Met Daniel Plyson op bedevaart

van Wakken naar zwarte Madonna van Halle


terug naar de beginpagina

Daniel Plyson ging bijna 100 kilometer te voet

Sinds 1704 trekken bedevaarders vanuit Wakken naar de O.L.V.-basiliek in Halle. Dit gebeurt telkens op de vrijdag voor Pinksteren. Onze dorpsgenoten Daniel Plyson en Lisette Mylle hebben er zelf respectievelijk al 12 en 15 edities opzitten. Daniel moest het dit jaar alleen zien te klaren. 'Ramskapelle Leeft' zet zijn verhaal graag in de verf.


Ramskapelle Leeft: Zo een bedevaart van Wakken naar Halle. Hoe komt een mens ertoe om hieraan te beginnen ?

Daniel: Eerlijk gezegd, eigenlijk was het puur toeval. Vele jaren geleden waren we op reis in Lourdes. Eén van de bezoeken die bedevaarders in Lourdes doen, is een voettocht naar het gehucht Bartrès, waar Bernadette haar jeugd doorbracht.

Terwijl we een foto aan het nemen zijn van de schaapsstal, raken we in gesprek met een echtpaar uit Wakken. Het klikt meteen, en terwijl we samen terug te voet naar Lourdes gaan, spreken we af om die avond nog samen iets te drinken. Van het een komt het ander, en voor we het goed en wel beseffen, spreken we af om na de reis eens bij hen langs te gaan ter gelegenheid van Wakken kermis.

Daar komen we te weten dat Jacques en zijn vrouw elk jaar op bedevaart gaan van Wakken naar Halle. Terwijl ze hier enthousiast over vertellen, besluit Lisette al onmiddellijk om de eerstvolgende editie ook mee te doen.


Ramskapelle Leeft: Kun je wat meer vertellen over deze bedevaart ?

Daniel: Wel, de bedevaart vindt jaarlijks plaats op de vrijdag voor Pinksteren, en in 2003 was dit al voor de 300ste keer.

Het is een serieuze tocht van meer dan negentig kilometer, met als eindpunt de basiliek van Halle, waar de deelnemers de Onze Lieve Vrouw van Halle vereren. Dit is meestal het gevolg van een belofte die de bedevaarders ooit gedaan hebben bij het verkrijgen of vragen van een gunst. Niet alleen in Wakken bestaat deze traditie, ook in Oeselgem. Zelfs vanuit Lichtervelde is er een bedevaart naar Halle. Deze laatsten moeten zelfs de kaap van honderd kilometer overschrijden.

Onze groep - dit jaar met eenenveertig - vertrekt op vrijdagmorgen om 3.30 uur stipt aan de kapel van O.L.V. van Halle in Wakken en stapt langs Wortegem-Petegem, Kerselare, Zegelsem, Geraardsbergen, Galmaarden en Kester waar we op vrijdagavond overnachten. Bij de eerste stop in Wortegem-Petegem zijn we al een goeie drie uur onderweg en kunnen wel al wat rust en een warme koffie gebruiken. Vanaf dit punt worden we ook gevolgd door een wagen van het Rode Kruis. In Kerselare is er ook een rustpunt voorzien, en tegen de middag komen we aan in Zegelsem, waar een kom soep en brood voor ons klaarstaat. Dit kunnen we zeer goed gebruiken, want de dag is nog heel lang. Na de middag komen we op een sterk heuvelend parcours, waar we aan alle kanten nog wegwijzers tegenkomen van de 'Ronde van Vlaanderen'. Om maar te zeggen dat we ons niet op een biljartlaken bevinden.

Dan gaat het richting Geraardsbergen, waar iedereen op eigen tempo zijn weg omhoog gaat. Het gebeurt al eens dat iemand de muur opklimt, maar meestal laat iedereen die opzij liggen. In het parochiaal centrum van Geraardsbergen staat voor ons opnieuw koffie en brood klaar.

Dan gaat het verder naar Parike (opnieuw bevoorrading), en verder tot Galmaarden waar de laatste halte is voorzien. De ernst van de bedevaart belet niet dat ons lichaam er kan genieten van een Trappist. Kester is het eindpunt van de zware dag, en we hebben dan maar liefst 75 kilometer in onze benen. En zeggen dat het vorige vrijdag echt wel een drukkend warme dag was. 

In Kester komen we terecht op een mooie herenboerderij, die ons verblijf en een uitgebreide maaltijd aanbiedt. We verblijven in een koeiestal, en in het midden ervan staat een lange tafel met alles erop en eraan. Het is dan al bijna tien uur in de avond, en we laten dat alles niet onaangeroerd. Voor de rest ligt op de vloer hooi en vast tapijt, waar ons bedje is gespreid voor een welgekomen nacht. Vroeger was dit zelfs in het gezelschap van de dieren die ook in de stal verbleven.


Ramskapelle Leeft: Bedje spreiden ?

Daniel: Het moet gezegd, we wandelen deze bedevaart niet als lastdieren. Gelukkig maar. Alle zware bagage (slaapzak, kleren, ...) wordt ondertussen in een auto meegevoerd, en ons bed ligt als het ware inderdaad al gespreid als we toekomen. Een beetje luxe, maar zeker geen overdreven luxe.

