Simon Cordes en Jacques Mahu

                                  

   Simon de Cordes  en  Jacques Mahu       
        
(?? - 1599)                 (?? - 1598) 

Rond 1598 werden langs diverse routes ettelijke expedities uitgezonden vanuit Nederland naar Indië. Een zg. Voorcompagnie, de Rotterdamsche Compagnie, geleid door Pieter van den Hagen en Johan van der Veken zond een expeditie met vijf schepen met een bemanning van 494 (volgens andere bronnen 507) uit om via  Straat Magellaan naar Indië te varen. Leider van deze expeditie was Jacques Mahu. De schepen met hun aanvankelijke gezagvoerders waren:

     de Hoop met Jacques Mahu

     de Liefde met Simon de Cordes

     de Geloof met Gerrit van Beuningen

     de Trouwe met Van Boekhout

     de Blijde Boodschap met Sebald de Weert

Op de Liefde (die aanvankelijk Erasmus heette, vandaar het beeld van Erasmus op de spiegel) voeren verder Jacob Jansz. Quackernaeck als kapitein, Dirck “China” Gerritsz. Pomp als adviseur en stuurman William Adams, later bekend uit het boek/de film “Shogun”.

De expeditie vertrok vanaf Texel op 27 juni 1598 (ook wordt gesproken over vanaf het Goereesche Gat op 17 juni 1598). Bij de kust van Afrika lieten al vele mannen het leven door ziekten, waaronder ook admiraal Mahu. De leiding van de expeditie werd overgenomen door Simon de Cordes, met Van Beuningen als vice-admiraal op de Liefde. De bezetting van de schepen zag er hierna als volgt uit:

     de Hoop met Simon de Cordes 

     de Liefde met Gerrit van Beuningen

     de Geloof met Sebald de Weert

     de Trouwe met Van Boekhout

     de Blijde Boodschap met Dirck “China” Gerritsz. Pomp

Een uitbraak van scheurbuik dwong een landing op de kust van Guinea af en pas in januari 1599 werd de oversteek van de Atlantische Oceaan begonnen. Bij aankomst bij de Straat van Magelhaes bleek de wind ongunstig te zijn en dit bleef zo voor de volgende vier maanden. Toen in september 1599 eindelijk de Grote Oceaan werd bereikt, kwamen de schepen in een storm terecht en raakten ze elkaar uit het oog. De bemanning kreeg genoeg van de reis en muiterij dreigde. Twee van de schepen, de Geloof en de Trouwe werden terug de Straat in geblazen voor ook zij elkaar uit het oog verloren. Nadat Sebald de Weert op de Geloof zich tevergeefs wilde aansluiten bij de later vertrokken vloot van Olivier van Noort, keerde hij naar Holland terug na eerst zijn proviandvoorraad te hebben aangevuld door het jagen op pinguins op Pinguin Eiland aan het oostelijke einde van de Straat. Onderweg naar huis ontdekte hij nog de Sebald de Weert Eilanden, een eilandengroep thans bekend als de Falkland Eilanden.

 

De kapitein van de Trouwe, Van Boekhout, overleed in Patagonië en werd vervangen door de zoon van Simon de Cordes, Balthasar de Cordes, die er uiteindelijk in slaagde de Grote Oceaan te bereiken. Het schip landde op Chiloe, een eiland voor de kust van Chili. De Nederlanders veroverden daar op verzoek van de plaatselijke bevolking een Spaans fort. De Spanjaarden werden in de kerk opgesloten en de Nederlanders plunderden het fort. Toen de lokale bevolking echter de Spanjaarden trachtten te doden, beschermde Balthasar de Cordes de Spanjaarden en gaf hen hun wapens terug. De Hollanders verlieten het fort, waarna de Spanjaarden zich wreekten op de Chileense bevolking. De Hollanders kwamen echter terug en veroverden het fort een tweede maal, de Spanjaarden gaven zich over, maar werden vervolgens op verraderlijke wijze gedood. Spaanse versterkingen heroverden het fort en doodden vele Nederlanders. Nabij Truxillo werd door de resterende Hollanders een Spaans schip buitgemaakt, waarin men de Groote Oceaan overstak naar Tidore. Daar werden de meesten door de Portugezen gedood; de overlevenden werden gevangen genomen en naar Goa gevoerd.

 

De Blijde Boodschap, ook bekend als het Vliegend Hart, onder Dirck Gerritsz. Pomp, ofwel Dirck China, werd door een tekort aan provisie gedwongen de Spaanse haven Valparaiso aan te lopen, waar de bemanning gevangen werd gehouden. Voor sommigen duurde het heel lang vóór zij naar huis konden terugkeren, de laatste was kapitein Dirck Gerritsz. Pomp, die in de “tachtiger jaren” in Portugese dienst Japan en China had bezocht. In 1604 kwam hij vrij vanwege een gevangenenruil.

 

De Hoop en de Liefde verloren hun kapiteins (resp. Simon de Cordes en Van Beuningen) en een groot deel van de bemanning in gevechten met Indianen, die vermoedelijk dachten dat de Nederlanders Spanjaarden waren. Nadat beide schepen elkaar weer troffen,  besloten  de nieuwe kapiteins Huydekooper van de Hoop en Jacob Jansz. Quackernaeck van de Liefde te proberen  Japan te bereiken. Een voorstel om de geslonken bemanningen op één schip te zetten en het andere schip tot zinken te brengen, werd verworpen. De Hoop ging later verloren in een storm, maar de Liefde, onder Jacob Jansz Quackernaeck, bereikte Kyushu in Japan. Slechts zes van de vierentwintig overgebleven bemanningsleden waren in staat te lopen.

 

William Adams, de Engelse stuurman van de Liefde, bereikte ook levend Japan. Hij werd naar shogun Iyeyasu gezonden, die bevriend werd met de Engelsman. Hierdoor slaagde hij er in de vrijheid voor zijn mede-opvarenden te bewerkstelligen, die waren gevangen gezet vanwege een door een Portugese tolk verspreid gerucht dat zij piraten zouden zijn. Adams bleef in Japan voor de rest van zijn leven en werd een belangrijke, gefortuneerde scheepsbouwer, koopman en wiskundeleraar. Quackernaeck bereikte in 1605 de Hollandse handelskolonie in Patani met een uitnodiging van de shogun aan de Hollanders handel te komen drijven in zijn land. In 1606 werd Quackernaeck gedood in een gevecht tegen de Portugezen.
 
                                Nederlandse ontdekkingsreizigers                Ontdekkingsreizen