Bezoek aan Delft

Klokslag acht uur vertrokken wij met chauffeur Jaco, van Jacobus dus zonder bus, maar gelukkig wel met een bus vanaf het plein bij de Lambertuskerk. Echter de wet van Murphey werkte, al voor Eindhoven een file, gelukkig daarna tot Delft geen file meer, maar in Delft was, het leek Venlo wel, de situatie gewijzigd of opgebroken. Eigenlijk hadden wij net zo goed door Venlo kunnen rijden.  Geen nood, want er waren Raspaleden aan boord die Delft kenden als hun broekzak. 


Na de koffie naar het echte museum, te beginnen volgens het plattegrondje op de 3e verdieping.  Het fort dat ik daar zag was niet zo mooi als dat in Venlo, alleen lag er geen zand over. Schitterend, mijn eega was geheel stapel van zo’n  Romeinse bink met een geweldig harnas. Toen ben ik maar eens goed gaan kijken, en werkelijk de dames hebben geen verstand van al dat schietspul, maar wel van een geweer.Gelukkig toch goed aangekomen bij het Legermuseum, een andere groep ging naar de bothanische tuinen kijken.  Mijn vrouw had voor het Legermuseum gekozen, achteraf gezien met de weeromstandigheden moet ik toegeven een goede keus. Persoonlijk was ik hier zo’n 50 jaar geleden geweest, maar het museum had een facelift gekregen, en ook een gewone lift.


 

De andere etages brachten materiaal van latere data. Tweede etage met 1e WO, Franse tijd, Belgische opstand, Gouden Eeuw.  Begane grond 2e W.O. Koude oorlog (alweer kou) en de laatste vredesacties. Info: www.legermuseum.nl.

Na het museum, waarin je bijna verdwaalde en waar we nog niet de helft hadden gezien, ging de tocht naar een eettent voor het hongergevoel te stillen. 

De gidsen stonden op ons te wachten voor een rondleiding door de stad, de weergoden echter ook. Interessant, goede gidsen maar de wind was sterker dan onze wil. Papaplu’s knakten als luciferhoutjes. Onze gids was gelukkig geen familie van Willem de Zwijger. Wat een klein manneke moet dat geweest zijn volgens zijn beeld. Het werd steeds kouder en kouder, rond de kerk waaide het niet, het stormde. Na een groot gedeelte van de rondleiding werd, zeer slim, besloten te stoppen. Snel een tent binnen, maar omdat we Delfts blauw van de kou waren zijn wij niet blauw geworden van de drank. 

De  groene (jaco)bus heeft ons weer opgepikt, er stonden veel (Delfts)blauwe franse bussen. Terug naar Someren, nee naar Someren – Eind en dat bleek een eind te zijn vooral als de file al net buiten Delft begint. Maar de goede chauffeur bracht ons toch op tijd bij het stilstaand buffet dat wij rustig daar konden kauwen in plaats van later in de bus. Ook ondanks het feit dat we voor de acherdeur moesten wachten omdat opa de deur nog niet opengemaakt had. Daar was de file gelukkig korter. Het diner was brabants goed en werden we door opa  hartstochtelijk uitgezwaaid.  

Het was maar goed dat er een aantal personen in de bus waren die anti Willem de Zwijger bleken te zijn, want na de kou en het diner vallen de oogjes vanzelf dicht.

Het was voor een ouder persoon al bijna nacht toen wij in Blerick de bus verlieten, na een, ondanks de kou, toch mooie reis.

19 april 2012

Roger



Botanische tuin

RASPA BEZOEKT DELFT 

Dinsdagmorgen 17 april. In Roermond rammelt een wekker. Het is nog vroeg; 5.30uur.

