Nieuws‎ > ‎

Januari 2014 - Hoe meet je veenvorming?

Geplaatst 21 jan. 2014 06:13 door Peat Cap   [ 21 jan. 2014 06:18 bijgewerkt ]
Door Sarah Faye Harpenslager

Tijdens mijn veldwerk op de Volgermeer komen er geregeld mensen naar mij toe met de vraag “En, groeit het veen al?”. Dit is een hele logische vraag, die helaas tot nu toe nog niet zo gemakkelijk te beantwoorden was. Omdat de Volgermeer een kaal gebied was, duurde het even voordat de planten goed beginnen te groeien. De meeste planten hebben namelijk een “voorbewerkte” bodem nodig om in te vestigen. Nadat de eerste, zogenaamde “pionierssoorten” zich gevestigd hebben en de bodem wat meer structuur hebben gegeven, kunnen andere, meer typische veenplanten hier ook gaan groeien. Deze zomer hebben we gezien dat het gebied er ineens al een stuk “voller” en “groener” uitzag. Voor ons hét moment waarop wij hadden gewacht: nu kunnen we echt gaan meten of de planten die er inmiddels goed groeien ook daadwerkelijk bijdragen aan veenvorming!

Als er veenvorming optreedt, zou er netto meer koolstof (in de vorm van kooldioxide) door planten moeten worden opgenomen en vastgelegd in nieuw plantenmateriaal, dan er uit dood plantenmateriaal vrijkomt (in de vorm van koolstofdioxide en methaan, of moerasgas) via afbraakprocessen. Dit kunnen wij meten, door over verschillende planten die voorkomen op de Volgermeer een overkapping te zetten, waarin wij in enkele minuten kunnen meten of de hoeveelheid koolstofdioxide in deze overkapping omhoog, of omlaag gaat. Onze eerste meting is uitgevoerd in november 2013. In januari staat de volgende meting in de planning. Vervolgens zullen we elke 2 maanden meten tot eind 2015. Dit is nodig omdat de activiteit van de planten erg varieert tussen de seizoenen. Door over het hele jaar te meten, kunnen we van elke plant uitrekenen of deze netto bijdraagt aan veenvorming of niet. Hierdoor weten we niet alleen of er op dit moment op de Volgermeerpolder veenvorming plaatsvind, maar ook welke planten geschikt zijn om na het onderzoek (vanaf 2015) te gebruiken in de inrichting en het beheer van het gebied, zodat er over enkele tientallen jaren zeker “Ja!” geantwoord kan worden op de vraag: “Groeit hier veen?”


Hoeveel zou deze Grote Lisdodde bijdragen aan de veenvorming? Deze plant staat verspreid door het hele gebied en heeft dus veel invloed.



Omdat wij zowel in het licht als in het donker meten kunnen we bij onze berekening rekening houden met het aantal uren daglicht. Planten hebben namelijk licht nodig om koolstof vast te leggen. In het donker ademen ze koolstof uit, net als wij. Voor de berekening van veenvorming moeten we dag én nacht meenemen.



Deze krabbenscheerplanten zijn extra bijzonder omdat ze onder de juiste omstandigheden boven het water uitsteken en dus meer licht krijgen dan wanneer ze onder water blijven. Zo kunnen ze ook veel meer bijdragen aan de koolstofvastlegging.



'Live' koolstofvastlegging! Dit zien wij tijdens de meting op ons scherm zodat we gelijk al kunnen zien wat een plant doet. Dit is een krabbenscheerplant, gemeten in augustus. In de onderste grafiek zien we de hoeveelheid koolstofdioxide. Als deze lijn afloopt verdwijnt er koolstof uit de lucht, die door planten vastgelegd wordt. Als de lijn oploopt, wordt er juist koolstof uitgestoten. We zien 2 keer een “knik” in de grafiek. Het eerste, steile stukje is gemeten in de volle zon waardoor de planten erg snel koolstof opnemen. Daarna hebben we schaduwdoek over de plant gelegd, waardoor de afname wat langzamer ging. In het laatste stukje zien we dat de hoeveelheid koolstof toeneemt: de planten zitten hier in het donker, en kunnen geen koolstof opnemen. De uitstoot hier is het resultaat van wat er uit de bodem vrijkomt en de koolstofdioxide die de planten uitademen.

Comments