Libertypark Overloon


(15 april 2010)

DUIZEND BOMMEN EN GRANATEN…….

Duizend bommen en granaten en nog veel meer oorlogstuig lag op 15 april te wachten op een grote groep Raspa-leden. Niet dat er gevaar dreigde voor ziel en zaligheid; integendeel.
Libertypark Overloon werkt aan een grootschalig en vreedzaam streven, genaamd;
Oorlog hoort in het Museum”

Over een verhard bospad, waar onder meer diverse plaquettes, plastieken en een Baillybrug de weg markeerden, kwamen we bij de hoofdingang. Agnes telde de Raspakoppen en Leo mocht de toegangsbewijzen betalen.
Henk en John, ervaren gidsen van Libertypark, namen elk een groep onder hun hoede om op deskundige en boeiende wijze oorzaak en gevolg van WO2 nader te verklaren.

In 1944 werd geheel Overloon verwoest door een tiendaagse tankslag tussen Amerikanen en Duitsers. De slag eiste veel slachtoffers, zowel onder de bevolking alsook van militaire zijde. De Slag bij Overloon, ook wel Operatie Aintree genoemd, ging de geschiedenis in als de zwaarste tankslag ooit op Nederlands grondgebied. Na de oorlog bleef het achtergelaten oorlogsmaterieel staan waar het was gestrand; in dat deel van het bos waar de felste strijd was geleverd. Een idee werd geboren; Dit moeten wij laten staan als zichtbaar en tastbaar bewijs voor wat hier heeft plaatsgevonden.
Daarmee was het Oorlogs-en Verzetsmuseum Overloon een feit.

Liberty Park Overloon, zoals de naam heden luidt, is verdeeld in drie thema’s;
Bevrijding van Europa, Bevrijding van Nederland, de Slag om Overloon.
We bezochten de Jaap de Groot Collectie in het Marshall Museum, waar tegen historisch decor de Slag om Arnhem, de Ardennen en D-day worden uitgebeeld.
Op ruim 10.000 m2 staan meer dan 150 historische voertuigen en vaartuigen opgesteld,  bommenwerpers hangen dreigend aan het plafond, of lijken klaar te staan om op te stijgen. We bekeken een V1, waarvan er totaal 30.000 zijn geproduceerd. De V staat voor ‘Vergeltungswaffe’ de officiële benaming is FZG; Flak Ziel Gerät. Het vliegtuig was in feite een onbemande raket met een bereik van 240 km en een snelheid van max.620 km./u. Was de benzine op, dan stortte de V1 neer, waarbij de in de neus ingebouwde explosieven hun dodelijke werk verrichtten. Het doel was slechts bij benadering te bepalen. Idee en eerste ontwerp was van Robert Hüsser en Wernher von Braun verfijnde het ontwerp. 
We kregen uitvoerig uitleg over de logistieke vaardigheden van de Amerikanen, die ondanks verwoeste steden, dorpen en landschappen er voor moesten zorgen dat manschappen en materieel tijdig ter plekke waren.

In het Museum is ook royaal plaats ingeruimd voor privé verzamelingen. 
Zo is de zolderkamer van F. Van der Werff, die diende in de Nederlandse Krijgsmacht, tot in het kleinste detail overgebracht naar Overloon. Hij verzamelde niet alleen militaire objecten uit WO2 maar ook van ver vóór de 20ste eeuw. 
Ben Junier uit Grave die als 18-jarige in de ban raakte van de militaire herinneringscultuur, heeft zijn enorme collectie munitie voor anti-tank geschut in het museum ondergebracht. Meer dan 1000 bommen en granaten, uiteraard ontdaan van hun dodelijk lading, staan uitgestald in grote vitrines.

Een bijzondere plaats neemt de grote gepantserde Morris in, waarmee Prinses Juliana, Prins Bernard en hun twee dochters Beatrix en Irene op de avond van 12 mei 1940 van Paleis Noordeinde naar IJmuiden reden, vanwaar ze met de Britse torpedojager Codrington naar Engeland vertrokken.

Om alle indrukken te verwerken waren we toe aan een pauze en bezochten we het Museumcafé, waar we bijna in botsing kwamen met de andere groep Raspa’s die al klaar stonden voor het tweede deel van de rondleiding. Te drinken was er nog voldoende, maar de voorraad vlaai hadden ze vakkundig tot de laatste kruimel opgepeuzeld! Het was geen reden tot oorlog; uit handtassen en rugzakken werden broodtrommels en appels tevoorschijn gehaald.

Na de pauze maakten we kennis met Wilke Teunissen-van Uhm, gids van het Documentatiecentrum.
Aan de hand van foto’s en documenten verhaalde zij op indringende wijze over de razzia’s, over het leven van alledag, over wetten en regels waaraan de bevolking zich te houden had. De inflatie, die bankbiljetten van 10.000 en zelfs 500.000 Reichsmark voortbracht.
In dit deel van het museum is een heuse veertiger-jaren huiskamer nagebootst, compleet met stoof, trapnaaimachine, dressoir, schemerlamp-met-krantenbak, dessotapijt op tafel, en veel andere details. Voor menige Raspa heel herkenbaar.
We werden uitgenodigd om plaats te nemen aan tafel, in de rookstoel, -de praos- of op een van de banken. Aan de hand van voorwerpen demonstreerde onze gids de vindingrijkheid van mensen-in-oorlog. Geroosterde granen als koffiesurrogaat, eigen teelt tabak, waarbij bladzijden uit een kerkboek als sigarettenpapier dienden. Sokken zonder hiel, passend aan iedere maat voet, althans min of meer. Schoenen met houten zolen, stookmateriaal van bolletjes krantenpapier, zandzeep….

Het was een fijne afsluiting van een interessante middag.
We hebben veel gezien en veel gehoord, de gidsen waren enthousiast en kundig, wisten antwoord op alle vragen.
Maar er is nog veel meer te zien. Allereerst het park zelf, 14 ha groot en brandhaard van de Slag bij Overloon. Het kampengebouw, iets terzijde opgebouwd zodat niemand er ongewild mee geconfronteerd kan worden. De expositie “Henri Pieck, de onbekende broer”. Op korte afstand is het War Cemetery van de Gemenebest. Hier vinden 265 Britse soldaten en 14 vliegeniers hun laatste rustplaats.

Redenen te over om nog eens een uitvoerig bezoek te brengen aan Liberty Park Overloon.
En laten we hopen dat de wens; “Oorlog hoort in het museum” ooit werkelijkheid mag worden.

 

Marianne Vos

 Ga naar de foto's