Geschiedenis

Geschiedenis


Gehucht bij de kruising van het Noordhollands Kanaal, de Knollendammervaart en de Beemsterringvaart. Bij de gemeentelijke herindeling van Waterland onderdeel van Wormerland geworden (daarvóór tot Jisp behorend). De indeling bij Wormerland leidde toe protesten. Een aantal bewoners wilde liever bij Graft-De Rijp, waar het buurtschap sterk op georiënteerd is. De buurtschap ligt in vier polders: Kamerhop, Beemster, Starnmeer en Wormer, Jisp en Nek. Het gemeentebestuur van Graft-De Rijp bepleitte na de samenvoeging de hele Starnmeer bij zijn gemeente te voegen.

Over de vroege geschiedenis van de buurtschap zijn weinig gegevens bekend. Zeker is dat er reeds voor de droogmaking van de Beemster (1612) en de Starnmeer en Kamerhop (1643) enige bewoning was (bijvoorbeeld langs de Kamerhop). De eerste bewoners van de gemeenschap (mogelijk in de 16e eeuw) zullen vissers zijn geweest, in de Beemster en Starnmeer. Na de inpoldering van deze meren werd het boerenbedrijf de belangrijkste bestaansbron. In een 18e-eeuwse vermelding wordt geschreven over 'keuterboeren' te Spijkerboor.

Een impuls was het gereedkomen van het Noordhollands Kanaal. Allereerst toen tijdens de aanleg van dit kanaal een aantal zogenoemde 'polderjongens' in keten in het gehucht werd gehuisvest, en vervolgens toen de buurtschap een aanleg- en zelfs een stapelplaats werd voor trekschuit-, en beurtvaarders. Met name op dinsdagen (Purmerender veemarkt) was het er druk.

Een nieuwe stimulans voor de gemeenschap was de bouw van Fort Spijkerboor aan het einde van de 19e eeuw. Ook de mobilisatie voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog en voor de Tweede Wereldoorlog betekende een verhoging van activiteiten in Spijkerboor.

Rond 1850 woonden circa 50 mensen in de buurtschap, in 1990 waren dat er 90. Het merendeel van de beroepsbevolking werkt in het boerenbedrijf; in 1989 stonden er 20 boerderijen. Kerkelijke verhoudingen zijn niet bekend; bij verkiezingen zijn PvdA en CDA traditioneel de grootste partijen. In Spijkerboor zijn acht verenigingen aanwezig, die samenwerken in de Spijkerboorder Gemeenschap. Deze organiseert onder meer jaarlijks twee 'dorpsdagen'. De Spijkerboorder Gemeenschap beijverde zich met succes voor het behoud van het in 1787 gebouwde Heerenhuis. In 1985 besloot het bestuur van de polder Starnmeer en Kamerhop de voormalige vergaderplaats van de poldermeesters over te dragen aan de gemeente Jisp.

(Bron: Encyclopedie van de Zaanstreek, 1991) 

***

Betekenis van het woord "spijkerboor":

De spijkerboor wordt in de scheepsbouw gebruikt om gaten voor pen- en gatverbindingen te maken. (houtverbinding)



Meer geschiedenis

Onderstaande tekst werd geschreven en voorgelezen door Wim Niewenhuizen op de verhalenmiddag Wormerland, als bron gebruikte Wim gedeeltelijk de tekst uit het openluchtspel "200 jaar Heerenhuis" van Cor Booy

SPIJKERBOOR

 

Een verzameling van vriendelijk ogende huizen, bij een merkwaardig kruispunt in het Noordhollandse landschap.

Een kruispunt van waterwegen.

Toen de ringvaart van de Beemster al bestond en er voor het droogmaken van de Starnmeer eveneens een ringvaart moest worden gegraven, kwamen deze twee varianten bij elkaar waar vanouds het merkwaardig gevormde wijdt had gelegen. Het had de vorm van een stuk gereedschap wat gebruikt werd om gaten te boren voor zware handgesmede spijkers. Daardoor kreeg het zijn naam: “SPIJKERBOOR”.

