastaardzoon:
Jan Aelman, volgt Reeks 85
Bij Alida van de Geijne had graaf Willem een bastaardzoon:
Claes van de Geyne, volgt Reeks 95


20. Claes van de Geyne, huurde land aan het Spaarne 1343 en 1344, ontving van Willem V een jaargeld 1347, overl. voor 1352.

21. Willem van de Geijne, kastelein van Heusden, raadsheer van hertog Albrecht, op 8.12.1362 beleend met het huis Cronenborch in Loenen aan de Vecht 8.12.1362, idem met het hofland te Ouderamstel 1363, idem met goed te Loenerkarspel 1371, pandde het hopgeld te Haarlem 1379, kreeg in 1387 goederen te Noordwijkerhout, overl. tussen 1.3.1397 en 24.5.1397. Tr. 1) nov. 1362 Elisabeth van Heemskerck, overl. kort voor 3.5.1379. Tr. 2) voor 1.9.1379 Aleida van de Merwede, overl. na 21.5.1398.
Uit een van deze twee huwelijken:
22. Hendrick de Oude van Cronenborch, werd 24.5.1397 beleend met hopgelden te Haarlem, volgde voor 1425 zijn broer op als heer van Cronenburg en Loenen, kreeg 28.7.1426 absolutie van Philips de Goede, deed 1437 afstand van zijn lenen en woonde later te Diest, overl. na 12.3.1445, tr. Catharina van der Lecke, overl. na 12.3.1445.
23. Hendrick de Jonge van Cronenborch, ridder, heer van Cronenborch en Loenen, beleend 11.11.1437, moest wegens schulden op 6.5.1446 zijn slot en heerlijkheid Cronenburg verkopen, evenals zijn bezittingen te Loenen, was 1455 maarschalk van het Nedersticht, overl. tussen 13.9.1480 en 1.5.1483.
Uit een buitenechtelijke relatie:

24. Jan van Cronenborch, onmondige 3.6.1469, beleend 13.9.1480 met woning en land te Wijk in het land van Heusden, volgeling van Frans van Brederode, nam 1488 deel aan de aanslag op Rotterdam en werd dientengevolge 22.5.1490 bij verstek ter dood veroordeeld met verbeurdverklaring zijner goederen, overl. voor 27.12.1506, tr. voor 13.9.1480 een onbekende vrouw.

25. joffr. Henrich van Cronenborch, tr. Willem van Herzel, beleend met Herzel 23.6.1523, schepen in de Vrijheid van Oirschot 1525, overl. tussen 1531 en 1532, zn. van Lodewijk van Herzel, beleend met Herzel, en Elizabeth Rovers van den Borne

26. Elizabeth van Herzel, tr. Robbrecht de Lempri.

27. Anna de Lempri van Herzel, tr. Dirck van Seventer, woont te Andel, schout van Giessen in 1579 en 1591, heemraad van Andel in 1601, hoge waarsman van Giessen en Andel 1612, hoogheemraad van Altena 1591, 1593, 1595, 1597, 1598, 1600, 1602, 1603, 1607 en 1614, overl. tussen 13.7.1615 en 26.11.1615, zn. van Huijbrecht van Seventer.

28. Philips van Seventer, heemraad van Andel, ca 1640, hoge waarsman van Andel en Giessen, 1630 en 1642, hoogdijkheemraad van Altena, 1630, 1635, 1638, 1646, 1647, en 1650, overl. tussen 1650 en 1654

29. Elisabeth van Seventer, tr. ca. 1645 Jan/Johan Peters Pus, geb. ca. 1615 , schepen van Giessen (1659), diaken (1648), ouderling (1651 en 1663), schout van Andel, hoogdijkheemraad (1669 en 1672), overl. voor 8.9.1678, zn. van Peter Hermansz Pus, schout van Giessen (sept 1602), en Heyltje Jan Engebrechtsdr.

30. Susanna Pus, overl. Andel 16.11.1719 (aangifte), begr. Giessen, tr. Johannis Schriba, ged. Moers 31.7.1643, komt in 1667 als proponent naar Engelen, theol. cand., bevestigd als predikant te Engelen 1669, overl. Engelen 1678, zn. van Theodorus Scriba, predikant te Moers, en Alijda (Aaltgen) Brandhoff.

31. Theodorus Franssoijs Scriba, ged.(Ned.Geref.) Engelen 29.11.1671, tr. Antonetta Caddijk, mogelijk dr. van Pieter Cadijck, hoogheemraad van Altena (1657), en Maria Dingemansdr van Oversteech.
32. Joannes (Jan) Scriba, ged.(Ned.Geref.) Rijswijk (NB) 21.11.1700, overl. tussen 1766 en 1769 (zie doopboek Giessen), ondertr./tr.(Ned.Geref.) Veen 7.11/29.11.1733 Jenneke Baaijen, j.d. van Veen, ged.(Ned.Geref.) Veen 24.10.1703, dr. van Arien Gijsbertsz Baayen en Anneken Dirks van Gammeren.

