Executieve functies


Praktijk K.A.Keizer - kinderpsychiater 

Impulscontrole is een van de belangrijkste uitvoerende of «executieve» functies die een mens moet beheersen om goede schoolresultaten te behalen, en om succes te hebben op het werk en in relaties, zoals een gezin. Goede executieve functies zorgen ervoor dat je flexibel en creatief bent, dat je zelfcontrole hebt en gedisciplineerd bent. Ze bepalen veel meer dan het IQ of een kind het schoolleven aan kan. Kinderen met de tegenwoordig veel verstrekte diagnosen ADHD en autisme vertonen tekort schietende executieve functies. Wat zeker onder deze functies valt is het mentaal kunnen spelen met ideeën, een weloverwogen in plaats van een impulsieve reactie kunnen geven, en je aandacht kunnen richten. Mindfulness, lichaamsbeweging die ontspannend en niet-competitief is, vechtsporten die lichaamsbeweging en aandacht combineren lijken te helpen. Impulscontrole zorgt ervoor dat een mens geen «gekke dingen doet». Niet een politieagent schopt, een dier martelt, met spullen smijt, een onbereikbare liefde toch de liefde verklaart, veel te hard met een brommer over de stoep rijdt.

Er zijn kinderen die hun ouders tot wanhoop drijven, omdat ze altijd te laat op school komen, hun huiswerk niet kunnen plannen of slecht met teleurstelling of boosheid kunnen omgaan. Vaak snappen zulke kinderen heel goed dat ze iets fout doen. Ze zijn alleen niet in staat om hun gedrag te veranderen. Nieuw onderzoek laat zien dat deze kinderen tekortschieten in de zogeheten ‘executieve functies’, processen die nodig zijn voor het zich doelgericht, sociaal aangepast gedragen en voor het beheersen van emoties en planning. Het betreft de volgende functies:

 eerst denken dan doen
 flexibiliteit
 gevoelens beheersen
 ergens aan beginnen
 geheugen versterken
 plannen
 organiseren
 doelen realiseren
 gedragsbeoordeling           
 concentratie volhouden
 tijd goed indelen

Executieve functies staan de laatste tijd in de belangstelling. Onlangs verscheen de vertaling van het boek "Slim maar..." van de Amerikaanse pedagogen Dawson en Guare, uitg. Hogarty. Dit boek bevat vragenlijsten waarmee ouders hun kinderen èn zichzelf kunnen testen op deze functies. Ook bieden Dawson en Guare oefeningen om deze functies te verbeteren. Zie verder onderaan deze pagina.


Géén stoornis.
Een slechte score op executieve functies is géén zelfstandige stoornis, maar kan een kenmerk van een specifieke aandoening zoals ADHD of autisme of een leerstoornis, maar dat hoeft niet.


Veel kinderen hebben het.
Veel kinderen zijn niet goed in plannen, initiatief nemen en andere zaken die met de executieve functies te maken hebben. Wat is nu normaal om te verwachten van een doorsnee kind? Executieve functies verbeteren als kinderen ouder worden. Laten we oppassen dat we niet te snel een etiket op kinderen plakken. 

Begrip executieve functie
De term ‘executieve functies’ komt uit de neurowetenschap. Door hersenonderzoek is vastgesteld dat het voorste deel van de grote hersenen, de zogenaamde prefontale cortex, een rol speelt bij het uitvoeren van alle taken, zelfs de simpelste. 

Voorbeeld
Dawson en Guare geven in hun boek het voorbeeld van een kind dat een glas melk uit de keuken moet halen. Daartoe moet het opstaan, naar de keuken lopen, een glas uit de kast pakken, de melk uit de koelkast pakken, inschenken en in de woonkamer weer opdrinken. Dat klinkt simpel, maar onderweg kan er van alles gebeuren. Sommige kinderen kunnen de aandrang niet weerstaan om toch limonade te pakken uit de koelkast, of ze worden afgeleid door een zak chips die ze op het aanrecht zien liggen. 

Oefenen helpt
Het boek van Dawson en Guare bevat een groot aantal oefeningen. Om de aandacht van een kind te versterken kan bijvoorbeeld de toegang tot de computer beperkt worden, een huiswerkplanning gemaakt worden en de ouders kunnen het kind geregeld aan zijn huiswerk herinneren. De beheersing van gevoelens van een kind dat woedend wordt als het een fout maakt of een wedstrijd verliest, kan verbeterd worden door duidelijke regels over gedrag op te stellen.

Het zijn oefeningen die tamelijk voor de hand liggen en ook passen in een normale opvoeding, zoals regels stellen, afspraken maken, met een controlelijstje werken en goed bedrag belonen. 

terug