RASPA WEER OP STAP


Donderdag 16 mei 2013, met de dagtrip naar Naarden nog vers in het geheugen, staan 49 Raspa’s klaar voor alweer een uitstapje. Reisdoel; Elburg en Giethoorn waar we wederom met een vakkundige chauffeur van Ghielen naar toe gaan.
Aangekomen in een druilerig Elburg hebben we allereerst trek in een kop koffie. Dan wordt de grote groep gesplitst en volgt de stadswandeling.
Elburg is gelegen aan het Veluwemeer en het Drontermeer in de mooie provincie Gelderland.
Bekend is Elburg vanwege haar Middeleeuwse vesting met een nagenoeg volledig recht stratenplan, een gevolg van het feit dat de stad op de tekentafel ontworpen werd. Ooit was Elburg een vissers- en handelsplaatsje dat rechtstreeks uitkeek op de Zuiderzee.
Na eeuwenlang te kampen hebben gehad met overstromingen werd in de 14de eeuw het besluit genomen dat Elburg moest worden verplaatst. Rentmeester Arent Thoe Boecop kreeg deze opdracht. Er ontstond een vesting met grachten, muren en een aantal verdedigingstorens.
De gids leidt ons eerst naar de binnenplaats van het Agnietenklooster. Dit Godshuis werd in de 15de eeuw gebouwd en bevolkt door kloosterzusters. Alleen vrouwen van goede afkomst woonden in het klooster en ze bleven zo goed als onzichtbaar voor de buitenwereld en amuseerden zich door te bidden, te lezen en naar de mis te luisteren. Nog in dezelfde eeuw was dat verleden tijd. De invloed van de Reformatie werd zo sterk dat het klooster in handen kwam van het stadsbestuur en de laatste 13 nonnen uit het klooster werden gezet. Het gebouw doet nu dienst als gemeentehuis.

In de Jufferenstraat wijst de gids ons op een bakstenen poortje, de ingang tot de voormalige Synagoge van de Joodse gemeenschap. Het gebouw is nu in gebruik als Sjoel, museum, waar de geschiedenis wordt verteld van de vroeger zo talrijke Joodse families in Elburg.
We komen bij de Grote of Sint Nicolaaskerk. Deze is eind 14de eeuw gebouwd en was oorspronkelijk een rk kerk. Na de hervorming in de 16de eeuw is de kerk protestants geworden. Opvallend bij dit gebouw is de hoekige bovenbouw en de ligging; niet in het centrum zoals gewoonlijk, maar achteraf.
De toren met de naam Vischpoort ligt logischerwijze nabij de haven. Oorspronkelijk was deze toren een dichte verdedigingstoren, waarin nadien een poort werd aangebracht. Nog later werden de poorten verwijderd. Aan de bovenzijde is een uurwerk aangebracht en op de vier hoekpunten zien we zogenaamde Arkeltorentjes. Aan de buitenzijde, de zeezijde, is de toren voorzien van een kunstlicht, als baken voor de vissers die zich op de Zuiderzee bevonden.
Hier, bij de Vischpoort, eindigt de boeiende stadswandeling met de kundige gids.
De Raspa’s gaan op zoek naar een geschikte eetgelegenheid in het centrum, maar wij weten wel beter! Bij een vorig bezoek aan de stad hebben we in de haven een fijne viswinkel ontdekt….
dus niemand zeggen dat we daar gaan lunchen, we zouden immers de hele meute achter ons aan krijgen! En zoveel zitplaatsen hebben ze niet.
Even later smullen we van een heerlijk vers Lekkerbekje bij het echtpaar van der Heijde.

