De Schaduwzijde van de Joodse Babyboomer



Overdracht van Trauma

Steeds meer onderzoek wordt gedaan naar de genetische overdracht van traumatische ervaringen en langdurige stress van ouder op kind en/of kleinkind. 

In the Engelse krant The Guardian verscheen op 21/08/2015 het artikel: 
Study of Holocaust survivors finds trauma passed on to children's genes. 
New finding is clear example in humans of the theory of epigenetic inheritance: the idea that environmental factors can affect the genes of your children.

zie het hele artikel http://gu.com/p/4byz9/sbl


Op 03/08/2015 verscheen in The Guardian dit artikel van de overdracht op kleinkinderen: 

Holocaust survivors' grandchildren call for action over inherited trauma. zie http://gu.com/p/4ak43/sbl


Het verhaal van Rita Goldberg, zie 
http://gu.com/p/3neay/sbl uit The Guardian van 15 maart 2014

Kinderloos

Uit de cijfers blijkt dat de kinderloosheid onder de joodse eerste naoorlogse generatie aanzienlijk groter is dan onder andere Nederlanders van dezelfde leeftijdsgroep. Heeft dit te maken met de angsten van de oorlogsgetroffenen, onze ouders?

Inhoud

  • 50+ en kinderloos, keuze of onmacht? door Wanya F. Kruyer Bloemgarten
  • Bewust kinderloos of kwam het door de omstandigheden? door Paul Denekamp
  • Niet meer 'op theater' reactie van Rozette Joosten
  • Onderzoeker gezocht

50+ en kinderloos, keuze of onmacht?

artikel voor de Benjamin van Joods Maatschappelijk Werk, gepubliceerd september 2014 

door Wanya F. Kruyer Bloemgarten

Laatst zag ik een aankondiging van het (groot)ouder - kindertoernooi van Maccabi tennis. 

Wat leuk, dacht ik, om samen te sporten en iets in joodse sfeer te beleven met je kinderen of kleinkinderen. 


Maar niet voor mij, realiseerde ik me. Want kinderen zijn er niet in mijn leven. Geen eigen kinderen, en ook geen neefjes en nichtjes in Nederland.

Sinds ik de vijftig ben gepasseerd, heb ik vaker momenten waarop ik een gemis voel. Vooral als ik de blije gezichten zie van vriendinnen die oma zijn geworden. Met de kleinkinderen lijkt een band te bestaan die zo sterk is dat er niets en niemand tussen kan komen. 

Als ik om me heen kijk, zie ik dat er meer tweede generatiegenoten zijn zonder kinderen, meer dan in mijn niet-joodse kennissenkring. Het klopt met de cijfers: het CBS vermeldt dat 18,5% van de mannen geboren tussen 1945 en 1955 kinderloos bleef en 15,5 % van de vrouwen. Het demografisch onderzoek in opdracht van JMW uit 2009 heeft alleen cijfers over kinderloos gebleven vrouwen. In dezelfde periode bleef ca 30% van de vrouwen kinderloos. Dat is bijna tweemaal het landelijk gemiddelde. 

Hebben de joodse vrouwen zoveel vaker bewust de keuze gemaakt om kinderloos te blijven, of ligt er onder die ogenschijnlijke keuze een diepere laag van onmacht die te maken heeft met de angsten en het onuitgesproken verdriet van onze ouders? Deze vraag besprak ik met mijn ook al kinderloze achterneef Paul Denekamp (nu 63).

Paul merkte op dat ‘het is mijn keuze’ vaak een rationalisatie is van niet verwerkte angsten en onzekerheden voortkomend uit het opgroeien in een emotioneel onveilige situatie. Voor zichzelf constateerde hij dat hij de emotionele ruimte niet had om eventuele kinderen de liefde te kunnen geven die hen toekwam.

 


Hoe zal het kinderloos zijn als we straks in de zeventig zijn, en niet meer kunnen wegduiken in activiteiten en onze vriendenkring kleiner worden? Welke echte bindingen hebben we nog en wat is de zin om langzaam ouder te worden zonder kleinkinderen te zien opgroeien? Hoe organiseren we andere contacten met jongere generaties?

Over deze vragen willen we graag doorpraten met andere ervaringsdeskundigen. 

Dat kan in de JMW-groep ’50+ en kinderloos’ die dit najaar van start gaat. 


met dank aan Paul Denekamp die me wees op het onderwerp

drs. Wanya F. Kruyer Bloemgarten is socioloog, initiatiefnemer van Beit Ha’Chidush, heden projectleider Villa Mazzelsteijn

reageren? stuur een mail naar wanyafk@gmail.com



Bewust kinderloos of kwam het door de omstandigheden?

door Paul Denekamp

Heeft de joodse naoorlogse generatie specifieke moeilijkheden, die bij sommige leden van deze generatie ernstige vormen aannemen? 

