Bezoek aan Essen

 
Essen in vogelvluch   26-10-2010

Essen det waas:   Kaffee mit Kuchen en  ’n rondleiding door unne gids van Zeche Zollverein
Essen det waas:   boeiende verhaole euver ’t laeve  in de mien  van ’t productieproces van ‘t
                                delve van de kaole toet aan ’t sortere en ’t wasse toe!
                                Unne mienwerker woort 48 jaor, gen wonder asse de umstandighede 
                                bekeeks waoronder gewerk mos waere!
                                Unne ambtenaar ging fluitend naor zien werk (of neet soms), maar op
                                die  film zoog ik die mienwerkers det neet doon! En weej maar klage.
                                Mien Oma zag altied ’t is good klage met unne gevulde portemonnee!
Essen det waas:   Lekker aete tösse de middaag van ’t Eintopfessen, opgeschup door Wim
                                met chocolade pudding met kerse toe!
Essen det waas:   De stadsrondrit  met unne gids dae erg good waas.Dae vertelde ós euver
                                ’t laeve van de mienwerkers vruuger en ’t laeve van now.
                                Zoëas de veranderinge die der ware gekomme door ’t sloete van de mien,
                                en der 100.000 minse op straot stonde en de vuuële flets die haedoor laeg stonde!
                                Bezeuk aan de Margarethahöhe met zien moeië vilaas en greune parke!
                                Bezeuk aan villa “Hügel “.
                                De stad van de Krupps en de Albrechts die de stad groët gemak hebbe
                                en  toch erm geblaeve zien ondanks eure riekdom .
Essen det waas:   Spaaie door Königsallee met zien prachtige winkels en: “ currywors
                                aete mit pommes “ op advies van Paul ( slechte friet ) frietbakke daor                                        
                                kinne de Pruusse niks van, maar kwa beleefheid kinne zae der hae nog vuuël van liere!
                                De hangaldere achter in de bus  met de verhaole van idderein, taofelder-
                                tiën  waas auk derbeej, vaerder zal ik gen name neume, dan krieg ik ingezonde stökke!
Essen det waas:   Unne geweldige gezellige daag waer, met de RASPA femilie op bezeuk
                                In Essen de cultuurstad van Europa en de mien as Werelderfgood !
                                Ik val misschien waer in herhalinge maar ’t RASPA bestuur bedank veur 
                                De opniej good georganiseerde   daag, die weej euver de  päöl hebbe meuge genete
                                Jao nog waat, ik heb auk nog Duits gelierd: Als du vögeln köntest, dan 
                                kanst du auk fliegen, sagte der Mann der den Liebhaber seiner Frau aus
                                Dem Fenster warf! Wievuuël foute staon hae in ?
                                As dit nog door de jurie kump!
                  
Baer de Wandelaer

                                                                       

ESSEN EN DE KOHLENPOTT.    

Dinsdag 26 oktober 2010, de laatste dagtrip van dit jaar staat op het programma voor de RASPA. Het belooft een interessante dag te worden, we gaan naar Essen voor een bezoek aan de Zeche Zollverein, Villa Hügel en de Margarethenhöhe. De belangstelling is groot, een bijna volle Ghielenbus vertrekt om 08.00 uur richting Essen. Al gauw komen we in de Stau terecht, oorzaak is een staking bij de Deutsche Bahn waardoor veel reizigers de auto moeten gebruiken. Bij aankomst eerst naar het Kokerei-restaurant voor koffie met Blechkuchen. Dan op naar de schachthal voor de rondleiding. Een enorme roltrap brengt ons 24 meter omhoog naar het informatiecentrum. De gidsen staan al op ons te wachten, de club wordt in vier groepen verdeeld en dan geht es loss.