Maar twee wakkere mensen springen opgewekt uit hun warme bed, drinken een kop koffie, genieten van hun eerste sigaret van die dag, controleren of de douche nog functioneert, en vertrekken.
Óp naar Blerick-City om de dag door te brengen met een groep Raspa’s.
We gaan naar….nee, niet Den Bosch. We gaan naar Delft.
Voor verrassing nummer 1 zorgen de autoruiten. Bevroren.
Voor verrassing nummer 2 zorgen de Raspa’s. De extragrote Ghielenbus is vrijwel vol.
Onder de hoede van chauffeur Jacco rijden we richting bestemming en uiteraard gaat dat niet zonder de vertrouwde files op de vertrouwde knelpunten.
Ondanks dit oponthoud zijn we tegen elf uur in Delft.

Delft, dat weet iedereen, is de Prinsenstad, de stad van Delfts Blauw, van Johannes Vermeer, Hugo de Groot, Antoni van Leeuwenhoek.
Ongeveer de helft van de groep bezoekt het Legermuseum, de anderen kiezen voor de Botanische Tuinen van de TU. Leny, geboren en getogen in Delft, is onze gids. Maar na de lange reis lusten we eerst allemaal een kop koffie. Oeps! Dat wordt moeilijk want de Koffiebar is nog gesloten. De Tuinwinkel brengt uitkomst. Daar staat een koffie-automaat met een eigenzinnig karakter. Dankzij de behulpzame medewerkster die zijn kuren kent, krijgen we uiteindelijk allemaal ons kopje koffie of warme chocolademelk.

De Botanische Tuinen zijn in 1917 aangelegd als cultuurtuinen voor technische gewassen. Er worden planten uit verschillende klimaatzones gekweekt voor wetenschappelijk onderzoek en in vier verschillende kassen wordt het betreffende natuurlijke klimaat nagebootst.
In een van de kassen groeien tropische planten zoals banaan, koffie, kapok en cacao. Het is er warm en vochtig. Weer een andere kas herbergt cactusplanten. Hier is het warm maar kurkdroog.
Een heel speciale kas is die, waar de klimatologische omstandigheid van een mangrove heerst.

Brillen en fotolenzen beslaan, het is er drukkend warm, de luchtvochtigheid bedraagt zo’n 90 graden. Dat betekent; het regent er nét niet.
Buiten lopen we door het oudste deel, het Arboretum. Dan weer langs planten die kleur- en smaakstoffen leveren. In speciale bakken, beschermd met rasters tegen vogelvraat, staan de schier talloze Rode Lijst soorten; de met uitsterven bedreigde planten van West-Europa. 
Helaas wordt de Rode Lijst ieder jaar groter en groter.
Ondanks dat we genieten van de gevarieerde tuinen worden we toch wat onrustig. Een westenwind steekt op en het wordt met de minuut kouder. Handschoenen worden tevoorschijn gehaald, capuchons over de oren getrokken. Iemand verzucht; had ik nu tóch maar m’n thermo-ondergoed aangetrokken. ..
We besluiten richting centrum te wandelen om de lunch te gebruiken en aansluiting te zoeken bij de andere groep. De lunch gebruiken we bij Brasserie de Vlaming, een van de vele eetgelegenheden rond het gezellige plein, waar veel studenten komen.
Daarna staat een stadswandeling met gids op het programma. Inmiddels is de toch al stevige wind in kracht toegenomen, het begint ook nog flink te regenen en het vervelendste; het is gemeen koud geworden. Op een thermometer staat te lezen dat het 4 graden is!
De geplande stadswandeling valt min of meer in het water of verwaait. En wordt ingekort.
Delftsblauw van de kou en met kapot gewaaide paraplu’s zoeken we een droog heenkomen in de Nieuwe Kerk. Deze kwam eind vijftiende eeuw gereed en heeft historische banden met de Koninklijke familie.
Hier ook bevindt zich de Koninklijke grafkelder waar de Oranjes hun laatste rustplaats vinden.
Op een tableau is te zien waar onder meer prins Claus, prins Bernard en prinses Juliana zijn bijgezet.
Vooraan op het koor is het praalgraf van Willem van Oranje, de Vader des Vaderlands.
De geschiedenis van ons land is uitgebeeld op zeventien glas-in-loodramen. Op een van de vele informatiepanelen staan tekeningen van de vensters met uitleg.

