Professor François Huet, bezieler van het Huet Genootschap. Genealogische benadering.

Professor François Huet, bezieler van het Huet Genootschap

Genealogische benadering

 

 

                                    Daniel JSM Peeters

aan mijn voorouder, Jacques Salomon François Joseph Léon baron de Herckenrode (1818-1880), genealoog en heraldicus.

 

Inleiding

 

Met Marie Comparé, geboren te Nevele op 20 maart 1791 en er overleden op 14 december 1879, dochter van Emmanuel Comparé, geboren te Nevele in 1750, en van Marie Rose van Wonterghem, geboren te Meigem in 1763 en overleden in 1843 te Nevele, zijn een aantal belangrijke figuren te associëren.

 

Marie Comparé trouwt tweemaal en heeft ook een buitenechtelijk kind, Charles Comparé, later Charles Loveling. In 1813 trouwt zij met Jacques Frédericq en op 6 juni 1831 met Herman Antoon Loveling. Zij is de moeder van de bekende gezusters Loveling en dus de grootmoeder van Cyriel Buysse. Ook is zij de grootmoeder van professor Jules Macleod, die met Fanny Maertens trouwt[1]. Deze had een zekere invloed op Frans Masereel.

 

Marie Comparé is de overgrootmoeder van Baron Louis Frédericq, gouverneur van Oost-Vlaanderen, kabinetschef van koning Leopold III.

 

Haar zoon, Cesar Frédericq, is de bekende “Volksdokter”; hij trouwt met Olive Batilde Huet, zus van de filosoof Professor François Huet.

 

Als kleine jongen, toen ik ging spelen bij mijn grootmoeder wier moeder Marie Louise Frédericq was, hoorde ik soms namen noemen zoals Marie Comparé en de gezusters Loveling zonder dat ik begreep waarover het ging. Zoals altijd is het pas op latere leeftijd dat men gaat zoeken naar de ware toedracht der dingen uit de prille jeugd.

 

Deze genealogische sprokkels zijn de resultaten van het zoekwerk naar de voorouders van Professor François Huet.

 

Bij verwijzing naar akten uit de archieven van de Franse departementen (Archives départementales, afgekort Arch. dép.) zijn de aangegeven pagina’s die van de scans van de originele akten.

***

 

In 1846 ontstond te Gent een beweging van jonge academici die de liberale idee van vrijheid wilden combineren met meer rechtvaardigheid en gelijkheid. Eén van de grondleggers van deze beweging was van Franse oorsprong, François Huet. Hij werd op 21 jarige leeftijd professor aan de Gentse universiteit en wou de christelijke moraal verzoenen met de gedachten van de Franse revolutie. Hij is de spilfiguur van het “Huet genootschap” waarvan de krant Broedermin een emanatie was. Nadat hij in 1848 de kant had gekozen van de Franse revolutionairen volgde zijn ontslag als Professor (emeritaat op 3 oktober 1850). Begin 1850 had hij ziekteverlof aangevraagd en men maakte van de gelegenheid gebruik om hem met emeritaat te sturen. François Huet keerde terug naar Frankrijk.[2] Hij en zijn echtgenote worden uitgeschreven uit de registers van burgerlijke stand van Gent op 16 augustus 1850 voor Tierceville in Frankrijk.

 

Na het vertrek van François Huet uit Gent bleven zijn ideeën levendig. De leden van het “Huet genootschap” zorgden ervoor: de filosoof Gustave Callier, de taalkundige Jacob Heremans, beiden hoogleraren te Gent en beiden schepen van openbaar onderwijs, Prof. François Laurent in het spoor van Callier, Julius Vuylsteke en Paul Frédericq als leerlingen van Heremans. De vader van deze Paul Frédericq, Cesar Frédericq, was getrouwd met de zus van François Huet.


 

Professor François Huet zoals afgebeeld in het werk van zijn broer Edouard Huet.[3]

 

“Door zijn vader en door zijn moeder behoort François Huet tot deze eerlijke en werkende landbouwersgeslachten die de grondvesten van de natie zijn...” Dit schrijft Edouard Huet in 1887 over zijn broer Professor Huet.

 

De voorouders Van François Huet aan vaders kant

 

De verste naamdragende voorouder van François Huet die we konden vinden is Emery Huet. Enig voorbehoud voor de generaties I en II daar de akten niet konden worden geraadpleegd.

 

I. Emery Huet is getrouwd op 2 maart 1666 te Saint Sigismond, in het Franse departement Loiret, met Louise Soulas, Loiret, waarvan Emery.

 

II. Emery Huet is getrouwd op 11 augustus 1695 te Epieds en Beauce, departement Loiret, met Marie Marguerite Julien, waarvan François.

 

III. François Huet van Tournoisis van het bisdom Blois, getrouwd met Anne Doublier[4], eveneens van Tournoisis, waarvan François die volgt.

 

IV. François Huet, laboureur, overleden voor 1789, trad een eerste maal in het huwelijk op 22 november 1751 te Cormainville, hij was toen 23 jaar oud, met Marie Templier, toen 22 jaar oud, van Cormainville. Zij zal begraven worden in de kerk van Cormainville op 3 mei 1758[5], volgens de akte ongeveer 27 jaar oud, dochter van Jacques Templier, landbouwer en koopman, overleden te Cormainville op 19 april 1768[6], oud 75 jaar, aldaar aangegeven als molenaar, getrouwd te Guillonville op 27 november 1719[7] met Marie Dreux van Cormainville; deze is geboren te Guillonville op 3 maart 1696[8] en sterft te Cormainville op 16 maart 1761.[9]

 

François Huet gaat een tweede huwelijk aan op 23 april 1759[10] te Cormainville met Marie Boulard, dochter van Jean Boulard en Marie Perdons (Perdous). Bij dit tweede huwelijk zijn onder meer aanwezig zijn vader François Huet en zijn schoonvader, “omwille van” (à cause de) zijn eerste vrouw, Jacques Templier.

Huwelijksakte van 1751 van François Huet met Marie Templier.

Handtekeningen van François Huet, zijn vrouw Marie Templier en de vader F. Huet.

 

Uit het eerste huwelijk van François Huet met Marie Templier werd geboren François, die volgt.

 

V. François Huet (de grootvader van Professor Huet) was landbouwer van beroep, wonende te Villeau, geboren te Cormainville, er gedoopt op 14 maart 1758[11], beide in Eure et Loir, en trouwde te Villeau op 24 november 1789[12] met Marie Thérèse Louise Victoire Forien[13], geboren te Villeau, dochter van Barthélémy Forien (Foirien), landbouwer, en van Jeanne Catherine Gallier, geboren te Voves op 24 april 1735[14], met wie Barthélémy Foirien als weduwnaar trouwde te Voves op 20 februari 1764[15], hij was toen 32 jaar oud volgens de akte.

 

Jeanne Catherine Gallier is de dochter van Michel Gallier, landbouwer, overleden te Voves op 4 en begraven in de kerk op 5 december 1758[16], en van Anne Catherine Gommier, overleden te Voves op 24 juni 1795.[17]

 

Michel Gallier was de zoon van Jean Gallier en Jeanne Pelletier. Zijn vrouw, Anne Catherine Gommier, was de dochter van Sébastien Gommier, laboureur, en van Claudine Bou(r)gereau, zoals blijkt uit de huwelijksakte van Michel Gallier en Anne Catherine Gommier te Voves van 18 januari 1735.[18]

 

Sébastien Gommier was de zoon van Martin Gommier en van Madeleine Lamiraut. Claudine Bou(r)gereau was de dochter van Pierre Bou(r)gereau en van Marie Gauguin zoals blijkt uit de huwelijksakte van Sébastien Gommier en Claudine Bou(r)gereau te Pré Saint Martin van 12 januari 1700.[19]

 

Barthélémy Forien was weduwnaar toen hij trouwde met Jeanne Catherine Gallier. Hij trad een eerste maal in het huwelijk op 15 juli 1754 te Villeau met Marie Roussille. Volgens de akte was hij 26 jaar oud. Hij is vermeld als zoon van Jean Foirien, landbouwer, en van Françoise Legrand.[20] [21]

 

In doopakten waar Marie Thérèse Forien optreedt als meter wordt haar vader Barthélémy Forien omschreven als “ontvanger van de Dames de Poissy”. Ook is er een Barthélémy Foirien die optreedt bij het opstellen van de “Cahiers de doléances” van Villeau in 1789, zonder dat er met zekerheid kan worden gezegd dat het om dezelfde Foirien gaat:

 

“Cahier contenant les doléances, plaintes et remontrances des habitants de la paroisse de Villeau-en-Beauce, détroit du bailliage d'Orléans, fait et dressé par nous Barthélémy Foirien, ancien laboureur, syndic municipal de ladite paroisse; Cosme Roussille, Pierre Connay, Jean-Louis Godart, laboureurs, membres; Sébastien Fouquet, Jean-François Gouache, Pierre-Philippe Lenormand, syndic pour le Roi, Michel Connay, Louis Roussille, laboureurs; Jean-Baptiste Varry, boulanger; Pierre-Philippe Godart, laboureur; Louis Bourgine, maçon et couvreur; Louis Boucher, journalier, en l'assemblée convoquée au son de la cloche en la manière accoutumée; tous nés Français ou naturalisés, âgés de 25 ans et plus, compris dans les rôles des impositions de ladite paroisse et village de Villeau composée de 100 feux, pour obéir aux ordres de Sa Majesté portés par ses lettres patentes données à Versailles le 14 janvier 1789 pour la convocation et tenue des États généraux de ce royaume…”.[22]

 

Villeau bestond dus in 1789 uit een honderdtal gezinnen. In de aanhef van het “cahier de doléances” komt een aantal familienamen voor die ook terugkomen in deze genealogische gegevens zoals (Barthélémy) Foirien, Roussile, (Pierre) Connay, (Jean-François) Gouache.

