Vegetatieontwikkeling

Na 3 jaar ontwikkeling, is er op de Volgermeer een complete inventarisatie gemaakt van de voorkomende soorten, hun bedekking en hun productie. 

 
Vegetatieontwikkeling op de Volgermeerpoder aan het eind van het derde groeiseizoen in zand (links), organisch (midden) of klei (rechts) sawa's. 

Zoals op bovenstaande foto's te zien is, zijn er behoorlijke verschillen in plantengroei tussen sawa's met zandbodem en sawa's met een extra laag organisch materiaal of klei. In de zand-sawa's groeien de meeste planten aan de oever, waar ze nutrienten krijgen die van de kleidijkjes afstromen na een regenbui. In het midden van de sawa komen vrijwel alleen ondergedoken waterplanten voor, zoals schedefonteinkruid, aarvederkruid, smalle waterpest en verschillende kranswieren. De totale bedekking door planten, die nuttig zijn in de veenvorming (zoals riet, lisdodde en krabbenscheer) is in deze bakken laag: zo'n 15% van het oppervlakte wordt door deze soorten bedekt, terwijl de overige 85% bestaan uit kale bodem of ondergedoken planten. Deze ondergedoken planten produceren niet genoeg materiaal dat accumuleert om een significante bijdrage te leveren aan veenvorming.

In sawa's met aangebracht organisch materiaal of klei, verliep de kolonisatie door veenvormende soorten veel sneller. Uiteindelijk was na 3 jaar 40% van de oppervlakte in kleisawa's en 70% in organische sawa's bedekt met veenvormende soorten. Vooral grote en kleine lisdodde lieten een snelle ontwikkeling zien. Verder bleek uit een schatting van de biomassaproductie dat deze soorten op klei- en organische grond gemiddeld 2 keer zoveel materiaal produceren dan op zandgrond. 

Comments