Scoop 21‎ > ‎

De terugblik: Guido Van Meir



Afgelopen zomer verliet Guido Van Meir (65) na 42 jaar de Humoredactie.

“Hoe meer geld ze mij boden om te stoppen,
hoe koppiger ik bleef doorgaan.”



Guido Van Meir tijdens zijn laatste jaar bij Humo in 2011. (foto Marco Mertens)

Guido Van Meir is de geestelijke vader van bijzondere figuren als Cornelius Bracke en Pietje de Leugenaar. Van Meir keert terug in de tijd en praat over evoluties in de media, fictie als rode draad in zijn carrière en het nut van sociale netwerken. “Ik heb geen behoefte om constant met een online profiel bezig te zijn. Als ik iets te zeggen heb, vind ik daar wel een ander kanaal voor.”


Scoop: Toen u in het vijfde leerjaar zat schreef u al een bijzonder goed opstel over Expo 58. Had u toen al schrijfkriebels?

Guido Van Meir: “Ik ben al veel vroeger beginnen schrijven. Rond mijn negende gaf ik een met de hand geschreven blad uit over Nederlandse literatuur. Ik schreef over de boeken die ik toen las, maakte een feuilleton en schreef gedichten. Een mens moest zich in die tijd met iets bezighouden. Op familiefeesten zat ik op een stoel te schrijven terwijl de volwassenen aan het kaarten waren.”

“Ik wilde al journalist worden toen ik nog op de middelbare school zat. De schooldirecteur zei toen tegen mijn moeder dat dat geen beroep was, en dat ik iets anders moest gaan zoeken. Toch ben ik blijven schrijven. Ik gaf een schoolkrant uit en heb op mijn zestiende mijn eerste roman geschreven. In de bibliotheek mocht ik toen zelf nog geen romans voor volwassenen ontlenen, wat mij enorm frustreerde. Ik denk dat ik daardoor een aversie tegen bibliotheken heb opgedaan.”

Scoop: U bent in de jaren ’70 bij Humo begonnen. Was de sfeer toen anders dan hij nu is?

Van Meir: “Er was veel meer vrijheid. Zeker bij Humo. We waren bijna allemaal twintigers en moesten de boel in goede banen leiden. Humo was een buitenbeentje, een koekoeksei dat gelegd was in het nest van de familie Dupuis in Marcinelle die zelf amper Nederlands sprak. Het was ‘wij tegen hen’: de Humo-redactie tegen Dupuis.
We voerden ook een ideologische strijd. De nieuwe sfeer die in de jaren ’60 opkwam werd voor het eerst gekristalliseerd in Humo. We konden in grote mate experimenteren. Zo was er bijvoorbeeld een schietincident in Schaarbeek waar wij vanuit een nieuwsbericht overgingen naar een fotoroman. Zoiets was nog nooit eerder gedaan.”


Guido Van Meir interviewt toenmalig VLD-politicus Willy Declercq begin jaren ‘70. (foto Herman Selleslags)


Scoop: Had u iemand om naar op te kijken?

Van Meir: “Niet echt. Bij Humo vonden we de rest van de pers vrij stroef. Op de Humoredactie zat wel een freelancer, Johan Struye, die indruk maakte met zijn kennis en algemene ontwikkeling. Toch heb ik nooit een modeljournalist voor ogen gehad. Ik ben bij Humo terechtgekomen omdat iemand mij had opgemerkt via mijn werk voor de studentenbeweging. Guy Mortier vond dat ik de pen had die ze zochten.”

Radio- en tv-blad

Scoop: Wat vindt u tot op vandaag uw beste werk?

