Dagtocht Duisburg en Hattingen

Het leek wel of wij ons ingeschreven hadden voor een TV-programma, zoals Old Holland Got Talent of zoiets, een mooie witte duitse bus kwam ons inladen, ja en elke plek was bezet. Er waren gelukkigen bij die ’s avonds van tevoren nog gebeld waren door Leo dat ze mee konden. Het leek achterin wel of we in het recordboek wilden komen, hoeveel mensen krijg je in een duitse bus.
De jeugd zit altijd op de achterste rij en die waren tot halverwege bezig met het spel 4 op een rij. Ze hadden maar vier gordels voor vijf plaatsen. Gelukkig kwam alles goed.

Zonder een file, ook geen stau, op tijd in Duisburg aangekomen, mede dank zij de voortreffelijk hulp-chauffeur Wim uit Remunj. 

Na een korte wandeling en een Kaffee mit kuchen naar de aanlegsteiger, wat een knaap van een boot, Nostalgie, achter de boot lag een nog een boot, iets kleiner, ik dacht als er daarachter nog een ligt dan zal het wel een roeiboot zijn. Maar nee een prachtige schuit en de trossen los.
Langs de oevers lag veel van wat je steeds leest, recycle, de oude wasmachine en nog meer oud ijzer. Voor de rest veel containers en ander overslagmateriaal. 

Na de rondvaart verder met de bus richting Hattingen. Voor velen onbekend en dus onbemind. Dat zal nu wel anders zijn, later komen wij in Memories.
De gidsen stonden ons op te wachten, Herr und Frau Zimmerman,  nu ken ik alleen Zimmerman van dat Blödes Ei bij Mainz bleibt Manz, maar Frau Zimmerman kon ook goed vertellen.
Vooral het verhaal van de scheve, gedraaide, toren op de Stint Georgekerk. Slecht gedroogd hout, te weinig fundering, steeds een westen wind, maar waarschijnlijk omdat bij de eerste huwelijken de bruid geen Junfrau bleek te zijn. De groep heeft de mooie kerk bezocht en bij het naar buiten gaan keken sommigen heren naar boven, nee toch geen wonder. Hij stond nog scheef. 

Een strijkijzergebouw waarom?  Bij twee voor twaalf mag je het nog opzoeken, gelukkig wist onze gids het. Zij wist niet dat er van de blauwe tak bij liepen!  Belastingontduiking, je betaalde over de oppervlakte van de grond, ook als was het boven breder. Daarnaast konden de wagens met stroo en hooi er ook makkelijker langs.

Toen kwamen wij bij moeders mooiste, een talentenshow voor ijzeren ridders. Wat er aan vast zat kun je op de foto’s op de site zien, maar menig Jungfrau zou de mond opengevallen zijn.
Ze waren er zelfs aan vast gelast, omdat er anders iets gestolen werd, waardoor het geen ridders meer waren. Rara wat is dat? 

Mooi waren ook de spreuken op de muren, daar zijn de vakwerkhuizen dan ook uitermate geschikt voor, of het de spreuken waren weet ik niet echter het centrum straalde een rust uit, ondanks dat er auto’s waren. Langs de burchtwal, door nauwe steegjes, over ruime pleinen het was werkelijk een schitterend centrum.

Na afscheid te hebben genomen van beide Zimmermannen, gingen wij op zoek om iets te nuttigen, en belanden in het programma van Herman den Blijker. De  grillladen met aanbieding van een snitzel met friet was tof, opeten op het terras van de buurman die gesloten was, en drinken halen bij die z’n buurman de pizzaria. Onze waardering voor alle zaken was goed, door naar de volgende ronde!

Terug naar de bussen voor de terugweg. Laat er nu twee witte bussen staan en omdat het een beetje regende en sommigen met een plu liepen was het verwarrend. Een van onze reisgezellinnen stapte tussen de andere vrouwen de bus in. De echtgenoot, handenwrijvend,  wilde ik net feliciteren tot ze weer uit de bus kwam. Als de sorryauto van het Familiediner in een plaatsje onder Venlo komt lijkt het mij goed dat meneer zich naar deze auto spoed. De bon kan hij t.z.t. bij mij inleveren.

