Politiek

Proloog met verklaring
-------------------
Nu de beslissing eindelijk gevallen is over de integratie tussen Groen! en SLP, wordt het tijd
om voor mezelf een politieke balans op te maken. Maar ook wil ik een aantal zaken duidelijk maken
over mijn groen verleden. Want een minder aandachtige waarnemer zou mij als een wispelturige
overloper kunnen zien. Daarom duikelde ik mijn dagboeken uit de periode 1998-2002 eens op,
om wat geschiedenis te kunnen schrijven. Wie wil mag daar op reageren, ofwel via het gastenboek,
ofwel via mail en desgewenst zet ik uw tekst er ongecensureerd achter. En voor alle duidelijkheid:
ook dit historisch verslag is subjectief. En ik vind het ook ongepast om zomaar een partij binnen
en buiten te wippen zonder een beetje uitleg te geven. Ook al is het dan bijna een decennium
geleden.

De prehistorie
------------------
In november van 1998 werd ik partijsecretaris (PAS) van Agalev Kortrijk (gewoon lid was ik sinds 1987), omdat het niet langer verantwoord was dat Piet Missiaen die functie met die van politiek secretaris (POS) combineerde. In een Allerzielenconclaaf hebben we toen onze taakverdeling vastgelegd.
Piet was een goede ideoloog met wortels in de natuurbescherming. Bovendien was hij een dossiervreter,
zoals zou blijken. En wij werden goede vrienden, zodat ik grappig pleegde te zeggen dat wij
samen de voorzitter waren. Want de term voorzitter was toen eigenlijk taboe. Ik was apetrots
toen ik een brief kreeg vanuit Brussel dat ik nu tot het partijkader behoorde.
De partij huurde in die periode een huisje aan het Plein en daar bevond zich toen ook onze
verzameling documentatie waar geen kat in geïnteresseerd was. Behalve een kennis van Jean-Marie
Pyck, die de documenten nooit terugbezorgde. Bovendien slaagde ik er maar mondjesmaat in om
de echt interessante bestuursdocumenten te pakken te krijgen. "Kennis is macht" is nog
altijd mijn devies. Piet was dan ook het eerste raadslid dat alle documenten spontaan afstond,
om ze voor iedereen toegankelijk te maken. Openbaarheid van bestuur heette dat toen al.
De Algemene Vergadering moest beperkt worden tot inhoudelijke thema's en formaliteiten werden behandeld in een Dagelijks bestuur. Uiteraard werden beslissingen onmiddelijk gecommuniceerd en desnoods toch aangepast.

Succes
----------
Een echt huzarenstukje leverden toen we op 26 december 1998 de promotiekaravaan van de rally Paris-Dakar (eigenlijkGranada-Dakar in die editie) konden tegenhouden met medewerking van het ARK (Anti-rally-komitee uit Ieper). Taaie gastjes waren dat, die zich met ware doodsverachting voor de snelheidsmaniakken wierpen. De vergelijking met de Guldensporenslag dringt zich op, want het waren toen ook de Ieperse gemeentenaren die de vuilste klus opknapten. Ik stond als een veldheer bovenop de tunnel de strijd te bekijken. Enkel Koen Wauters was kunnen ontsnappen. Die stond dankzij onze overmacht 20 minuten te koekeloeren op het podium van de Grote Markt. Ook de politie was overdonderd.
YES, WE CAN !!!!
In juni 1999 was er het verkiezingssucces dank zij de dioxine. We werden euforisch.
Tot mijn verbazing slaagden we er in om Piet lijsttrekker voor gemeenteraadsverkiezingen te maken,
wat een enorme vernieuwing zou teweeg brengen. Het rotatieprincipe heette dat toen, maar het
lukt niet altijd dat te handhaven. En vervrouwelijking en differentiatie allerlei van een
kieslijst is geen simpele klus. Bovendien wilden een aantal kandidaten een persoonlijke
campagne voeren, wat toen verboden was. Straffer, ze wilden dat die betaald werd door de partij.
Ik noem geen namen. Ze leven immers nog.
Sommige kandidaten legden ook straffe verklaringen af of maakten zelfs een website.
Eigengereidheid die eerder in het jaar al tot een slaande ruzie had geleid. Ook hier geen namen.
We verloren 1 zetel bij die verkiezingen, maar het goede nieuws wat dat de nieuwe raadsleden
nu ook rekening zouden houden met de achterban.
Piet gebruikte graag de term "basisdemocratie",
maar ik heb nooit begrepen wat het verschil met gewone democratie is. Regelmatig snuister ik
politiek-filosofische turven er op na om de term eens uitgelegd te krijgen.
Tenzij het een ander woord is voor "directe democratie" wat staat tegenover "getrapte of
indirecte democratie". Inderdaad, wij kiezen nu vertegenwoordigers en die beslissen in onze
plaats. Iedereen laten meebeslissen over alles lijkt op het eerste zicht haalbaar,
dankzij internet. Maar dan zitten we 30 uur per dag te klikken : van kinderzitjesnormering tot
radijzensubsidies. Nu kunnen bijna alle beslissingen worden nagetrokken worden door iedere
geïnteresseerde, maar hoe onttrek je zoiets aan het cafépraatniveau.