Van Meir: “Wat fictie betreft is dat zeker ‘Terug naar Oosterdonk’. Binnen het journalistieke luik kan ik zeggen dat ik tevreden ben over de stukken die ik de laatste jaren voor Humo heb gemaakt. Dat waren onder andere ‘Terug naar Oosterweel’ en ‘Groenten uit Balen, studentenverhalen’. Dat laatste stond in verband met de gelijknamige film, waarvoor ik het scenario heb geschreven. Het stuk dat de grootste politieke en sociale impact heeft gehad binnen mijn carrière, was het RTT-schandaal in 1973. Een medestudent, Leo van Beirs, had me in contact gebracht met hoofdingenieur Paul Demaegt van de Regie voor Telegraaf en Telefoon. Die man was geschorst bij de RTT omdat hij wilde protesteren tegen de gang van zaken in het bedrijf. Hij had proberen bekend maken dat er binnen het bedrijf misbruik werd gemaakt van overheidsgeld. De nieuwe gebouwen die voor de RTT bestemd waren werden niet openbaar aanbesteed, maar aan een speciaal opgericht bedrijf dat veel duurder bleek te zijn. De eigen gebouwendienst van de RTT werd dus buitenspel gezet ten voordele van veel duurdere privé-aannemers met politieke connecties. Twee dagen na de onthullingen in Humo trad Paul Demaegt uit de anonimiteit en bevestigde alles in een interview met De Standaard. Zo is de bal aan het rollen gegaan.”

RTT-hoofdingenieur Paul Demaegt steekt het beekje over achter de tuin van Guido Van Meir, die geamuseerd toekijkt. Een symbolisch beeld. Op 16 mei 1973 publiceerde Humo het dossier over het gesjoemel bij de gebouwendienst van de RTT, wat de geschiedenis zou ingaan als het RTT-schandaal. (Foto Herman Selleslags)

Scoop: Werd Humo serieuzer genomen na die affaire?


Van Meir: “Humo was toen nog een radio- en TV-blad. Het zou vreemd geweest zijn mochten mensen ons van de ene op de andere dag voor een kwaliteitsvol magazine hebben aangezien. Het was een proces dat we hebben doorgemaakt. De RTT-affaire was de eerste keer dat men in politieke kringen op die manier met Humo kennismaakte. Het probleem was echter: hoe breng je zo’n onthullingen aan in een blad als Humo? We voelden dat er iets niet pluis was, maar er was geen smoking gun. Gelukkig ontdekte ik, net op de valreep, de detonator die de bom deed ontploffen. Er was een nevenfirma opgedoken met hetzelfde adres als staatssecretaris Abel Dubois, bevoegd voor RTT. Toen wist ik dat het dossier rijp was voor parlementaire discussies. Er kon niet meer naast gekeken worden toen De Standaard twee dagen later met het dossier uitpakte. Voor mij was dat een hele opluchting, want als het alleen bij Humo was gebleven had het niet die politieke impact gehad..”

Binnengeslopen personages

Scoop: De meeste mensen kennen vooral uw fictiestukken. Voelt u zich op de eerste plaats schrijver of journalist?

Van Meir: “Nu voel ik me meer fictieschrijver, maar ook binnen Humo ben ik altijd bij fictie en humor gebleven. ‘Het wordt te veel voor Corneel’ waren telkens korte verhaaltjes, in de geest van de ‘Wonder Peperbak’ die ik in mijn studententijd schreef. Pietje de Leugenaar was ook een fictief personage.”

Scoop: Waarop is het personage van Pietje gebaseerd?

Van Meir: “Ik zie in Pietje een archetypische stroper die aan de rand van de maatschappij leeft. Hij is niet direct gelinkt aan mezelf. Ik haalde mijn inspiratie bij de indianen. Die voorliefde kwam door een boek van Margaret Mead over seks en temperament in drie primitieve maatschappijen in Nieuw-Guinea. Het toonde de maakbaarheid van de maatschappij, en dat je met de mens verschillende richtingen uitkan. Pietje was eigenlijk een omweg om over natuurfilosofie en natuur te schrijven op een manier die verteerbaar was voor het grote publiek. In het begin gingen de stukken van Pietje de Leugenaar over vissen en jagen, op een humoristische manier gebracht. Op een bepaald moment is Daan Hugaert, directeur van Theater Vertikaal in Gent, mij komen vragen of ik die figuur op toneel wou brengen, wat de grondslag is geweest voor de televisieserie Terug naar Oosterdonk.”

