Over het onderzoek

In de Volgermeerpolder wordt onderzoek uitgevoerd naar veenvorming. Momenteel wordt het afval bedekt door folie met daarop een laag zand, maar op den duur zal de functie van de folie overgenomen worden door een natuurlijke afdeklaag van veen: PeatCap. Het onderzoek is een samenwerking tussen de Advies Combinatie Volgermeer (Witteveen+Bos en Tauw) en de universiteiten van Amsterdam, Nijmegen en Utrecht (samengebracht in het Centre for Wetland Ecology), die elk een apart deel van de veenvorming bestuderen. Het onderzoek vindt plaats in 27 sawa's (kleine vijvers) in het noordwestelijke deel van de Volgermeerpolder en duurt minimaal vier jaar. Wereldwijd is er niet eerder op zo'n grote schaal experimenteel onderzoek gedaan naar veenvorming. 

Wanneer dood plantenmateriaal niet wordt afgebroken door dieren, bacteriën en schimmels en zich ophoopt op de bodem wordt dit veen genoemd. Veenvorming begint met het dichtgroeien van open water door oever- en waterplanten. Deze planten kunnen soms ook gaan drijven, omdat ze met lucht gevulde wortels hebben. Op deze drijvende matten gaan weer andere soorten groeien waardoor het snel een dichte begroeiing kan worden. In het onderzoeksgebied zijn drijvende eilandjes met planten aangebracht om de invloed van verschillende combinaties van soorten op de ontwikkeling van drijvende matten en veenvorming te onderzoeken. Om te meten wat de invloed van vogelvraat is op de ontwikkeling van de planten is een deel van de planten beschermd met vogelwerende netten, terwijl een ander deel wel aan vogelvraat wordt blootgesteld.

In het water leven nu al heel veel verschillende waterdieren, maar ook schimmels en bacteriën. Al deze organismen (levensvormen) kunnen dode plantenresten eten. De waterdiertjes breken het in kleine stukjes en de bacteriën en schimmels breken het materiaal verder af. Hoe snel deze afbraak gaat hangt af van een heleboel dingen. Bijvoorbeeld welke soorten hier voorkomen, hoeveel voedsel ze uit het materiaal kunnen halen en hoeveel zuurstof ze ter beschikking hebben. Dit wordt allemaal in deze kleine meertjes onderzocht omdat het voor veenvorming belangrijk is de afbraak zo laag mogelijk te houden.

In de Volgermeer willen we graag zo snel mogelijk een dikke laag veen, om de functie van de folie over te nemen. Daarom is het ook belangrijk om de invloed van de kwaliteit van bodem en water op de veenvorming te onderzoeken. Met de dunne grijze buizen die overal in het water en op de kant staan worden bijvoorbeeld waterhoogte en zuurstofbeschikbaarheid gemeten en kunnen monsters uit de bodem gehaald worden om te onderzoeken. Al deze onderzoeken samen geven een beeld van wat er nodig is om veenvorming te stimuleren zodat dit over de gehele Volgermeer ingezet kan worden. Zo verandert de Volgermeer op termijn in een waardevol natuurgebied mét veenvorming.

Het onderzoek wordt gefinancierd door technologiestichting STW en de gemeente Amsterdam.