Op ons gemak wandelen we terug naar de bus die net buiten het centrum op de centrale parkeerplaats staat, op naar het middagprogramma in Giethoorn.
Giethoorn telt 2620 inwoners en is bekend door zijn waterwegen met de vele bruggetjes en van de punters. Door de vervening ontstonden plassen en meren. Om de turf te vervoeren groef men vaarten en sloten, waarmee al in de 12de eeuw werd begonnen.
De vele huizen, waarvan een groot aantal met rieten daken bedekt, staan als het ware op eilandjes die alleen via merendeels privé-bruggetjes of over water te bereiken zijn.
De enige doorgaande verbinding over land is een fiets- annex wandelpad dat dwars door het dorp loopt, want het meeste verkeer vindt plaats over water. Daarvoor wordt vaak gebruik gemaakt van een punter, voortbewogen met een punterboom. Het ‘natte’ originele deel is Beschermd Dorpsgezicht, dat in tegenstelling tot de relatief nieuwe wijk die op droge gronden is gebouwd.
Een groep Raspa’s besluit het dorp te voet te verkennen, wij stappen in een fluisterboot – die overigens een ingenieus liftsysteem heeft voor mindervaliden – en maken een rondvaart door de grachten.
We varen langs statige landhuizen, langs Museum de Oude Aarde, schelpengalerie Gloria Maris, automuseum Histomobil, pottenbakkerij Rhoda en natuurlijk Feestzaal de Fanfare. Dit was de locatie die cineast Bert Haanstra in 1958 voor zijn film ‘Fanfare’ koos. De rolprent handelde over twee rivaliserende fanfares in het fictieve dorp Lagerwiede. Het maakte het tot dan toe onbekende dorpje Giethoorn op één slag bekend in het hele land. 
We varen nog over de Belterwijde, een open waterplas die erg geliefd is watersporters en na een uurtje varen meren we weer aan. We hebben vooral genoten van de mooie rietgedekte huizen en hun verzorgde, bloemrijke tuinen. Vermeld dient nog te worden dat Giethoorn kerkelijk gezien een vrijzinnige enclave is te midden van een orthodox gebied met dorpen als Staphorst, Genemuiden en Hasselt. De doopsgezinde kerk in Giethoorn heet De Vermaning.

Inmiddels zijn de wandelaars ook gearriveerd en kunnen we op weg gaan naar het Limburgs Landschap, waar in Smakt waarschijnlijk al gewerkt wordt aan ons koud/warm buffet, later die dag.
Zoals gewoonlijk is het achter in de bus weer volop dolle pret, terwijl de deugd voorin een dutje doet.
Hopelijk met uitzondering van de chauffeur!
We passeren onderweg het militaire opleidingskamp ’t Harde en Wim ziet z’n kans schoon om uitgebreid te vertellen over zijn blijkbaar onvergetelijke diensttijd.
Ondanks het gemis aan boventanden – het gebit ligt thuis zo goed als nieuw in de kast – verhaalt hij vol vuur over hindernisbanen, pantsertanks en wapens. En natuurlijk over de bijpassende munitie en over ‘met sjèrp sjeete’…
Dat had hij nou net niet moeten zeggen met die naar binnen geklapte bovenlip. Het klinkt als een natte losse flodder maar is tevens een schot in de roos!
Lachsalvo’s barsten los, opmerkingen vliegen over en weer, tranen rollen over de wangen, en een onhoudbare slappe lach komt op. Met dank aan de voor de helft tandenloze Wim merken we achter de bus de lange file bij de Waalbrug nauwelijks op!
Ondanks die file komen we op het afgesproken tijdstip aan bij Restaurant Het Pelgrimshuis in Smakt. We smullen van de smakelijke spijzen in vele zowel koude als warme variaties. Een lekker glaasje witte wijn, een pilsje of een frisdrank erbij… kortom, alles is naar wens en we worden lekker verwend.

Het was weer een dag om in te lijsten, vooral in de wetenschap dat het volgende Raspa-uitstapje pas in het najaar zal zijn. We hopen op een gezond weerzien!**

Marianne en Wim Vos

**...en op tanden voor Wim zodat hij van zich af kan bijten! 

naar de foto's


Hieronder volgt nog een verhaal, door Bram Moens

RASPA naar Vestingstad Naarden, Elburg en Giethoorn

Leuk eigenlijk, zo'n reisje altijd vol verrassingen, spannend tot het eind. Je weet het maar nooit.
Op het verzamelpunt en grijs geweld alsof ze voor het verkeerde kroningslied aan het oefenen waren. Hadden zich blijkbaar al lang niet gezien. En dan daar komt de groene bus!  

Verrassing nr 1. Want wie stapt er uit?  Rotonde John is dat even wat. Blijkbaar was iemand bij het zien van dit gebeuren de mond opengevallen en zijn gebit verloren, want pas op de terugreis hebben wij iets van hem gehoord.
En als de wandelaar blijkt te zijn afgemeld, dan wordt ik weer opgezadeld met het venloos. Het blijft verrassend. Want hij zei nog: “As ik 't gevaeg kan kriege kóm ik”.

