praatdokter_

ziekte, stoornis of probleem



Praktijk K.A.Keizer - kinderpsychiater


terug 

Moet mijn kind wel een diagnose hebben?


Ouders van een kind met problemen willen doorgaans graag van een kinder psychiater horen wat hun kind “heeft” en omgekeerd geven kinderpsychiaters daar graag een antwoord op in de vorm van een diagnose. Dit komt omdat de meeste dokters een praktische houding hebben die goed overeenstemt met de concrete hulpvragen van ouders. Daarom is het niet verwonderlijk dat in het gesprek tussen psychiater en ouders een neiging te bespeuren is om de ingewikkelde en vaak ongrijpbare psychiatri­sche terminologie te vereen voudigen en concreet te maken. Zo worden de abstracte DSM-IV categorieën (psychiatrische etiketten uit het Amerikaanse diagnosesysteem) voorgesteld als natuurlijke, duidelijk afgrensbare eenheden. Diagnoses en DSM-IV classificaties in de psychiatrie slaan evenwel meestal niet op "echt bestaande" ziekte-eenheden. De syndromen (groepen bij elkaar horende kenmerken, symptomen) in de DSM-IV zijn deels gebaseerd op proefondervindelijk onderzoek, maar nog meer het resultaat van een onderhandelingsproces tussen veelal hooggeleerde psychiaters, waarbij niet-wetenschappelijke factoren (status, macht en geld) een rol spelen. Daarom zijn deze diagnosen door de Amerikanen wel genoemd BOGSAT-diagnosen:Bunch Of Old Guys Sitting Around a Table. Er bestaat een tamelijk los verband tussen het syndroom enerzijds en de oorzakelijke factoren en ontwikkeling van de ziekte anderzijds. De DSM-criteria zijn voorlopige afspraken, aangezien bij de meeste syndromen nog niet precies bekend is hoe die stoornissen eruit zien noch hoe deze ontstaan zijn.

Het belang en de “hardheid” van psychiatrische classificaties kan gemakkelijk overschat worden. Er bestaat een verschil tussen de enerzijds overwegend op oorzakelijke en via lichamelijk onderzoek vast te stellen factoren berustende diagnoses in de lichamelijke geneeskunde en anderzijds de psychiatrische classifi­caties welke voornamelijk gebaseerd zijn op symptomatische en subjectieve gegevens. Van de psychiaters valt niet te verwachten dat zij dit onder scheid steeds zullen maken, een reden daarvan kan zijn omdat zij zich via hun beroepsvereniging juist inzetten om de psychiatrie te profileren als een medisch-specialisme, net als alle andere specialismen.

Toen de natuurkundige Einstein eens op bezoek was bij zijn collega Bohr zag hij een hoefijzer boven de voordeur hangen, zoals dat in die streek in Denemarken gebruikelijk was. Hij vroeg hem of hij daar ook in geloofde, maar Bohr ontkende dat. Toen Einstein vervolgens vroeg waarom het ding er dan hing, antwoordde Bohr: “omdat ik gehoord heb dat het ook werkt bij mensen die er niet in geloven”. Wellicht is dat ook de beste manier om met het DSM-classificatiesysteem om te gaan: er gebruik van maken zonder in de realiteit ervan te geloven: dan werkt het tot op zekere hoogte ook nog wel. Dit wordt kernachtig en pragmatisch verwoord in de oude uitspraak “Al weten we niet of het Minimal Brain Damage (MBD, voorloper van ADHD) kind bestaat, het heeft dringend onze zorg nodig”. Nietzsche wees er echter al op hoe gemakkelijk het is te vergeten dat nieuwe namen op den duur nieuwe “dingen” scheppen.



uit: E.H.Nieweg, Wat wij van Jip en Janneke kunnen leren. T.v.Psychiatrie 47 (2005) 10, en C.F.H.Milders, Dokter Jip en dokter Janneke, ibid.

terug