Scoop: Wanneer bent u dan met het cursiefje rond Cornelius Bracke begonnen?

Van Meir: “In 1984 tijdens de Olympische Spelen in Los Angeles. De eerste Cornelius Bracke was vermomd als een tv-bespreking, een recensie van de ochtendshow van Jan van Rompaey, die speciaal gemaakt was omdat de spelen in LA zo moeilijk te verslaan waren. Alles gebeurde ’s nachts. Plots kwam een nieuwe resencent uit de lucht vallen: Cornelius Bracke. We plaatsten er fotootje bij van een rare kwiet die nog niemand eerder had gezien. Twee weken later was er een tweede bijdrage van Corneel. Toen was er van TV geen sprake meer, maar hij hoefde niet meer voorgesteld te worden. Corneel is dus op een heel slinkse manier Humo binnengeslopen.”

Guido Van Meir stelt in 1990 zijn eerste Corneelbundel voor in boekhandel Walry in Gent, in het bijzijn van Marc Reynebeau en Mark Schaevers. Zijn dochter Anna steelt ondertussen de show. (foto Peter Lorré)

Scoop: De reeks heeft tot 2011 gelopen. Hoe heeft u al die jaren een cursiefje kunnen brengen met hetzelfde personage? Droogde uw inspiratie nooit op?

Van Meir: “Met een vast personage werken is zowel een zegen als een vloek. De mogelijkheden worden uiteraard verkleind, maar tegelijkertijd raakt het personage vertrouwd bij de lezers. Hierdoor kreeg Corneel een eigen identiteit. Er zit dan een soort voorspelbaarheid in, bepaalde karaktertrekken die een vorm van humor geven. Ik zocht elke keer waar de actualiteit en het personage elkaar raakten, en wat de invalshoek was. Het moest telkens typisch Corneel zijn.”

Scoop: Dachten mensen nooit dat het echt Cornelius Bracke was die tot hen sprak?

Van Meir: “In het begin wel. Zo was er bijvoorbeeld een krantje in Tilburg dat een verhaal van Corneel had overgenomen op de voorpagina: Een Belg met geheugenverlies was aangetroffen in de Efteling. Ik weet niet of ze er zelf helemaal ingetrapt waren, maar er moeten alleszins veel mensen gedacht hebben dat het waar was. Ze hadden nu eenmaal de context van Corneel niet mee. De man was in slaap gevallen op een trillende plaat bij de boom van de Elfenkoning. Door de trillingen had de man zijn geheugen terug!”

“Met een vast personage werken is zowel een zegen als een vloek”



Met twee vingers


Scoop: U heeft 42 jaar voor Humo gewerkt. Heeft u evoluties in de media meegemaakt waar u zich niet kon in vinden?

Van Meir: “Vroeger waren journalisten veel vrijer. Intussen is het allemaal ‘professioneler’ geworden. De aansturing is groter, en top-down journalistiek is de regel. Let wel, vroeger kon je ook niet altijd schrijven wat je wilde. Ik herinner mij dat Piet Piryns weggegaan is omdat hij te veel over BV’s en artiesten moest berichten. We werkten voor het radio- en tv-blad Humo, dus moesten we de bluts met de buil meepakken. Ook marketing is veel belangrijker geworden. Daar hadden wij in het begin helemaal niets mee te maken. Zeker niet bij Dupuis. Die lazen amper wat er in het Nederlands verscheen.”

Guy Mortier, Marc Mijlemans en Guido Van Meir brengen de laatste dag door op de redactie in de Livornostraat in Brussel in 1983. (foto archief Guido Van Meir)

Scoop: Ook qua technologie is er veel veranderd...

