Het stadswapen van Sneek                                                              Artikel als PDF bestand
 

Haar oorsprong en de betekenis van de verschillende elementen

 

                                               door G.H. Hofstra

De gemeente Sneek bestaat inmiddels niet meer, maar het gemeente wapen, wat eigenlijk het stadswapen van Sneek is, heeft de afgelopen eeuwen bijna onveranderd alle (politieke) gebeurtenissen overleeft. In dit artikel wil ik proberen. De oorsprong maar vooral de verschillende elementen in het Sneker stadswapen te verklaren. In het verleden zijn hier al verschillende artikelen aan gewijd, waardoor er volgens mij een verkeerd beeld is ontstaan.

Deze zijn vooral  gebaseerd rond twee theorieën. Als eerste zou het stadswapen zijn afgeleid van het persoonlijke wapen van Rienck Bockema (±1350-†1436) hoofdelingen van Sneek (A. Wassenbergh 1845. H Baert van Sminia 1856, A.S. Miedema 1895). De tweede houd verband met de zogenaamde “Karelsprivileges”, welke volgens de verhalen in Sneek werd bewaard (H. Halbertsma & W.H. Keikes 1956). Volgens mij is het stadswapen van Sneek een bewuste samenstelling van verschillende elementen en betekenissen, in dit artikel wil ik dat proberen aan te tonen.

Het huidige stadswapen werd in 1818 vastgesteld door de Hoge Raad; 'Een schild in de lengte doorsneden, de rechterhelft van goud beladen met een halve zwarte arend, de linkerhelft beladen met drie gouden kronen paalsgewijze geplaatst. Het schild gedekt met een gouden kroon en vastgehouden ter rechterzijde door een wildeman en ter linkerzijde door een klimmende leeuw' (voor de kijker links en rechts).

 

Friese Heraldiek

Laten we eerst eens kijken naar de oorsprong van Friese wapens. Friese stam- of geslachtswapen ontstonden vooral in de loop van de 14e en 15e eeuw, toen de oude Friese adel hun grondrechten claimden. Stadswapens zien we vooral in het begin van de 15e eeuw ontstaan. Wanneer steden steeds meer invloed kregen, en als stad waren vertegenwoordigd bij het sluiten van verdragen. In een aantal Friese stadswapens zien we tegenwoordig een sprekend figuur, die verwijzen naar de naam van de plaats zelf. Maar we moeten niet vergeten dat de meeste Friese stadswapen zoals we die nu kennen, er in de 15e eeuw anders hebben uitgezien. Bij een aantal Friese stadswapens wordt wel gewezen op de rol van de hoofdeling in het stadsbestuur. Deze Friese hoofdeling had geen leenband met een leenheer, en was de heer van stad, dorp of buurtschap. Deze rol was zowel juridisch als militair, en bepaalde zo als leider en beschermer van de gemeenschap het politiek en militair toneel in het Friesland van de 14e en 15e eeuw[1]. Ondanks de groeiende invloed van de ontwikkelende steden in de 15e eeuw, bleven de lokale hoofdelingen een belangrijke rol spelen en wisten deze zelfs te versterken. Zo geeft het stadsboek van Sneek, een bevestiging van deze macht. Hierin kreeg Bocke Harinxma en zijn nakomelingen een beschermde status met een vaste zetel binnen het stadsbestuur, en wisten zo hun rol en gezag erfelijk te maken. Door de rol van deze hoofdelingen zouden de stadswapens van Leeuwarden, Dokkum, Workum maar ook Sneek zijn afgeleid van hun (oude) familiewapens, maar klopt dat wel ? Het stadswapen van Leeuwarden lijkt te zijn afgeleid van de leeuw, welke een symbool was van de heilige Sint Vitus, de beschermheilige van Leeuwarden. De symbolen in het stadswapen van Dokkum lijken te verwijzen naar de Mariaverering. Terwijl het stadswapen van Workum ouder is dan die van de Inthama´s, terwijl de lelie ook een symbool in de Mariavering is. Ik concludeer dat geen van de genoemde stadswapens is afgeleid van een familiewapen. Maar dat ze elementen bevatten die te maken hadden met verschillende vereringen.

