Terugblik‎ > ‎

Historie

Een stukje geschiedenis



Canina is de naam van streekproducten van Rozenbotteltuin De Put in de Kromme Rijnstreek: een vruchtenwijn, een oloroso, een coulis, een jam. Rosa canina is de Latijnse naam van de botanische hondsroos, die in Tuin De Put jarenlang werd gebruikt als onderstam in de rozenbottelteelt. Vandaar!
 
Hoe kwam de rozenbottelteelt ruim 50 jaar geleden in de Kromme Rijnstreek, nog precieser in Wijk bij Duurstede, terecht? 
Een stuk voorgeschiedenis. Al in de jaren-30 van de vorige eeuw werd aan de toenmalige Landbouwhogeschool in Wageningen onderzoek gedaan naar de mogelijkheden die de natuur bood voor meer vitamine C in het voedselpakket. De vruchten (lees bottels) van botanische rozen bleken een geweldige bron te zijn. Al in 1938 vroeg het Instituut voor Onderzoek op het gebied van verwerking van fruit en groenten een octrooi aan voor het bereiden van Vitamine C preparaten en het vitaminiseren van voedingsmiddelen met behulp van rozenbottels. Uit het onderzoek kwam de Rosa Alpina (ook wel Rosa Pendulina), uit de familie van Rosa Cinnamomea L., als veelbelovend naar voren. Kenmerkend voor deze roos zijn de flesvormige bottels.
 
Vitamine C bron
Omstreeks 1940 werd het onderzoek voortgezet in tuinbouwgebied Boskoop, waar de Rosa Alpina var. Oxyodon, maar ook de Rosa Blanda op proefvelden werden uitgeprobeerd. Intussen was door de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) het Vitamine C probleem ernstiger geworden. De Voedingsraad vroeg in 1942 aan Roelof Broersma om snel een Vitamine C bron te ontwikkelen. Met de kennis uit Wageningen en Boskoop ging Broersma naar de firma Riedel om een nieuw voedingsproduct op basis van rozenbottels te ontwikkelen. Toen dit contact op niets uitliep, ging Broersma naar de firma Zwaardemaker in Maarssen, waar sinds 1928 jam werd geproduceerd.
 
De familie Zwaardemaker zag er wel wat in en liet nog tijdens de oorlog een eerste experimentele tuin aanleggen van 2700 struiken op een gronddepot langs het Amsterdam Rijnkanaal in Maarssen. In navolging van de proefveldnummers uit Boskoop kregen de struiken de namen 2, 5, 6, 7, 10, enzovoorts. Later werden terreinen gepacht in Lunteren (1947), Deventer (1948) en Diepenveen (1953). De oogsten uit de tuinen in Maarssen en Deventer bedroegen in de jaren tot 1953 zo’n 10.000 tot 20.000 kg.
 

Karvan Cevitam

In 1948 kwam Zwaardemaker op de markt met de beroemde siroop Karvan Cevitam.
In 1950 zocht Zwaardemaker naar een fruitteler die de rozenbottelteelt zou kunnen verder brengen en begeleiden. De fruitteeltconsulent van Utrecht verwees naar Hans Moerkoert, een jonge fruitteler die net een bedrijf wilde beginnen op een identiek gronddepot langs het Amsterdam Rijnkanaal, maar dan 35 kilometer zuidoostelijker, in Wijk bij Duurstede. Hans Moerkoert en zijn vrouw zagen het avontuur in een voor hen volstrekt onbekende teelt wel zitten, en plantten tussen 1951 en 1954 duizenden struiken aan op basis van de ervaringen in Deventer: de Alpina’s en Blanda’s genummerd 2, 5 en 7. Rozenbotteltuin De Put was geboren.
 
Aanvankelijk werden deze soorten geoculeerd op Rosa Multiflora, hetgeen tot veel bloei leidde maar weinig zetting (vruchten). Vanaf 1963 werd Rosa Canina L, ook wel edelcanina’s genoemd, als onderstam gebruikt en nog weer later Rosa Laxa die het uiteindelijk het beste bleek te doen. Ook werden in de loop der jaren nieuwe soorten geselecteerd, met hogere vitaminegehaltes: de nieuwe 5, de 6, de 10 en de 15 alsmede de zogenaamde Haematode.
 