Maar eerst zullen we in het kort iets vertellen over de Zeche Zollverein, opgericht door industrieel Franz Haniël. In 1847 wordt de mijn in gebruik genomen. Aanleiding daartoe is de grote vraag naar producten die nodig zijn ten behoeve van de zich snel ontwikkelende staalindustrie. Kolen voor de ovens vormen daarin een belangrijk bestanddeel.
Begonnen wordt met het bouwen van een schacht zodat men ondergronds kan gaan om te zien hoe groot de kolenvelden zijn en hoe diep. Al snel komt men tot de ontdekking dat er enorme ondergrondse kolenvelden liggen. In 1851 wordt begonnen met de ontginning en komen de eerste kolen naar boven. De ontwikkeling komt in een stroomversnelling, er worden twee schachten bijgebouwd.
In 1890 wordt één miljoen ton kolen naar boven getransporteerd. Ieder jaar wordt de productie omhoog gestuwd. In 1937 beleeft de mijn een topjaar, 3,6 miljoen ton aan kolen worden gewonnen en 6900 mijnwerkers hebben er hun broodwinning. In de zestiger jaren worden nog meer schachten gebouwd en dagelijks komen 10.000 ton kolen naar boven welke hoofdzakelijk worden verwerkt tot cokes voor de staalindustrie. Inmiddels heeft de mijn 12.000 werknemers in dienst. Dan wordt ook begonnen met het aantrekken van buitenlandse krachten. De eerste ‘Gastarbeiter’ zijn afkomstig uit het destijds straatarme Italië.
De hele Kohlenpott deelt mee in de welvaart van de mijn. De infrastructuur wordt verbeterd, er ontstaan grote warenhuizen met Hertie als eerste. De Kohlenpott is het hart van de Duitse economie in  de zestiger en zeventiger jaren. Het Wirtschaftswunder bloeit, Duitsland is het grootste industrieland van Europa.
Maar de ontwikkeling staat niet stil. Er worden nieuwe energiebronnen ontdekt zoals het aardgas. Dat is goedkoper en vooral makkelijker te ontginnen. Begin jaren tachtig komt de staalindustrie in een ernstige crisis. Gevolg; ook met de mijn bouw gaat het snel bergafwaarts. Kolen worden te duur.
Op 23 december 1986 maken de mijnwerkers hun laatste schicht en wordt de Zeche Zollverein na 135 jaar gesloten. De cokesfabriek sluit op 30 juni 1993 na een bestaan van 32 jaar. Wat overblijft zijn twee grote schachttorens die nu dienst doen bij de waterzuivering.
Net als destijds  in Nederland bij de mijnsluitingen, heeft ook Duitsland een gigantisch probleem.
Voor duizenden kompels moet vervangend werk worden gezocht. Gelukkig, chemiegigant Bayer maakt een enorme ontwikkeling door en geeft vele ex-mijnwerkers een nieuw toekomst.

Terug naar onze rondleiding. We beginnen op de hoogste etage van het schachtgebouw, het dak.
We hebben een prachtig panoramisch uitzicht over een deel van de Kohlenpott. Bottrop, het centrum van Essen. Gelsenkirchen met de Schalke-arena.
Een etage lager zien we enorme transportbanden waar de kolen en stenen werden gesorteerd en gereinigd. Op de wanden is op een animatiefilm te zien hoe een en ander in zijn werk ging.
Nog  een etage lager wordt duidelijk hoe de kolen en stenen op transport gingen naar de cokesfabrieken. Er werd in continu gewerkt door het systeem van ploegendienst. Een bovengrondse ploeg bestond uit 32 personen. Hun voornaamste taak was om technisch alles vlekkeloos te laten verlopen. Het was ongezond werk door het vele stof en oorverdovende lawaai in de donkere ruimtes.
We verlaten de schachthal en gaan naar het schachtpaviljoen. Hier is natuurgetrouw nagebootst hoe de mijnwerkers ondergronds hun werk moesten verrichten. Vele foto’s geven een beeld hoe hard het leven daar was. Op een tafel liggen de attributen waarmee gewerkt werd, zoals  houwelen, mijnlantaarns, kolenschoppen. Ook liggen er drie formaten boormachines, waarvan de lichtste 18 kg. weegt en de zwaarste door geen van ons te tillen is! Zelfs een toilet, een ijzeren vuilnisemmer, geeft aan hoe primitief het leven ondergronds was. We zien foto’s van trekpaarden die al na korte tijd blind werden en hooguit twee jaren dienst deden. Dan stierven ze.
Heel lang hielden ook de meeste kompels het werk in de mijnen niet vol. Doorgaans werden ze al  voor hun vijftigste levensjaar afgekeurd. Voornaamste oorzaak waren stoflongen en lichamelijke uitputting.
Het was een zeer indrukwekkend deel van de rondleiding. Tot slot vertelt de gids dat sedert 1993 de deelstaat Nordrhein-Westfalen eigenaar is van de Zeche Zollverein en dat deze vanaf 2001 op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat.