 

Ouderdom van het Sneker stadswapen

De oudst bekende afbeelding van het Sneker wapen is te vinden op een zogenaamd Grootzegel, onder de 'Groninger zoen' uit 1 februari 1422[2]. Een verdrag welke voorlopig een einde maakte aan de ongeregeldheden tussen de Schieringers en Vetkopers. Op dit zegel staan de schildragers trouwens andersom. Wanneer Sneek een stad werd is niet bekend, de oudste melding van Sneek als een stad vinden in een document uit 1317, in een geschil met Kampen. Deze werd namens Sneek bezegeld door de Commandeur van het Johannieter klooster. Verdragen en oorkonden werden tot in het begin van de 15e eeuw meestal gezegeld door de gewesten. Steden speelden hierbij wel een rol maar waren nog niet belangrijk genoeg om zelf te zegelen, dit werd dan meestal gedaan door een lokale vertegenwoordiger zoals de hoofdelingen en bijvoorbeeld de eerder genoemde commandeur. Zo werd er in 1406 vanuit Sneek een oproep aan de graaf gedaan welke werd gezegeld door de “oude delen”. Terwijl de 'Groninger zoen' wel werd bezegeld door de steden. We zien dus dat de steden rond 1420 zelf verdragen gaan zegelen, het lijkt dan ook aannemelijk dat rond die tijd de steden hun eigen wapen gingen voeren. Voor het zegel van Sneek wijst Halbertsma ook nog op de vormgeving welke volgens hem wijzen op een datering van vlak voor 1420[3]. Het grootzegel uit 1422 vormt de basis voor deze beschrijving van het Sneker stadswapen. Niet alleen omdat dit de oudste afbeelding is, maar ook omdat er op dit zegel een aantal elementen te zien zijn die we later bijna of helemaal niet meer tegen komen.

 

Adelaar

Specifiek voor de Friese heraldiek zijn wapens met een halve zwarte adelaar op goud, ook wel de Friese Adelaar genoemd. De adelaar zit vast aan de deellijn van het wapenschild met aan de rechter zijde het stam- of geslachtswapen. Dat de Friese adelaar is afgeleid van de dubbel koppige Keizerlijke Rijksadelaar van het Heilig Roomse Rijk, daar is iedereen het wel met elkaar over eens. De Rijksadelaar komen we alleen in Bolsward tegen, terwijl we de Friese adelaar in de stadswapens van Sneek en Workum vinden. Alleen steden die ondergeschikt waren aan en onder bescherming stonden van de Duitse Keizer mochten de Rijksadelaar in hun wapen voeren. Bolsward had zich in de 15e eeuw aangesloten bij het Hanzenverbond, welke onder bescherming van de keizer stonden. We zien hetzelfde ook in de wapens van Groningen, Nijmegen, Tiel, Arnhem en Deventer gebeuren. Maar over de betekenis van de Friese adelaar zijn de meningen verdeeld, er zijn drie theorieën. In elk speelt de Friese Vrijheid (1250-1498) een hoofdrol.

De eerste, en meest aanvaarde, theorie is gebaseerd op een onderzoek van Reimers(1914). Hij kwam tot de conclusie dat de Friese adelaar is afgeleid van de Keizerlijke Adelaar. Dit rijkswapen mocht in een wapen gevoerd worden als deze persoon een Keizerlijk ambt bekleedde. Omdat in Friesland tussen de Vlie en Eems de (publieke) rechten gebonden waren aan het erfgoed, konden de hoofdeling welke dit erfgoed als eigen erfde in bezit had, het rijksambt van rechter uitvoeren en hiermee een adelaar in hun wapen voeren. Feiker(1916) voerde aan dat onder de familiewapens van de Oost Friese adel dit beeld niet consequent werd toegepast. Hij laat zien dat een aantal zeker het rechter ambt hebben vervuld, maar geen Friese adelaar voerden. Terwijl er ook een aantal familiewapens met Friese adelaar zijn waarvan de familie nooit een rechter ambt hebben vervuld. De verklaring is dat het niet alleen gaat om het bekleden van het ambt zelf, maar meer om het recht dat het erfgoed gaf om deze uit te voeren.