Van Meir: “Ik werkte thuis al met een computer voor we er een kregen op de redactie. Wilfried Hendrickx had mij een oude computer verkocht, een IBM-kloon uit Taiwan zonder harde schijf. Ik ben daar mee thuisgekomen en heb er drie maanden op geoefend. Nadien heb ik een printer gekocht en was ik vertrokken. Voor mij waren computers op de redactie dus niet echt een nieuwigheid, maar wel een grote vooruitgang. Voordien schreef ik alles op een notitieblok tot ik een paragraaf juist had, en tikte de tekst nadien uit op de typmachine. Ik typ nog altijd met twee vingers, maar dan wel razendsnel.”

Scoop: Ziet u de opkomst van sociale netwerken en online kranten als een positieve evolutie?

Van Meir: “Ik raadpleeg dagelijks meerdere nieuwssites op het internet. Wat de sociale netwerken betreft: voor bepaalde mensen zullen die wel zinvol zijn, maar ik zie er het nut niet van in, en zaken waar ik geen behoefte aan heb, daar begin ik ook niet. Als ik iemand wil bereiken dan gebruik ik telefoon of e-mail. Ik heb niet de behoefte om constant met mijn profiel bezig te zijn en vanalles online te zetten. Als ik iets te zeggen heb zal ik wel een ander kanaal vinden waar ik dat kan doen. Ik vind het vooral irritant wanneer een nieuwslezer tussen berichten door laat weten wie wat getweet heeft. Wat heb ik daar aan? Waarom breekt die bepaalde persoon binnen in dat VRT-nieuws? Dat zet de deur open voor manipulatie.”

Scoop: Had u graag dingen anders of meer willen doen? Zijn er domeinen binnen de journalistiek die u graag nog had willen uitspitten?

Van Meir: “Wat grote indruk op mij gemaakt heeft was de ‘oral history’-aanpak van de Amerikaanse journalist Studs Terkel, die gewone mensen aan het woord liet over het verleden, bijvoorbeeld in zijn boek over de crisis van de jaren ‘30. Naar zijn voorbeeld heb ik ook in Humo een serie gemaakt met persoonlijke getuigenissen over die crisis bij ons. Eigenlijk had ik dat meer willen doen: gewone mensen aan het woord laten over hoe zij de grote geschiedenis persoonlijk hebben ervaren. Wat dat betreft had ons archief rijker kunnen zijn.”

Scoop: Vindt u dat geschiedenis te weinig in de belangstelling staat de laatste tijd?

Van Meir: “Meer en meer. Geschiedenis is in de verdrukking geraakt op school, en met de technologische ontwikkelingen dreigen ook persarchieven te verdwijnen. De archieven en documentatiediensten van de Sanoma-bladen bijvoorbeeld zullen niet meer mee verhuisd worden naar de nieuwe vestiging, en daardoor dreigt ook het Humo-archief verkwanseld of vernietigd te worden. Dat is niet alleen een stuk cultureel erfgoed dat zou verloren gaan, bovendien bestaat het gevaar dat alle bladen voor hun documentatie zullen terugvallen op dezelfde knipseldiensten zoals Mediargus en dergelijke, wat de diversiteit van onze pers niet ten goede zal komen.”

Terug naar Humo, terug naar Oosterdonk

Scoop: Op de eerste dag van uw pensioen in juni zei u tegen Ruth Joos op Radio 1 dat de journalistiek een harde stiel is. Toch hebt u tot twee keer toe brugpensioen geweigerd. Bent u dan zo’n sterke geest?