Nadat we de uitstekende vrouwelijke gids hebben bedankt voor haar deskundige rondleiding zoeken we Restaurant de Kokerei op voor de beloofde Eintopf. Honger dat we hebben! Op twee hete vuren staan dampende ketels en een paar uitgehongerde raspa’s komen tot de ontdekking dat deze alleen maar kokend water bevatten om de Eintopf warm te houden….De ketels heerlijke goulashsoep volgen gelukkig al snel. Er is voldoende soep om zelfs de ‘grootste’ eters te bedienen. Als toetje is er chocoladepudding met bosvruchten. Heerlijk.

 's Middags staat een stadsrondrit op het programma onder leiding van twee gidsen. We rijden door het centrum van Essen. Grote, moderne en kolossale gebouwen zien we. Veel multifunctionele bedrijven zijn hier gevestigd. We rijden naar de stadrand van Essen en bereiken Villa Hügel. Rond 1860 vat Alfred Krupp, de grondlegger van staalindustrie Krupp, het plan op om een grote representatieve villa te bouwen in het buitengebied van Essen, de stad waar zijn fabrieken staan.
Krupp koopt een complete heuvel aan de Baldeneysee waarop de villa wordt gebouwd. Het huis telt 269 kamers en beslaat 8100 vierkante meter. Er hoort een groot park bij van 28 ha. Alfred Krupp laat daartoe van her en der volwassen bomen transporteren, voornamelijk eiken, beuken, platanen en linden.
Via een lange oprijlaan bereiken we de villa. Van het oorspronkelijk wit van de villa is weinig over, het geheel oogt wat goor en grauw. We kunnen de villa niet bezichtiging, maar dat is niet zo erg.
Enkele jaren geleden hebben Marianne en ik een klein deel gezien tijdens het bezoek aan een van de reizende tentoonstellingen die er regelmatig plaats vinden. Het is, naar de mode van destijds, nogal pompeus en ‘Wagneriaans’. 
We rijden verder en komen bij de Margarethenhöhe. Werknemers van de staalfabriek Krupp leven in de jaren 1860- 1900 in grote armoede in achterbuurten. Margarethe, vrouw van industrieel Alfred, is zeer sociaal ingesteld en trekt zich het lot van de fabriekarbeiders aan. Zij komt op het idee om een Siedlung (nederzetting) in te richten met arbeiderswoningen. Haar man verwerpt het plan; te duur.
Margarethe zet door, neemt jonge architecten in dienst, en koopt met eigen kapitaal van een miljoen mark 50 ha grond ten zuiden van Essen. Ze laat woningen bouwen volgens een voor die jaren ongekend plan. Alle huizen hebben een aparte wasruimte en keuken! In die jaren helemaal niet zo vanzelfsprekend. Achter ieder huis ligt een lapje grond waarop de bewoners groenten kunnen verbouwen, kippen houden of konijnen, zelfs fruitbomen planten. Zodoende kan men in zijn eigen levensonderhoud voorzien. We lopen door de kolonie naar het centraal gelegen marktplein, waar destijds de eigen groente, fruit en eieren verkocht werden. In 1920 wordt de kolonie in gebruik genomen en krijgt de naam van haar stichtster; Margarethenhöhe.
Deze woningen zijn heden ten dage een geliefd woonobject. Men woont op stand buiten de stad, en de  groene long van Essen, het Grugapark, is op loopafstand.
Na deze bezichtiging worden we bij het Hauptbahnhof gedropt. We hebben nog een uurtje tijd om het centrum van Essen te bezichtigen maar een groep raspa’s zoekt de eerste de beste Pommesbude op om een onvolprezen Currywurst mit Pommes te nuttigen.