Voor de tweede verklaring wordt er gewezen op de Karel privileges. Als onderdeel hiervan zou Karel de Grote de Friezen het recht hebben verleend om een halve rijksadelaar te dragen in hun wapens[4]. Dit als teken voor hen door de keizer ontvangen vrijheid. Deze privileges, maar ook de Magnus verering, vormden een belangrijke onderdeel in een bewuste politiek tegen de macht van de landsheren, en de legitimiteit van de Friese Vrijheid. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat deze Vrijheidslegenden vals zijn (Janse 1997), maar tijdens de Friese Vrijheid zelf werden zij gebruikt als zijnde echt. Zoals uit bronnen blijkt bevond zich in Sneek een document, welke in verband werd gebracht met deze Karel Privileges, deze gaven Sneek een vooraanstaande positie.

De derde verklaring zou zijn dat de Friese hoofdeling met het gebruiken van de Friese adelaar aangeven dat zij geen andere heer erkende dan de Duitse Keizer. Als we kijken naar de Friese adelaars in het Fries adelboek[5], dan valt op dat de families die in de 15e eeuw een Friese adelaar in hun wapen droegen vooral tot de Schieringse partij behoorden. Deze erkende de Duitse keizer als hun enige heer en droegen de Friese vrijheidslegenden hoog in hun vaandel, met als wapenteken een Friese adelaar. Dit kan ook nog een extra verklaring zijn voor de constatering van Feiker, in Oost Friesland vonden we vooral Vetkopers, de tegenstanders van de Schieringers. Maar in de loop van de 17e werd de Friese adelaar ook door boerenfamilies en advocaten gebruikt, om tenslotte in de 18e eeuw zo algemeen te worden dat deze zijn oorspronkelijke functie verloor.

 

Drie Kronen

De drie kronen hebben waarschijnlijk onder invloed van de Friese Vrijheidslegende in combinatie met kerkelijke symboliek hun weg in het Sneker stadswapen gevonden, en spelen een belangrijk rol in de discussie over de herkomst van het wapen. Er doen twee theorieën de ronde welke (weer) te maken hebben met de Karelprivileges, en de drievoudige ridderslag van Rienck Bockema. De laatste hoort volgens mij in het land der fabelen. Een belangrijke verwijzing naar een kroon in wapens is te vinden in de Hunsegoer rechtshandschriften (1252-1280). Het gaat hierbij over het beschilderen van de Friese schilden met een keizerlijke kroon als teken van hun vrijheid “In quo corona imperialis in signum sue libertatis”. Hiermee komt de mogelijke aanwezigheid van de Karel privileges in Sneek weer in beeld. Daarnaast is bekkend dat er in het middeleeuws Friesland een wijd verbreide Maria verering was te vinden. Haar rol werd nog groter nadat op 26 september 1345 de Hollandse graaf, tijdens de slag bij Warns, onder aanroeping van Maria door de Friezen werd verslagen. Deze dag werd tot het einde van de Friese Vrijheid gevierd als de "Leaffrouwedei". In veel Friese kerken en klooster (elk in Sneek) was dan ook een Onze Lieve Vrouwe altaar te vinden. De kroon was een belangrijk attribuut in de Maria verering, zo werd deze waarschijnlijk net als Maria zelf een symbolen voor de Friese Vrijheid. Maar waarom drie gelijke symbolen? iets wat we in meer stadswapens zien, zoals de drie lelies van Workum. Dit kan niet dezelfde zijn als in de (Friese) geslachtswapens, maar lijkt ook afgeleid te zijn uit de Christelijke symboliek waarbinnen de drie een belangrijke rol speelt. Zoals de  heilige drie eenheid (God de Vader, zijn Zoon en de Heilig Geest). In de Bijbel zien we veel belangrijke gebeurtenissen waarbij drie belangrijk is, bijvoorbeeld de opstanding van Jezus naar drie dagen en de drie heiligen uit het oosten. Daarnaast kom je in religieuze teksten vaak tegen,dat gebeurtenissen die drie keer gebeuren als een teken van God worden gezien. De eerste keer is toeval, de tweede keer is slecht en een duivels getal (déjà vu), en de derde keer is zeker en waar en van God afkomstig. Maar de drie staat ook voor het universum; de Hemel de woonplaats van God, de Aarde  het rijk van de mensen  en het rijk van de doden. En  de drie staat voor geloof, hoop en liefde. Op latere afbeeldingen van het Sneker wapen zien we dat het wapenschild gedekt wordt door een kroon. Deze heeft niets te maken met de kronen in het wapen, en komt voort uit het recht dat alle Friese steden en grietenijen hebben om een kroon van drie fleurons op het wapen te voeren. Ik kom dan ook tot de conclusie dat de Kronen, onder invloed van de Friese Vrijheidslegende in combinatie met kerkelijke symboliek hun weg in het Sneker stadswapen hebben gevonden

