Thlaspi caerulescens subsp. calaminare - Zinkboerenkers

Zinkboerenkers (Thlaspi caerulescens ssp. calaminare) en andere zinkflora omgeving Wezel, Lommel en Overpelt. 

Dit artikel is eerder verschenen in LIKONA JAARBOEK 2006, blz 34-37. Het is hier opnieuw bewerkt en van andere illustraties voorzien.

Inleiding

Geïntrigeerd door schijnbare nieuwe vondsten te Wezel (Balen en Mol, provincie Antwerpen) in 2004 van zinkboerenkers, trok ik in 2005 de stoute schoenen aan op zoek naar meer. Succes verzekerd aangezien veel van de wegen rond Wezel, Lommel en Overpelt gefundeerd zijn met door zware metalen vervuilde grond uit de zinkverwerkende fabrieken te Overpelt en Balen-Wezel. 


Nieuwe vondsten ? 

Op papier kan iets nieuw lijken, maar in de praktijk is dat het soms toch niet. Staf van Reet bleek later de diverse rijke groeiplaatsen omgeving Wezel al van dertig jaar terug te kennen. Het was alleen nog niet doorgedrongen tot de atlassen en literatuur. Dit keer leek mij het wat meer doorvorst om het instituut voor natuurbehoud te vragen om recente waarnemingen van zinkboerenkers (van andere zinkplanten was tot dan toe niets bekend) opdat ik in ieder geval direct wist of de vondsten nieuw zijn voor de aldaar beheerde databank. 






















Kaart 1: Verspreiding Zinkboerenkers 1972- 2004 (Van Landuyt 2006)

Tot 2004 

Uit het kaartje blijkt, buiten de vondsten in Oost-Limburg, dat in de uurhokken C6-17, C6-26 en C6-27 zinkboerenkers is waargenomen. Dit betreft steeds 1 kilometerhok (C6-17, C6-26) binnen het uurhok of een niet gespecificeerde waarneming binnen het uurhok (C6-27). 

Nieuwe vondsten ! 

En jawel, er stond op vrij veel plekken rond de fabrieken en langs de weg tussen de fabrieken veel zinkboerenkers. De standplaats is vrijwel steeds beperkt tot maximaal 10 meter naast de verharde weg. Slechts op enkele plaatsen (omgeving Overpelt-Cité, Overpelt-Fabriek, Lommel stationsterrein en omgeving van het voetbalveld tegenover Umicore-Balen) treedt de soort in grotere vlakken op. In met verbeterde grond aangelegde gazons (met zinkhoudende onderbodem) en in het plantsoen of in bosschages op zinkhoudende grond lijdt zinkboerenkers een mager bestaan. Daarentegen floreert het in kort blijvende vegetaties op relatief open gronden met zwarte, stenige zinkhoudende ondergrond. Dit laatste treedt veelal langs wegen op. In magere gazons (maaien en afvoeren) op zinkhoudende grond treedt het soms massaal op. In heideachtige vegetaties (brem-struikheide) op zinkhoudende grond is het nog pleksgewijs te vinden. Zinkboerenkers lijkt pijpenstrootje te mijden, maar dat is slechts gebaseerd op eigen waarnemingen. 


2004-2005 

In 2005 vond ik zinkboerenkers in 18 kilometerhokken namelijk: C6-17-43, C6-17-44, C6-18-33, C6-25-23, C6-25-24, C6-25-31, C6-25-32, C6-25-41, C6-26-32, C6-27-14, C6-27-21, C6-27-22, C6-27-23, C6-27-24, C6-27-42, C6-28-11, C6-28-13 en C6-35-11. De in de Limburgse Plantenatlas (Berten, 1993) aangegeven kilometerhokken bij Overpelt vallen hierbinnen (C6-17-44, C6-27-21). De door de databank aangegeven uurhokken (C6-17, C6-26, C6-27) eveneens. In C6-26-32 heb ik de soort gevonden met behulp van de gegevens uit de databank. In zijn totaliteit (incl. C6-24-44, C6-34-12, C6-34-21, C6-34-22, Barendse 2004) betreft de door mij geconstateerde verspreiding in de omgeving Wezel-Lommel-Overpelt 22 kilometerhokken. 