33. Theodorus Francois Scriba, ged.(Ned.Geref.) Giessen 18.8.1737, ondertr./tr.(Ned.Geref.) Almkerk-Emmikhoven/Uitwijk-Waardhuizen 8.5/31.5.1761 Maria/Maayke Barendsdr Biesheuvel, ged.(Ned.Geref.) Uitwijk-Waardhuizen 12.11.1730, dr. van Barent Biesheuvel en Ceelegje/Seleke van Genderen.

34. Marieke/Mayke Scriba/Schrieba, geb./ged.(Ned.Geref.) Giessen 19/25.9.1763, overl. de Werken (en Sleeuwijk) 21.3.1837, tr.(Ned.Geref.) Almkerk-Emmikhoven 15.10.1786 Jan Huibertz Pruissen, geb. de Werken, ged.(Ned.Geref.) Werkendam 30.3.1760, watermolenaar, overl. de Werken (en Sleeuwijk) 28.10.1842, zn. van Huibert Pruissen en Anna/Anneke Jurise Ritmeester.

35. Jan Pruissen, geb./ged.(N.H.) de Werken/Werkendam 1/17.10.1802, arbeider, overl. de Werken (en Sleeuwijk) 16.12.1843, tr. de Werken en Sleeuwijk 7.9.1828 Hazia van Dijk, geb./ged.(N.H.) de Werken/Werkendam 11/26.7.1807, overl. Almkerk 4.8.1904, dr. van Goovert/Goverd van Dijk en Jannigje Kieboom.

36. Jannigje Pruissen, geb. de Werken (en Sleeuwijk) 28.12.1828, overl. Haarlemmermeer 10.12.1895, tr. de Werken en Sleeuwijk 17.5.1852 Leendert Bras, geb. de Werken (en Sleeuwijk) 22.3.1828, landbouwer, overl. Haarlemmermeer 14.2.1869, zn. van Leendert Bras, arbeider, watermolenaar, en Sijke van Drunen.

37. Haasje Bras, geb. Haarlemmermeer 27.4.1865, tr. Haarlemmermeer 31.5.1893 Arie Klomp, geb. Haarlemmermeer 16.4.1865, zn. van Arie Klomp en Anna de Groot.
38. Jannigje Maria Klomp, geb. Haarlemmermeer 4.11.1897, overl. Katwijk aan de Rijn 11.9.1976, tr. Bennebroek 29.4.1926 Paulus Noppen, geb. Katwijk aan Zee 13.8.1889, overl. Katwijk aan de Rijn 22.5.1975, zn. van Jan Willem Noppen en Aaltje van der Zwart.
39. Haasje Gerritje Noppen, geb. Hillegom 8.5.1929, tr. Hillegom 21.1.1953 Jan Brand Frijlink, geb. Hillegom 30.3.1927, zn. van Brand Frijlink en Aartje Heij.
40. Bram Frijlink, geb. Hillegom 9.11.1953, tr. Nieuwerkerk aan den IJssel 21.1.1976 Margaretha Adriana Snoei, geb. Nieuwerkerk aan den IJssel 16.7.1955, dr. van Klaas Snoei en Margaretha Adriana de Wit.


Bronnen:
Tot generatie 20:
Website Karel de Grote.nl.

Generatie 20-24:
Dr A.W.E. Dek, Genealogie der graven van Holland, academisch proefschrift 1954.

Generaties 25-27 (Van Herzel):
P. van Eeten, Aanvullingen/correcties genealogieën op "Het geslacht Van
Seventer", in: GTMWB 1991, p. 210-213.

Generaties 19-26:
P. van Eeten, Het Uitwijkse geslacht van Cronenborch, Genealogisch Tijdschrift voor Midden- en West-Noord-Brabant en de Bommelerwaard (GTMWB) sept. 1995, p.187-193

Generaties 27-30:
P. van Eeten, Het geslacht Van Seventer, GTMWB 1989, p.275-283

Generaties 29-31:
ir. F. Nawijn, De erfgenamen van Anthony Pus, in: Brabantse Leeuw 1961, p. 60-64
P. van Eeten, Het Geslacht Pus, in: GTMWB 1987, p. 290-294

Generaties 30-31:
Elis. H. Korvezee, Nogmaals de erfgenamen van Anthony Pus, in: Brabantse Leeuw 1961, p. 123-127
T. Blom, Fragment genealogie Scriba, predikanten te Moers, Nederhemert, Engelen, in: GTMWB 1994, p. 164-166

Generaties 32-36:
Onderzoek door N.P. den Hollander.


Generaties 37-40:
eigen onderzoek door B. Frijlink.