 

De schilddragers

Leeuwen komen we tegenwoordig regelmatig tegen als schildrager, dit in tegenstelling tot de Wildeman. Voorbeelden maar dan met twee Wildemannen zijn de wapens van ’s-Hertogenbosch en Bergen op Zoom. Maar de combinatie van Leeuw en Wildeman bijna niet te vinden, tot nu toe heb ik deze alleen nog maar gevonden in het wapen van de graaf van Galloway. Toch kommen we de Wildenman als schilddrager in de late 14e maar vooral in de 15e eeuw regelmatig op zegels tegen. Als een staand figuur die het wapenschild voor zich houd, in het archief van Utrecht zijn hiervan 29 voorbeelden te vinden. In Friesland heb ik deze vorm nog maar een keer gevonden, en wel op een zegel uit 1473 van Albart Laus soen een burgemeester  in Sneek. Niet iedereen zal in het rechter figuur op het groot zegel van Sneek direct een Wildeman herkenen. Dit komt omdat het hier om een originele weergave gaat, een man verkleed in een beren- of wolvenhuid. En niet zoals de huidige Wildeman, een bijna naakte man met een rokje en hoofdkrans van eikenloof.  De wildeman zoals we die in de heraldiek terug vinden is afgeleid van de klassiek halfgod Herakles (Grieks) of Hercules (Romeins). Herakles doden de Leeuw van Nema, het dier bleek onkwetsbaar te zijn voor zijn pijlen en knots. Waarna hij de gevilde “ondoordringbare’’ huid gebruikte als harnas in de vorm van een mantel. Een Wildeman wordt dan ook wel gezien als een onoverwinlijke strijder. Maar waarom vinden we nu juist in Noord Europa de wildeman regelmatig in de heraldiek? Dit valt te verklaren door een populaire Germaanse goden. Vaak werden inheemse goden aangepast aan een klassieke god, en opgenomen in het pantheon van Romeinse goden. Zo komen we in de Romeinse tijd de Germaanse god Hercules Magusanus tegen, deze werd afgebeeld als Hercules met een knots en leeuwenhuid. Ook is er een verband met de Germaanse god Wodan. Welke op zijn schimmel Sleipnir begeleidt door onverslaanbare strijders (zwarte gedaanten) door de lucht reed, Sinterklaas en Zwarte Piet zijn hier van afgeleid. Germanen trokken soms verkleed in beren- of wolvenhuiden, als strijders van Wodan ten strijde. Deze werden “Berserkers” en later Wildemannen genoemd, en bleven vanaf de middeleeuwen tijdens volksfeesten en het carnaval een belangrijke rol spelen. In de 12e eeuw werden Wildemannen omschreven als hebbende een jas van haar over hun gehele lichaam, behalve op hun handen, voeten en hoofd. Een van de oudste afbeeldingen van een Wildeman als schilddrager komen we de tegen in de kroniek van Jean Froissart, welke in1373 werd voltooid[6]. In Friesland komen we tegenwoordig de wildeman alleen in het wapen van Sneek tegen. Vroeger kwamen we hen waarschijnlijk vaker in de heraldiek tegen, maar deze zijn in de loop van de tijd verloren gegaan. Ik heb tot nu twee voorbeelden gevonden de eerder genoemde zegel van Albart Laus soen, en een ouder voorbeeld, maar dan met twee wildemannen, op een zegel uit 1427 van Idsart soen Hettinga uit de Hommerts. De leeuw komt binnen de Heraldiek, zo ook in Friesland, veel voor en staat symbolen voor kracht en vechtlust. Maar hoe hebben de Leeuw en Wildeman hun weg in het Sneker wapen gevonden? Hier is al vaker geprobeerd een antwoord op te geven, deze komen eigenlijk allemaal uit op de verhalen , of beter gezegd de mythe vorming, rond Rienck Bockema. De Leeuw zou die van Judea zijn, en verwijzen naar zijn reis naar het heilige land. Terwijl de Wildeman zou herinneren aan zijn kruistocht naar Litouwen[7]. Halbertsma[8] wijst ons er nog op dat de leeuw ook te vinden is in de wapens van de Donia’s en Harinxma’s, en hier misschien verband mee houden. Volgens mij is de verklaring o.a. af te lezen aan een afbeelding uit ca.1450 in het getijdenboek van Simon de Varie uit de Languedoc[9] Deze afbeelding toont nog eens aan dat de Wildeman eigenlijk Herakles is. We zien namelijk dat een Wildeman, net als de legende van Herakles, met een Leeuw vecht. Een ander opvallend detail is dat hier ook al het rokje en hoofd krans van eikenloof worden afgebeeld. In de 15e eeuw konden de Leeuw en de Wildeman dus met elkaar in verband gebracht worden. Mijn conclusie is dan ook dat deze schildhouders niets met Rienck Bockema te maken hebben, maar verwijzen naar kracht, vechtlust en natuurlijk moed, iets wat het snel groeiende en invloedrijker wordende Sneek wilde uitstralen.