Van Meir: “Dat was pure koppigheid. In 1985 ben ik parttime gaan werken omdat ik meer dingen naast Humo wou doen. Ik heb dan met mezelf de overeenkomst gemaakt dat ik ter compensatie zou blijven werken tot mijn 65e. Hoe meer geld ze mij boden om te stoppen, hoe koppiger ik werd om door te gaan. Ik vond het trouwens ook niet verantwoord dat ik zoveel geld zou krijgen om te stoppen met werken, terwijl men van de daken schreeuwt dat ouderen aan het werk moeten worden gehouden. Maar de journalistiek is inderdaad geen sinecure. Dat was ook een van de redenen waarom ik voor een parttime job heb gekozen.”

“Terug naar Humo zou trouwens een beetje neerkomen op ‘Terug naar Oosterdonk’: Oosterdonk bestaat niet meer, en Humo zoals het zes maanden geleden was ook niet

Scoop: Bent u volledig op pensioen? Of kunnen er nog projecten op poten worden gezet?

Van Meir: “Met de herdenking van de Eerste Wereldoorlog zit er een stuk in de pijplijn over de elektrische draadversperring tussen België en Nederland. Voor de rest zien we wel. Ik heb nog niet de behoefte om direct weer in de continuïteit te zitten. Wilfriend Hendrickx is terug bij Humo beginnen werken na vier jaar brugpensioen en is nu aan een verbazingwekkend tempo stukken aan het schrijven. Ik ben op het ogenblik absoluut niet van plan om dat te doen. Terug naar Humo zou trouwens een beetje neerkomen op ‘Terug naar Oosterdonk’: Oosterdonk bestaat niet meer, en Humo zoals het zes maanden geleden was ook niet. Er zijn ontslagen gevallen en er zijn mensen op eigen houtje weggegaan. Ik zou nog voor Humo willen schrijven ja, maar wat is Humo? Wat zal Humo zijn in de toekomst?”



Scoop: En als ze u morgen opbellen en zeggen: “Guido, we hebben je nodig”?


Van Meir: “Dan zal ik dat zeker overwegen. Maar ik denk niet dat ze zullen bellen.”

Guido Van Meir (links) poseert met fotograaf Herman Selleslags aan de mijn van Zolder na een reportage over ongevallen in de mijnen begin jaren ‘70. Het was de eerste keer dat Humo op dergelijke schaal over sociale problemen schreef. (foto Herman Selleslags)



Guido Van Meir danst begin jaren ‘80 met Kamagurka tijdens de uitreiking van de jaarlijkse televisieprijs HA! van Humo.  (foto Herman Selleslags)
Het wordt teveel voor Corneel
Cornelius Bracke zag het levenslicht in 1985. Hij is een oude man die zich uitdrukt in archaïsche taal. In zijn rubriek schrijft hij openhartig wat hem ergert aan zijn dorpsgenoten of aan zaken die hij op televisie zag. Corneel is echter zelf een ijdel, verstrooid en overmoedig persoon. Hij is actief in verschillende verenigingen die meestal in café De Kroon vergaderen. De reeks ‘Het wordt teveel voor Corneel’ heeft 27 jaar gelopen. Corneel heeft zijn definitieve vorm gekregen in de monoloog ‘Wees gul met die organen, de memoires van Corneel’, die Bob de Moor in 2010 naar de Vlaamse Culturele centra heeft gebracht. Er zijn ook vier bundels van de column verschenen.
Pietje de Leugenaar
Guido Van Meir bedacht Pietje de Leugenaar als hoofdpersonage voor een cursiefje in 1975. Pietje was een oude dorpsfiguur die in een oudbollig taalgebruik vertelde over geneeskrachtige kruiden, jachttechnieken en traditionele gebruiken. Hij sakkerde constant over de moderne tijd. Zijn echte naam in de reeks was Petrus C. Hij kreeg zijn bijnaam omdat de mensen hem nooit ernstig namen. Van Meir stopte met de reeks in 1984, maar Pietje heeft zijn apotheose en zijn eindbestemming gekregen in ‘Terug naar Oosterdonk’. Een televisiereeks over de teloorgang van een ficitief Vlaamse polderdorp.























Simon De Langhe en Lieselot Mechelinck