 

Het echtpaar François Huet en Marie Thérèse Forien moet een zekere welstand hebben gekend. Zo treden zij op als pachter voor 950 pond van het goed Feularde:

 

«En 1791, elle (de hoeve Feularde) appartenait en propre à l'abbaye de Tiron, comme l'indique le bail suivant qui a précédé de peu de temps la sécularisation de ladite propriété : du 7 mai 1791, bail de Feularde passé devant Mre Pierre-Joseph Romet, homme de loy, demeurant à Orléans, au sieur François Huet et Victoire Foirien, son épouse, savoir : 136 setiers de terre labourable en 17 pièces, moyennant 950 livres en argent et 2 chapons gras».[23]

 

Uit de huwelijksakte te Dijon van één van hun zonen, Hilasse Napoléon Huet, blijkt dat zowel François Huet als zijn echtgenote Foirien te Parijs overleden zijn. Wat bevestigd wordt in de reconstructiefiches van de burgerlijke stand van Parijs. François Huet sterft er op 14 maart 1841[24] en zijn vrouw, Marie Victoire Foirien op 13 maart 1838.[25]

 

Van het echtpaar François Huet en Marie Thérèse Louise Victoire Foirien zijn mij volgende kinderen bekend.

 

Op 22 brumaire jaar 3 (12 november 1794) wordt hun dochter Victoire Joséphine Huet geboren te Cormainville.[26]

 

Op 19 nivôse van het republikeins jaar 4 (9 januari 1796) wordt hun zoon Urbain Symphorien geboren (die volgt).

 

Op 1 februari 1810 te Chartres (Eure et Loir) zou geboren zijn, volgens de gegevens in zijn overlijdensakte, Hilasse Napoléon Huet, overleden te Dijon op 27 mei 1867[27] in de leeftijd van 57 jaar, gepensioneerd luitenant, Ridder in het Keizerlijk legioen van Eer, derde echtgenoot van Françoise Emmanuel Vernier.[28] Er was geen geboorteakte te vinden te Chartres. Zijn dossier bij het Legioen van Eer vermeldt: “geboren te Villeau op 1 februari 1810”, met een uittreksel van de geboorteakte.[29] Hij werd Ridder op 28 september 1852 en was toen Adjudant Vaguemestre (Adjudant Wachtmeester) bij het 4de regiment der Huzaren.

 

Het huwelijk van Hilasse Napoléon Huet, dan onderluitenant van de Huzaren gelegerd te Rambouillet, met Françoise Emmanuel Vernier had plaats te Dijon op 12 april 1858 in aanwezigheid van onder meer Urban Symphorien Huet, zijn broer, die omschreven staat als rentenier wonende te Parijs, en van François Huet, “ Professeur de Philosophie”, neef van de bruidegom, oud 43 jaar.

 

VI. Urbain Symphorien wordt dus geboren te Cormainville op 19 nivôse van het jaar 4 (9 januari 1796). In zijn geboorteakte staan als voornamen vermeld Urbain Ciforien:

 

“Aujourd’huy vingt nivôse l’an quatre de la République française une et indivisible heures de neuf heures du matin. Pardevant moy Jean Aubin Leroux adjoint municipal nomme le vingt nivôse present mois est comparu en la maison commune, françois huet cultivateur domicilier en cette ditte Commune lequelle est assisté de Hurbain Loire, cultivateur, âgé de trente six ans, domicilier en la commune de Tournoisy département du Loiret ; et Marie Françoise Boudet, cultivateur, âgée de trente trois ans domiciliée à Saurency commune de Tournoisy même département a declaré à moy adjoint municipal de cette ditte commune de Cormainville que Marie Thérèse Victoire forien son épouse en légitime mariage est accouchée hier à dix heures du matin en son domicile d’un enfant mâle qu’il ma présenté. Et auquelle il a donné le prénom de Urbain Ciforien…“. De vader tekent de geboorteakte.[30]

 

Urbain Ciforien (of later Symphorien) trouwt met Marie Cécile Levassor, geboren te Voves (Eure et Loir).

 

De burgemeester van Villeau (Eure et Loir) doet op zondag 23 mei 1813, op de middag, met luide stem de 1ste afroep van het huwelijk en stelt volgende akte op:

 

“L’an mil huit cent treize le dimanche vingt trois mai. Nous maire de la commune de Villeau conformément à l’article soixante trois chapitre trois de la loi du vingt ventôse an onze avons publié à haute voix à heure de midy que Urbain Simphorien huet cultivateur demeurant a Villeau agé de dix huit ans fils de François huet cultivateur audit Villeau et de Marie louise Thérèse Victoire foirien son épouse, ses Père et mere d’une part et Marie cecile levassor âgée de dix huit ans fille mineure de françois levassor cultivateur a Genonville hameau de la comunne de Voves et de defunte Marie Anne Victoire Gouache son épouse ses Père et mere d’autre part entendent faire rediger l’acte de leur mariage pardevant nous maire de cette commune.“[31]

 

De tweede afroep volgt op 30 mei 1813. De huwelijksakte is van 2 juni 1813 en bevat de bevestiging van de data die al gekend zijn. [32]


 

Huwelijksakte van 2 juni 1813. Handtekeningen van U(rbain) S(ymphorien) Huet en zijn vrouw Marie Cécile Levassor, de ouders van Professor Huet, en F(rançois) Huet en zijn vrouw (Marie Thérèse Louise) Victoire Forien, de grootouders van Professor Huet.

 

Marie Cécile Levassor, de moeder van de latere Professor Huet, wordt door haar andere zoon Edouard omschreven als een “paysanne d’élite” (eliteboerin), die haar gedachten in een vastberaden, gebalde en bijtende stijl formuleerde. Zij zal een bepalende invloed hebben op François Huet en een sterke steun zijn in de moeilijke jaren die het gezin kende.

 

De vader van François Huet lijkt in zijn landbouwerondernemen niet te zijn geslaagd en besloot dan ook om met zijn vrouw en zes kinderen zijn geluk te zoeken in Parijs.[33]

 

Prof. M. Florkin geeft in zijn werk van 1943 over Léon Fredericq een weinig lovend portret van Urbain Symphorien Huet. Hij omschrijft hem als een brave, doch lome, luie man, die in niets slaagde, die van falen naar falen zich ruïneerde en met een kar zijn dorp verliet (1824[34]) naar Parijs.[35]

 

E. Coppens verwijst naar de familietraditie die over hem spreekt als van een man van twaalf stielen, die liever op jacht ging, dichtte en biljard speelde in plaats van te ploegen.[36]

 

Ook Louis Frédericq geeft een gelijklopend beeld: «…un être falot, doux, paresseux s’était ruiné fuyant la honte et la misère, il était en 1824 venu se réfugier à Paris, la grand’ville. Il y essaya de tout et ne réussit dans rien».[37]

 

In diverse akten is hij terug te vinden als landbouwer, als molenaar, als rentmeester van het kasteel van Thierceville, als voerman, als “employé au Magasin et fourrage militaire” te Beauvais, zelf als rentenier te Parijs.

 

Zo ook in zijn overlijdensakte te Bonneval (Eure et Loir) van 31 juli 1885, waar hij sterft in de leeftijd van 89 jaar, waar hij nu als voornamen “Urbain Ciphorien” meekrijgt: “L’an mil huit cent quatre-vingt-cinq, le trente-un juillet (…) ont comparu Huet Edouard André, âgé de soixante six-ans, ancien Professeur, domicilié à Bourg-la-Reine (Seine) fils du décédé ci-après et Roger Jules, âgé de trente six-ans, Employé, domicilié à Bonneval, lesquels nous ont déclaré que ce matin à Dix heures : Huet Urbain Ciphorien âgé de quatre-vingt-neuf ans, rentier, domicilié à Bonneval Rue aux Prêtres, né à Cormainville le neuf janvier mil sept cent quatre-vingt-seize des défunts Huet François et Foirien Marie Louise Thérèse Victoire, veuf de Levassor Marie Cécile est décédé en son domicile (…)”.[38]

 

In het archief van het documentatiecentrum van de VVF Gent-Melle bevindt zich zijn rouwbrief, waarbij zijn overlijden wordt aangekondigd door Edouard Huet, ancien Professeur au Collège Sainte Barbe (Parijs), Mademoiselle Léonie Huet, Mademoiselle Marie Huet, Madame Veuve François Huet, Monsieur le Docteur César Frédericq, Médecin de l’Hôpital Civil de Gand, Monsieur Paul Frédericq, Professeur à l’université de Gand en andere leden van de familie Frédericq.

 

Van Urbain Symphorien Huet, landbouwer, en van Marie Cécile Levassor vonden wij volgende kinderen:[39]

 

Marie Adèle Emilienne Huet, volgt VI.1.

 

François Huet, de latere Gentse Professor, volgt VI.2.

 

Pélagie Anastasie Huet, volgt VI.3.

 

Edouard André, volgt VI.4.

 

Léonie Eugénie Huet, volgt VI.5.

 

Olive Léonie Huet, volgt VI.6.

 

Augustine Félicie Huet, volgt VI.7.

