Nieuws

Op de Volgermeer wordt sinds 2011 onderzoek gedaan naar veenvorming. Momenteel wordt het afval bedekt door folie met daarop een laag zand, maar op den duur zal de functie van de folie overgenomen worden door een natuurlijke afdeklaag van veen: PeatCap. Om te onderzoeken hoe de veenvorming zo goed mogelijk gestimuleerd kan worden bestuderen drie onderzoekers elk een onderdeel: Sarah Faye Harpenslager (Radboud Universiteit Nijmegen) kijkt naar de biogeochemie, Jeroen van Zuidam (Universiteit Utrecht) onderzoekt de vegetatie, en Ciska Overbeek (Universiteit van Amsterdam) kijkt naar de afbraak van het veen. Maandelijks lichten ze om de beurt een stukje van het onderzoek toe. 



CWE symposium

Geplaatst 16 apr. 2015 05:33 door Peat Cap   [ 4 jun. 2015 05:15 bijgewerkt ]

Het eerstvolgende symposium van het Centre for Wetland Ecology (CWE) zal gaan over de ervaringen en kansen bij herstel van veenvorming, waarbij de Volgermeerpolder en het PeatCap project als case study zal fungeren. Dit symposium wordt georganiseerd op donderdag 11 juni 2015, te Broek in Waterland. Registreer hier om deel te nemen aan dit gratis symposium. Het programma is als pdf te downloaden vanaf deze site. 


Biomassa oogst

Geplaatst 16 apr. 2015 05:30 door Peat Cap   [ 17 apr. 2015 01:17 bijgewerkt ]

In September, van oudsher al oogstmaand, zijn op de Volgermeerpolder monsters genomen van de dominante vegetatietypen om te bepalen hoeveel biomassa er is gevormd in de afgelopen jaren. Hiervoor is zowel bovengronds, als ondergronds materiaal verzameld. Door ook een vegetatieopname uit te voeren, kunnen de gegevens van deze monsterperiode omgerekend worden naar de productie per sawa.





Scheiden van bovengronds en ondergrondse biomassa


Biomassa werd uitgegraven in het veld, waarna op de kant de bovengrondse en ondergrondse delen werden gescheiden. Deze werden vervolgens kort aan de lucht gedroogd, waarna ze in zakken in een grote stoof gedroogd werden. Zo kon van alle vegetatietypen bepaald worden wat het drooggewicht van bovengrondse en ondergrondse delen per m2 is, dat in de afgelopen tijd gevormd is.  

Juni 2014 - Afbraak van plantenmateriaal in de Volgermeerpolder

Geplaatst 1 jul. 2014 09:08 door Peat Cap

Door Ciska Overbeek
 
Nu het weer voorjaar is, is er volop activiteit in de Volgermeerpolder. Planten schieten uit de grond omhoog, er worden jonge eenden en meerkoeten geboren, en ook de waterdiertjes komen in beweging. Deze waterdiertjes breken samen met schimmels en bacteriën dode planten van afgelopen najaar af. Wanneer de afbraak langzamer gaat dan de aangroei wordt er veen gevormd.
Om te meten hoe snel de dode planten van het afgelopen najaar afgebroken worden, zijn er ‘litterbags’ geplaatst: zakjes met bladmateriaal. Deze litterbags liggen op de waterbodem, verbonden aan een baksteen met een paarse drijver (zie figuur rechts). Door verschillende soorten planten in de zakjes te stoppen, of door ze bij verschillende bodemtypes te plaatsen, kunnen we kijken onder welke omstandigheden we het snelste veenvorming kunnen krijgen. Ook worden er verschillende soorten gaas gebruikt bij de litterbags, zodat enkel de bacteriën en de schimmels of ook de grotere waterdiertjes bij de planten kunnen om ze af te breken. Het eerste deel van de zakjes is in mei uit het water gehaald. Helaas zijn er een aantal litterbags met baksteen en al door honden uit het water gehaald (zie figuur links), waardoor deze niet meer bruikbaar zijn voor het experiment. In het najaar wordt de tweede helft van de litterbags uit het water gehaald. Wanneer u meer wilt weten over dit gedeelte van het onderzoek spreek me dan gerust aan wanneer ik op de Volgermeerpolder aan het werk ben.
 

Mei 2014 - Fotoreportage: de natuur in de Volgermeer ontwaakt, dus aan de slag!

Geplaatst 12 mei 2014 09:02 door Peat Cap

Door Jeroen van Zuidam
 
Na een zachte winter is het voorjaar snel van start gegaan. Dit zorgt ervoor dat onderzoekers en studenten volop aan het werk zijn in de Volgermeer om de ontwikkeling van de planten binnen en buiten de experimenten te volgen.
Het is niet altijd even eenvoudig om gegevens te verzamelen in het water!
 
