Wiltshire Horn

De Wiltshire Horn is een zeer oud schapenras; vermoedelijk tot meer dan driehonderd jaar oud. De naam is een referentie naar het Engelse graafschap Wiltshire. Hier zullen dan ook naar alle waarschijnlijkheid de wortels liggen van dit ras. Over het verdere ontstaan is echter weinig bekend. Men vermoedt dat de Wiltshire Horn oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied stamt en van daaruit terecht is gekomen in Groot-Brittannië. Het Britse stamboek, The Wiltshire Horn Breed Society, werd in 1923 opgericht.
        Opvallend aan dit Britse schapenras is de bijzonder korte vacht waardoor dit schaap in feite niet geschoren hoeft te worden. Het verliest namelijk zijn wol vanzelf. In het voorjaar beginnen de Wiltshire Horns plukjes wol te verliezen. Dit gaat heel geleidelijk en kan nogal verschillen van schaap tot schaap. Na de zomer begint de vacht opnieuw te groeien tot die zo’n 2 à 3 centimeter dik is, wat genoeg is om de winter door te komen. Pasgeboren lammeren hebben echter wel een wollige vacht, maar raken deze na enkele maanden al kwijt. Door deze bijzondere eigenschap is de Wiltshire Horn een makkelijk te onderhouden schaap voor de fokker. Hierdoor past dit schapenras ook op boerderijen waar de nadruk niet ligt op schapen en waar er dus weinig tijd is om de dieren te scheren.
        Het kenmerkend ruien van dit schapenras, heeft echter bij de Britse stamboekfokkers een weinig belangrijke rol gespeeld aangezien bij kruisingen met andere rassen een deel van de nakomelingen deze eigenschap kwijt raakt. Bovendien wordt de Wiltshire Horn gefokt als vleesschaap. Dit ras staat bekend als een leverancier van goede lamskarkassen. Opvallend is het hoge aanhoudingspercentage, i.e. het gedeelte van het lam dat overblijft voor consumptie na het slachten.
        Volwassen ooien werpen gemiddeld 1,8 lammeren. Wiltshire Hornlammeren wegen 4 à 5 kilogram bij geboorte en groeien vlot uit tot goede vleeslammeren. Volwassen rammen bereiken een gewicht van 120 à 130 kilogram, volwassen ooien wegen 70 à 80 kilogram. De rammen staan verder bekend als sterke en vitale dieren. De rammen kunnen zonder problemen zes jaar, en vaak zelfs meer, meedraaien. Ze hebben het hele jaar deklust, wat een pluspunt is als vaderdier. Ook de ooien zijn sterke dieren met goede moedereigenschappen. Het aflammeren verloopt doorgaans zonder problemen. Bovendien geven ze volop melk waardoor de lammeren snel opgroeien.
        Samengevat: geen wol, wel vlees.