De goden kwamen uit Brussel.
---------------------------
Op 18 oktober 2000 was er een evaluatievergadering in bijzijn van de regionale en de nationale
PAS en een "vormingswerker" van de partij. De vergadering leiden was altijd al iets voor
krachtpatsers, maar die keer werd het uiterste van mij gevraagd. Mijn ironie die normaal
de blaaskaken intoomde bleek feilbaar. Iedereen gaf anderen de schuld. En mijn opmerking
dat wij verloren hadden omdat de socialisten gewonnen hadden, werd niet geapprecieerd.
De nationale partijsecretaris kon de chaos niet meer aanzien en zei dat we
in de nabije toekomst zouden begeleid worden. Dat vond ik dik in orde. Want ze mochten mij wel
eens demonstreren hoe ze de wederzijdse scheldkannonades - die veel erger waren, voordat ik
PAS was - zouden aanpakken.
De normale werking werd opgeschort voor een periode van 4 maanden. In die periode mochten wij
geen contact meer met elkaar hebben tenzij we daar de toestemming vanuit Brussel voor hadden.
Voor de verkiezingen was er echter al een onderhandelingscomité voor de coalitiebesprekingen
aangeduid. Uiteindelijk ging ik dan toch niet mee. 
Misschien stom van mij, dat ik verkoos naar de muziekles te gaan in plaats van ontvangen
te worden door Stefaan Declerck.
Ons comité stelde zich zeer stug op en eisten in een eerste voorstel 2 schepenen. We hadden slechts 2 verkozenen op dat moment, weet je wel. Hun argument was dat we anders toch niet au serieux zouden genomen worden.
Wat de reactie van Declerck was, weet ik niet. In ieder geval niet positief. Ons comité deed
onmiddellijk nog een gematigder voorstel: 1 schepen en een OCMW-raadslid, maar het kalf was al verdronken. En wellicht hebben we nooit een kans gehad op wat dan ook, tenzij we tevreden waren met echt heel weinig. Philippe Decoene van de SP (toen nog
zonder a) werd schepen. We leverden actieve en constructieve oppositieraadsleden.
Terug naar de partijwerking nu: toen de vier maanden halfweg waren, voelde ik nattigheid.
Er bewoog niets. Er waren wel individuele gesprekken geweest met iemand van nationaal niveau,
de man die ons ging steunen bij de heroprichting van een "nieuwe afdeling".