Kaart 2: Kilometerhokken met zinkboerenkers op kaarteenheid C6. 


Kaart 3: Zinkboerenkers incl. 2004-2005 (met indicatie voor aantal kilometerhokken binnen uurhok, puntje=1, ruit=2, vierkant=3 of meer (max. 6). 


Omgerekend naar uurhokken zijn C6-18, C6-24, C6-34, C6-25, C6-28, C6-35 niet eerder doorgegeven. Inclusief de op afbeelding 1 aangegeven drie uurhokken gaat het hier (kaart C6) dus om 9 uurhokken in totaal. Het kaartje zou er (eind 2005) uit kunnen gaan zien als kaart 2. Anno eind 2011 is er overigens geen enkele km-hok aan toegevoegd zie hier op waarnemingen.be.



Uitbreiding? 

Nu de hamvraag: Is dit een uitbreiding van de laatste jaren of niet? Aangezien de verwerking van zwaar vervuilde grond aan banden is gelegd lijkt me dit niet te komen door toename van die zijde. Hooguit zou kunnen worden vastgesteld dat de grond kennelijk alleen geschikt is voor die begroeiing die hoge tolerantie zink/zware metalen heeft. Wat dat betreft zijn er nog heel wat plaatsen te bedenken waar de soort nu nog niet staat maar waar de vervuiling dusdanig is dat de soort het er goed zou doen. In die zin is uitbreiding nog te verwachten en zal er dus nu toch ook sprake van uitbreiding zijn. Toch zal dit alles geleidelijk zijn gegaan. De vervuilde grond over de omgeving verspreiden is een kwestie van tientallen jaren geweest, en zo zal het verspreiden van zinkboerenkers (al of niet door de mens, bijvoorbeeld grond met zinkboerenkers en al verplaatsen) dat ook zijn geweest. 



Oost-Limburg 

Het leek me even interessant eens te kijken naar de vondsten van zinkboerenkers in Oost-Limburg. De gegevens van de Florabank lichtten al een tipje van de sluier op. In 9 kilometerhokken (al in 1979-1980) binnen het klein aandoende noordelijkste puntje op de kaart (D7-15, zie kaart 3) is er een toevoeging 't' (twijfelachtig) en 'w' (waarschijnlijk) bij waarnemingen van zinkboerenkers. Misschien dat nadere naspeuringen een 9-tal keer 'z' (zeker) kan opleveren. Ook een eventuele verbinding tussen de twee waarnemingen in D7 leek me mogelijk. 

In april 2011 ben ik een kijkje gaan nemen. Ik kreeg tips waar in ieder geval Zinkboerenkersen stonden; aan het kanaal bij de voormalige zinkfabriek bij Rotem.  In een 5-tal km-hokken kon ik Zinkboerenkers vinden.  Er stonden er inderdaad langs het kanaal maar ook langs een voormalig spoor, nu fietspad,  dat helemaal naar Maaseik gaat en dat waarschijnlijk als fundering de zinkassen heeft.   Dat spoor is nog niet helemaal nagelopen, dus er liggen waarschijnlijk nog wat vondsten voor het oprapen met name tussen het gehucht Reselt (nu het meest noord-oostelijke rode hok) en Maaseik.