 

Olive Batilde Huet, volgt VI.8.

 

Marie Huet volgt VI.9.

 

VI.1. Marie Adèle Emilienne Huet is geboren te Villeau in 1813, is zonder beroep en ongehuwd, en is overleden te Parijs op 15 mei 1879 (5de arr.):

 

«Du seize mai mil huit cent soixante dix-neuf à dix heures du matin : Acte de Décès de Marie Adèle Emilienne huet, décédée hier soir à trois heures à Paris rue du pot de fer 7, agée de soixante six ans, sans profession, née à Villeau (Eure et Loir) célibataire, fille de Urbain Symphorien huet agé de quarte vingt quatre ans sans profession, demeurant à Voves (Eure et Loir) et de Marie Cécile Levassor décédée. Le décès dument constaté sur la déclaration de Edouard André Huet agé de soixante ans, professeur, rue du pot de fer 7, frère de la défunte, et de Jules Caqué, agé de soixante cinq ans, professeur, rue Notre Dame des Champs, 83 (…)».[40]

 

Deze akte vermeldt de naam van een broer, evenals het feit dat de vader nog leeft in 1879, oud 84 jaar, en dat deze verblijft te Voves; de moeder, Marie Cécile Levassor is al overleden.

 

De tweede declarant, Jules Caqué, wonende te Parijs Rue Notre Dame des Champs, is de graveur[41], professor wiskunde[42], Joseph Hippolyte Julien Caqué geboren te Parijs op 8 januari 1814, overleden te Chantenay in 1885 en getrouwd te Parijs op 23 maart 1839 met Jeanne Antoinette Chauliac. Hij was ook, maar dan met vermelding van al zijn voornamen, aanwezig als declarant, samen met Professor Huet, bij het overlijden van de moeder van deze laatste op 11 april 1867 te Parijs; Julien Caqué woonde toen op hetzelfde adres als Marie Cécile Levassor. Hij is de zoon van Augustin Armand Caqué geboren te Saintes in 1793 en overleden te Parijs (6de arr.) op 31 december 1881[43], bekend graveur van penningen en weduwnaar van Virginie Cesbron. Het overlijden van Augustin Armand Caqué wordt aangegeven door zijn zoon omschreven als Jules Caqué, oud 68 jaar, Professor wiskunde aan de Ecole des Beaux Arts, en verblijvende Rue Notre Dame des Champs, 82.

 

De geboorteakte van Marie Adèle Emilienne Huet te Villeau is van 10 oktober 1813[44] en geeft aan dat zij geboren is daags te voren als dochter van Urbin Symphorien (Simphorien) Huet, landbouwer, en van Marie Cécile Levassor en geeft als voornamen “Marie Adel Emelienne”. Zij leidde een pensionaat voor Juffrouwen te Sens samen met haar zus Olive Batilde.

 

VI.2. François Huet is op 26 december 1814 geboren, eveneens te Villeau. Hij is de bekende filosoof en Gentse Professor.

 

«Du vingt six décembre l’an Mil huit cent quatorze à dix heures du matin. Acte de naissance de François huet sexe masculin fils de Urbin Simphorien huet Cultivateur Demeurant à Villeau natif de Cormainville, et de Marie Cecille levassor son épouse native de la commune de Voves, né sejourdhuy a deux heure du matin au domicile du Père en cette commune sur la declaration faite à nous Par le Père de l’enfant Present En presence de Jacques andré Pichot journalier et de françois lemaire propriétaire demeurant tous deux au hameau de Bessay tesmoins majeurs qui ont signé le present acte apres lecture faite».[45]

 

De zoektocht naar de achtergrond van de getuigen zal geen nieuwe gegevens opleveren daar Jacques André Pichot en François Lemaire in diverse akten van dezelfde periode ook voorkomen en dus gelegenheidsgetuigen zijn zonder familiale banden. [46]


 

Geboorteakte van François Huet te Villeau op 26 december 1814.

 

Het vertrek van zijn ouders met de kinderen naar Parijs heeft tot gevolg dat François Huet zijn lagere school zal beëindigen te Parijs en 2 jaar als extern op het kleinseminarie van de Ile Saint Louis zal school lopen. Wanneer deze school sluit, wordt hij op proef toegelaten op het Collège Saint Louis. Hij zal uiteindelijk een studiebeurs krijgen van de Stad Parijs.

 

In 1832 is zijn vader werkloos en is het klein patrimonium van zijn moeder opgebruikt. François Huet zal als retoricaleerling een inkomen bezorgen aan zijn familie door vertaalwerk en de redactie van cursussen voor de leraars. Dit zal hem niet verhinderen om de “prix d’honneur” te krijgen in 1833 als retoricastudent en in 1834 als filosofiestudent. Opvallend is wel dat de ouders van François Huet, hij is dan 19 jaar oud, in die periode (1833) niet te Parijs verblijven maar gedomicileerd zijn Rue Boisseau te Beauvais en dit volgens de geboorteakte van hun dochter Marie (Pauline Marie zie VI.9).

 

Na het beëindigen van zijn studies wordt hij er door tussenkomst van l’abbé Senac, aalmoezenier van het Collège Rollin, benoemd tot leraar geschiedenis. Het is ook Senac die hem in contact brengt met de metafysicus en katholiek hervormer Bordas-Demoulin van wie hij een leerling, medewerker en toegewijde vriend wordt. [47]

 

Op 5 december 1835 wordt François Huet benoemd tot Professor aan de Universiteit van Gent.

 

In 1838 verschijnt van hem Recherches sur Henri de Gand, een diepgaande studie over de filosofie van de middeleeuwen. [48]

 

Hij trouwt in 1845 met een Franse onderwijzeres, Joséphine Duplan, “instruite et sans fortune” zegt Edouard Huet. Hij heeft zijn vrouw in België ontmoet, het echtpaar blijft kinderloos. De Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent geven als datum voor dit huwelijk 25 maart 1845 te Sens en vermelden hierbij dat Joséphine Duplan een vriendin was van Adèle Huet, zus van François Huet.[49] In de huwelijksakten van Sens (Yonne) konden wij geen bevestiging hiervan vinden. (de eerste akte van april 1845 staat op dezelfde pagina als het einde van de laatste akte van februari, namelijk die van 7 februari 1845; ook uit de alfabetische tabel van de huwelijken blijkt dat er te Sens in maart 1845 geen huwelijken waren.)

 

Zijn gedurfd onderwijs valt niet in goede aarde, de groep studenten rond hem, de publicaties, halen hem de haat en vervolging van de oude partijen op de nek. In 1850 wordt hij als “professeur aux idées dangereuses et subversives”, “corrupteur de la jeunesse” met pensioen gestuurd en keert hij terug naar Parijs. Het pensioen volstaat niet om in zijn levensonderhoud te voorzien.

 

Hij zet zijn intellectuele arbeid voort. In 1853 verschijnt zijn Règne social du Christianisme een soort sociale encyclopedie, alliantie van het christianisme en de revolutie.

 

François Huet verdedigt de republikeinse gedachte, steunt arbeidersverenigingen en is de bezieler van het “Comité Polonais” en van het “Comité Garibaldi”.

 

Als republikein en tegenstander van het Keizerrijk zal François Huet evenwel instaan voor de opvoeding van de Servische prins Milan en dit vanaf 1863, de Prins is dan 9 jaar oud. Prins Milan is de neef van de dan regerende Prins van Servië. Prins Milan wordt voor het echtpaar als het ware een adoptiezoon.

 

Na de moord in 1868 op de Servische Prins Michel Obrenovitch wordt François Huet gouverneur van diens neef en erfgenaam, Prins Milan Obrenovitch.[50] François Huet vertrekt op 18 juni 1868 naar Belgrado waar hij het schema en de eerste aanzet van zijn boek La révolution philosophique au dix-neuvième siècle schrijft. Hij zal het niet afwerken, zijn weduwe zal de fragmenten na zijn dood publiceren. Huet moet voor een tweede maal een heelkundige ingreep ondergaan (lithotritie, stenen verwijderen). Er treden complicaties op.

 

François Huet sterft te Parijs, 5de arrondissement, op 1 juli 1869. Hij werd burgerlijk begraven. Hij woonde Boulevard St Michel, 95. In zijn overlijdensakte wordt melding gemaakt van zijn echtgenote Joséphine Duplan, oud 59 jaar bij het overlijden van haar man, en van zijn broer Edouard Hervé Huet, oud 50 jaar, ook wonende te Parijs:

 

“du deux juillet milhuit cent soixante neuf à midi. Acte de décès de françois Huet décédé hier à douze heures du soir à Paris en son domicile Boulevard St Michel, n° 95, âgé de cinquante quatre ans, ancien professeur, né à Villeau (Eur et Loire) fils de Urbin Symphorien Huet et de Marie Cecile Levassor son épouse. Marié à Joséphine Duplan âgée de cinquante neuf ans. Ledit décès dument constaté sur la déclaration de Edouard Hervé Huet frère du défunt, âgé de cinquante ans, professeur demeurant rue du pot de fer St Marcel n° 6 et de Elie Reclus, âgé de quarante deux ans, homme de lettres (…)“.[51]

 

De declarant Elie Reclus, homme de lettres, letterkundige, behoorde tot de kring van de anarchisten. Hij is 42 jaar oud in 1869 en moet dus geboren zijn in 1827. Zijn ware naam is Jean Pierre Michel Reclus, geboren te Sainte Foy la Grande (Gironde) op 16 juni 1827 als zoon van een protestantse dominee Jacques Reclus en van Marguerite Zéline Trigant.[52] Elie Reclus, journalist, etnoloog en anarchist sterft te Brussel op 11 februari 1904 en wordt begraven te Elsene. Elie Reclus trouwde met zijn nicht Noémi Reclus, waarvan Paul en Jacques Reclus.

