_

voorbereiding op het onderzoek

Praktijk K.A.Keizer - kinderpsychiater 

 

De voorbereiding van Uw kind.

(deze tekst downloaden) Over het gesprek met de kinderpsychiater moet Uw kind enkele dagen voorafgaande aan het consult ingelicht worden.

Bij een jong kind kan dit een paar dagen tevoren verteld worden; de informatie wordt zo kort en eenvoudig mogelijk gehouden. Nadat U Uw kind geïnformeerd heeft, is het goed om na te vragen wat het begrepen heeft van hetgeen U uitgelegd heeft. Ouders kunnen dan correcties aanbrengen in opgetreden vertekeningen bij het kind, door de feiten nog eens de revue te laten passeren.

Ik vind het belangrijk van U als ouders te vernemen hoe de voorbereiding is verlopen. Als U er in vastloopt, bijvoorbeeld als U niet precies weet hoe U een vraag van Uw kind moet beantwoorden, of als U iets aan Uw kind merkt waarvan U vindt dat ik het moet weten vóórdat ik Uw kind zie, dan kunt U mij altijd opbellen voorafgaande aan het gesprek met Uw kind.

Het verstrekken van feitelijke inlichtingen over het onderzoek is slechts de helft van de voorbereiding erop. Voorbereiding houdt ook in dat het kind geholpen wordt zijn fantasieën en zijn gevoelens over het aanstaand onderzoek te uiten. Ik verwacht niet van U dat U deze laatste taak perfect uitvoert.

Sommige ouders hebben er moeite mee de feiten onopgesmukt, onverbloemd te vertellen. Het beste is het het onderzoek neutraal aan het kind te vertellen, "jij gaat naar de dokter om met hem over je probleem, te praten", en niet: "je gaat naar een aardige meneer met leuk speel goed die grappige spelletjes met je gaat doen". Ik probeer het een prettige ervaring te laten zijn, maar doe dit vooral door te praten.

Een peuter heeft het nodig om de feiten enkele malen te horen, waarom hij gaat en wat er tijdens het onderzoek precies gebeurt. De vrees van een peuter houdt verband met het idee van eventuele pijn en de scheiding van zijn moeder. Aanbevelenswaard is om uit te leggen wat het verschil is tussen een dokter die onderzoekt en prikken geeft aan de ene kant, en aan de andere kant een dokter die alleen maar met hem praat. De peuter hoort ook dat zijn moeder bij hem en bij de dokter in de spreekkamer blijft zolang dat nodig is.

Bij een heel jong of zeer angstig kind is het beter om niet te proberen of het kind even zonder de ouder kan, anders zal de scheidingsangst alle andere onderwerpen in het gesprek beheersen en kan er niets meer verder gedaan worden.

Een basisschoolkind begrijpt al veel meer, maar het onderscheid tussen kinderarts en kinderpsychiater moet wel verduidelijkt worden. Kinderen in deze leeftijd zullen problemen, die maar enige spanning oproe­pen, vermijden of omzeilen. Of het kind zegt dat het probleem er wel is maar het geeft geen last. In dat geval moeten de ouders aan hun kind noemen wat zij merken aan opvallend gedrag en wat hun zorgen daarbij zijn, om op die manier enige interesse en nieuwsgierigheid bij het kind op te roepen.

De puber en adolescent wordt verrast door een aanstaand onderzoek door de psychiater als hijzelf niet het initiatief ertoe heeft genomen. Hij zal vaak enig probleem ontkennen, maar de hevigheid van zijn ontkenning zal aantonen hoe gespannen hij is over het aanstaande onderzoek. Zijn vrees om de controle te verliezen over zijn gevoelens onderdrukt hij, en in plaats daarvan wordt hij bang om de beheersing over zijn verstand te verliezen. De grootste vrees van een adolescent is het verliezen van de controle over zijn geest en “gek te worden“. De ouders moeten hun zoon voorlichten dat zij menen dat zijn problemen een logische oorzaak hebben en dat de psychiater dit ook vindt. De adolescent moet ook gerustgesteld worden over de geheimhouding van wat hij vertelt aan de psychiater. Hij hoeft niets te vertellen waar hij niet over wil praten, maar zijn ouders hopen voor zijn bestwil dat hij met de dokter wil praten over wat hem bezighoudt.

Als een kind in het verleden specifieke vreselijke zaken of trauma’s heeft opgelopen, met name als dit bij een arts of in een ziekenhuis is gebeurd, moet in de voorbereiding dit ook genoemd worden. Aan kinderen met verschillende ingrepen (bijvoorbeeld operaties) aan hun lichaam in het verleden wordt verteld dat het niet een lichamelijk onderzoek wordt. Een kind dat scheidingen van zijn ouders heeft meegemaakt en daarop toen heeft gereageerd, hoort dat zijn moeder op hem zal wachten en hem weer na afloop mee naar huis neemt.

 

terug 

 
 
ĉ
K.A. Keizer,
15 jul. 2009 02:51