Het was een geslaagde dag, ik schijf dit stukje omdat de wandelaer met het vliegtuig naar Spanje is vertrokken, nadat ik hem nog in Egypte gezien heb. Zeker voor het programma ik ver(t)rek.

Nu weet ik waarom er echt gelachen wordt in de bus. De imker uit Helden vertelde mij het volgende verhaal. Een commandant vertelde aan 3 ondergeschikten een mop, 2 lachten enorm, de derde niet. Waarom niet? Zijn antwoord: “Ik ga binnenkort toch met pensioen”.

Voor het echt historisch gebeuren lees het verhaal van Wim en Marianne en bekijk de mooie foto’s op de RASPA site

Met groetjes 

Bram
10 mei 2012


RASPA OP DE DUITSE TOUR

Amper bekomen van het gedenkwaardige uitstapje naar Delft in april, staat op 10 mei voor Raspa alweer een dagtocht op het programma. Ditmaal naar de haven van Duisburg en de stad Hattingen. Nu eens niet met een groene Ghielenbus maar met de witte “Omni” bus van Ralf Hütten uit Heinsberg.

De belangstelling is groot. Er hebben zich bijna 70 leden aangemeld terwijl er maar plaats is voor 50. Rond tien uur arriveren we in Duisburg-Ruhrort. Hier mondt de Ruhr *) uit in de Rhein, vandaar de naam. De rondvaartboot vertrekt pas om elf uur, tijd genoeg om eerst even een kop koffie te gaan drinken. Het centrum van Duisburg-Ruhrort oogt niet bepaald uitnodigend. We zien veel leegstand en verloederde winkelpanden in het rommelige straatbeeld.

Gelukkig zijn er wel heel wat “Kaffee-shops” waar we van harte welkom zijn…

Iedereen is ruim op tijd aan boord van de MS Nostalgie voor de rondvaart door de binnenhaven. Het is de grootste binnenhaven van Europa met een oppervlakte van 10 km². Het is een terminalhaven met doorvoer naar de havens van onder meer Rotterdam, Antwerpen en Hamburg.

Gezeten op het bovendek zien we enorme stapels containers en steenkoolbergen. Grote tanks met minerale oliën, idem met chemische grondstoffen. Speciaal hiervoor ingerichte schepen worden hier geladen om vervolgens met hun vracht naar de bestemmingshaven te varen.
Ook de enorme bergen oud ijzer zijn niet te overzien. Door middel van grote magnetische platen met elk een andere magnetismekracht, worden de verschillende soorten metaal gescheiden. Vorig jaar werd op deze wijze 51miljoen ton aan oud ijzer verwerkt.
Op zeker moment krijgen we een niet te harden geur te verwerken. Grauwe stankslierten stijgen op uit hoge schoorstenen. We varen voorbij aan de grootste restafval-verbrander uit de wijde omtrek.

We boffen met het weer. Het is droog en aangenaam warm. Aan boord van de MS Nostalgie kan een natje en een droogje worden genuttigd. Er blijkt een voorkeur voor het natje te bestaan, vooral na het passeren van Bräuerei König Pilsener. Maar ook Kaffee mit Kuchen en Kartoffelsalat mit Bockwurst laat menigeen zich goed smaken.

Na twee uurtjes meert de MS Nostalgie weer aan en komt er een einde aan de boeiende en interessante rondvaart en we stappen weer in de bus om verder te reizen naar ons volgende doel; Hattingen, het mooiste stadje van het Ruhrtal.
We worden al opgewacht door het echtpaar Zimmerman, onze stadsgidsen. Ze nemen elk een groep van 25 mensen onder hun hoede.


Hattingen is een eeuwenoude stad door zijn strategische ligging in een van de dalen langs de Ruhr. Ze is omgeven door enkele hoogburchten waarvan de Isenburg in de Middeleeuwen de belangrijkste was.  De naam herinnert aan de Nederduitse naam voor ijzer; Isen.
De burcht is gelegen aan de destijds belangrijkste handelsweg; de Hilinciweg. Deze voerde van de Kölner Bucht via het Bergische Land naar Hattingen en vandaar naar Münster en Osnabrück.