 

François Huet is begraven op de zuider begraafplaats van Parijs, de Cimetière Montparnasse. Het monument met medaillon van de filosoof is gesigneerd Etex, beeldhouwer architect, 1870. Antoine Etex, geboren te Parijs op 20 maart 1808 en overleden te Chaville op 14 juli 1888, was een strijder van 1830 en een republikein, schilder, architect en vooral beeldhouwer. [53] Van hem zijn o.a. de reliefs La Paix en La Résistance Opiniâtre op de Arc de Triomphe. Het grafmonument op de begraafplaats Montparnasse werd geschonken door de vrienden van Huet[54] die middels een inschrijving de fondsen hiervoor hadden verzameld.[55]

 

Volgens de Inventaire général des richesses d’art de la France[56] werd de grond waarop de tombe zich bevindt gekocht op 2 juli 1869 door de weduwe van François Huet, genaamd Joséphine Fanny Duplan geboren in 1810, overleden in 1888. De weduwe van François Huet werd er eveneens begraven. Marie Cécile Levassor, weduwe van Urbain Symphorien Huet en moeder van François Huet, werd ook begraven op de begraafplaats van Montparnasse.

 

In de transcriptie van de overlijdensakte van François Huet te Parijs krijgt zijn weduwe de voornaam Joséphine. In de geboorteakte van Sens staat Joséphine Fanny Duplan, geboren op 1 juli 1810[57] als dochter van Louis Auguste Bernard Duplan, negociant, verblijvende op de Paardenmarkt te Sens, en van Constance Joséphine Griger. Is ook aanwezig bij deze akte, René Augustin Duplan (hij is de broer van de vader, oncle paternel de l’enfant), deze laatste was ook aanwezig op het huwelijk van Olive Batilde Huet met Cesar Frédericq.

 

Joséphine Duplan heeft een jaarlijkse rente van 300 francs nagelaten aan de gemeentelijke jongensschool van Voves[58] om te voorzien in een prijs van 280 frs in de vorm van een spaarboekje en 20 frs voor een boek voor de jongen die tijdens zijn studies regelmatig de lessen volgde en zich onderscheiden heeft niet alleen door zijn goede uitslagen op school maar vooral door zijn goed gedrag. Dit schrijft Charles Luyt in augustus 1890 in een klein werkje van zeven pagina’s bewaard in het handschriftenkabinet van de universiteitsbibliotheek te Gent. [59] Onder zijn naam vermeldt hij: “Algemeen legataris van Madame Veuve François Huet”. Er is een Charles Jules Luyt, advocaat, overleden te Parijs op 17 mei 1907, getrouwd met Constance Robin. Hij is de zoon van Jules Luyt, geboren te Sens op 2 pluviôse jaar 11[60] en getrouwd te Sens op 26 juli 1830 met Marguerite Madeleine Duplan, geboren te Sens op 31 juli 1806.[61] Deze laatste is dus de link met Joséphine Fanny Duplan, de weduwe van Professor Huet.

 

De vader van Marguerite Madeleine Duplan is René Augustin Duplan, getrouwd in 1805 te Sens met Madeleine Félicité Berandon. [62] Is aanwezig, Louis Joseph Bernard Duplan, broer van de bruidegom René.

 

Volgende voorlopige opstelling kan worden gemaakt:

 

I. Jean Duplan is getrouwd met Anne Castandet waarvan:

 

II. Bernard Duplan, overleden op 31 oktober 1803 te Villeneuve l’Archevêque, architect, en er getrouwd op 27 november 1769 met Marie Pellier, dochter van Alexandre Pellier, conseiller van deze stad, en van Marie Anne Blanchet waarvan: [63]

 

1. René Augustin Duplan, aannemer van openbare werken, getrouwd te Sens op 8 vendémiaire jaar 14 (30 september 1805) met Madeleine Félicité Berandon, dochter van Joseph Berandon, handelaar, en van Madeleine Meure waarvan:

1.1 Marguerite Madeleine Duplan, geboren te Sens op 31 (30) juli 1806, getrouwd op 26 juli 1830 te Sens met Jules Luyt, pleitbezorger, geboren te Sens op 2 pluviôse jaar 11, 22 januari 1803, zoon van Madeleine Charles Luyt, vrederechter, en van Colombe Virginie Cornisset waarvan: [64]

1.1.1 Charles Jules Luyt, advocaat, auteur van het werkje Notice sur François Huet, getrouwd met Constance Robin.

 

2. Louis Augustin Bernard Duplan, getrouwd met Constance Joséphine Griger, waarvan:

2.1 Joséphine Fanny Duplan, geboren te Sens op 1 juli 1810, overleden in 1888, echtgenote van professor François Huet.

 

Een indicatie dat Joséphine Duplan evenals Marie Adèle Emilienne Huet (VI.1) en Edouard Huet (VI.4) nog in leven waren toen François Huet stierf en dat zij in Parijs verbleven, is de brief geschreven door Paul Frédericq op 23 juli 1869 gericht aan deze drie.

 

VI.3. Pélagie Anastasie Huet, geboren te Voves op 6 januari 1817.[65] De vader wordt gezegd charretier, voerman. Er is een Pélagie Anastasie Huet die sterft te Parijs in het oude 12de arrondissement op 24 maart 1838.[66] Deze overlijdensfiche is een niet filiatieve reconstructie zodat er geen volledige zekerheid bestaat over de band met betrokken persoon.

 

VI.4. Edouard Hervé of Edouard André Huet, doch gewoonlijk Edouard. Volgens zijn leeftijd in de akten zou hij geboren zijn in 1819. Leon Frédericq geeft als geboortedatum 30 november 1819[67] maar de geboorteakten van Voves geven een jaar eerder, nl. op 30 november 1818.[68] Volgens de akte van 1 december 1818 wordt André Edouard Huet geboren als zoon van Urbain Simphorien Huet en van Marie Cécile Levassor.

 

Edouard was repetitor aan de Gentse universiteit, vervolgens professor aan de Ecole des Mines te Bergen (Henegouwen) en leraar wiskunde aan het Collège Ste Barbe te Parijs van 1853 tot 1883. Hij was voorstander van de republikeinse gedachten tegen het Second Empire, was één van de drijvende krachten als ondervoorzitter van de antiklerikale Franse Ligue de l’Enseignement[69] en stichter van het “Burgerlijk” weeshuis van de Seine. Ook was hij een belangrijk lid van de “Association des membres de l’enseignement”. Tijdens de commune verstopte hij Elysée Reclus, de geograaf en broer van Elie Reclus, die optrad als aangever bij het overlijden van zijn broer.

 

Edouard Huet kwam vaak naar Gent waar hij contacten had met de familie Frédericq en wanneer die naar Parijs ging verbleven zij bij hem.

 

Volgens Prof. Florkin sterft Edouard Huet in 1891. In voetnoot geeft hij aan dat Dupré van het Lycée Condorcet de lijkrede uitsprak bij diens begrafenis te Bourg-la-Reine (departement Hauts de Seine) op 27 januari 1891. Die datum is echter de overlijdensdatum zoals Louis Frédericq (overleden te Bourg-la-Reine op 27 januari 1891) en ook het Bulletin de la Ligue de l’Enseignement van februari 1891 aangeven. De lijkrede door Jean Macé[70], de voorzitter van voormelde Ligue, door Cassanova, directeur van het Collège Ste Barbe waar Edouard Huet 30 jaar onderwees, door Gaufrès[71], gemeenteraadslid (van Parijs) en voorzitter van het burgerlijk weeshuis te Sens, door Everlart, namens de vereniging van de leden van het onderwijs, en Dupré werden gehouden op 31 januari 1891. Jules Ferry, de bekende socialist, schreef een hulde aan Edouard in de Journal de l’Estafette van 31 januari 1891.[72]

 

Zijn rouwbrief geeft als overlijdensdatum 26 januari 1891 te Bourg-la-Reine. Zijn overlijden wordt aangekondigd door Mesdemoiselles Léonie en Marie Huet en door leden van de familie Frédericq. Hij staat er vermeld als «André-Edouard Huet, ancien professeur à l’école des Mines de Mons, Ancien professeur au collège Sainte-Barbe, Vice-Président honoraire de l’association des membres de l’enseignement, Président du conseil d’administration de la société Le Patriote, Vice-président de la ligue Française de l’enseignement, ancien Vice-président de l’orphelinat de la Seine ».[73]

 

VI.5. Léonie Eugénie Huet, geboren te Voves op 1 november 1820.[74] Zij sterft op 10 september 1821.[75]

 

VI.6. Olive Léonie Huet, vaak enkel Léonie, was onderwijzeres en directrice van een school voor Juffers te Dijon. Zij verbleef in 1869 in de Rue de la Préfecture, 19 te Dijon waar zij genoteerd staat als Mlle, ongehuwd dus. In de volkstelling van Dijon van 1872 verblijft zij nog steeds op hetzelfde adres, is dan 49 jaar oud en gemeld als geboren te Voves.[76] Tot hetzelfde gezin behoren Marie Geoffroy, onderwijzeres, 22 jaar en Antoinette Joséphine Lia Lemoce de Vandouard, rentenierster, 25 jaar. In de volkstelling van 1876 zijn dezen niet meer op dit adres gevestigd.