Om 19.00 uur zijn we weer terug in Blerick. Het is het einde van een boeiende dag, we hebben veel indrukken opgedaan.
Tevens is deze dagtocht ook de afsluiting van het reisseizoen voor RASPA dit jaar. We hebben veel mooie reizen gemaakt, veel gezien, veel gehoord, en vooral veel gelachen. De saamhorigheid groeit.
Onze denktank Leo is al volop bezig met de planning voor 2011. We laten ons verrassen!
Voor de sportievelingen onder ons staat in november een wandeling rond de Krickenbecker Seen op het programma, en voor alle anderen geldt;
We zien ons hopelijk in goede gezondheid weer op de Nieuwjaarsreceptie!
Dat duurt nog wel even, maar toch; allemaal fijne feestdagen gewenst en; Tot dan!

Groetjes uit Remunj,

Wim en Marianne Vos



Essen 
Europeese Kultuurstad 2010. 
Werelderfgoed, Bauhaus enz. 

Het was de dag van de records en tegenstellingen. 

Tijdig vertrokken, even wachten op een treinreiziger, de trein had vertraging. 
De reis naar Essen (file) duurde twee keer zolang als de terugreis. 

Bij het Zollverein waren der geen van den “Toll” aanwezig. 

Records dus ook tegenstellingen: 
De grootste roltrap van Europa. 
De minste arbeiders boven de grond ten opzichte van de capaciteit. 
De snelste lift voor de kolenkarretjes 
Volautomatisch het transport, voor 1934 een geweldige prestatie 
Het grootste ondergrondse netwerk, diverse schachten met elkaar verbonden. 
De enorme bodemverzakkingen in de regio. 
De mooie buitenkant van de gebouwen en de stoftroep binnen 
Het mooie Ëhren”-grasveld met looppad voor de directeur, de zijkanten voor het personeel. 
Geen toiletten en kantines voor het personeel. 

Essen: 
In de Kokerei: Vroeger een cokesfabriek, de Kokerei met de koelbak ernaast nu : 
Eintopf Essen, ben 5x retour geweest steeds voor een andere uit Tegelen, geweldig opgeschept door eine uit Roermond. In de bus had ik al gemerkt dat hij er goed in was. 

Essen: 
Jede menge kohle, daarom blij dat wij langs de Karstadt reden en niet bezochten. 

Essen: 
In een hal van Zollverein stond op de rails voor de kolenkarretjes een oranje fiets:

Meinfahrad of niet? 

Essen:
Margarethenhöhe. Luxe wonen voor iedereen, alleen geen garages. 
Villa Hügel: Luxe wonen voor één familie. Veel personeel. 
Op de Margarethenhöhe was er ook de Steile strasse, sommige dachten dat ze thuis waren. Hun duidelijk gemaakt dat er meer Essense junkfrauen in Steyl zaten dan in Essen zelf. 

Essen: 
Veel bijzondere gebouwen, bouwstijlen, maar ook veel leegstand. Het aantal inwoners daalde doordat de mijnbouw verdween. 

Veel gezien, gehoord en opgenomen. Echt kultuur snuiven. 

Met dank aan de Heilige Barbara. 

Mocht het te soms cryptisch zijn, kijk maar eens naar de foto’s op de site. 


Glück Auf 

NAAR DE FOTO'S