MIJN GEDICHTEN

 
  
Deze gedichten komen uit de bundel STAD AAN HET WOORD waarin op poëtische wijze gestalte wordt gegeven aan een aantal episodes uit mijn leven die zich grotendeels afspeelden in Sint-Niklaas, langs de weg naar Temse.
Wie belangstelling heeft voor de voiledige bundel, met een inleiding door prof. Bert De Munck, historicus en met een reeks persoonlijke notities die de gedichten duiden, kan mailen naar tjen.pauwels@skynet.be, de bundel kost 5€, verzendingskosten inbegrepen.
 
Het grootouderlijk huis dat verdween onder asfalt van de oprit naar de E17 te Hoogkameren

 

HUIS ONDER SCHADUW VAN ASFALT  

                                   

 

 

Vier okergele hoge banden houden

zwartgerande pleisterzere wanden

heel, omheen met groen en goud en

geel geverfde ramen: open handen.

 

Vlier besprenkelt de gelooide pannen

met bloedkoralen, druppels breipatronen.

Bij valavond, het klappen van de mannen

en ’t kwetteren van de kinderen die er wonen.

 

Nog ken ik het gevoel van blote tenen in de bleek

met marremiet en was in blauwe week.

Weet lis en wissen bij de beek en kloeke stenen

bij het hek. Vergeefse sloten aan een haag

langs waar de trage dagen slopen tot vandaag

het huis, maar niet zijn schaduw is verdwenen.

  


De wegom is een ommegang die jaarlijks wordt gegaan rond de voormalige gemeentegrenzen van Temse, de wegomgangers zingen onderweg een lied ter ere van de H. Amelberga bestaande uit 53 strofen en één keervers.  foto afgestaan door het Amelbergagenootschap, Temse

 

 

 

WEGOM                     

 

  

1

Hier zag ik ooit een klamper                         Keervers:

zweven boven ruisend graan                         Laat ons toch zoals het was

en in de verre verte kwam er                          het land dat van ons vader was.

een stoet met lijse zangers aan.

 

2                                                                     3

Zongen zij langs de beemden                        Toen zag ik tussen ‘t lover

en liepen traagzaam op ons aan.                  een mannenmens vooraan

Het klonk alsof zij weenden,                          de kartel dragen als een toren

een stille klacht in ’s hemelsnaam.                 over ’t gruis van d’ heirebaan

 

4                                                                     5

Bij de kruising van de wegen                         Stuivers in de schalen dwaalden

aan de kapel bleven zij staan,                        uit landmans handen aan.

prevelden om gunst en zegen                        ‘Behoedt ons voor de kwaal en

en riepen Amelberga aan.                              spaar er mens en dier voortaan’.

 

6                                                                     7

In d’ Hoge Kamer werd gerust,                      Langs De Goede Rust en ‘t bos

dan brak het noenmaal aan.                          op ’t Hamelveld zag ik hen zwijgzaam

Brood met kop en boerenwust;                      de weg naar het kletterbos

aleer weerom op pad te gaan.                        voorbij de Grijpzakmolen inslaan.

 

Daar gaan mijn kinderjaren

dacht ik droef en aangedaan

dit zijn wellicht de laatste scharen

die elk jaar nog de weg om gaan.

 

 


Bij een bezoek aan het Salon voor Schone Kunsten te Sint-Niklaas, de voormalige woonst van Baron Meert, volksvertegenwoordiger en textielfabrikant. De Houten Schoen is een straatnaam onderweg tussen Sint-Niklaas en Temse. Foto Lie(ken) De Strijcker, grootmoeder langs moeders kant.

 

DE VROUWEN VAN DE HOUTEN SCHOEN

 

 

 
 

Gelekt, gestreken en van

schoon ondergoed voorzien,

onder rokken geen jartelles

en een keurig lijfje bovendien.

 

Zo troonden zij op de stoep

van hun koninkrijk, de onderdanen

krioelend aan hun voeten.

 

De edelvrouwen van Verbreydt,

de jonkvrouwen van Waeslandia,

de poorteressen van Peeters,

de dienstmaagden van Snoek & Schietekat,

de meiden in de salons van Meert.

 

Uit schorten gegroeid tot vrouwen .

zonder te weten waaraan of waaraf.

 

Er waren permanente moeders

in de stijfdeftigheid van baleinen

met volgzuchtige dochters

en zonen met hamerhanden.

 

Er waren onbevlekten met vlechten

en klamme wijwaterhanden.

 

Er waren vruchtbare met omvangrijke

buiken en boezems om in te schuilen.

en zachtzinnige met moederkenszalf.