 

In de geboorteakte van Voves is te vinden:

 

“Du huit juillet milhuit cent vingt deux a neuf heures du Matin. Acte de naissance de Olive Léonie Huet de sexe feminin, fille de Urbain Simphorien huet Meunier demeurant à Voves, natif de Cormainville et de Marie Cecile Levassor, son épouse, native de Voves, née le six de ce mois à deux heures du matin, au domicile de son père“.[77]

 

Olive Léonie Huet verbleef zeker te Dijon in de jaren 1861-1872. Mogelijks was zij naar Dijon gegaan mede omdat Hilasse Napoléon Huet, de broer van haar vader, er gehuwd was in 1858 met Françoise Emmanuel Vernier (overleden te Dijon in 1869). In de volkstelling van 1856 is Olive Léonie Huet niet op het adres Rue de la Préfecture te Dijon, in 1861 wel.

 

Olive Léonie sterft ongehuwd te Gent op 17 februari 1902 en wordt begraven op 20 februari op de stedelijke begraafplaats van de Brugse Poort (Westerbegraafplaats) te Gent, na absouten in de Kathedrale kerk van St Baafs.[78]

 

VI.7. Augustine Félicie Huet, geboren te Voves op 4 oktober 1823, haar vader is aangegeven als molenaar.[79]

 

VI.8. Olive Batilde Huet. Zij is de echtgenote van Cesar Alexander Frédericq die geboren is te Nevele op 14 mei 1817 en gestorven te Gent op 3 januari 1887. Hij is de “Volksdokter” in de buurt van de Sleepstraat te Gent waar hij woont. Cesar Frédericq is de zoon van Jacques Frédericq, getrouwd op 24 februari 1813 met Marie Comparé, die geboren is te Nevele op 20 maart 1791 en er overleden is op 14 december 1879. [80] Olive Batilde Huet wou aanvankelijk intreden in het klooster. Voor haar intrede kwam zij nog haar broer François Huet bezoeken te Gent waar zij Cesar Fédericq ontmoette met wie ze zou trouwen.

 

Van Olive Batilde Huet wordt soms gezegd dat zij geboren is te Sens op 27 januari 1827. Wij vonden echter haar geboortefiche in de archieven van Parijs, de originele akten zijn verloren gegaan tijdens de Commune. Deze niet filiative fiche vermeldt[81]:

“Naissances : année 1827, Arrondis. ancien 9.

Nom : huet.

Prénoms : Olive Batilde.

Date de la naissance : 25 janvier 1827.“

 

Olive Batilde Huet ontmoet Cesar Frédericq dus te Gent maar trouwt in Frankrijk in Sens (departement Yonne). De huwelijksakte bevat volgende inlichtingen: op 4 september 1849 om 11 uur zijn verschenen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand te Sens: César Alexandre Frédericq, oud 32 jaar en drie maanden, dokter in de geneeskunde, wonende te Gent, geboren te Nevele op 14 mei 1817, zoon van Jacques Frédericq, overleden te Nevele op 6 januari 1824 et van Vrouwe Marie Comparré (sic) oud 58 jaar zijn weduwe, eigenares, verblijvende te Nevele, niet aanwezig, maar met notariële toestemming (12 augustus 1849, Notaris Bernardus Dierick, te Nevele) en Mejuffer Olive Batilde Huet, oud 22 jaar en zeven maanden, onderwijzeres, wonende Rue Beaurepair, 24, met mejuffer haar zus, geboren te Parijs op 25 januari 1827, dochter van Mijnheer Urbain Simphorien Huet, oud 54 jaar, rentmeester op het kasteel van Thierceville, er wonende, gemeente van Bazincourt, departement van l’Eure en van Vrouwe Marie Cécile Levassor, oud 55 jaar, zijn echtgenote, aanwezig (publicatie te Sens op 5 en 12 augustus 1849 en te Gent 12 en 19 augustus 1849). In aanwezigheid van Augustin René Duplan, oud 67 jaar, wonende te Sens, voorzitter van de Rechtbank van Koophandel van het arrondissement, de Heer François Huet, oud 34 jaar, professor filosofie van de Universiteit van Gent, er verblijvend, broeder van de bruid, de Heer André Edouard Huet, oud 31 jaar, professor Wiskunde, verblijvend te Parijs, Rue des Maçons Sorbonne, broeder van de bruid, en de Heer Marie Jean-Baptiste Belliève Lanotte, oud 48 jaar professor aan het college van Sens.[82]

 

Olive Batilde Huet zal haar onderwijsactiviteiten voortzetten na haar huwelijk, zij het privé. Zij onderwijst haar twee schoonzussen Rosalie en Virginie Loveling en vervolgens Paul en Léon Frédericq.

 

Olive Batilde Huet sterft te Gent aan meningitis op 10 februari 1865, de transcriptie van deze akte bevat volgende gegevens: “Gent, Overlijdensakte, aktedatum 10-02-1865, overledene: Olive Batilde Huet, geboorteplaats Parijs, leeftijd 38 jaar, woonplaats Gent, Slijpstraat (thans Sleepstraat), beroep zonder, burgerlijke stand: gehuwd, overlijdensdatum/plaats 09-02-1865 om 23:00 te Gent, vader overledene: Urbain Simphortien Huet, woonplaats Parijs, Beroep: zonder. Moeder overledene: Marie Cécile Levassor, woonplaats Parijs, Beroep: zonder. Partner van de overledene: Cesar Alexander Frédericq (aangever), leeftijd 48 jaar, woonplaats Gent, Slijpstraat, beroep: arts. Aangever Carolus Loveling[83], leeftijd 39 jaar, woonplaats Gent, Baudeloostraat, beroep griffier, zwager van de overledene.” Bron Rijksarchief.

 

VI.9. Marie Huet gaf privéonderwijs aan kinderen van gegoede Engelse en Russische families.[84] Ook zij zal ongehuwd sterven. Op basis van de inventaris van de rouwbrieven van het VVF nationaal kon worden achterhaald dat Marie Huet te Neuilly-sur-Seine stierf op 30 maart 1897. De archieven van Neuilly stelden een kopie van de overlijdensakte van 31 maart 1897 ter beschikking. De overledene wordt er omschreven als Pauline Marie Huet, geboren te Beauvais, oud 63 jaar en 10 maanden, rentenierster, ongehuwd overleden in haar woonst Rue du Marché 34, te Neuilly-sur-Seine als dochter van Urbain Symphorien Huet en van Marie Cécile Levassor, beiden overleden, die alweer als renteniers worden omschreven. De declarant van het overlijden is Paul Frédericq, dan 46 jaar oud, Professeur à la faculté des lettres à Gand, wonende Rue des Boutiques 9, te Gent, neef van de overledene.

 

In haar overlijdensakte staat “geboren te Beauvais”, waar dus haar geboorteakte te vinden is van 14 mei 1833. Ze is daags te voren geboren, dus op 13 mei, als dochter van Urbain Symphorien Huet, oud 37 jaar, employé au Magasin et fourrage militaire, wonende te Beauvais, Rue Boisseau, en van Marie Cécile Levassor. Het kind van het vrouwelijk geslacht krijgt de namen Pauline Marie.[85]

 

De voorouders Van François Huet aan moeders kant

 

De moeder van de latere professor François Huet is Marie Cécile Levassor (ook soms le Vassor).

 

In de geboorteakten[86] van Voves vindt men op 14 frimaire jaar 3 (4 december 1794) Marie Cécile le Vassor als dochter van François le Vassor, landbouwer, wonende in het gehucht Genonville van Voves, getrouwd op 5 mei 1789[87] te Villeau met Marianne Victoire Gouache.

 

Deze Marie Anne Victoire Gouache is geboren te Villeau op 23 oktober 1767[88] en sterft te Voves op 23 mei 1809 (volgens de huwelijksakte van 2 juni 1813), doch op 28 mei volgens haar overlijdensakte.[89] Zij is de dochter van Jean François Gouache[90], laboureur (zoon van François Gouache, laboureur, en van Marie Thérèse Maugars[91]) getrouwd te Neuvy en Dunois op 7 mei 1765[92] met Anne Connay[93], overleden op 11 vendémiaire jaar 12 (5 oktober 1803)[94] te Villeau. Anne Connay is de dochter van Pierre Connay, landbouwer te Mellevile, en van Paquiert Moreau, ook Pasquiere zoals in haar overlijdensakte te Neuvy en Dunois van 2 mei 1752.[95]

 

Marie Cécile Levassor sterft te Parijs op 11 april 1867. Haar overlijdensakte vermeldt dat zij sterft in haar woonst, Rue du Pot de Fer, 7, 5de arrondissement, oud 72 jaar en vier maanden, geboren te Genonville als dochter van François Levassor en van Marie Anne Gouache. De overledene is de echtgenote van Urbain Symphorien Huet, oud 71 jaar, zonder beroep. De aangevers zijn de zoon, François Huet dan 52 jaar oud, gepensioneerde professor in de filosofie, en professor Joseph Hippolyte Julien Caqué, wonende op hetzelfde adres als de overledene.[96]

 

Haar vader, François Levassor, geboren te Voves op 28 september 1758[97] en er overleden op 8 april 1817[98], oud 58 jaar, is de zoon van Joseph Levassor, overleden te Voves op 11 juni 1764[99], getrouwd op 8 juli 1755[100] te Voves met van Marie Jeanne Goussard, overleden te Voves 14 september 1780.[101]

 

Marie Jeanne Goussard is de dochter van Jacques Goussard, laboureur, overleden te Voves op 1 februari 1772[102], getrouwd op 19 februari 1726[103] te Réclainville (Eure et Loir) met Jeanne Denisé.