In het experiment met de drijvende matjes beginnen een aantal planten al te bloeien. Omdat niet iedere soort op hetzelfde moment bloeit zijn er gedurende de zomer steeds verschillende bloemen te zien.
Met de klok mee, startend linksbovenin de bloemen van: Waterdrieblad, Gele lis, Slangenwortel en Wateraardbei
 
Niet alleen op de drijvende matjes zijn mooie bloeiende planten te zien, ook in de natte oevers komen van nature allerlei soorten voor die de Volgermeer aantrekkelijk maken voor mens en dier.
Met de klok mee, startend linksbovenin de bloemen van: Heen, Zwanenbloem, Grote egelskop en Grote kattenstaart
 
Maar ook de kruidige vegetatie op de wat drogere taluds laat zich in de zomer van zijn beste kant zien. Geef uw ogen dus goed de kost de komende tijd!
Met de klok mee, startend linksbovenin: de paars-roze bloem van de Speerdistel, paarse bloemen van Brunel, een ongemaaide rand met bloeiende Margrieten (witte bloemen) en Wilde cichorei (lila bloemen), en een mooi bosje gele bloemen van Klein hoefblad

Februari 2014 - Onderzoek naar de effecten van vogelvraat op de ontwikkeling van veenvormende planten

Geplaatst 12 mei 2014 08:50 door Peat Cap

Door Jeroen van Zuidam
 
In de Volgermeer willen we de ontwikkeling van veen stimuleren. Veenvorming start in open water wanneer dit begroeid raakt met planten. Dit kan gebeuren doordat planten zich in de waterbodem wortelen, of doordat drijvende wortelscheuten het water op groeien. Het dode plantenmateriaal wat deze planten produceren kan zich dan jaar na jaar opstapelen, waardoor uiteindelijk veen ontstaat.
Grote lisdodde die zich in het water verspreidt.
 
Wie regelmatig in de Volgermeer komt zal vast en zeker hebben gezien dat er veel verschillende soorten watervogels gebruik maken van het water om te rusten en naar eten te zoeken. Dat eten bestaat voor een belangrijk deel uit planten die in het water groeien. Hierbij worden jonge groene bladeren gegeten maar worden soms ook hele planten uit de bodem getrokken om vervolgens de wortels er af te eten. Vraat door vogels kan de ontwikkeling van de vegetatie daardoor beinvloeden.
Los drijvende groene stengels van Grote lisdodde. Watervogels (wrs. Kobbelzwanen) trekken de planten uit de bodem en eten de zachte witte wortels er af, waarna het blad achterblijft.
 
Om in te schatten of vogelvraat (uiteindelijk) de veenvorming kan beinvloeden doen we in het Peatcap project onderzoek naar de invloed van vogelvraat op de uitbreiding van veenvormende plantensoorten. Dit experiment is in de Volgermeer te herkennen aan de drijvende vierkante matjes met verschillende niveaus van bescherming tegen vogels. Zo liggen er matjes zonder bescherming voor de planten, matjes met daarop een kooitje van kippengaas (alleen de planten op het matje zijn beschermd) en matjes die in een grote afgesloten kooi liggen (matje + open water er omheen beschermd). De matjes in de grote kooien hebben de mogelijkheid om ongestoord drijvende scheuten over het water te laten groeien zonder dat deze opgegeten worden. Bij de andere matjes kunnen de scheuten in het water wel beschadigd raken. Op deze manier proberen we in beeld te krijgen hoe verschillende hoeveelheden verstoring de ontwikkeling van planten beinvloeden en welke mate van bescherming voldoende is om uitbreiding van veenvormende planten mogelijk te maken.
Het experiment met de drie verschillende beschermingsniveaus; geen bescherming (voorgrond linkerfoto), alleen het matje zelf beschermd (rechterfoto) en het matje en omliggende water beschermd (grote kooien op achtergrond van linkerfoto).

Januari 2014 - Hoe meet je veenvorming?

Geplaatst 21 jan. 2014 06:13 door Peat Cap   [ 21 jan. 2014 06:18 bijgewerkt ]

Door Sarah Faye Harpenslager

Tijdens mijn veldwerk op de Volgermeer komen er geregeld mensen naar mij toe met de vraag “En, groeit het veen al?”. Dit is een hele logische vraag, die helaas tot nu toe nog niet zo gemakkelijk te beantwoorden was. Omdat de Volgermeer een kaal gebied was, duurde het even voordat de planten goed beginnen te groeien. De meeste planten hebben namelijk een “voorbewerkte” bodem nodig om in te vestigen. Nadat de eerste, zogenaamde “pionierssoorten” zich gevestigd hebben en de bodem wat meer structuur hebben gegeven, kunnen andere, meer typische veenplanten hier ook gaan groeien. Deze zomer hebben we gezien dat het gebied er ineens al een stuk “voller” en “groener” uitzag. Voor ons hét moment waarop wij hadden gewacht: nu kunnen we echt gaan meten of de planten die er inmiddels goed groeien ook daadwerkelijk bijdragen aan veenvorming!