 

Eikenboom

Bomen komen we in de heraldiek regelmatig tegen. Op zowel het groot als klein zegel van Sneek komen we een (eiken)boom tegen. Op het grootzegel zien we deze als bekroning van het wapen, en op het klein zegel zien we boven het kerkdak de taken van een boom afgebeeld. Vanaf de 17e eeuw wordt het stadswapen meestal bekroond met een eik. Het oud Friese woord “beame” stond voor bodem, terwijl het huidige woord boom in het Fries beam is. De boom zou dan gelijk staan aan grondbezit. Grondbezit was voor de lokale edelen van groot belang, want deze vormde de basis voor hun rechten als eigen erfden. De eikenboom of eikels kunnen dan ook gezien worden als rechtssymbolen, en sluiten aan bij de Friese adelaar en de Friese vrijheid legende. Hiermee kunnen we mogelijk ook de aanwezigheid van een eik in het Sneker wapen verklaren. Sneek speelde in Waghenbrughe, welke later opging in Wymbtitseradeel een belangrijke rol. Hierdoor was er binnen Sneek naast de Sneker rechtbank, ook die van Wymbritseradeel te vinden. Ook werd Sneek in de 15e eeuw wel gezien als de hoofdstad van de Schieringers. Maar ook de rol van de Sneker parochiekerk, de Sint Maarten kerk, is van groot belang. Deze vormde de hoofdkerk van het dekenaat Waghenbrugge alias Silva met haar seendstoel, waar de deken recht sprak over zaken die onder de kerk vielen zoals echtbreuk, ontucht en ketterij. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de boom op het klein zegel. Sneek speelde een grote rol in zowel de wereldlijke en kerkelijke rechtspraak, hiermee lijkt de aanwezigheid van een eik als rechtssymbool in het stadswapen verklaard.