 

Jacques Goussard is een zoon van ook een Jacques Goussard getrouwd te Viabon op 29 september 1687[104] met Etienette Lallier, overleden te Voves op 30 september 1719[105].

 

Jeanne Denisé is de dochter van Claude Denisé en van Jeanne Chalopin.

 

De huwelijksakte van Joseph Levassor met Marie Jeanne Goussard geeft niet zijn ouders op. Maar zijn begraafakte van 12 juni 1764 te Voves geeft wel de naam van schoonbroers in eerste huwelijk, Sauton, en de huwelijksakte van zijn tweede huwelijk vermeldt uitdrukkelijk Pierre Sauton omschreven als schoonvader uit het eerste huwelijk.

 

Uit de huwelijksakte van zijn eerste huwelijk met Françoise Saut(t)on te Fains la Folie (Eure et Loir) op 16 januari 1742[106] blijken wel zijn ouders: André Levassor en Anne Lefevre[107]. Dit werd bevestigd door de doopakte van Joseph Levassor te Voves op 3 mei 1709.[108] André Levassor sterft te Voves op 29 juni 1716.[109] De akte vermeldt: oud ongeveer 38 jaar, zoon van Pierre Levassor; Pierre verklaart niet te kunnen tekenen.

 

Hiermede zijn ook de kwartieren van Marie Cécile Levassor, de moeder van professor François Huet, volledig tot de overgrootouders.

Kwartierstaat van Professor François Huet

 

1. François Huet

 

Ouders

 

2. Urbain Symphorien Huet

3. Marie Cécile Levassor

 

Grootouders

 

4. François Huet

5. Marie Thérèse Louise Victoire Foirien

6. François Levassor

7. Marie Anne Victoire Gouache

 

Overgrootouders

 

8. François Huet

9. Marie Templier

10. Bartélémy Foirien

11. Jean Catherine Gallier

12. Joseph Levassor

13. Marie Jeanne Goussard

14. Jean François Gouache

15. Anne Connay

 

Over-overgrootouders

 

16. François Huet

17. Anne Doublier

18. Jacques Templier

19. Marie Dreux

20. Jean Foirien

21. Françoise Legrand

22. Michel Gallier

23. Anne Catherine Gommier

24. André Levassor

25. Anne Lefevre

26. Jacques Groussard

27. Jeanne Denisé

28. François Gouache

29. Thérèse Maugar

30. Pierre Connay

31. Paquiert Moreau
 
Verschenen in: "Vlaamse Stam" nummer 4, juli-augustus 2011, jaargang 47: zie aldaar voor de afbeeldingen. 


[1] Fanny Maertens is Florence Helena Maertens, dochter van Jean Baptiste Maertens en van Lucie Sophie Pieters. In geschriften van Louis Frédericq wordt zij aangehaald als Fanny Lava naar de naam van haar stiefvader. Zij is de vertaalster van bepaalde werken van Kropotkin, de communistische anarchist.

[2] Nieuwsbrief van het Liberaal Archief, nr. 23 van 23 juni 2010.

[3] ‘Notice historique sur la vie et les ouvrages de François Huet’, overdruk uit L’Almanach le Glaneur d’Eure et Loir, 1877, Bibliotheek Universiteit Gent, G 17065.

[4] Zoals blijkt uit de huwelijksakte van 22 november 1751 van François Huet met Marie Templier met vermelding van de ouders. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1751, p. 301/326.

[5] Begraafakte van Marie Templier te Cormainville in aanwezigheid van haar man François Huet en haar vader Jacques Templier. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1758, p. 16/57.

[6] Overlijdensakte van Jacques Templier te Cormainville op 19 april 1768, met vermelding van zijn schoonzoon François Huet, die tekent. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1768, p. 14/67.

[7] Huwelijksakte van Jacques Templier, zoon van wijlen François Templier, molenaar, gestorven te Bazoches en Dunois op 11 februari 1697, (Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1694 - mars 1748, p. 11/321) en van Sébastienne Vassor, met Marie Dreux, dochter van François Dreux en van Jacquette Chaveau, te Guillonville op 27 november 1719. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1696-1769, p. 98/176.

[8] Doopakte van Marie Dreux van 4 maart 1696, dochter van François Dreux en van Jacquette Chavio (Chaveau), te Guillonville. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1696-1745, p. 2/176.

[9] Overlijdensakte van Marie Dreux te Cormainville met vermelding van haar echtgenoot Jacques Templier en haar schoonzoon François Huet. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1761, p.32/57.

[10] Huwelijksakte te Cormainville. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1759, p. 23/37.

[11] «Le quatorzieme jour de mars 1758 par moy curé sousigné a été baptisé un fils de cedit jour né du légitime mariage de françois huet et de marie Templier. Lequel a été nomé françois par Louis Cones et Cecille templier les parrain et marraine.» Arch. dép. de l’Eure et Loir, Cormainville, 1758, p. 15/57.

[12] Huwelijksakte van François Huet met Marie Louise Victoire Thérèse Forien te Villeau. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1789, p. 82/98.

[13] Marie Thérèse Victoire Forien, met vermelding van haar vader en zijn functie, treedt op als meter bij een doopsel op 27 april 1779. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1779, p. 11/98. Geboorteakte van haar zoon Urbain Symphorien. Arch. dép. de l’Eure et Loir, Villeau, 1810-1828, p. 74/304, akte nr 6.

[14] Doopakte van Jeanne Catherine Gallier te Voves. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1735, p. 34/366.

[15] Huwelijksakte te Voves. Arch. dép. de l’Eure et Loir 1764, p. 160/267.

[16] Begraafakte van Michel Gallier te Voves. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1752-1772, p. 91/296.

[17] Overlijdensakte van 6 messidor jaar 3 te Voves. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1793 - An VIII, p. 100/290.

[18] Huwelijksakte te Voves. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1734-1751, p. 27/366.

[19] Huwelijksakte te Pré Saint Martin. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1696-1760, p. 28/373.

[20] Huwelijksakte van Barthélémy Foirien met Marie Roussille met vermelding van zijn ouders, Jean Foirien en Françoise Legrand, te Villeau. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1739-1777, p. 118/293.

[21] Uit de huwelijksakte van Barthélémy Foirien met Roussille blijkt dat hij de zoon is van Jean Foirien (a) en van Françoise Legrand (b). Te Oinville Saint Liphard trouwt op 16 november 1711 ene Jean Foirien met ene Françoise Legrand. Dezen zijn vermoedelijke dezelfde als de ouders van Bathélémy Foirien. Françoise Legrand (b) is dochter van Jean Legrand en van Etienne(tte) Amy (Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1669-1751, p. 263/464). Het verband tussen Etienne Amy (aangeven als weduwe van Jean Legrand) en Jean Forien wordt bevestigd door haar overlijdensakte te Oinville op 3 mei 1734 waar uitdrukkelijk als aanwezig wordt vermeld haar schoonzoon Jean Forien (Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1669-1751, p. 310/464). Jean Forien (a) is de zoon van Noël Foirien getrouwd op 25 november 1680 te Oinville Saint Liphard met Jeanne Fillau (Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1669-1751, p. 91/464), waarbij aangegeven wordt dat Noël Forien de zoon is van Marin Forien en van Julienne Brossoneau, overleden te Oinville Saint Liphard op 9 oktober 1701, en Jeanne Fillau de dochter is van Jean Fillau en van Françoise Boubert/Boulert.

[22] Département du Loiret. Cahiers de doléances du bailliage d'Orléans pour les États généraux de 1789, volume 01, p. 777.

[23] Bulletin de la Société dunoise : archéologie, histoire, sciences et arts, 1894, p. 292 en 296. In hetzelfde werk staat: «1735, 20 janvier. François Huet (noot: welke?) est alors propriétaire de Roncevaux pour une moitié. Bail à ferme de la moitié des biens, terres et métairie de Roncevaux, situés paroisse de Péronville, pour le temps de 6 ans, fait par François Huet, laboureur, demeurant au dit lieu, au profit de Léonard Pellé et Marie Besnard, sa femme, demeurant au dit Péronville, pour la somme de 100 livres d'argent et 2 chapons par an au total.». Er is nu nog een Ferme de Feularde en een «Exploitation agricole à responsabilité limitée reconnue de Roncevaux», beide te Péronville in het departement Eure et Loir.

[24] Reconstructiefiche burgerlijke stand Parijs 10e Arr., 1814, Huet, p. 35/51.

[25] Huwelijksakte Dijon, akte nr. 65, Hilasse Huet x Vernier, 1858, p. 70/509 en reconstructiefiche van de burgerlijke stand Parijs, Forien, 1838, p. 7/51, waar zij de voornamen krijgt van Marie Louise Thérèse Victoire en de achternaam Foirien.

[26] Geboorteakte te Cormainville. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1793 - An VIII, p. 38/159.

[27] Overlijdensakte van Hilasse Napoleon Huet, oud 57 jaar, gepensioneerd Luitenant, Ridder in het Legioen van eer, verblijvende te Dijon, Rue d’Auxonne 1, geboren te Chartres (Eure et Loir) (noot: lees Villeau) op 1 februari 1810, zoon van François Huet en van Marie Victoire Forien, echtgenoot van Françoise Emmanuel Vernier. Arch. dép. de la Côte d’Or, Dijon, 1839-1880, p. 110/259. Noot: in 1869 woont de weduwe Huet geboren Vernier nog op hetzelfde adres.