In 1953 bedroeg de eerste oogst van de tuin 747 kilo. Een jaar later ging het al om het tienvoudige. Vanaf 1955 was de oogst uit Wijk bij Duurstede al de grootste van de vier Zwaardemaker-tuinen, in 1958 zelfs 15.000 kilo. De Put werd daarmee trouwens een belangrijke verschaffer van tijdelijk werk aan Wijkenaren. Het plukloon bedroeg in die tijd circa 18 cent per kilo. Bovendien was Moerkoert verantwoordelijk voor de teelt op alle Zwaardemaker-tuinen.
 
Doktersadvies
Vanaf 1954 vonden meerdere malen per jaar bedrijfsbezoeken plaats door kinderartsen, verpleegkundigen, enz. Karvan Cevitam was dan ook op doktersadvies bij de apotheker verkrijgbaar.



In 1960 reikte de botteloogst tot 31.000 kilo.
In 1967 kreeg Broersma, vanwege het Jam- en Limonadebesluit, toestemming voor het gebruik van de aanduiding “Kindervoeding” voor Karvan Cevitam.
 
In 1972 nam Zwaardemaker de merknaam Karvan Cevitam over van Broersma. Schaalvergroting en kostenreductie werden steeds dominanter. Vanaf 1970 vulde Zwaardemaker de bottelproductie uit eigen tuinen (Wijk bij Duurstede, Schalkwijk en Maarssen) aan met uit Polen ingekochte en ingevroren wilde bottels. Bovendien werd het Vitamine C gehalte van de bottels minder belangrijk, volume en kleur kregen voorrang en om die reden kreeg de Haematode de voorkeur. Vanaf 1978 verplaatste Zwaardemaker de eigen productie naar Frankrijk, bij Nederlandse boeren in de buurt van Auxerre, en werd de oogst gemechaniseerd. De tuinen in Nederland werden vernietigd. In 1979 trof ook de tuin in Wijk bij Duurstede dat lot.
 
Doorstart
Hans Moerkoert besloot tot een doorstart op 2 hectare, met de soorten 2, 5 en Haematode, geoculeerd op Rosa Laxa. Ook schakelde hij over op de biologische teelt. De bottels werden met enkele vrienden geoogst en geleverd aan de firma Gaiapolis, een verwerker van biologische producten in Katwijk, later Lelystad. Vanwege de onzekerheden van die afzet, halveerde Moerkoert het areaal.
 

Huidige eigenaren

Vanaf 1988 zetten dochter Emmelie Moerkoert en Eric Hees de tuin voort, in de overtuiging dat dit stukje voedselhistorie niet zo maar verloren mocht gaan. De onderhoudswerkzaamheden (planten, snoeien, bemesten, maaien) doen zij zelf, de handmatige pluk doen ze met vrienden en bekenden. De pluk is trouwens de beperkende factor. Na jaren van leveren aan verschillende biologische verwerkers, besloten zij de oogst  zelf te gaan ‘verwaarden’ en vermarkten. Het eerste aanknopingspunt was een vruchtenwijn, die vrienden al in 1991 hadden geproduceerd van de Put-bottels, In 1996 kwam de eerste Canina-wijn óp de markt’ en vanaf 1997 werkte De Put meer dan 12 jaar samen met wijnmaker Flip Kiemel van De Flearstins in Friesland. Naast droge vruchtenwijn is er ook een licht gezoete variant, Medium genaamd.
 
Verder levert De Put jam en chutney waarvoor we samenwerken met jammaker Van Woerkom in Nieuwegein. Tenslotte leveren we rozenbottelcoulis (een vruchtenpuree) als bijzonder ingredient voor in de keuken.
 
De producten vinden hun weg vooral via boerderijwinkels, delicatessenwinkels, markten en huisverkoop.