Bij Hattingen was een voorde in de Ruhr waar de voorloper van onze wegenbelasting geheven werd. Vanaf de Isenburg had men een goed uitzicht op deze ondiepe oversteek in de rivier. Zodra een groep handelsreizigers de voorde naderde, galoppeerde men met pittige paarden de steile helling af om tol te eisen voor de oversteek. Vijanden kregen een geheel ander onthaal.

De Altstadt van Hattingen is een aaneenschakeling van liefdevol verzorgde en goed onderhouden vakwerkhuizen uit de 16de en 17de eeuw. De ruim 140 panden zouden heel wat verhalen kunnen vertellen. 

Een van de bekendste en markantste vakwerkhuizen is het Bügeleisenhaus. De benedenverdieping is heel smal, de twee bovenverdiepingen zijn aanzienlijk breder. De reden daarvoor is de belasting die ten tijde van de bouw – 1611 – geheven werd op de breedte van de grondvoorgevel.
Het Bügeleisenhaus werd van meet af aan bewoond door vele generaties uit een Joodse familie van linnenwevers. Tijdens de tweede wereldoorlog kwam hieraan een dramatisch einde. Het huis werd in beslag genomen, de bewoners afgevoerd.
Inmiddels is het pand grondig gerestaureerd en aan de Joodse gemeenschap geschonken. Er is thans ondermeer een geologiemuseum in gevestigd.
De Altstadt heeft twee kerken waarvan de Sanct Georgkirche opvalt door de scheefstaande toren. Dat is geen fout in de bouwconstructie maar bewust gedaan. Ten tijde van de bouw – rond 1200 – was de kerktoren het hoogste punt in het dal. De zuidwest stormen konden er flink te keer gaan en men besloot de toren een scheefstand in zuid-westelijke richting te geven. Zo leunde de toren als het ware tegen de wind in.  Bovendien werd de toren niet óp de kerk, maar ernaast gebouwd. Mocht de toren toch omwaaien bleef het middenschip bewaart.

Natuurlijk waren gedurende die acht eeuwen geregeld herstelwerkzaamheden noodzakelijk. De voorlopig laatste vond plaats rond 1990 toen men het houten binnenwerk stabiliseerde door middel van een staalconstructie.

Natuurlijk bestaat een levendige stad niet alleen uit historie, hoe belangrijk ook.
Hattingen is een stad die bij de tijd genoemd mag worden, waarbij moderne kunst de brug vormt tussen vroeger en nu. Een voorbeeld van Kunst met een draad naar het verleden vormen de Eisenmänner. Drie grote naakte mannenfiguren staan aan een van de toegangswegen.

Exact op de plek waar in vroeger eeuwen een van de stadspoorten in de stadsmuur was.

Exact op de plek waar vrij recent de laatste van vele staal- en ijzergieterijen lag;

de Henrichshütte die in 1987 haar poorten moest sluiten. Na een expositie hielden de inwoners van Hattingen een grote inzameling om de Eisenmänner te behouden.
Ze zorgen goed voor hun mannen;
In de winter krijgen ze een warme muts op en sjaal om.

Bij een zomerse hittegolf krijgen ze zwembandjes om en bij hoog katholiek bezoek een lendendoek.

Na bijna twee uren was de boeiende rondleiding ten einde en hadden we nog ruim de tijd om een terrasje op te zoeken. Hoewel…..van zoeken kan geen sprake zijn. Er zijn talloze gezellige terrasjes in vrijwel ieder straatje en op elk plein, of verscholen in een hoekje of onder een kastanjeboom.
Iedereen was enthousiast over zowel Duisburg als Hattingen en we hadden gesprekstof genoeg.

Om half zes vertrokken we richting Heimatstadt Blerick waar we zoals gebruikelijk luid kwetterend afscheid namen.
Wij Raspa’s kunnen weer terugkijken op een zeer geslaagde dag.
Nu maar afwachten wat het najaarsprogramma brengt.

Heeft Leo misschien nóg een prettige verrassing voor ons in petto? We weten het niet maar hopen dat we het allemaal gezond en wel mogen meemaken!