 

Er waren er met krulpijpen,           

met slobberkousen,

met opgestroopte mouwen,

met rode vlaggen,

met madelieven.

 

Moederdieren,

wederhelften,

halve trouwboeken.

 

Vereremerkt in de orde van

De Houten Schoen,

met lauwerkrans.

 

Zo waren ze wel, de heren.

  


Herten Aas, een café op de wijk Het Hertjen.  Foto, Domien Roggeman, grootvader langs moeders kant.

 

DE HELDEN VAN HERTEN AAS

 

 

 

Waar zijn ze gebleven de felle

kaarters rond de tafels, de strijders

in overalls als kurassen rond

het lijf gespannen. Ze vermoorden

met woorden, de kleurlozen

die troeven vergooien en verzaken

in de slag om miserie.

 

De helden van herten aas      

waar zijn ze gebleven?

 

Als duiven stuiven ze uiteen,                                           

schuilen in koterijen, hokken,

constateren wolken en wachten

en eindeloos turen en lokken,

wanneer ze vallen uit Quivrain

en andere verre oorden, waar

ze nooit van dromen er te komen.           

 

De helden van herten aas

waar zijn ze gebleven?

                                                                 

De mannen van den bassin,

van de zilveren, medaille voor

moet en zelfopoffering. Soldij

voor verbeten verlangen. Geen

tranen maar tuiten en bomen

om klaphout te verkopen op

zinloze nadagen in de zon.

 

Waar zijn ze toch gebleven

de helden van herten aas?

 

Ze zijn gegaan wanneer ‘t getouw

is stilgevallen en vergeefse vanen

langs de gevels dreven, wanneer

bij valavond de floeren draken langs

de gevels scheerden. Vele jaren

tereke is het geleden dat zij mij

hun beste kaarten deelden.

 


Staf Pauwels en Yvonne Roggeman met zoontje Etienne.  

 

   DE NADAGEN 

 

Armen gekruist. In het deurgat staan zij het verleden

af te wikkelen tot de bobijn is afgehaald en de draad

weer kan worden opgenomen om terug te keren

tot het vertrouwde patroon nu het grauwste is geweken.

 

Uit de vergetelheid. De vader van het kind. Haperende

kus van de moeder met dunne armen op houten

schoenen. Taal wachtend om te spreken. Van hun jeugd

beroofd herkenden zij zichzelf slechts in de herinnering.

 

Het kwaad werd op een stootkar de stad uitgereden.

Men zou weer luid kunnen spreken en schreeuwen

want er waren belangrijke dingen te doen. Zoals

het hunkeren naar rechtvaardigheid en grootse tijden.

 

Ze hadden de moed het huis te herstellen

waarin zij hun eigen liederen konden zingen

en deden wat zij tot dan niet hadden gekund:

het witte brood kneden tot de zoetste zoetigheid.



 

 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

MIJN VADER, NU HIJ MET PENSIOEN IS

 

Aan elke deur

kleeft zaagsel van zijn handen

de trap heeft hij belegd met eelt.

 

Op zolder grijnzen mijn legerschoenen

naar zijn slap gewassen vormeloze overals.

 

Het geurt naar blauwsel in de slaapkamer

al kan dat eigenlijk niet meer.

 

Altijd als de wind omlaag woei

plofte de kachel grauwvuur in zijn keel,

daarom vlagt in de keuken nu

de was ter ere van het Algerijnse gas.

 

In de voorkamer staat nog een

een gietijzeren vulhaard

- art déco -

achter de hand.

 

Op tafel tellen grove vingers

pensioengerechtigd de dagen

de kaarten…

 

Na 11.750 schoofzakken

wordt ’s ochtends de deur

alleen nog opengemaakt

om de kat binnen te laten.

 


 Aloyis Pauwels, met de kleine Etienne.

 

 

 

NA AL DIE JAREN

 

 

Uit hongerwinter.

Onder vreemde krachten uitgekropen

trokken wij door straten. Zachtzinnig

als de lente, met in de mond

de zoete smaak van zekerheden

en toverbollen voor amper geld.

 

Er school wijsheid in

de woorden die wij hoorden. Onbegrepen

het zwijgen tussen tuin en wereld.

Losgebroken tussen park en laan

onder bloeiende hazelaren de haren los

droomden wij luidkeels van luchtkastelen.

 

Thans verdichten wij 't verleden

op een avond van waar en wanneer.

Het jachtseizoen voorbij. De lamp

spint licht zoals de poezen.

Zonen en dochters, ons groeit geen

zekerheid tenzij wat ons de velden leerden.

Na al die jaren: een wenkend vergezicht.

 

 


 

 

 
 
Comments