Al meer dan twintig jaar wordt voor dit probleem 

aandacht gevraagd door een aantal naoorlogse joden, waarvan ik er één ben, en hun antwoord 

op die vraag is een duidelijk ja. Wetenschappelijk onderzoek heeft dat beeld bevestigd en 

Joods Maatschappelijk Werk heeft speciale activiteiten hierop gericht. Er zitten allerlei kanten 

aan deze problematiek, maar één kant heeft nooit veel belangstelling gekregen. 


Kinderen heb ik in mijn leven niet gekregen en dat zal er ook wel 

niet van komen nu ik 63 ben. Het was bij 

mij geen bewuste keuze van dit wil ik niet. Ik zou kunnen zeggen dat het er gewoon om 

diverse redenen niet van gekomen is in de relaties die ik met vrouwen gehad heb. Maar er was 

natuurlijk veel meer aan de hand. 

Het hebben van kinderen is voor mij nooit een hartenwens geweest. In mijn verre van 

gelukkige jeugd heb ik als tegenwicht heel veel over mijn toekomst gefantaseerd. In die 

fantasieën was ik succesvol in mijn leven met mijn maatschappelijke carrière en als sportman. 


Een klein onderdeel van die fantasieën ging over dat ik dan gelukkig getrouwd was en 

kinderen had. Van al die fantasieën is bitter weinig uitgekomen en ik ben in mijn leven heel 

andere dingen gaan doen. Over een aantal van die activiteiten, zoals dierenbeschermer zijn, 

ben ik nu heel tevreden. 

Achteraf gezien waren die kinderen een onderdeeltje van mijn fantasieën over mijn latere 

leven, omdat ik toen dacht dat het hebben van kinderen hoorde bij maatschappelijk geslaagd 

zijn. Ik fantaseerde daar niet over omdat ik er warme gevoelens bij had. In het gezin waar ik 

uit kom, ging het er vriendelijk aan toe. Er was weinig ruzie, maar ook weinig warmte. 

Wat 

ik weet van mijn ouders zijn zij ook niet opgegroeid in knusse gezinnen en ook zij hebben 

weinig emotionele steun gekregen in hun jeugd. 

Dat heeft hen mede gemaakt tot gesloten 

personen en ik vermoed dat wat zij in de oorlog hebben moeten meemaken die 

geslotenheid nog eens aanzienlijk versterkt heeft. 


Ik was (en ben) een gevoelige jongen en omdat ik niet de warmte kreeg, die ik graag wilde 

hebben, trok ik mezelf terug en liet heel weinig merken van wat er in me omging. Mijn ouders 

heb ik nooit als steun ervaren bij het omgaan met wat ik in mijn leven aan lastigs tegen kwam. 

Ze waren zeker geen inspirerende voorbeelden voor mij om zelf ouder te gaan worden. Ik 

heb sindsdien gezien bij allerlei vrienden die wel kinderen kregen, hoe liefdevol zij voor die 

kinderen waren en wat voor innige band er was tussen die ouders en die kinderen. Dat gaf 

mij soms het gevoel van een groot gemis. Maar als ik er nu over nadenk, dan was dat niet het 

missen van dat ik zelf geen kinderen had. Dit missen ging over dat ik nooit dergelijke warme 

ouders heb gehad. Ik had niet zulke ouders waarbij ik mijn verhaal kwijt kon en me kwetsbaar 

kon tonen. 

Daarnaast geloofde ik toen niet dat dat kon bij hen en ik durfde het niet. 


Toen ik de veertig al voorbij was en actief geworden in het net opgerichte JONAG (de organisatie 

van de joodse naoorlogse generatie), heb ik voor het eerst tegen anderen gezegd 

dat het ook wel goed was dat ik geen kinderen had. Als reden noemde ik dat ik nog zoveel 

met mezelf had te verhapstukken. 

Later werkte ik dat verder uit tot dat ik het gevoel dat ik 

eventuele kinderen niet de liefde zou kunnen geven, die ik vind dat ze moeten krijgen en 

sterker nog zelfs jaloers zou kunnen worden op de liefde die zij van hun moeder zouden 

krijgen. 