De revolte
-------------
Met enkele kritische geesten kwamen in het geheim toch samen in wat we een politiek café
noemden. Maar na 5 maanden kreeg ik het op de heupen. Op 24 maart organiseerde ik een feestje
ter gelegenheid van de ingebruikname van de Abib (Allesbehalve Ideale Bibliotheek)
Ik dacht: ik mag toch uitnodigen wie ik wil en toevallig waren daar veel partijleden tussen.
Zelfs de nationale curator was welkom. Tussen de kersverse boekenrekken vroeg ik hem terwijl iedereen
het hoorde, hoe lang "de toestand" nog ging duren? Hij beloofde op gang te komen, maar het zou
uiteindelijk tot juni duren tot we de eerste Algemene vergadering hadden.
De nieuwe structuur bestond uit 2 Possen en 2 Passen en nog wat extra nieuwe mensen zouden de
dienst uitmaken. De oude garde moest helemaal verdwijnen. Maar Piet was verkozen en mijn
diploma bestuursrecht bezorgde mij een vrijgeleide om toch bij de fractievergadering aanwezig
te zijn, samen met nog 1 van de Possen.  Voor mij kon er zelfs een mandaatje af in de Museumraad.
Ik was daarvoor namelijk nipt niet verkozen door de cultuurraad. Ik was echter maar wat blij toen
een vertegenwoordiger van de Cultuurraad stopte, zodat ik hem kon opvolgen. Want als politiek vertegenwoordiger had je toen minder mogelijkheden.

Wittebroodsweken eerste helft 2001
----------------------------------
Aanvankelijk ging alles prima. Onze raadsleden dienden gezamenlijk interpellaties in.
Hoewel Piet de nieuwe structuur niet zag zitten ging hij toch naar de vergaderingen
van die stuurgroep. Die had een mandaat van 1 jaar gekregen. Maar er onstonden discussies
over de invulling van dat mandaat. Piet ergerde zich aan bemoeienissen van bovenaf.
Zijn collega-raadslid volgde zijn visie, maar zijn spreekstijl werd steeds ruwer. Ik steunde de stuurgroep aanvankelijk enthousiast. Want zij zouden een einde maken aan de chaos en ik had minder werk en
verantwoordelijkheid. Al bij al was ik toch maar een prusterke van een Pas. Goed voor lolbroekerij,
maar niet voor de administratie.
Voor Piet kwam er een cruciale breuk toen de stuurgroep onder druk van de regionale
vergadering terugkeerde op een beslissing om geen folder uit te geven, wegens gebrek aan tijd.
Een voorstel van mij om in een extra vergadering die folder te bespreken werd weggelachen.
Hoe en door wie die folder dan uiteindelijk samengesteld werd, weet ik niet meer of heb ik nooit geweten.
Piet werd driester en boycotte de stuurgroep, wat ik een tactisch verkeerde zet vond. Ik had hem toen
moeten bijsturen.  Want ergens diep voelde ik dat het uit de hand zou lopen.
Maar die stuurgroep blonk ook niet uit in open communicatie. Verslagen werden aanvankelijk
niet verspreid en ook het conflict werd zedig verzwegen.

De splitsing
---------------
De sfeer op de fractievergadering werd grimmig. Onder andere in de discussie over de vergaderdag
stond Piet alleen.
Vanaf januari 2002 was de splitsing een feit. Ik voerde een pendeldiplomatie die in het
begin door iedereen werd geapprecieerd. Maar ze trokken allemaal aan mijn mouw.
De stuurgroep zei dat ik Piet moest laten vallen. En Piet eiste herstel van de basisdemocratie.
Hoe kon ik daar in kiezen? Piet was mijn vriend !
Op de Algemene vergadering kreeg ik geen antwoord over de structuur van de toekomst.
Piet deelde een bezwarende email uit, maar deze strategische blunder maakte het alleen maar erger.
Vooral omdat de meeste aanwezigen niet snapten waarover het ging. Ik had het steeds moeilijker om hem te steunen, maar anderzijds werden mijn bedenkingen weggegrinnikt. Ik stelde hen onder andere voor om Piet op zijn woord te pakken door voor meer openheid te zorgen.  Eén van de Passen steunde mijn stelling,
maar dat heb ik hem nooit openlijk horen zeggen. De stuurgroep zat te likkebaarden bij zoveel antipathie jegens Piet.
Er werd mij ook kwalijk genomen dat ik met Piet samenkwam in mijn huis. Een provincieraadslid zag daar echter minder graten in, wat bewijst dat ze op topniveau ook niet helemaal op 1 lijn zaten.  In maart kwam een paniekerige delegatie ons de livieten lezen. Dat we hagepreken hielden, zeiden ze.