 

Iedereen een mooie zomer en een fijne vakantie gewenst,

Marianne en Wim Vos

10 mei 2012

 naar de foto's


*) OVER DE ROER EN DE ROER,

Ofwel;
DER RUHR -  DIE RUR.

Er bestaat veel verwarring over de Roer en de Roer, ofwel over de Ruhr (met h) en de Rur (zonder h). Gemakshalve noem ik ze de Grote Roer en de Kleine Roer.

Beide rivieren dragen dezelfde Nederlandse naam, terwijl in Duitsland de grote met ‘h’ geschreven wordt en de kleine zonder ‘h’.

DE GROTE ROER.
De Grote Roer ontspringt als een smal ondiep beekje in een dicht woud tussen Niedersfeld en Winterberg op een hoogte van 650 meter op de Ruhrkopf.
Al snel wordt het beekje een beek doordat van omliggende bergen verschillende (bron)beekjes zich bij het stroompje voegen. Bij Olsberg kun je al spreken over een riviertje en bij Arnsberg over rivier.

Bij Hüsten mondt de Röhr in de Roer en een stuk verder, bij Neheim, de Möhne.
Als tenslotte de Lenne bij Hagen haar reis beëindigd door zich in de Roer te storten wordt het aanvankelijke beekje een krachtige brede stroom, een echte rivier.

Via Herdecke, Hattingen en Werden vervolgt de nu imposante rivier zijn weg richting Essen-Kupferdreh, en dwars door de Baldeneysee. Links en rechts van de oevers zijn grote steden ontstaan en veel industriebedrijvigheid. De rivier geeft het gebied een naam; Ruhrgebiet.
Via de Kettwiger Schweiz en Mülheim komt de eindbestemming in zicht; het havenbekken van Duisburg-Ruhrort.

Na een reis van 235 kilometer mondt de Ruhr bij de Moerser Grinden uit in de Rhein.

 

DE KLEINE ROER.

De Kleine Roer ontstaat als een samenvoeging van vele kleine beekjes in de Hoge Venen in België bij het plaatsje Sourbrodt en is een typische regenrivier.
Ze stroomt door het bekende Eifelplaatsje Monschau, om bij Düren in het vlakland verder te gaan. Vanaf Jülich volgt de Kleine Roer voortaan de Roerdalslenk die de oorzaak was van de aardbeving in 1992. Een slenk is een laagte, veroorzaakt door tektonische aardschollen.
Onderweg heeft ze twee riviertjes opgenomen; de Inden en de Merzbach.
Kort voor de grens met Nederland, bij Heinsberg, mondt tenslotte ook de Wurm uit in de Roer.

Bij Vlodrop komt de Rur ons land binnen en verandert van karakter.
In het Duitse stroomgebied is ze overal aan banden gelegd en getemd door kanalisering.
In ons land mag ze stromen waar ze wil en meandert waar ze maar kan. Alleen op cruciale punten zijn de oevers verstevigd; in St.Odiliënberg en in Roermond.
Roermond betekent tevens het eindpunt voor de Roer, hier wordt ze opgenomen in de Maas, na eerst zelf een zijtak te hebben gevormd; de Hambeek.
De totale lengte bedraagt 165km waarvan 21km op Nederlandse bodem.
Ze is in geen enkel opzicht te vergelijken met die andere, zo veel bredere en langere Roer, waar zowel op als aan het water veel bedrijvigheid heerst. De kleine Roer is onbevaarbaar door ondiepte, het plaatselijk zeer grote verval en door de meanderende werking.  


MET EN ZONDER ‘H’.
De oorspronkelijke Duitse benaming Ruhr voor beide rivieren zorgde voor verwarring. Men heeft er daarom voor gekozen de naam van de onbevaarbare kleinere rivier te veranderen in Rur.
Bovendien in; Der Ruhr en Die Rur.

In de Nederlandse taal zijn dergelijke nuances vrijwel niet mogelijk zodat de verwarring waarschijnlijk zal blijven bestaan.

Tenslotte nog dit. De naam betekent; zich roeren, in beweging zijn.  


Marianne Vos  

 naar de foto's