[28]  Françoise Emmanuel Vernier is geboren te Mignovillard (Jura) op 9 september 1813 als dochter van Antoine François Xavier Constant Vernier, aubergiste, en van Marie Françoise Rigoulet. Zij zal driemaal trouwen: 1. met Pierre Emmanuel David, overleden te Dijon op 28 maart 1848; 2. met Auguste Claude Henri Magnin, kapitein, Ridder in het legioen van eer, overleden te Dijon op 3 januari 1856; 3. met Hilasse Napoléon Huet. Zij sterft te Dijon, Rue d’Auxonne 1, en staat aangegeven als rentenierster. Overlijdensakte te Dijon, Arch. dép. de la Côte d’Or, akte 1048 van 1869, p. 267/288, en huwelijksakte met Hilasse Napoléon Huet te Dijon op 12 april 1858. Arch. dép. de la Côte d’Or, akte 65, p. 70/509.

[29] Geboorteakte van Hilasse Napoléon Huet. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1810-1828, p. 4/304.

[30] Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1793, p. 65/159.

[31] Arch. dép. de l’Eure et Loir, Villeau, 1810-1828, p. 75/304, akte nr 6.

[32] Arch. dép. de l’Eure et Loir, Villeau, 1810-1828, p. 67/304.

[33] ‘Notice historique sur la vie et les ouvrages de François Huet’, overdruk uit L’Almanach le Glaneur d’Eure et Loir, 1877, Bibliotheek Universiteit Gent, G 17065.

[34] Notice sur François Huet, Ch. Luyt, Chartres, 1890.

[35] Prof. Marcel Florkin, Léon Frédericq et les débuts de la psychologie en Belgique, 1943, p. 11.

[36] E.C. Coppens, ‘La Société Huet, tussen revolutie en reaktie’ in Handelingen der Maatschappij voor geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, Gent, 1972, nieuwe reeks, deel XXVI vanaf p. 131.

[37] Louis Frédericq, Notes sur la famille Frédericq-Beaucarne, p. 64.

[38] Arch. dép. de l’Eure et Loir, Bonneval, akte nr 64 van 1885, p. 59/71.

[39] Louis Frédericq in Notes sur la famille Frédericq-Beaucarne, geeft op p. 44 aan dat er 12 kinderen waren waarvan 6 in leven, zonder echter namen te noemen.

[40] Overlijdensakte. Arch. de Paris, 5de Arr., akte nr. 1393 van 1879, p. 14/31.

[41]  Hij was een van de 25 graveurs die de uitgave Furne van de Comédie humaine van Balzac illustreerde met zes gravures van zijn hand.

[42] Reçu à l’agrégation de Mathématique in 1861. Bron: Institut national de recherche pédagogique. Nouvelle méthode pour l'intégration des équations différentielles linéaires ne contenant qu'une variable indépendante. Suivie de Propositions de mécanique données par la Faculté van Caqué, Joseph-Hippolyte-Jules (1814), Parijs, 1864. Thèses présentées à la faculté des sciences de Paris pour le doctorat ès sciences mathématiques op 29 juli 1864.

[43] Arch. de Paris, 6de Arr., akte nr. 2600 van 31 december 1881, p. 5/6.

[44] Arch. dép. de l’Eure et Loir, Villeau, 1810-1828, p. 60/304.

[45] Arch. dép. de l’Eure et Loir, Villeau, 1810-1828, p. 87/304.

[46] Jacques André Pichot, geboren te Villeau op 2 december 1774, getrouwd met Marie Suzanne Joseph, zoon van Pierre Picheau.

[47] Jean Bordas, ook uit landbouwersmiddens, geboren te Le Bertini, op 1 ventôse jaar 6 (21 februari 1798), zoon van Jean en van Marguerite Arnoul (Arnoulh), overleden in 1859. In 1856 verschijnt ‘Essais sur la réforme catholique’, een verzameling bijdragen geschreven door Huet in samenwerking met Bordas-Demoulin. Francois Huet schreef in 1861 Histoire de la vie et des ouvrages de Bordas-Demoulin. In 1863 schrijft Huet Science de l’esprit ter nagedachtenis aan Bordas.

[48] Recherches historiques et critiques sur la vie, les ouvrages et la doctrine de Henri de Gand, surnommé le docteur solennel. Henri de Gand, volgens sommigen Henri Bonicolli of Goethals, ° 1217/1227?, zou als eerste onderwijs in theologie en filosofie hebben gegeven in Gent.

[49] E.C. Coppens, ‘La Société Huet, tussen revolutie en reaktie’ in Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, Gent, 1972, nieuwe reeks, deel XXVI, p. 142.

[50] Deze Prins Milan was zeer gehecht aan de echtgenote van François Huet. Hij schreef aan Edouard Rossolin, haar testamentuitvoerder, “U weet hoeveel ik gehecht was aan de dierbare overledene (Mevr. François Huet) die gedurende mijn jonge jaren een ware moeder voor mij was. Ik ben opgegroeid in haar huis en het is bij haar dat men mij is komen halen om de troon te bestijgen.” Brief uit Belgrado van 2 december 1888.

[51] Overlijdensakte. Arch de Paris, 5de Arr., akte nr 1851 van 1869, p. 24/31.

[52] Jacques Reclus, geboren op 27 juli 1796 te Sainte Foy la Grande, trouwt in 1824 met Marguerite Zéline Trigant, geboren in 1805 te Laroche Chalais (Dordogne). Ze krijgen 17 kinderen onder anderen Elie Reclus ° 1827, Elisée Jean Jacques Reclus ° 15 maart 1830 - anarchist en geograaf, leefde te Elsene van 1894 tot zijn dood in 1905 (Torhout 4 juli 1905?), en er op zijn uitdrukkelijke wens in het armengraf (fosse commune) begraven -, Onésime Reclus ° 1837 te Ortez (Basses Pyrénées). Over Elie en zijn broer Elisée Reclus (schreef het voorwoord aan het werk van Adrien de Gerlache – Belgica) is veel te vinden.

[53] Antoine Etex, dossier van de Légion d’Honneur, Ridder op 22 juni 1841, met brief van zijn echtgenote met wie hij trouwde te Parijs (Arch. de Paris, 10de Arr., V3E/M362, p. 12/51) op 22 oktober 1833, Françoise Clorinde Pugens, geboren op 2 augustus 1815, overleden op 18 mei 1893, die het overlijden van haar man beeldhouwer Antoine Etex meldt in zijn huis, villa Géricault te Chaville op 14 juli 1888. Antoine Etex is de zoon van ook een Antoine Etex, sculpteur sur bois (geboren te Lyon in 1780, overlijdensakte te Lyon van 25 mei 1850, Arch. municipales de Lyon, Etat Civil, 1850, p. 287/320 ) en van Jeanne Marie Argout.

[54] Nouvelles archives de l’art français, 3e série, Tome XIII, 1897, p. 301 uitgegeven door de Société d’histoire de l’art français.

[55] De fondsen werden ingezameld bij Monsieur Rossolin, Rue du Château d’Eau, 29 (vonden ook 19), Paris 10de Arr. Een vermelding hiervan staat in de krant Le Journal des débats poltiques et littéraires van 10 december 1869. Het daarop volgende jaar was het grafmonument klaar. Edouard Rossolin zal ook optreden als testamentair uitvoerder van de weduwe van François Huet.

[56] Inventaire général des richesses d’art de la France, p. 360, 1902.

[57] Arch. de l’Yonne, geboorten, 1810, p 92/158.

[58] Er is te Voves een Rue François Huet.

[59] Ch. Luyt, Notice sur François Huet, Chartres, 1890. p. 1.

[60] Geboorteakte Sens, Arch. dép. de l’Yonne, an 11, p. 49/552.

[61] Geboorteakte van Marguerite Madeleine Duplan op 31 juli 1806 te Sens, dochter van René Augustin Duplan en van Madeleine Félicité Berandon. Arch. dép. de l’Yonne, geboorten, 1806, p. 149/222, voor haar huwelijksakte zie Arch. dép. de l’Yonne, huwelijken, 1830, p. 128/250.

[62] Huwelijksakte van René Augustin Duplan, aannemer van openbare werken, zoon van Bernard Duplan, architect, en van Marie Pellier, met Madeleine Félicité Berandon, dochter van Joseph Berandon, handelaar, en van Madeleine Meure. Is ook aanwezig, Louis Joseph Bernard Duplan, broer van de bruidegom. Arch. dép. de l’Yonne, huwelijken, an 14, 1805, p. 7/422.

[63] Huwelijksakte van 27 november 1769 te Villeneuve l’Archevêque van Bernard Duplan, zoon van Jean Duplan en van Anne Castandet, met Marie Pellier, dochter van Alexandre Pellier, Conseiller de cette ville, en van Marie Anne Blanchet. Arch. dép. de l’Yonne, huwelijken 1769, p. 205/228.

[64] Huwelijksakte van Jules Luyt, pleibezorger (avoué), wonende te Pithiviers, geboren te Sens op 2 nivôse jaar 11, 22 januari 1803, zoon van Madeleine Charles Luyt, Vrederechter van de stad en het kanton Sens, en van Colombe Virginie Cornisset, met Marguerite Madelaine Duplan, geboren te Sens op 30 juli 1810, dochter van René Augustin Duplan, eigenaar handelaar, en van Madelaine Félicité Beraudon (in deze akte leest men Beraudon, in andere Berandon). Arch. dép. de l’Yonne, Sens, huwelijken, 1830, p. 127/250.

