1+1=Veen

Om te berekenen hoeveel veen er gevormd zal worden, kunnen koolstoffluxen worden gemeten. Groeiende planten nemen koolstofdioxide (CO2) op uit de lucht, wat ze opslaan in organisch materiaal. Als dit materiaal afbreekt door bacteriële activiteit, komt er weer CO2 vrij. Zolang de hoeveelheid CO2 die opgenomen en opgeslagen wordt hoger is dan de hoeveelheid die vrijkomt door afbraak zal er netto koolstofvastlegging zijn en dus veenvorming kunnen optreden. Door een gesloten kamer te plaatsen over een plant, kunnen we direct zien of de combinatie van plant, bodem en water netto CO2 vastlegt (hogere productie) of netto CO2 uitstoot (hogere afbraak).

In natte systemen, zoals de Volgermeer, zorgt de waterlaag er voor dat er weinig zuurstof de bodem kan binnendringen. De bodem wordt hierdoor anaeroob (vrijwel zuurstofloos). Als organisch materiaal afbreekt zonder de aanwezigheid van zuurstof, dan komt er niet alleen CO2, maar ook methaan vrij. Dit methaan is, net als CO2 een broeikasgas, maar dan meer dan 30 keer sterker. Hoge uitstoot van methaan kan dus het broeikaseffect versterken.

Op organische bodems groeien meer planten, die meer CO2 vastleggen. Tegelijkertijd zal dit rijkere materiaal meer afbreken, waardoor er ook een hogere uitstoot van CO2 is. Wanneer rekening gehouden wordt met zowel de plantengroei als de afbraak, valt op te maken dat sawa's met een zand of organische bodems allebei een even grote "sink" vormen van CO2: ze leggen meer CO2 vast dan dat er vrijkomt. 
Comments