Al met al is het een zeer interessant  bouwwerk en dankzij genoemde informatieborden krijgt men een goed inzicht in de verbintenis Kerk en Huis van Oranje.
Overigens; op het paneel met de Koninklijke stamboom is geen plaats meer. De jongste vruchten aan de Oranjestamboom moeten voorlopig genoegen nemen met naamsvermelding op een vodje papier. 

Om half vijf, het afgesproken tijdstip voor de terugreis, staan we op de afgesproken plaats te kleumen. ‘Busje komt zo’? Vergeet het maar! Vanwege het bar slechte weer halen alle busondernemingen hun klanten op dezelfde plaats op; in het centrum. Dat zorgt voor opstoppingen en we zien bussen met Franse, Spaanse, Belgische, Nederlandse en Duitse kentekens voorbij komen. Maar waar blijft die groene Ghielen? Na nog maar eens een kwartiertje wind, kou en regen trotseren zien we eindelijk de vertrouwde groene bus met twee bekende gezichten ander de voorruit, chauffeur Jacco en onze Leo.
In de bus is het heerlijk warm en behaaglijk en al vlug is de koude uit botten en voeten verdreven en komen de tongen los. Zoals altijd is het achter in de bus een dolle boel. De groep houdt iedereen wakker met verhalen en anekdotes. Vooral Bram, Paul en Baer hebben praatjes en verhaaltjes genoeg in voorraad om de route Delft-Blerick te vullen.
Leo moet vanalles aanhoren als hij de bijdrage voor de dag komt innen.

Baer de Wandelaer beweert dat zijn portemonnee in het water is gewaaid, Karel betaalt gepast en zegt royaal; laat de rest maar zitten. En zo schoffelt Leo door de bus, van opmerking naar opmerking! Bram geeft voor de variatie een raadseltje op. Wat is het oudste beroep ter wereld? Nou, daar heeft iedereen dezelfde mening over, maar dat blijkt niet te kloppen.
Het is het beroep Douane ambtenaar, zo staat reeds in het Oude Testament te lezen volgens Bram. Daar staat geschreven; ……en zij hulden zich in vreemde gewaden en doolden doelloos rond…..

Na deze opfrisles Bijbelkennis zijn we op slechts korte afstand van Someren-Eind waar we verwacht worden voor een diner in buffetvorm.
Het is allemaal heerlijk en er wordt gesmikkeld en gesmuld. Ook als de magen al welgevuld zijn loopt menigeen nog een keertje richting buffet om tóch nog even wat gebakken aardappeltjes, een stukje mals vlees, een beetje groenten- of kartoffelgratin te halen.

We zitten gezellig uit te buiken als de aankondiging komt dat het dessertbuffet klaar staat…..OhOh! Daar heeft niemand rekening mee gehouden!
Schalen met heerlijke chocolade- en aardbeienpudding, een kom gevuld met slagroom, twee soorten ijs, gemengde vruchten en een grote kom met warme kersen….
Het smaakt voortreffelijke en we maken de schalen netjes leeg, zoals dat hoort.

De hele dag al gonsde een gerucht door de groep; Leo is vandaag jarig, hij is zeventig jaar geworden. En ja hoor, dat klopt! Leny vraagt het woord en Leo wordt van harte toegezongen en een lang en gezond  leven gewenst.

Van Someren-Eind naar Blerick-City is niet ver. Van rust in de bus is ook nu geen sprake en opgewekt en fit arriveren we veilig bij de startplaats van die ochtend.
Het is circa 21.30uur. Dat betekent dat we veertien uren als Raspa-groep op stap zijn geweest,
en dat, weer of geen weer, met het grootste plezier. Dat hopen we binnenkort nog eens te doen;
Op 10 mei gaan we met z’n allen naar Duisburg en Hattingen.
Tot dan!
 

19 april 2012

Marianne en Wim Vos

Naar de foto's