 

De geschiedschrijving heeft van Spijkerboor en zijn bewoners in het verleden niet zo heel veel achtergelaten. Als we ons zelf de vraag stellen, wie de eerste bewoners waren; waar de eersten zich hebben gevestigd in de pas droog gevallen polder, dan moeten we al een beroep doen op onze fantasie. Maar zouden we de plank erg ver mis slaan, als we veronderstellen dat de eerste behuizingen langs en tegen de dijk zijn gebouwd? Op die hoger gelegen plaatsen hield je in ieder geval langer droge voeten, in deze slik-rijke omgeving, met zijn drassige veenstrook, die door de vergraving van het Jisperveld binnen de ringdijk was komen te liggen.

 

Misschien is een van de eerste bewoners wel een visserman geweest, die zich beroofd zag van zijn Starnmeerse visgronden? Ja, dat zou best kunnen. Dat hij als eerste hier een schamel onderkomen heeft gevestigd, tegen de dijk, om er zijn netten te breien en te boeten en om van hieruit zijn fuiken te zetten in de ringsloot en in het Spijkerboorse wijdt.

 

Er was hier na de verkaveling van 1643 wel een gemeenlandhuis gebouwd, tegen de dijk, in de noordoosthoek van de polder. Maar of ze er vaak hebben vergaderd, de hoofdingelanden met dijkgraaf en heemraden, dat is zeer de vraag. De polder was nog maar zes jaren droog, toen Frans Jacobsen, de schout van de Rijp, die tevens dijkgraaf van de Starnmeer was, tot de conclusie was gekomen dat ze dat polderhuis maar beter konden verkopen. De Rijp was immers gemakkelijker bereikbaar. Het raadhuis bood de Heren een goed onderkomen om te vergaderen en bovendien stond er pal tegenover het logement “Het Stadhuis van Amsterdam”, waar men zich na de beraadslagingen een goede maaltijd kon laten voorzetten.

 

Allicht heeft de steenrijke Mr. Reynier Pauw uit Amsterdam, het deftige lid van de Hoge Raad, die zowat een kwart deel van de polder Starnmeer het zijne mocht noemen, zijn bezittingen ooit bezocht en aanschouwd, maar dan toch alleen in de zomertijd, als het mogelijk was met een sjees over de onverharde modderwegen te rijden.  Nee Spijkerboor was goed voor een armetierige visserman en een eenvoudige keuterboer. De Heren bestuurders hielden niet van de slikkerige omgeving. Ze verkochten het polderhuis aan Jan Pieterszoon Bel een zijn zuster Marijtje Pieters, voor de somma van 3100 gulden. Mogelijk waren zij, Jan en Marijtje, de eerste bewoners  van wat voortaan geen polderhuis meer, maar nog slechts veerhuis zou zijn. Want een veer, waar men overgezet kon worden, met een schuit of een schouw, dat is er ook al van meet af geweest. Men onderhield zo de verbinding met het “Verloren eind”; het stuk wat de banne Jisp had verloren aan de dijkage van de Beemster.

 

In 1786 wordt het oude bouwvallig geworden veerhuis teruggekocht door dijkgraaf Simon Appel en de heemraden Simon Groen en Willem Bek. Er zat nog voor 300 gulden vertimmerbaar materiaal in en uit de polderkas wordt daar nog 400 gulden bijgelegd, dus voor  de somma van 700 gulden.

Op 22 december gaat het oude veerhuis plat.

De Heren hadden hun plan al helemaal klaar. Van een oude buitenplaats, het Tolsduin bij Velsen, dat wordt gesloopt, hadden ze bij inschrijving van allerlei bruikbaars gekocht voor de nieuwbouw: ramen, kozijnen, luiken en deuren. Alles hecht en weldoortimmerd en goedkoop.

Kort na de nieuwjaarsdag van 1787 komt de schuit van Gerrit Nagtegaal voor de wal, met de 1e lading kozijnen en ander getimmerte, die voor het nieuwe Polderhuis bestemd zijn.

Verder had de aannemer nodig: acht vletten zand, twintigduizend grijze klinkers en 40.000 boeren grauwe. Zesduizend kromme klinkers voor het straatje en dertig hoeden beste schelpkalk.