Nog steeds kijk ik er zo tegenaan. Ik denk dat het goed geweest is dat ik geen vader ben 

geworden. Ik vind het lekker rustig zonder die verantwoordelijkheid en ik geniet ervan dat 

ik mijn eigen leven vrij kan indelen. Dat heeft iets egoïstisch en dat compenseer ik met mijn 

maatschappelijke betrokkenheid. Maar dat mijn leven zo verlopen is, heeft ook een aantal 

pijnlijke kanten en die realiseer ik me meer en meer. Zo mis ik de levendigheid van kinderen 

om me heen in mijn dagelijkse leven, het speelse dat ze meebrengen, de confrontatie met hun 

volstrekt andere belevingswereld en het regelmatige contact met de moderne jeugdcultuur. 

En 

ik vermoed dat dat gemis de komende jaren alleen maar sterker zal worden. 


Mijn kinderloosheid was geen bewuste keuze, maar in mijn ogen voor een aanzienlijk deel 

het gevolg van wat ik in mijn vroege jeugd tekort ben gekomen. Dit is geen verwijt naar mijn 

ouders. Zij hebben hun best gedaan en konden vermoedelijk niet beter. Ik werk al vele jaren 

in therapie keihard om me te bevrijden uit het isolement waar ik als kind in ben geraakt en 

maak daarin mooie vorderingen. Het is schrijnend om me dan te realiseren dat ik mogelijk 

in de toekomst, als ik wat minder actief kan zijn vanwege mijn leeftijd en gezondheid, 

meer eenzaamheid zal ervaren omdat ik in vroegere jaren niet de kracht had om te investeren in 

de contacten met de jongere generatie. Wellicht kunnen we als mensen met soortgelijke 

ervaringen door dit bespreekbaar te maken elkaar tot steun zijn en daardoor het risico van 

isolement verkleinen.


meer van Paul Denekamp op deze site zie het artikel Sterke Kwetsbaarheid 


reageren? stuur een mail naar pauldenekamp@hotmail.com



Niet meer 'op theater' 
reactie van Rozette Joosten

Ik herkende veel in de stukken van Wanya en Paul. Fijn om het verhaal vanuit het perspectief van een man te lezen. Mannen praten niet zoveel over dit onderwerp. Of pas nadat ze de zestig zijn gepasseerd?


In 1948 ben ik geboren in Helden, Noord Limburg. In de oorlog is het mijn moeder gelukt om te vluchten uit de Hollandsche Schouwburg met als smoes dat haar baby borstvoeding nodig had, of ze dat nog even mocht geven voordat ze weggingen naar het Muiderpoortstation. Met de baby (mijn broer) tegen haar borst is ze de crèche uitgerend op een onbewaakt moment. Mijn moeder kwam uit een gezin met zeven kinderen, vijf daarvan hebben de oorlog niet overleeft, evenmin als haar ouders.


Na de oorlog trouwde ze met mijn vader bij wie zij ondergedoken was en die, als katholiek, actief was in het verzet. Ze spraken nooit over de oorlog. Mijn moeder kon dat niet, want “we werden als vuil behandeld”, “we waren minder dan niks”, meer zei ze niet. Toen ik haar decennia later eens meenam naar een koffieochtend van JMW zei ze na afloop “wil je dat nooit meer doen”, ze werd doodsbenauwd al van die joden bij elkaar.


Mijn moeder kende veel angsten, maar haar emoties hield ze onder controle. Ze zorgde voor de kinderen, zeven in getal, maar kon ze niet vasthouden, zelfs niet aanraken. Deze taak nam ik eigenlijk onbewust van haar over. Later, ik was al de veertig gepasseerd, vroeg ik haar “sla eens een arm om me heen” en ik zie haar armen naar beneden zakken terwijl ze zei “ik kan het niet”. Als puber kon zij mij ook niet troosten, niet toen ik de eerste keer ongesteld werd, niet toen mijn eerste vriendje het uitmaakte. “Het gaat over”, zei mijn moeder en “loop nooit een man achterna”. Ik mocht niet voelen, zoveel werd duidelijk. Later merkte ik dat ik nooit heb geleerd om hulp te vragen omdat mijn ouders ‘afwezig waren’. Ik ben emotioneel verweesd opgevoed.


Zelf had ik een kinderwens, maar raakte als begin dertiger toch teveel in de knoop met de relaties die ik had, kon mij niet staande houden in de relatie, nam geen plek in, durfde geen conflicten aan, kon niet voelen wat goed of niet goed voor mij was en voelde mij vlug afgewezen. Dit is een pijnlijke rode draad door mijn leven, niet tegen afwijzing kunnen. Ik werkte toen in Brussel en had het geluk een joodse therapeute te treffen die me hielp mijn joodse deel te herkennen en erkennen. Pas veel later, toen ik tegen de 50 was en naar Amsterdam verhuisde, kreeg dat joodse meer ruimte. Ik ben sindsdien actief in allerlei joodse verenigingen, was vrijwilliger bij JMW en nu bij de WIZO.


