Dagtocht naar Gent

(donderdag 22 november 2012)
Frans Pollux zong al zo mooi over deze stad en daar kwam onze Leo met het reisje naar Gent. Als Vlaming direct aangemeld, nu eens kijken uit welke mogelijkheden in Gent men een keuze gemaakt heeft. 
Midden in de nacht, althans voor een gepensioneerde die niet meer op kantoor kan uitslapen, broederlijk samen blauw en groen in een groene bus uit Beringe.
De file voor Antwerpen was lang maar in deze fijne bus was het goed toeven en je hoort nog eens wat, na een korte stop door naar de vlasmarkt. Vlas was vroeger een product uit deze omgeving. Deze schrijver kent nog de vlasakkers rondom Hulst en de belgische grensstreek.
Twee groepen togen met de gids op pad, onze vrouwelijke gids van groep 2 , die waarschijnlijk een zuster van Bart de Wever was , vertelde en vertelde over alle wetenswaardigheden van de mooie stad. Dat ze een echte Vlaming was liet deze actrice af en toe duidelijk blijken. Ik durfde dan ook geen woord Frans in de mond te nemen en toen ik onze Brabantse Frans zag zei ik maar Hurkmans. De Walen en zeker Di Rupo moeten haar ontwijken, ook al hoeft dat niet want zij zal nooit een waal haar stad laten zien, uitgezonderd de martelkamer in Gravensteen. Tjonge, tjonge wat een felheid.
Wij al Nederlandstalige Limburgers hadden niets te vrezen en wij hebben ons geen moment verveeld tijdens de lange wandeling. Prachtig hoe men deze stad de laatste jaren haar glans heeft teruggegeven. Ik zag zelfs mijn familie aan het werk. ( kijk maar op de site naar de foto's)
Vooral de Sint Baafs-kathedraal was een bezichtiging apart, doeken van de grote Rubens, vele afzonderlijke kerkjes, zelfs onder de grond , in de middeleeuwen op straatniveau was het een belevenis. De uitleg van de gids over het paneel Het Lam Gods was superbe. Iedereen was stil over de geweldige kennis van haar. Volgens mij hadden wij een dag met haar door de kathedraal kunnen dwalen. Ook de betekenis van de beelden rondom de preekgestoelte maakten diepe indruk. De ene engel wees naar de spreker de andere gaf met zijn ogen de richting aan. Enz. enz.
Buitengekomen kwamen wij bij het kanon de dulle griet of te wel de kwade vrouw. Ik heb het kanon direct anders gedoopt, nee niet de dikke Bertha, je raad het toch niet.
Van het wandelen dorst gekregen zochten wij een leuke tent om wat te drinken en te eten. Velen waren blij dat ze weer op het zitvlees konden plaatsnemen.
Daarna trokken wij verder als nieuwsgierige oudjes. Wij moesten keuzes maken, de stad was te groot voor één middag. Een bekende van mij vertelde dat hij wou gaan winkelen. De groep splitste zich. De tijd was te kort voor een bezoek aan Gravensteen met o.a. de martelkamer. Dan maar naar de mostaardfabriek. Dat wordt smullen??
Overal doken weer nieuwe mooie gevels en gebouwen op, maar wij moesten nog huiswaarts en verzamelen bij de vlasmarkt.
Wel zagen wij nog leuke dingen zoals het trollekelder en onze scootmobile-chauffeur maakte me attent op een geweldig bord. Nu had ik toch al een enorme bewondering voor hem, als oud- ronde van Vlaanderen-renner weet ik wat het is om op het belgische wegdek vooruit te komen.
Na een tweede file voor Antwerpen, en een duchtig eten en een chauffeurs wissel (rijtijdenwet) kwamen we midden in de nacht weer bij de Lambertuskerk, alsof we nog geen kerken genoeg gezien hadden, aan. Iedereen wel, vermoeid thuis.
Ja, men zal het moeten doen met mijn verhaal niet zo technisch , maar onze schrijfster uit “Remunj” heeft het druk met artikels in het dagblad met een foto van een klapkont.

Leuke dag.