Ondertussen worden de wonden gelikt. De ene bedevaarder is blessuregevoeliger dan de andere. Zo gebeurde het dit jaar dat na de eerste dag al vijf deelnemers 'gesneuveld' waren. Door de goede zorgen van de begeleiders, en door een goede nachtrust, konden er drie 's anderendaags opnieuw de wandelschoenen aantrekken. Veel blessures kunnen vermeden worden door de juiste schoenen en kousen te gebruiken. Wie deze bedevaart met nieuwe schoenen wil uitlopen, zal heel veel pijn moeten verbijten.

Het verblijf en ontvangst worden ons door de eigenaars gratis aangeboden. Als wederdienst is het de traditie dat wij bij het binnenkomen en bij het weggaan van de boerderij, gezamenlijk een 'tientje' bidden bij het levensgroot Mariabeeld.


Ramskapelle Leeft: Wordt er veel gebeden op deze bedevaart ?

Daniel: Natuurlijk, het is een bedevaart, en we gaan er toch wel allemaal vanuit dat iedereen een religieuze motivatie heeft om deel te nemen. Uit dank om een verkregen gunst door Maria, of om een gunst te verkrijgen. Het aantal weesgegroeten en onzevaders wordt niet altijd geteld, maar op een bepaalde bedevaart hadden we er 52 paternosters opzitten. Trouwens, het samen bidden is ook wel best aangenaam om niet te kunnen denken aan de kilometers, de pijn, de vermoeidheid ...


Ramskapelle Leeft: Maar laten we even terugkeren naar waar we gebleven waren. De nacht in Kester.

Daniel: 'Nacht' is hier wel een groot woord, want om vier uur 's morgen worden we al gewekt,ook al moeten we maar vijftien kilometer meer wandelen. We worden door de deken van Halle al om kwart voor acht verwacht in de Basiliek. Met 38 konden we op zaterdag op weg naar Halle, maar we zouden niet lang met 38 blijven.

Na 8 kilometer komen we aan de grote baan naar Halle, waar we kunnen ontbijten. En op drie kilometer voor het eindpunt, worden we opgewacht door de bedevaarders die met de bus afgereisd zijn. De meesten onder hen wandelen met ons het laatste traject mee. Ook wielertoeristen uit Halle en Oeselgem vervoegen ons in Halle zelf.


Ramskapelle Leeft: En dan de apotheose: De aankomst in Halle.

Daniel: Ja, die is toch wel indrukwekkend. Vele mensen wachten er ons met applaus op. Eerst is er een rondgang rond de basiliek, waar we heel goed ontvangen worden door de deken. Er wacht ons hier nog een viering in de kerk, en een decoratie voor de mensen die er al heel wat bedevaarten opzitten hebben. Dit jaar werd mijn maat Jacques gedecoreerd, omdat hij al voor de 35ste maal de bedevaart had meegemaakt.

Het doet ons deugd, dat zelfs jonge mensen ook opnieuw het gebeuren weten te appreciëren. Zo was er dit jaar een jongen van 15 jaar mee, die zonder noemenswaardige problemen de tocht uitgewandeld heeft.

Ook speciaal dit jaar was dat we dit jaar een ontbijt in Halle aangeboden kregen door de groep bedevaarders uit Oeselgem, die hun 75-ste editie vierden. Onze groep van veertig, was er op die manier één van zeventig geworden.


Ramskapelle Leeft: En dan is het tijd om naar huis te gaan.

Daniel: Nee, eerst nog de busreis naar Wakken. Net voor de middag vertrekken we uit Halle, en tegen halftwee komen we aan bij de kapel van O.L.V. van Halle in Wakken. Vandaar gaan we in processie naar de kerk, waar we vroeger zelfs met klokkengelui ontvangen werden. In de kerk is er dan nog een afsluitend gebedsmoment.


Ramskapelle Leeft: Jullie hebben veel ervaring met lange wandelingen. Wat maakt voor jou het wezenlijke verschil tussen bijvoorbeeld de 100 kilometer van de Nacht van Vlaanderen, en de bedevaart naar Halle.

Daniel: Hét grote verschil tussen beide, is de vriendschap en de solidariteit die je op een bedevaart ondervindt. Op uizondering van de klim in Geraardsbergen, is er tijdens de hele tocht niemand die ooit tien meter achter de groep loopt. Samen uit, samen thuis. De groep past dan het tempo aan, ondersteunt indien nodig. Deze bedevaart in groep schept ook echt een band. Het is niet zo uitzonderlijk dat een aantal van de deelnemers tussendoor met elkaar afspreekt. Maar Lisette en ik zijn wel een beetje de vreemde eend in de bijt, omdat we aan de zee wonen. Als we er bij zijn, wordt al gauw gezegd dat 'de zee mee is met Wakken'.


Ramskapelle Leeft: Volgend jaar opnieuw ?

Daniel: Als we gespaard blijven van ziekte of tegenslag, zeker en vast. Onze grote bedevaartdroom blijft die naar Santiago De Compostella, maar dan vanuit Ramskapelle, en niet van waar we vorige keer vertrokken zijn. Dit zou een bedevaart van drie maanden betekenen. Voorlopig is dit nog toekomstmuziek. Eerst wachten tot Lisette evenveel vrije tijd heeft als ik.