[65] Geboorteakte Voves. Arch. dép. d’Eure et Loir, 1817, akte nr. 1, p. 3/374.

[66] Arch. de la Ville Paris, reconstructie van de gegevens van de burgerlijke stand, 1835-1841, p. 10/51.

[67] Louis Frédericq, Notes sur la famille Frédericq-Beaucarne, p. 69.

[68] Geboorteakte Voves. Arch. dép. d’Eure et Loir, 1818, p. 52/374.

[69] K. Wils, De omweg van de wetenschap, 2005 p. 456.

[70] Jean Macé, geboren te Parijs op 22 augustus 1815, overleden te Monthiers op 13 december 1894, senator (1833), oprichter van de Ligue de l’enseignement (1866).

[71] Mathieu Jules Gaufrès, protestants pedagoog, geboren te Vergèze (Gard) op 2 juni 1827, overleden te Turijn op 22 augustus 1904, schatbewaarder van 1871-1884, voorzitter van 1884-1902 van l’Orphelinat de la Seine, echtgenoot Jeanne Albane Gonin (1831-1910).

[72] Jules Ferry, ‘A la mémoire de notre ami Ed. Huet’, Bourg la Reine, 1891.

[73] Zijn rouwbrief, documentatiecentrum VVF Gent-Melle.

[74] Geboorteakte Voves. Arch. dép. d’Eure et Loir, 1820, akte 34, p. 132/374.

[75] Overlijdensakte Voves. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1821, akte 19, p. 165/374.

[76] Arch. dép. de la Côte d’Or. Recensement 1872, p. 78/341.

[77] Geboorteakte Voves. Arch. dép. de l’Eure et Loir. 1817-1826, akte nr 18, p. 200/374.

[78] Haar rouwbrief, archieven documentatiecentrum VVF Gent-Melle. Geen leden van de familie Huet kondigen het overlijden aan, enkel leden van de familie Frédericq.

[79] Geboorteakte Voves. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1823, p. 245/374.

[80] Marie Comparé, dochter van Emmanuel Comparé, geboren te Nevele in 1750, en van Marie Rose van Wonterghem, geboren te Meigem in 1763 en overleden in 1843 te Nevele. Marie Comparé trouwt tweemaal en heeft ook een buitenechtelijk kind, Charles Comparé, later Charles Loveling. In 1813 trouwt zij met Jacques Frédericq en op 6 juni 1831 met Antoine Loveling, de vader van de drie zussen Loveling: Maria Paulina Sophie Loveling x Louis Buysse, ouders van Cyriel Buysse; Rosalie (Frederica Rosalie) Loveling, geboren te Nevele 20 maart 1834, overleden 4 mei 1875, en Viriginie (Marie Virginie) Loveling, geboren te Nevele 18 mei 1836 en overleden te Gent op 1 december 1923.

[81] Geboorteakte. Arch. de Paris, 1827, p. 8/360.

[82] Huwelijksakte Frédericq/Huet te Sens. Arch. dép. de l’Yonne, 1849, p. 128/252.

[83] Dit moet Charles zijn, geboren als Charles Comparé voor het huwelijk van Marie Comparé met Antoine Loveling. Deze wettigt Charles die de naam Charles Loveling zal dragen. Charles Loveling is griffier te Gent en trouwt met Mathilde Albrecht, waarvan geboren te Gent: Elisa op 23 april 1858, Henri op 23 juni 1864, Gustave op 16 juni 1867 die uitweek naar de VS, en Anna waarvan mij enkel het overlijdensjaar bekend is, nl. 1916 te Oostakker.

[84] Prof. Marcel Florkin, Léon Frédericq et les débuts de la psychologie en Belgique, 1943, p. 15.

[85] Geboorteakte Beauvais, Arch. dép. de l’Oise, 1833, akte 330, p.61/571.

[86] Geboorteakte Voves. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1793 - An VIII, p. 46/290.

[87] Huwelijksakte te Villeau op 5 mei 1789 van François Levassor, zoon van Joseph Levassor en van Marie Jeanne Goussard, met Marie Anne Victoire Gouache, dochter van Jean François Gouache, laboureur, en van Anne Connay. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1778-1792, p. 79/98.

[88] Geboorteakte te Villeau op 23 oktober 1767. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1739-1777, p. 214/293.

[89] Overlijdensakte te Voves op 28 mei 1809. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1808-1816, p. 48/332.

[90] Jean François Gouache sterft te Villeau op 5 augustus 1810, in de leeftijd van 70 jaar, geboren te Villeau op 24 juni 1740, als weduwnaar van Anne Connay, hij is de zoon van François Gouache en van Thérèse Maugars. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1810-1828, p. 6/304.

[91] Begraafakte van Marie Thérèse Maugars als weduwe van François Gouache in aanwezigheid van haar zoon, Jean François Gouache, op 1 juli 1762 te Villeau. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1739-1777, p. 179/293.

[92] Huwelijksakte van Jean François Gouache, laboureur, zoon van wijlen François Gouache, laboureur, en van wijlen Marie Thérèse Maugars van Villeau met Anne Connay, dochter van Pierre Connay, laboureur, en van wijlen Paquêre Moreau van de parochie van Neuvy, huwelijk te Neuvy en Dunois, op 7 mei 1765. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1759-1790, p. 86/409.

[93] Overlijdensakte van Marie Anne Victoire Gouache, op 28 mei 1809 te Voves, oud 42 jaar, geboren te Villeau, echtgenote van François Levassor, landbouwer, dochter van wijlen François Gouache en van wijlen Anne Connay. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1808-1816, p. 48/332.

[94] Overlijdensakte te Villeau op 11 vendémiaire jaar 12 van Anne Connoy, vermeld als cultivateur, landbouwer, geboren te Melleville commune van Neuve, echtgenote van Jean François Gouache en dochter van Pierre Connay, landbouwer te Melleville, overleden en van Paquiert Moreau overleden. Arch. dép. de l’Eure et Loir, an 9 -1809, p. 74/179.

[95] Overlijdensakte van Pasquiere Moreau overleden te Neuvy en Dunois op 2 mei 1752, oud ongeveer 50 jaar, echtgenote van Pierre Connoy, laboureur. Arch. dép. de l’Eure et Loir, Neuvy en Dunois, 1749-1758, p. 45/123.

[96] Arch. de Paris, 5de Arr., akte nr. 987 van 1867, p. 18/21.

[97] Doopakte Voves. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1752-1772, p. 88/267.

[98] Overlijdensakte Voves. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1817, p. 9/374.

[99] Begraafakte te Voves van Joseph Levassor, laboureur, op 12 juni 1764, overleden daags te voren, oud ongeveer 55 jaar, met vermelding van zijn schoonvader in tweede huwelijk Jacques Goussard en schoonbroers in eerste huwelijk Sauton. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1752-1772, p. 164/267.

[100] Huwelijksakte van Joseph Levassor (zoon van André Levassor en van Anne Lefevre, zoals blijkt uit de huwelijksakte van zijn eerste huwelijk op 16 januari 1742 te Fains la Folie met Françoise Sauttons. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1737-1790, p. 21/288.), weduwnaar, oud 42 jaar, te Voves op 8 juli 1755 met Marie Jeanne Goussard, 28 jaar, dochter van Jacques Goussard en van Jeanne Denisé, met vermelding van Pierre Sauton, schoonvader van de bruidegom. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1752-1772, p. 49/267.

[101] Begraafakte te Voves van Marie Jeanne Goussard (in de marge weduwe Joseph Levassor) van 15 september 1780, overleden daags te voren in de leeftijd van ongeveer 53 jaar. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1773-1791, p. 112/310.

[102] Begraafakte van 2 februari 1772 te Voves. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1752-1772.

[103] Huwelijksakte van Jacques Goussard, zoon van Jacques en van wijlen Etienette Lallier, met Jeanne Denisé, dochter van Claude en van Jeanne Chalopin, te Réclainville op 19 februari 1726. Arch. dép. de l’Eure et Loire, 1677-1766, p. 216/385.

[104] Huwelijksakte zonder vermelding van ouders te Viabon. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1672-1704, p. 147/316.

[105] Begraafakte te Voves van Estienette Laslier, oud ongeveer 47 jaar, echtgenote van Jacques Goussard, die niet kan tekenen. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1711-1733.

[106] Huwelijk van Joseph Levassor op 16 januari 1742 te Fains la Folie met Françoise Sautton. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1737-1790, p. 21/288. Françoise Saut(t)on stierf te Voves op 21 oktober 1750. Arch. dép. de l’Eure et Loire, 1734-1751, p. 350/366.

[107] Anne Lefevre vermeld als weduwe van André Levassor hertrouwt op 26 november 1720 te Voves met François Piebourg. Huwelijken, Voves. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1711-1733, p. 194/488.

[108] Le trois jour de may a eté batisé joseph fils d’André levassor et d’anne le fevre, sa femme. Arch. dép. de l’Eure et Loir, Voves, 1689-1710, p. 321/347.

[109] Begraafakte van André Levassor, oud ongeveer 38 jaar, te Voves op 30 juni 1716, overleden daags te voren, vermeld als echtgenoot van Anne Lefever en als zoon van Pierre Levassor. Arch. dép. de l’Eure et Loir, 1711-1733, p. 105/488.

Comments