Verloop van de tocht

Wij vertrekken met de bus uit Drongen, en in de voormiddag van de volgende dag worden wij in Loyola afgezet midden de Baskische bergen op de zuiderflank van de Pyreneeën.


Wij maken kennis met de plaats waar Ignatius in 1491 geboren werd en opgroeide, en ook met de man zelf. In de slag om Pamplona verbrijzelde een kanonskogel hem het been. Gedurende de lange herstelperiode kwam deze Baskische edelman ertoe zijn levenswijze te herzien. Hij verliet het familiaal domein en trok als pelgrim de wereld in, op zoek naar wat zijn leven wel kon worden als hij er God een plaats in gaf.

Op zondagmorgen verlaten wij Loyola. Als pelgrims trekken we de bergen in, boven de wolken uit het zonlicht tegemoet.

Elkeen maakt deel uit van een vaste stapgroep van ongeveer 9 deelnemers.


De natuur brengt ons terug tot onszelf, 
ons ware ongemaskerde zelf, 
wij die als kinderen van moeder aarde 
wel wat van haar vervreemd zijn geraakt. 
Ergens voert zij ons terug naar Gods scheppingsdroom. 
Zij maakt ons open voor zijn woord. 
Zij vormt de klankkast waarin dat woord in het hart van elke pelgrim op een heel eigen manier gaat weerklinken. 



's Avonds zijn we elke dag weer met z'n allen op de overnachtingplaats.

Vaak brengen wij de nacht door in een fronton.. Een fronton is een overdekte ruimte, een goede 30 m lang en 20 m breed, waar de Basken hun traditioneel kaatsbalspel in spelen. 
Elk dorp dat zichzelf wat respecteert, heeft zo'n fronton, en de Alcalde, de dorpsverantwoordelijke, stelt ons dit welwillend ter beschikking.
Zo gaat de tocht verder langs Altzo de Arriba en over puntige rotskammen, naar Azkarate,een dorpje aan de voel van de Balerdi. 

Van Azkarate gaan we naar Baraibar, aan de voet van de Sierra de Aralar, waar wij tweemaal de nacht doorbrengen.


Aandacht voor het kwaad onder al zijn vormen, aandacht voor het kwaad dat soms ook in ons eigen hart aanwezig is, en waar wij ook niet blind aan kunnen voorbijlopen, brengt het verlangen op naar verzoening.
Verzoening met onszelf, verzoening met onze medemensen, verzoening ook met God.
De Sierra de Aralar wordt voor ons de berg van de verzoening.
Elke pelgrim trekt alleen de berg op. 

Van Baraibar wandelen we in een lange dagtocht naar Larumbe. We vinden daar twee nachten onderdak in een oud Romaans kerkje boven op een heuvel.
In Larumbe houden we immers een stille rustdag.
Elkeen trekt met zijn picknick de natuur in, en bezint zich rond de vraag : "Ben ik wel innerlijk vrij genoeg om in mijn leven datgene te kiezen wat voor mij echt goed is ?"

Een lokale bus brengt ons naar de andere kant van Pamplona. 
Zo hoeven we geen volle dag door de industriële periferie van de stad te lopen. Van Labiano, waar wij ons woordje meekrijgen voor de dag, stappen wij naar Ardanaz de Izaga.

Eenmaal voorbij Pamplona komen wij in een gans andere streek terecht. 




De machtige en grillige Baskische bergen hebben nu plaats gemaakt voor de uitgestrekte graanvelden en voor de zonnebloemen van het heuvelachtige Navarra. 

In Ardanaz biedt de kerk ons weer haar ruimte voor de nachtrust. 

Van Ardanaz stappen wij naar San Vicente. 

Onze laatste stapdag volgt eerst voor een groot deel de Rio Irati. 
Deze voert ons doorheen de 'Foz de Lumbier’ een indrukwekkende cañon.
Dan volgen wij de Rio Aragon.
Langs een dam steken wij die over en we plonsen ook even in het heerlijk verfrissende water.

Zo komen wij aan het slot van Javier.
Javier is de plaats waar in 1506 Franciscus Xaverius geboren werd.
Deze eerste en ook de voornaamste metgezel van Ignatius, werd door hem de wijde wereld ingezonden, tot in Japan, om er het zaad van Gods Rijk uit te strooien.
Zo worden ook de pelgrims vanuit Javier de wereld terug ingestuurd, na een slotviering.

De volgende dag zijn we terug in Drongen.

Comments