In het najaar, als het nieuwe polderhuis voltooid is, wordt de 1e vergadering een plechtige gebeurtenis. Jan Heynis, de secretaris-penningmeester van de polder heeft een lofdicht gemaakt, wat ook staat ingebeiteld in de steen, die hoog tegen de voorgevel van het polderhuis is ingemetseld en spreekt het de wandelaar toe, die er een weile stilstaat:

 

Het heil van de Starnmeer is de steun van mijn bestaan

Dat het zijn bestuurders en bewoners wel mag gaan

Moet men als een goed christen wensen:

Gods hand berscherm dit huis en haav en vee en mensen.

 

Napoleon kreeg zijn Waterloo en het koninkrijk Holland, waarvan Lodewijk Napoleon de eerste en enige koning was werd veranderd in het Koninkrijk der Nederlanden, met Willem de eerste als souverein vorst. Daar zou Spijkerboor iets van gaan merken. De koning had het goed voor met zijn berooide land. De schepen die Amsterdam niet meer konden bereiken, door de verzanding bij Pampus, zouden voortaan hun weg midden door het Noordhollandse landschap krijgen, om bij den Helder het zeegat uit te kunnen.

De ringvaarten van Beemster, Starnmeer en Schermer gingen deel uit maken van het Groot Noordhollandsch Kanaal. Een leger van wel  10.000 man groef, baggerde en kruide zich door het land, van Amsterdam tot Nieuwediep.

Ook Spijkerboor zag keten verrijzen van werkvolk, de polderjongens,  die werkdagen maakten van 12 en 14 uren, tegen daglonen van vaak nog minder dan een gulden.

Op Spijkerboor ging op zeker moment de vlag uit. In mei 1821, toen het graaf en baggerwerk al ruim een jaar aan de gang was, kwam de koning  zich hier hoogstpersoonlijk van de vordering der werkzaamheden op de hoogte stellen. Samen met Jan Blanken, de ontwerper van het kanaal, bekeek hij de bescheiden tentoonstelling van de vondsten, die de grond en slikwerkers in deze omgeving in de bodem hadden gedaan.

 

De drukke vaart door het Noordhollands kanaal maakte van Spijkerboor opnieuw een aanleg en stapelplaats. Trekschuiten en beurtvaarders legden aan bij het veer- en polderhuis. Op weg naar de dinsdagse markt in Purmerend werd hier jongvee, korven met kippen en eenden en kisten met eieren aan boord genomen. Koopvaarders, onderweg van Nieuwediiep naar Amsterdam, of omgekeerd, werden onder andere in Spijkerboor van verse jaagpaarden voorzien.

Maar ook dat ging voorbij, toen de stoommachine meer en meer gemeengoed werd en er bovendien een nieuw kanaal door Holland op zijn smalst bij IJmuiden naar zee werd gegraven.

 

In Spijkerboor bracht de bouw van het fort aan de overkant, in de zuidwesthoek van de Beemster, nieuw leven in de brouwerij en nieuwe gasten in het polderhuis. De mobilisatie van 1914 tot 1918, als gevolg van de 1e wereldoorlog, deed er nog een schepje bovenop. Het fort aan de overkant werd, ook toen al, strafkamp voor dienstweigeraars. Het polderhuis werd de plaats voor verpozing van de bewakers.

 

Lange tijd was de naam van Klaas Peek als kastelein verbonden aan het polderhuis, een naam die we nog steeds tegenkomen in de polder. Hij werd op zijn beurt opgevolgd door Jan Hop.

Meer dan veertig jaar zou die zijn stempel drukken op deze plaats, door zijn onverstoorbaarheid en zijn gemoedelijke omgang, gepaard aan  een groot gevoel voor humor.

Was voor de komst van de familie Hop de “Heerenkamer”, het vertrek waar de polderbestuurders plachten te vergaderen, het heilige der heilige en uitsluitend voor hen toegankelijk; toen Jan Hop er kwam wonen, kwam daar, met toestemming van het polderbestuur een piano te staan.