Als er veenvorming optreedt, zou er netto meer koolstof (in de vorm van kooldioxide) door planten moeten worden opgenomen en vastgelegd in nieuw plantenmateriaal, dan er uit dood plantenmateriaal vrijkomt (in de vorm van koolstofdioxide en methaan, of moerasgas) via afbraakprocessen. Dit kunnen wij meten, door over verschillende planten die voorkomen op de Volgermeer een overkapping te zetten, waarin wij in enkele minuten kunnen meten of de hoeveelheid koolstofdioxide in deze overkapping omhoog, of omlaag gaat. Onze eerste meting is uitgevoerd in november 2013. In januari staat de volgende meting in de planning. Vervolgens zullen we elke 2 maanden meten tot eind 2015. Dit is nodig omdat de activiteit van de planten erg varieert tussen de seizoenen. Door over het hele jaar te meten, kunnen we van elke plant uitrekenen of deze netto bijdraagt aan veenvorming of niet. Hierdoor weten we niet alleen of er op dit moment op de Volgermeerpolder veenvorming plaatsvind, maar ook welke planten geschikt zijn om na het onderzoek (vanaf 2015) te gebruiken in de inrichting en het beheer van het gebied, zodat er over enkele tientallen jaren zeker “Ja!” geantwoord kan worden op de vraag: “Groeit hier veen?”


Hoeveel zou deze Grote Lisdodde bijdragen aan de veenvorming? Deze plant staat verspreid door het hele gebied en heeft dus veel invloed.



Omdat wij zowel in het licht als in het donker meten kunnen we bij onze berekening rekening houden met het aantal uren daglicht. Planten hebben namelijk licht nodig om koolstof vast te leggen. In het donker ademen ze koolstof uit, net als wij. Voor de berekening van veenvorming moeten we dag én nacht meenemen.



Deze krabbenscheerplanten zijn extra bijzonder omdat ze onder de juiste omstandigheden boven het water uitsteken en dus meer licht krijgen dan wanneer ze onder water blijven. Zo kunnen ze ook veel meer bijdragen aan de koolstofvastlegging.



'Live' koolstofvastlegging! Dit zien wij tijdens de meting op ons scherm zodat we gelijk al kunnen zien wat een plant doet. Dit is een krabbenscheerplant, gemeten in augustus. In de onderste grafiek zien we de hoeveelheid koolstofdioxide. Als deze lijn afloopt verdwijnt er koolstof uit de lucht, die door planten vastgelegd wordt. Als de lijn oploopt, wordt er juist koolstof uitgestoten. We zien 2 keer een “knik” in de grafiek. Het eerste, steile stukje is gemeten in de volle zon waardoor de planten erg snel koolstof opnemen. Daarna hebben we schaduwdoek over de plant gelegd, waardoor de afname wat langzamer ging. In het laatste stukje zien we dat de hoeveelheid koolstof toeneemt: de planten zitten hier in het donker, en kunnen geen koolstof opnemen. De uitstoot hier is het resultaat van wat er uit de bodem vrijkomt en de koolstofdioxide die de planten uitademen.

December 2013 - Onderzoek naar afbraak van plantenmateriaal

Geplaatst 17 dec. 2013 08:52 door Peat Cap   [ 18 dec. 2013 03:06 bijgewerkt ]

Als je de afgelopen weken door de Volgermeer hebt gewandeld, dan heb je vast allerlei paarse drijvers zien liggen in de sawa’s. Op sommige plaatsen slechts vier, in andere sawa’s twaalf of zelfs nog meer. Aan deze drijvers zitten bakstenen vast, die er voor zorgen dat zakjes met verschillende soorten plantenmateriaal op de bodem blijven liggen. Met behulp van deze zakjes wordt er onderzocht onder welke omstandigheden en met welke soorten planten er zo min mogelijk afbraak van dood plantenmateriaal optreedt. Als er in de herfst meer plantenmateriaal afsterft en op de waterbodem komt te liggen dan er afgebroken wordt, wordt er veen gevormd. Wanneer we begrijpen hoe we de afbraak zo langzaam mogelijk kunnen houden, kunnen we er voor zorgen dat het veen sneller gaat groeien.
 

Het plantenmateriaal wordt niet alleen afgebroken door waterdiertjes, maar ook door bacteriën en schimmels. Om te kunnen zien welk deel van de planten door de verschillende groepen afgebroken wordt gebruiken we zakjes met verschillende maaswijdtes. De grotere beestjes kunnen enkel in de zakjes met grof gaas komen en daar planten afbreken, terwijl de bacteriën en schimmels ook in de zakjes met fijn gaas kunnen komen.

In mei en november 2014 zullen de zakjes uit het water gehaald worden om te kijken hoeveel plantenmateriaal er afgebroken is. Als je me ziet lopen en je hebt een vraag, kom gerust even langs!


1-7 of 7