 

Conclusie

Hiermee komen we weer terug bij de twee mogelijke verklaringen over de herkomst van het wapen. Als eerst de meest gangbare theorie over de rol van Rienck Bockema, deze lijkt mij niet houdbaar. Al was het alleen maar om het feit dat de oudste afbeelding van het Sneker wapen uit 1421 stamt, terwijl Rienck Bockema pas in 1436 is overleden. Het lijkt mij niet aannemelijk dat Rienck zijn persoonlijk wapen nog tijdens zijn leven aan Sneek heeft geschonken. Maar er is nog een belangrijk feit dat deze theorie tegen spreekt, Rienck Bockema koos als Vetkoper de zijde van de Hollandse graven. Het wapen van Sneek is in het begin van de 15e eeuw ontstaan toen Agge Harinxma hoofdeling was, onder zijn leiding was Sneek een Schierings bolwerk geworden. Het zou dan ook wel heel erg vreemd zijn dat een Schieirings bolwerk het wapen van een Vetkoper en nog wel een aanhanger en persoonlijke relatie van de Hollandse graven zou gebruiken als wapen voor hun stad. Wat betreft de tweede theorie rond de Karelprivileges, deze theorie geeft alleen een mogelijke verklaring voor de Friese adelaar en de kronen. Dat er in Sneek een document werd bewaard welke verband hield met de Karelprivileges lijkt wel zeker. Tegenwoordig weten we dat deze Karelprivileges een eigentijdse vervalsing waren. Maar ze vormden een belangrijk onderdeel in de Friese vrijheidslegende, en in een bewuste politiek tegen de macht van de landsheren. Dat de Friese Vrijheid belangrijk was in het Sneek van de 15e eeuw blijkt ook wel uit een brief die we in de Snitser Recesboeken vinden[10] “use frye Freeska frydom toe beschirmen deer us allen is beffellen toe halden lick us cristena lauwa.” De Friese Vrijheid was hen dus net zo kostbaar als het verdedigen van het Christelijk geloof. Ik hoop hiermee aangetoond te hebben dat de twee gangbare ontstaanstheorieën niet langer houdbaar zijn in de huidige vorm. En het Sneker stadswapen is ontstaan uit diverse elementen, welke vooral verband houden met de Friese Vrijheid en de positie van Sneek daarbinnen.

 

 



[1] Schuur 1987, 24

[2] Schwartzenberg 1773, 445 e.v

[3] H. Halbertsma & W.H. Keikes. 1956, 93.

[4] Douwama 1830, 49.

[5] Haan 1846

[7] Miedema 1895, 152

[8] Halbertsma & W.H. Keikes 1956, 95

[10] SRB-50 7 September 1491

Figuur 1 Gevelsteen met het wapen Sneek uit de 18e eeuw, afkomstig van het voormalig rector huis op het Kleinzand.

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

 

 

 

 

 Figuur 2 Grootzegel uit 1422

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Figuur 3  Wijaltaar voor Hercules Magusanus, met een knots en over zijn linkerarm hangt de leeuwenhuid (foto; Rheinisches Landese Museum Bonn  www.Livius.org 

 

 

 

 Figuur 4 Wildeman als schilddrager in de kroniek van Jaen Froissart 1473

 

 

 Figuur 5 Zegel van Idsart soen Hesttinga uit 1427

en het Zegel van Albart Laus soen uit1473

 

 

 

Figuur 6 Afbeelsding van een Wildeman die vecht met een Leeuw. IN het getijdenboek van Simon de Varie ca 1450

 

 

 

 

 

Figuur 7 Kleinzegel van Sneek uit 1432