Afgezet
-----------
In april werd Piet afgezet als fractieleider. Merkwaardig dat dit een beslissing was die wel
door de basis mocht genomen worden. De uitslag was vooraf immers gekend. Piet was minder
populair dan hij dacht. Hij was gedemoniseerd. 
We zaten in een patstelling waar iedereen veel te veel energie had ingestoken.
In mei was ik niet meer welkom op de andere fractievergadering, waarbij de regiomedewerker
mij manu militari uit het huis zette, terwijl niet iedereen dat nodig vond.
Onder andere, zei hij, omdat ik nog geen lidgeld betaald had. Zowel uit nonchalance
als uit onzekerheid over mijn engagement, was ik er niet toe gekomen.
In juni was er weer een Algemene vergadering, waar bekend werd gemaakt dat men in Brussel
beslist had Piet uit de partij te zetten.
Maar het pijnlijkste was dat ik door iemand van nationaal niveau "politiek onbetrouwbaar" genoemd. NIEMAND SPRAK HEM TEGEN.
Ze mogen mij lui, incompetent en onnozel noemen. Met termen als clown en nar kan ik ook nog leven.
Maar "politiek onbetrouwbaar" zou betekenen dat mijn intenties onecht zijn.
Piet wou mij nog tegenhouden, want formeel werd ik niet uit de partij gezet. Ik kon het echter
niet meer aan. 13 jaar inzet naar de vaantjes. Ik huilde en fietste weg van de wereld.
Ik wilde definitief kappen met politiek. Ik voelde me zo onnozel. Waar was ik mee bezig geweest?
Ik besefte ook dat ik nooit ernstig genomen was.

Epiloog
---------
Na een tijd vroeg Piet of ik niet mee wilde naar Spirit. Ik zag dat Vlaams-nationalisme niet zitten,
maar Piet overtuigde me dat ze progressieve ecologisten waren.
Soms waren het glorieuze momenten, maar soms stel je vast dat samenwerken met mensen misschien
wel onmogelijk is. Je kunt je niet voorstellen hoeveel rare kwieten er in 1 partij kunnen. Meer dan in een deux-chevauxtje. Piet was bovendien niet populair bij de socialisten en hij werd er ook niet sluwer op. Zijn probleem was niet zo zeer zijn halsstarrigheid, maar wel dat hij er niet in slaagde de perceptie over hem bij te sturen. En dat levert meer onnodige tegenstanders op, dan je aankunt. Hij was zeer aangenaam in de omgang, maar met een zekere krampachtigheid tegenover mensen die hij voor het eerst ontmoette. Een liefhebber van spitse humor, geloof mij.   Een groot politiek talent ging verloren met Piet Missiaen. Dat zal zijn grootste tegenstander moeten toegeven.
Macchiavelli had hij moeten lezen en herlezen. En de Spaanse Jezuïet Balthasar Gracian. Ik weet wel bij welke Kortrijkse politici "Il Principe" bedlectuur is. Het zijn bevlogen redenaars. Ze hebben een zee van volk als achterban. Heelder verenigingen en wijken zouden naar de wapens grijpen als ze maar hun pink opheffen.
Ik noem alweer geen namen. Maar daar is niets verkeerd aan.
Macchiavelli was een wijs man die zijn meester goede raad gaf in turbulente tijden.
In juni 2009 was ik zelf kandidaat voor het Vlaams Parlement voor de SLP. Ik kom meer mensen tegen
die zeggen dat ze voor mij gestemd hebben, dan ik voorkeurstemmen had.
In ieder geval: als ik ooit nog op een lijst sta, wil ik een campagneploeg van 100 man
voor mij alleen. Geef mijn portie anders maar aan Fikkie.
De cruciale vraag is: wil de bevolking wel verandering en is ze daarvoor wel politiek voldoende geschoold?