Gelukkig hebben mijn zussen en mijn broers wel kinderen. Ik ga heel goed om met mijn neefjes en nichtjes. Zij komen graag naar Amsterdam, we chatten en facebooken. Ik herinner me nog heel goed de eerste keer dat een nichtje me om de hals viel om me te bedanken voor een cadeautje. Het was voor het eerst dat ik de warmte voelde van een ouder-kind relatie. Zoals mijn zusje toen zei: ’’je bent veranderd en kinderen voelen dat”, “je zit niet meer ‘op theater’ zoals onze mama.’’


reageren? stuur een mail naar rozettejoosten@upcmail.nl





Onderzoeker gezocht

De cijfers in de rechterkolom '

Joodse kinderloosheid in Nederland van mannen en vrouwen geboren tussen 1945 en 1965' verdienen aanvulling en verdere verdieping. Door sociologisch onderzoek en met diepte-interviews. Daarnaast zou een pan-Europese vergelijking met post-shoah landen en niet door de shoah getroffen landen van belang zijn om uitvoerige patronen van joodse post-shoah kinderloosheid te onderzoeken. Een onderzoeker kan de joodse na-oorlogse kinderloosheid ook vergelijken met kinderloosheid onder andere door de oorlog getroffen groepen in Nederland. 

Wie kent iemand die zo'n onderzoek, bijvoorbeeld als post-doc project, zou willen doen?
neem gerust contact op wanyafk@gmail.com


Gaat het wel goed met de joodse naoorlogse generatie?
door Wanya F. Kruyer Bloemgarten

Een deel van de joodse Nederlanders geboren tussen 1945 en 1955 zijn echte ‘babyboomers’, zij hebben geprofiteerd van de naoorlogse welvaartstijging en zijn goed terechtgekomen. Echter een ander deel bleef aan de zijkant van de maatschappij staan. Zij waren niet in staat een carrière op te bouwen, een gezin te stichten of duurzaam een relatie aan te gaan.
Nu deze groep ouder wordt, werken de manieren om hier mee om te gaan niet meer zo goed. Met het klimmen der jaren wordt de psychische draagkracht minder. Er ontstaan, ondanks een vaak sterke buitenkant, gevoelens van betekenisloosheid, van machteloosheid om de situatie te veranderen en angst voor een eenzame oude dag. In deze notitie wordt deze schaduwzijde van de ‘babyboomers’ in kaart gebracht met als doel de aandacht te vragen van de joodse zorginstellingen.

Iees het hele artikel en reageer
.
  Schaduwzijde - volledige versie


Cijfers kinderloosheid 
Joodse kinderloosheid in Nederland van mannen en vrouwen geboren tussen 1945 en 1965
(bron: 
Sociaaldemografisch onderzoek 1999)
Joodse kindeloosheid in Nederland uit: Sociaaldemografisch onderzoek 1999
Algemene kinderloosheid in Nederland naar opleidingsniveau 
kinderloosheid nar opl.niveau




Joodse zorginstellingen, word wakker
interview door Eva van Sonderen

reactie van Karien Anstadt van JMW
op het interview van Eva van Sonderen
Babyboomers en JMW 

Column naar aanleiding van de reacties op De Schaduwzijde van de Babyboomers En nu Aan de Slag

Sterke Kwetsbaarheid 
bijdrage van Paul Denekamp

Twee jaar na de babyboomersdag
Het Verhaal van Tamar Wallag


Harry Dukker 'meer toegespitste hulp'

twee reacties in het JONAG Bulletin najaar 2009 'JONAG geeft een veilige omgeving'

reactie uit de mediene 'vaak moe'

Donny de Vries 'onafhankelijke Adviesgroep maakt een goede kans'

bijdrage van Chaia 'kennis en talenten delen'

Liesbeth Mok 'Hedy d'Ancona had ongelijk'

Simone Gottschalk-Menist  De oorlog van binnen
 
Een soort Bronbeek een veilige en prettige plek voor de oude dag
reactie van 
Jack M. Weil, voorzitter Stichting Joods Film Festival Amsterdam

Villa Mazzelsteijn
ouder worden in een joodse sfeer

ga naar Villa Mazzelsteijn 
voor meer informatie.

Of kijk naar onze Facebook pagina https://www.facebook.com/VillaMazzelsteijn


Sociaal isolement als grootste bedreiging
boekbespreking

Zorg begint met Interesse
column