Dagtocht Blegny/Seraing

Donderdag 27 september 2012.
Raspa maakt haar herfstuitstapje. Een vertrouwd beeld op het Lambertusplein. De groene Ghielen bus en bekende gezichten. Doel van de reis is ditmaal de steenkolenmijn in Blegny en de kristalfabriek Val Saint Lambert in Seraing.
Leo heeft veertig aanmeldingen, dertig Raspa’s zitten klaar in de bus voor vertrek. Tien afmeldingen wegens ziekte, wordt Raspa een kwetsbare groep? Nee toch!
Onderweg de eerste bezienswaardigheid, de enorme bouwput in Maastricht. Ja, ja, de infrastructuur zal er straks voor zorgen dat Maastricht een wereldstad wordt.
Half tien aankomst bij de mijn in Blegny. Sommigen nemen een kop koffie en dan gaan we naar de bioscoop. Een film laat de vorming van steenkool zien, zo’n 300 miljoen jaren geleden. Ook maken we kennis met de werkomstandigheden in de ondergrondse steenkoolmijnen.
Dan komt het echte werk, we gaan ondergronds. Werkjas aan, helm op. Met de liftkooi dalen we met de gids af naar een diepte van dertig meter. Een galerij of steengang laat zien toen de mijn nog in werking was en hoe de koempels het zwarte goud naar boven brachten.
We komen bij een echte steenkoollaag of pijler, de werkplek voor de mijnwerkers. Hun werktuigen zijn te zien, grote drilboren, hamers, schoppen etc. De gids verrast ons met een echte explosie, een methode om de steenkoollagen makkelijker en sneller los te maken. Een sleufmachine zorgt voor verder transport. We krijgen uitleg over de stutting,
pijlers en kappen die moeten voorkomen dat het plafond instort. Terug naar de put zien we de machines die de steenkolen afvoeren naar de schachten en transportbanden. Verder kolenwagentjes vol steenkolen. Een sorteer- en wasmachine scheidt de steenkolen van de stenen.
Ietwat onwennig komen we weer boven, terug in de bewoonde wereld. Trillingen in de benen, oorsuizingen, het gevolg van ondergronds gaan. Geen tijd echter om op adem te komen. Een bezoek aan het mijnmuseum staat op het programma. Een identiek nagebouwde schacht die dateert van het begin 1849. Deze was destijds 234 meter diep en voorzien van een klassiek metalen schachtblok. We zien grote ventilatoren, de douches, de lampenzaal, de compressorenzaal, de elektrische centrale en het rapportenbureel van de hoge heren van de mijn. Foto’s tonen de enorme mijnramp die in 1956 bij Marcinelle heeft plaatsgevonden met meer dan 250 dodelijke slachtoffers waaronder 136 Italianen en 95 Belgen. 
Het is een geweldige rondleiding zowel boven als ondergronds onder leiding van een gids, een ex mijnwerker die nu woonachtig is in Heerlen.
Dan naar het restaurant voor een streekmenu. Belgische Eintopf, kipfilet met een lekker sausje, als toetje een wafel met daarop een flinke mop slagroom. Bij dit alles een heerlijke Val de Dieu brune!
Instappen en op weg naar Seraing voor een bezoek aan de kristalfabriek Val St. Lambert.
Een groot complex met fraaie gebouwen, echter ook veel bouwval. Een leuke madam leidt ons rond en vertelt over de kunst van kristal. Kristal is een stukje meesterlijke magie dat de vier natuurlijke elementen harmonieus samenbrengt; aarde (grondstof zout), lucht (blazen), vuur (smeltoven) en water (afkoelen). Het karaktervolle kleuren spectrum van Val St. Lambert omvat kobaltblauw, saffierblauw, markiesblauw, petroleumblauw, groen, Chinees groen, Japans geel, roze, amethist, fuchsia, violet, ochtendrood, kwarts en blauw. Het zuivere kristal van Val St. Lambert staat bekend als een van de meest heldere ter wereld.
De gids leidt ons naar een enorme hal waar het kristal wordt bewerkt, er is veel hitte en lawaai. Alles begint bij een uitgekiende productsamenstelling, een mengeling van zand, loodmenie,kalium en soda. Door deze grondstoffen te verhitten tot 1400 graden Celsius smelten zij samen tot een stroperige massa. Met de blaaspijp haalt de glasblazer het vloeibaar kristal uit de oven. Op een rollend tapijt vormt hij het kristal, telkens weer opwarmen en afkoelen tot het gewenste resultaat is bereikt. Glasblazen is een van de oudste technieken in de glaskunst bij Val St. Lambert, doorgegeven van vader op zoon, van zoon op kleinzoon.
We verlaten de snikhete hal en komen op de koude afdeling waar het kristal wordt geslepen. Door te slijpen en polijsten krijgt het kristal zijn unieke karakter, transparantie en schittering. Etsen, graveren, zandstralen en emailleren zorgen voor een perfecte afwerking.
Dan een kort bezoekje aan de winkel waar de kostbaarheden zijn uitgestald en te koop zijn. Nou ja te koop, nee niet voor een gepensioneerde ambtenaar. Hoewel onze pensioen vooruitzichten rooskleurig zijn voor de toekomst toch maar geen kristal kopen. De prijzen variëren van € 25,- voor een minikristalletje tot € 50.000,- voor een enorme bokaal.
Op weg naar huis is het opvallend rustig in de bus, dit keer eens geen grappen en grollen.
Het was weer een prachtig Raspa-uitstapje. We hebben veel gezien, het waren heel wat nieuwe en interessante ontdekkingen.
Nu kunnen we ons gaan voorbereiden op de dagtocht in november naar Gent.
Veel groetjes, allemaal gezond blijven en tot dan.

28 sept. 2012
Marianne en Wim Vos oet Remunj