Getuigenissen‎ > ‎

„Uiteraard kom je jezelf tegen”

Geplaatst 30 sep. 2014 00:04 door Oude Abdij van Drongen

 Een goede vriend van Veerle Putman (37) overleed vier jaar geleden aan een hartaderbreuk. Een paar weken later las ze in Kerk & Leven een aankondiging voor „Op de fiets met God”, een vijfdaagse bezinning georganiseerd door de Oude Abdij van Drongen. De bibliothecaresse van het Gentse Sint-Bavohumaniora voelde dat ze hieraan moest deelnemen en schreef zich in.

-Geen vanzelfsprekende keuze, want u was niet met geloof bezig.

Dat klopt. Was mijn vriend niet gestorven, dan was die aankondiging mij wellicht ontgaan. Ik ben thuis katholiek opgevoed, maar vanaf mijn zestiende gingen mijn ouders – en dus ook ik – niet meer elke week naar de mis. Iets dat ik helemaal niet erg vond. Ik kwam nog af en toe in de kerk, omdat ik in het Gents Madrigaalkoor en andere koren zong, maar dat was dan ook alles.

Op die fietsbezinning is voor mij een heel andere manier van geloven opengegaan: één die sterk betrokken is op wie je bent en wat je doet. Zo lazen we Bijbelteksten en moesten we die via concrete vragen op ons leven leggen.

-Het begin van uw gelovige ontdekkingstocht?

Ik volgde nadien retraites in de Oude Abdij van Drongen, waaronder de Geestelijke Oefeningen in het dagelijks leven, en begon ook langzamerhand opnieuw naar zondagsvieringen te gaan. Ik begon ze steeds beter te begrijpen en werd er af en toe ook echt geraakt.

Voorts deed ik in juli 2012 mee aan een veertiendaagse staptocht van Loyola naar Javier, ook georganiseerd door de jezuïeten. Die pelgrimstocht door het Spaanse Baskenland sprak mij aan, omdat het ook een sportieve uitdaging is. Uren stil op een bankje in een abdij zitten, is niets voor mij.

Die Loyolatocht was er een met weinig luxe. We sliepen op een matje in een sportzaal of kerk en een douche was soms niet meer dan een hokje van canvas waarin een tuinslang hing die aangesloten was op een dorpskraan. Je nam alleen mee wat je zelf kon dragen. Best niet te veel als je jezelf niet te veel wilde belasten. Geen stress dus om wat je ’s morgens ging aandoen, zolang het maar iets droogs was. Je eigen bagage dragen was ook symbolisch, omdat ieder van ons in zijn of haar leven ook een rugzak meedraagt.

-Geen vrijblijvende tocht ook, zo blijkt uit de folder, want je „onderschrijft een verbintenis met jezelf en ook met anderen en vooral met de Ander”.

Doordat je bijna continu in de natuur wandelt en weinig auto’s en publiciteit tegenkomt, krijg je minder indrukken dan in het dagelijkse leven, waardoor je minder afgeleid bent en meer gaat verstillen. En uiteraard kom je jezelf tegen tijdens zo’n tocht, omdat je fysiek je grenzen opzoekt. Zo had ik grote blaren op mijn voeten, maar wou ik pas na lang aandringen mijn rugzak voor enkele uurtjes afgeven.

We stapten twintig tot dertig kilometer per dag en in een groepje met ongeveer zeven generatiegenoten. En verrassend: er is nooit ruzie geweest. Ik vermoed dat dat is, omdat je elkaar goed leert kennen en daardoor meer begrip kunt opbrengen voor de anderen.

Ook de Ander kwam op ons pad. Zo kreeg de hele groep, zo’n 35 mensen, ‘s morgens een inleiding op het thema van de dag, onder meer gestoffeerd met Bijbelteksten. ’s Avonds wisselden we daarover uit en viel het op hoe elkeen dezelfde tekst anders invult. We stapten ook dagelijks een half uur in stilte om een vraag zoals „Wie is God voor mij?” te overwegen en zochten elke namiddag een rustige plek in de natuur uit om er gedurende een half uur in stilte te bidden.

En natuurlijk vierden we ook samen eucharistie. Onder meer in de kamer waarin Ignatius van Loyola, de stichter van de jezuïeten, op zijn ziekbed ervoer dat God hem riep. Er was ook een viering waarin we de mogelijkheid kregen te biecht of een verzoeningsgesprek te hebben. Om de tocht af te sluiten was er een viering in de tuin van het jezuïetenhuis in Javier. Op het einde ervan werden we als pelgrims het leven in gezonden en kregen we een eenvoudig kruisje uit klei waarin de woorden A Dios  waren in gegraveerd. Dat betekent niet alleen „tot ziens”, maar ook „tot God”.

-Volgens organisator Leo De Weerdt zie je de wereld en de anderen met andere ogen na de tocht. Herkenbaar?

Zeker. Je laat je makkelijker leiden door je intuïtie en let bijvoorbeeld meer op non-verbale communicatie. Op zo’n tocht slaag je er goed in je problemen een plaats te geven waardoor er meer openheid voor anderen komt. Dat merkte ik toen een collega na de tocht mij iets persoonlijks kwam vertellen, terwijl ze voordien amper een woord met mij had gewisseld. Ik merkte ook dat ik in de supermarkt vaker enkel het hoogstnodige kocht en mij ook minder door reclame liet leiden.

Al bots je terug thuis ook wel met je kop tegen de muur. Zo is over God praten zo evident tijdens de tocht, dat je haast zou vergeten dat het dat thuis niet altijd is. Gelukkig komen we tweemaal per jaar een weekend samen met de deelnemers van de voorbije tochten en spreken we met het stapgroepje maandelijks af om lief, leed en geloof te delen. Bijeenkomsten die ik niet meer zou kunnen missen.

-Slaag je erin die openheid naar anderen lang vast te houden?

Die is niet meer zo sterk als meteen na de tocht, maar kan ik toch weer wat oproepen als ik tijd maak voor stilte en gebed. Ik heb thuis een ruimte die sober is ingericht en daar probeer ik dagelijks stil te vallen. Inspiratie voor gebed vind ik op www.gewijderuimte.org, waar je een leidraad vindt om tien minuutjes te bidden.

Ook als lid van de logistieke ploeg op de Loyolatocht deze zomer voelde ik opnieuw die openheid. En nog veel sterker tijdens de pelgrimstocht die ik meteen daarna ondernam van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Santiago de Compostella. Verbazingwekkend hoe je op de camino met mensen kunt communiceren zelfs als je geen gemeenschappelijke taal hebt.

Comments