Foto: Zinkboerenkers te Reselt (Rotem) april 2011


Kaart 4: Toevoeging Oost-Limburg anno 2011(bron waarnemingen.be)

Zout 

Toch zijn er bedreigingen voor zinkboerenkers. Dit is het voor de hand liggende opschonen of bedekken van de vervuilde gronden. Dit is inmiddels al op diverse plaatsen (onder andere op de voormalige camping langs vliegveld de Keiheuvel, Balen) gebeurd. Maar ook is een bedreiging een nieuw soort vervuiling. Langs de expressweg Mol-Lommel-Overpelt worden tonnen zout uitgereden om gladheid door bevriezing te voorkomen. Plekken waar veel zout water de wegen verlaat worden ingenomen door Deens lepelblad (Cochlearia danica). Zo maskeert de ene vervuiling de andere. Met originele flora heeft het weinig meer van doen. Het houdt de florist van de straat of in dit geval juist niet. 


Andere zinkflora 




























Foto's:  Zinkviooltje te Neerpelt (links), Engels gras te Balen-Keiheuvel (midden), Blaassilene te Balen-Umicore (rechts)

Behalve zinkboerenkers heb ik ook 1 plek met zinkviooltje (Viola calaminare) gevonden. Het betrof 20 pollen in een grazige situatie onder de rook van Umicore te Overpelt. Deze plant is nog nooit eerder gezien in de Kempen (med. Wouter van Landuyt). De dichtstbijzijnde vindplaatsen betreffen de boven-Geul en haar oorsprong-riviertjes. Toevallig vond in datzelfde jaar iemand dezelfde planten, dus of ik echt de eerste was is wederom (zie Zinkboerenkers-ontdekking) twijfelachtig. 

Het Engels gras (Armeria maritima) is bij Wezel, Lommel en Overpelt erg algemeen. Of het de zinkvariant van de ondersoort 'halleri' van Engels gras (Armeria maritima ssp. halleri var. calaminaria) betreft heb ik nog niet geconstateerd. Een melding van Wouter van Landuyt omgeving Mol betreft wel deze variatie. Naar alle waarschijnlijkheid zijn daarom alle gevallen van Engels gras te Wezel, Lommel en Overpelt tot de zinkvariant te rekenen. Engels gras wordt overigens tot 1992 (Berten 1993) hier in het geheel niet opgegeven. 

Zinkblaassilene (Silene vulgaris ssp. vulgaris var. humilis) wordt niet overal erkend vanwege sterke gelijkenis met vormen van blaassilene (Silene vulgaris ssp. vulgaris). Onder de rook van Umicore te Balen staan momenteel 5 pollen blaassilene, langs de weg geflankeerd door Engels gras, die qua plantgrootte, groeiwijze en bladvorm weinig anders lijken dan de gewone blaassilene. Blaassilene wordt overigens al van voor 1992 gemeld te Umicore Balen (Berten 1993). 

Of Zinkzwenkgras/Genaald schapegras (Festuca aquisgranensis syn. Festuca ophioliticola ssp. calaminare behorende bij de Festuca ovina groep) ook hier voorkomt is ook niet uitgesloten. De soort is nu nog altijd beperkt is tot het grensgebied van de drie landen België, Nederland en Duitsland, met een satellietwaarneming te Blankenrode (D.) in het natuurgebied Bleikuhlen (Haupler et al. 2003). Dit laatste gebied is beroemd om zijn uitgebreide zinkflora als het endemische 'Westfaals zinkviooltje' (Viola guestphalica) en zinkveldmuur (Minuartia verna ssp. hercynica). Ook deze twee zijn helaas niet gevonden te Wezel, Lommel en Overpelt. 


Literatuur / Internet


Berten B. 1993, Limburgse Plantenatlas I-IV 

Berten B. & Gora L. Evolutie van het plantenbestand in de provincie Limburg


Geologischer Dienst Nordrhein-Westfalen – Landesbetrieb , Geotope in Nordrein-Westfalen, http://www.gd.nrw.de/zip/l_nblan.pdf

Haupler H. & Muer T. 2003, Verbreitungsatlas der Farn- und Blutenpflanzen in Nordrhein-Westfalen 

Van Landuyt W. et al. 2006, Atlas van de Flora van Vlaanderen en het Brussels Gewest.
Comments