Gelukkig kon Leo vier nieuwe leden introduceren, dus waren wij naast te zijn afgeleid er statistisch jonger op geworden en  kwam dat even goed uit want de straatjes in Naarden  waren lastig. Ondanks een omleiding voor een file en een lange wandeling van de bushalte naar het bastion op tijd voor koffie en gebak. Even bijkomen. Het kleine museum doorlopend zag ik tot mijn verrassing dat onze hoffotograaf na het smoelenwerk nu ook 50 plus modellenwerk doet. (zie foto website).
In drie groepen ingedeeld bij de gidsen, sta ik onder een uithangbord “Hertog Jan Bier” op de volgende verrassing te wachten en wat bleek de gids kwam uit Heerlen. Ik voelde me in de zoepkoel in Venlo.
De gids vertelde veel over de kerken en veldslagen, hij sprak over de veldslagen en roofpartijen van de stichtste soldaten die blijkbaar de voorlopers waren van de holligans van FC Domstad.
Een leuke rondleiding met vele bezienswaardigheden :  oude gebouwen, nieuw gemeentehuis9 (lelijk0, mooie gevels, oude lindeboom (geen bier), bastions en verrassing nr zoveel Lambourghini's , Ferrari's, Porches enz. Het leek wel een  autoshow, maar wat wil je als het restaurant Fagel heet en ernaast een het arsnenaal van Jan van de Gamma ligt waar een bijzettafeltje met kromme poten 3000 euro kost. “Die hebbe “t diek”.
Na afscheid van van onze gids te hebben genomen op zoek naar een eettent, die waren dun gezaaid, ergens toch wat gevonden en dat is het leuk dat andere medereizigers die elders zaten kwamen kijken hoe het met ons was en konden zo dan ook naar kamer 100.

Met de bus naar het Naardermeer, en daar werden we verrast met de mededeling dat er niet gevaren kon worden vanwege de storm. Geen nood, één groep voor de kleine wandeltocht en één groep voor de grote tocht. De vrouwelijke gidsen deden hun best en ik heb veel geleerd over heksenbezems in bomen en hoe je brandnetels moet vastpakken. Aangekomen bij het Kooihuis, liep de gids om het erf van dit huis heen, onze vogelkenner gewapend met kijker en camera volgde haar. Mijn vader zei 50 jaar geleden al tegen mij: “niet achter de vrouwen aan gaan!”  Tot ieders verbazing zakte onze medewandelaar diep in de modder. Nat en onder de modder kwam hij weer op het droge. Later bleek dat hij de gids had willen redden! “Gaaroet neet !” .

Bij de eendenkooi kregen wij uitleg hoe men de wilde eenden vangt, pure misleiding van deze vogels. Bij het open water bleek pas hoe de wind te keer ging. “De klets eweg kriege”. Na een bezoek aan een huisje met vleermuizen (plastic) en leerkisten voor de schooljeugd terug naar de bus, want in Smakt wachten ze met smart op ons in het pelgrimshuis.
De reis er naar toe was echt verrassend, binnendoor over tig rotondes en smalle wegen waarbij ik af en toe het gevoel kreeg dat er een varkensrug  geraakt werd kwamen wij aan voor het buffet. Leo had dit bedacht en werkelijk een goede inval, het eten was klasse. “t Waas weer fees vandaag”.

Na een kort ritje terug in Blerick een lange dag, de moeite waard.  Vooral achter in de bus daar zitten: “Grosseers in knoupsgater en stealkes raegenwater “.Dit is een impressie zoals ik de dag beleefd heb, voor technische verhaal van Marianne  kijk op site waar naast dit ook nog vele leuke foto's staan.

Een maand later weer op stap naar Elburg en Giethoorn. Elburg was geweldig, hoe is het mogelijk om op een paar vierkante meter zoiets te bouwen.  Een goede gids, gelukkig want de groep voor ons blijkt te zijn verdwaald(zie foto).

 Zelden zoveel oude steentjes te hebben gezien, Parijs – Roubaix is er kinderspel bij. Mooi was dat in de steentjes voor de panden te zien was welk beroep de inwonende uitoefende.
De vele musea moesten wij helaas aan ons voorbij laten gaan, een nieuwe reis plannen is nu gemakkelijker. 

Giethoorn is bekender, water en boten en vele mooie huizen met rieten daken.”Aom zat hebbe “Iets te veel toeristische inslag, maar nu was het niet druk. De uitgezette wandeling gaf een goede indruk, langs de Fanfare, wel heel stil, en een rietdekkershow, per ongeluk,  terug naar de bus, weer naar Smakt.
In de bus ontstond een hevige discussie over de heilige van Smakt, Nu even voor de duidelijkheid: Het is de verering van St. Jozef als patroon van de goede levensstaat. Het eten was dus goed.
“Douw 't maar in mien vesjesteske!”

De reis op zich is al een memorabel gebeuren,  rijden wij langs legerplaats 't Harde blijkt, althans zo heb ik het verstaan, daar met scherp te hebben geschoten. Nu blijkt een andere medereizigster zeer scherp te kunnen schieten, geweldige foto's , zelfs regelmatig in het dagblad.  Mensen kijk op de site van RASPA!!!. 

EN voor Baer en het najaarprogramma:  “ Als ik 't gevaeg kan kriege kom ik”. 

Bram Moens.