De “Heerenkamer” had iets voornaams, door het fraaie stucwerk aan het plafond, het behang met de rozen en draperieën, de marmeren pendule en de kristallen kandelaars op de schoorsteenmantel en ...niet in de laatste plaats , door de Naamlijsten van de polderbestuurders sinds 1643, in gouden letters op een hemelsblauwe ondergrond.

Toch waren de komst van de piano en de leerlingen van zijn zoon Gerbrand in de Heerenkamer een doorbraak in de richting van de algemene democratie en ....de emancipatie.

Toen in 1934 de oprichting plaats vond van de afdeling Starnmeer en omstreken van de Nederlandse Bond van Boerinnen en andere Plattelandsvrouwen, kregen de oprichtsters eveneens toesemming van de dijkgraaf en heemraden, hun bijeenkomsten te houden in de “Heerenkamer”, die dus van dat historische ogenblik af bij gelegenheid ook vrouwenkamer zou worden, al heeft ie die naam nooit gekregen.

 

Er is nog een inwoner die meer dan 50 jaar zijn stempel heeft gedrukt op deze buurtschap en dat was Klaas Ris, de winkelier, kruidenier, groenteman, brandstoffenhandelaar en pertroleumverkoper, bij wie je op zolder ook nog je nieuw aan te schaffen klompen kon gaan passen.

Ook was het dorp een bakker rijk, eerst was dit bakker Hop later werd de bakkerij overgenomen door bakker Schipper, die dit heeft gedaan tot 1977, toen de bakkerij moest worden gesloopt voor een nieuwe brug met een hogere doorvaarthoogte.

Dit is niet doorgegaan en op de plaats van de bakkerij is een nieuw woonhuis geplaats in de stijl van de buurtschap.

Een naam die nog wel steeds in het dorp aanwezig is, is die van aannemersbedrijf Leegwater deze firma is al ruim 100 jaargevestigd op dezelfde locatie in het buurtschap.

 

In 1970 kwam aan de functie van veerhuis abrupt een einde, toen in januari de Spijkerboorder pont zonk en het polderbestuur het veer, vanwege de kosten, uit de exploitatie en de vaart nam. Het Heerenhuis bleef polderhuis, tot de concentratie van waterschappen, in 1976, het polderhuis overbodig maakte.

In 1986 heeft het een grondige restauratie ondergaan, gepaard aan een interne verbouwing, waardoor het, in alle bescheidenheid, zijn functie als cultureel centrum voor de omgeving heeft kunnen blijven vervullen en werd het overgedaan voor 1 gulden aan de toenmalige gemeente Jisp.

 

25 jaar geleden werd de buurtschap opgeschikt door een gemeentelijke herindeling, de buurtschap zou worden gesplitst en de Knollendammervaart zou de natuurlijke grens worden.

Hiertegen kwam de buurtschap tegen in het verweer en olv van mevrouw Knegt gingen we op de barricaden, het zou namelijk tot gevolg hebben dat ’t Heerenhuis en de brandweer over zouden gaan naar de gemeente Graft-de Rijp. De brandweerpost zou dan zowieso opgeslokt worden, want de toenmalige commandant van de Rijp vond dat ze vanuit de Rijp makkelijk op tijd konden zijn als er brand uit zou breken. Ook was er grote kans dat ’t Heerenhuis dan verkocht zou worden, dus werd er gestreden voor het bijeen houden van de buurtschap en wel bij de nieuw te vormen gemeente Wormerland, die ons konden verzekeren dat zij ’t Heerenhuis in eigendom zouden houden, zodat het toegangkelijk zou blijven voor de verenigingen van Spijkerboor en omstreken, zoals daar zijn: de vrouwen van NU, voorheen de plattelands vrouwen, de paarden- en ponyclub Sternéo, de Spijkerboorder Gemeenschap, de ijsclub van Spijkerboor en de Jispersluis en de toneelvereniging.

Ook de bandweerpost is gelukkig behouden gebleven, zelfs na de regionalisering.

 

Wij zijn er trots op om, mede de inzet van de gemeente Wormerland, in zo’n prachtge buurtschap te mogen wonen.


Comments