Zijspoor‎ > ‎

Signalisatie

het Belgische seinstelsel van 1904

seinbrug te Brussel-NoordGeschiedenis

In 1919 ontwikkelde de beroemde Ingenieur L. P. A. Weissenbruch voor de Belgische Staatsspoorwegen een nieuw seinstelsel. Na de oorlog bleken vele seinen defect, en het was het uitgelezen moment om het hele seinstelsel te moderniseren. Het nieuwe stelsel was geënt op het Engels systeem, met 3 armstanden en kandelaren om rijwegen aan te duiden.

Brussel-Noord was het eerste station in België dat vanaf 1919 werd uitgerust met het nieuwe stelsel met 3 armstanden, én als enig station in België, met een twee-voudige rangeersignalisatie: korte en lange rangeerbeweging. Deze "moderne" seinen van 1919 waren erg complex, vooral op een uitgebreid stationsemplacement als Brussel-Noord.

Maar vóór de oorlog had de Belgische Staatsspoorweg al een volledige herziening en uniformering van het seinstelsel doorgevoerd. Het stelsel kreeg de naam "universeel seinstelsel met uitwisselbare armen" van 1904. Het was gebaseerd op 2 armstanden. Dit stelsel werd uiteindelijk óók opgenomen onder het stelsel van 1919, gekend als het "seinstelsel van 1919 met 2 posities".

De constructie van deze seinpalen (type 1904) was modulair, en gebruikte standaard onderdelen. De armen waren 2 meter lang en 30cm breed, met het scharnierpunt op 390mm van het uiteinde. De afstand tussen 2 armen was 2190mm. De hoogste arm (doorgaans het stopsein) stond op 9,515m boven spoorstaafhoogte. De paal zelf was een met klinknagels in elkaar geklonken stalen vakwerk met vierkant profiel.

In model

De modelbaan zal uitgevoerd worden met het 2-voudig stelsel van 1919 (oorspronkelijk 1904). De volgende seinen zijn de meest voorkomende:

stopsein

het stopsein

De arm van het stopsein is een langwerpige rechthoek, waarvan het uiteinde de vorm heeft van een schijf. Hij is rood met een witte dwarsstreep. Het achtervlak is wit met een zwarte dwarsstreep. Het sein wordt op 50m voor het punt van gevaar geplaatst.

De seinarm kan 2 standen innemen:

  • de horizontale stand ('s nachts rood licht) wat stilhouden beveelt
  • de schuine stand, 45o omhoog ('s nachts groen licht) wat "spoor vrij" betekent.

stopsein

waarschuwingssein

het waarschuwingssein

De arm van het waarschuwingssein heeft een cirkelvormige verdikking in het midden en heeft een pijlvormig vrij uiteinde. Het voorvlak is geel met een zwarte cirkel en winkelhaak. Het achtervlak is wit met een zwarte dwarsstreep. Het waarschuwingssein wordt op minstens 800m voor het stopsein geplaatst. Indien het vorige stopsein op minder dan 1000m staat, wordt het waarschuwingssein op de paal van dit stopsein geplaatst.

De seinarm kan 2 standen innemen:

  • de horizontale stand ('s nachts geel licht) wat betekent dat het volgende stopsein op onveilig staat.
  • de schuine stand, 45o omhoog ('s nachts groen licht) wat betekent dat het volgende stopsein op veilig staat.

waarschuwingssein

rangeersein

het rangeersein

De arm van het rangeersein heeft dezelfde vorm als de seinarm van het stopsein, maar zij is kleiner en paars. Dit sein geldt voor rangerende en uit te wijken treinen.

De seinarm kan 2 standen innemen:

  • de horizontale stand ('s nachts violet licht) wat "stilhouden" beveelt.
  • de schuine stand, 45o omhoog ('s nachts geel licht) wat "spoor vrij" betekend.

 

afstandssein

het afstandssein

Het afstandssein is een stopsein, bestaande uit een rode rechthoek met witte boord. Het dient als limiet waarbinnen veilig gerangeerd kan worden. Dit sein weerspiegeld de stand van het hoofdstopsein dat meestal verderop staat. Dit sein mag in onveilige stand niet overschreden worden. Het afstandssein kan zowel hoog als laag tegen de grond staan.

De seinarm kan 2 standen innemen:

  • haaks op het spoor ('s nachts rood licht) wat "stilhouden" beveelt.
  • in dezelfde richting als het spoor ('s nachts groen licht) wat "spoor vrij" betekend.

afstandssein

kandelaarsein

het kandelaarsein

Voor een vertakking wordt een kandelaarsein geplaatst, met evenveel paaltjes als er vertakkingen zijn. De aftakkingen die met beperkte snelheid bereden dienen te worden, worden voorgesteld met kleinere paaltjes. Het meest linkse paaltje geldt voor de meeste linkse aftakking, het meest rechtse paaltje voor de meeste rechtse aftakking. Op elk paaltje staat minstens een stopsein, maar deze kan afhankelijk van de situatie aangevuld worden met een waarschuwingssein of rangeersein.

Als er meer dan 3 vertakkingen zijn worden nummers gebruikt. Een of meerdere stopseinen waren dan uitgerust met nummers die de betreffende aftakking aangeven. Bijvoorbeeld met kandelaars onderscheidde elk paaltje een rangeerbundel, waarbij het nummer op elke paal het spoor in de bundel aanduidde.

 

Er waren nog een aantal meer specifieke seinen, maar die ga ik niet gebruiken bij dit project. Het zal al een uitdaging zijn om in schaal N bovenstaande varianten van seinen werkend te krijgen.

Naast de dynamische vaste seinen, waren er nog een aantal statische vaste seinen in gebruik.

buffersein

het buffersein

Het einde van een spoor met stootblok wordt aangeduid met een kruis onder 45o, zwart op een witte achtergrond. Dit sein wordt op het stootblok geplaatst. Dit kan zijn onder vorm van een bord of een verlichte lantaarn. Indien er geen stootblok is, zal men doorgaans een laag afstandssein gebruiken (rode rechthoek met witte rand) als vast stopsein.

snelheidssein

het snelheidssein

Een snelheidsbeperking wordt aangeduid met een driehoekig bord met cijfer. Het cijfer duidt de maximale toegestane snelheid aan. Een groen bord betekend een hernemen van de snelheid, een geel omgekeerd bord bepaald een vermindering van de snelheid.

naderingssein

het naderingssein

In tegenstelling met heden, werden er toen liggende balken gebruikt als naderingbakens. Elk waarschuwingssein dient vooraf te gaan van naderingsbakens, die op 45o schuin worden opgesteld ten opzichte van het spoor. Elke streep op het baken staat voor een extra 50m afstand tot aan het sein. In totaal worden er steeds 5 bakens geplaatst: van 250m tot 50m voor het sein. (op deze illustratie staat een oude variant van het waarschuwingssein)

Waarschijnlijk ben ik nog een paar seinen vergeten, maar die zullen toegevoegd worden van zodra het een nuttige en praktische aanvulling blijkt bij de uitbeelding van het station van Brussel-Luxemburg in model.


bronnen (met dank aan Tassignon's Archief):

 

  • Seindienst - Bescheid Nr 1 - Grondbeginselen van Technische Exploitatie (NMBS)
  • Dienstvoorschriften voor den machinist en den stoker (NMBS, 1929)
  • Au Fil Du Rail - Signalisation (Editorial Office, 1947)
  • Belgian signals (James B. Calvert, 2004)
  • Histoire de la signalisation en Belgique - Tome II (PFT/TSP )
Comments