Bronnen: De dagboeken van Peter Arthur Caesens (in handschrift)
1. 30ste boekdeel: Les escapades de Monseigneur de Casin dans Schizofrenia: un favola in Genialica
2. 31ste boekdeel: Van een agressief doetje, een spilzuchtige vrek en een overbelezen debiel: het woordenbraaksels van Les Autres over de Grote Toegever.
3. 32ste boekdeel: Kortsluiting door gebrek aan slaap of anders geen stroom
4. 33ste boekdeel: Geen huis te houden in de Abib: och, was ik maar miljonair gebleven

Laatste herziening op 16 januari 2010

Ongrondwettelijke en onethische verkiezingen (juni 2010)
-------------------------------------

Ik denk dat ik van mezelf mag zeggen dat ik gedurende de laatste 30 jaar een ernstige inspanning heb gedaan om de politiek te begrijpen. De cursussen van Luc Huyse aan de Kulak en van diverse docenten
aan de School voor Bestuursrecht zijn daarbij zeer verhelderend geweest. Maar wat nu gebeurt is te zot om los te lopen. Daarom volgen nu een aantal vragen waar ik graag ONVERWIJLD een antwoord op krijg.

1. Zijn deze verkiezingen nu grondwettelijk of ongrondwettelijk?
    Dat er ook in de Grondwet staat dat er om de 4 jaar verkiezingen moeten zijn is 
   geen argument want dat was volgend jaar het geval.
2. Als ze ongrondwettelijk zijn: welke sancties moeten dan genomen worden en  
    tegenover wie?
3. Als ze wel grondwettelijk zijn, is het Grondwettelijk Hof dan incompetent
   tenminste betreffende de kieswetgeving?
4.  Waarom moest de bevolking gedurende jaren verteld worden dat ze   
    ongrondwettelijk waren?

5. Welke sancties kunnen er genomen worden tegen een incompetent 
   grondwettelijk hof?
6. Is er iemand die mij wil tegenspreken dat minder dan 10% van de
    bevolking politiek voldoende geschoold is om te kunnen gaan stemmen?
7. Is het politiek establishment zich bewust van de dwaze uitspraken die het
    gepeupel uitkraamt (bvb. dat "er een nieuwe Hitler zou moeten komen"; of dat "de
    politiek moet afgeschaft worden"). Sommige willen lege stoelen in het parlement,
    wat nog minder controle op de regering zou betekenen.
8. Is dit bovenvermeld poujadisme niet het  grootste gevaar voor de democratie?
9. Trekt het establishment op korte termijn geen voordeel uit dit poujadisme.
    (Immers: hoe meer blanco-stemmers, hoe minder stemmen de grote partijen
    nodig hebben om aan de macht te komen)
10. Betekent de splitsing van BHV niet dat er ook 2 Vlamingen minder in het
      parlement zullen zitten en zeker geen enkele Brusselse Vlaming meer?
11. Wat houdt de Franstaligen tegen om met Franstalige lijsten op te komen
      bij de volgende verkiezingen in Vlaanderen? Maakt dat de hele communautaire
      kwestie niet in 1 ruk irrelevant?
12. Wat garandeert dat de "caroussel van belangenconflicten en alarmbellen" niet
      van oren af aan begint?
13. Waarom ontvluchten zoveel intellectuelen hun verantwoordelijkheid door alleen 
      in achterkamertjes en salons te oreren, beneveld door cognac en sigaren.
      Vooral de onwetendheid van de massa negeren ze gezwind en zonder scrupules.
14. Vraagje aan het gepeupel: Hoe kun je tegelijkertijd onverschillig zijn en toch 
      zitten kankeren over politici, gerecht, politie, onderwijs, ambtenaren, enz.
15. En aan wie in niets of niemand meer vertouwen heeft: wat is dan de grote
      conclusie of het alternatief? Revolutie? Bomaanslagen?
      En dit doet me denken aan de man die compleet door het dak ging bij zijn 
      jeremiade. Op de vraag wat hij dan concreet ging doen tegen al dat
      kwaad, antwoordde hij: "Niets, ik mag niet van mijn vrouw"


Comments