*Een verhaaltje van men dochter haar School
Sprookjes

 

Het paardebloemelfje

 

Heksen vind ik reuzefijn!!! 

 

Dit is een verhaaltje van de school van mijn dochter, ik vond dit zo mooi dat ik dit wou delen met jullie...
 
 
Jefke, het onze-lieve-heersbeestje
 

 
 
Er was eens een een onze-lieve-heersbeestje, Jozef was zijn naam. Maar iedereen noemde hem Jefke. Hij behoorde tot een grote familie. Vader, moeder en al zijn broertjes en zusjes hadden een rode dug met zwarte stippen. Toen hij klein was, hadden zijn ouders er niet op gelet, maar op een dag, toen de kinderen in de zon speelden, zei mama: 'Vader! Kijk eens naar Jefke! Zie je niets ongewoons?'
'Welnee' zei vader, 'Jefke groeit net zo goed als de anderen. Ik heb ze net allemaal gemeten. Hij is ook al 4 mm groot.'
'Kijk eens naar zijn rug!' zei mams.
'Wat is er met zijn rug?' antwoordde vader. 'Die heeft twaalf zwarte stippen, net zoals de hele familie!'
'Ben je dan kleurenblind!' riep mams uit. 'Hij heeft geen rode rug zoals wij, maar een gele!'
'Wel waarachtig, je hebt gelijk.' zei vader.
'Ik begrijp niet hoe het mogelijk is', zei mams
'Ik ook niet' zei vader, 'maar weet je wat dat betekent. Hij moet naar de gele school. Hij kan niet naar de rode school. Dat weet je.'
Mams ging meteen aan het huilen.
'Kom', troostte vader, 'het is net zo'n goeie school als de onze!'
'Maar daar moet hij helemaal alleen naar toe', zei mams.
'Het loopt allemaal wel los', zei vader. 'Alleen moet we het hem wel vertellen.'
Maar dat was niet nodig.
Want toen de onze-lieve-heersbeestjes groter werden, hadden ze al vlug ontdekt dat Jefke anders was dan zij: 'Hee zegn gele!' riepen ze.
'Jefke heeft in de rijstpap gelegen', giechelde de zusjes.
'Hij heeft een zonnesteek!' Lachten de broertjes.
'En wat dan nog?' zei Jefke. 'We kunnen niet allemaal gelijk zijn. En ik vind geel een mooie kleur'.
En boos werd hij niet. Want hij had een zacht en verdraagzaam hart en was lief en vriendelijk voor iedereen.
Toen onze-lieve-heersbeestjes 6 mm groot waren, gingen ze naar school. Op een morgen stapten ze in rij naar de grote beukenboom.
Vergezeld van vader en moeder. Bij de beukenboom stonden twee verkeersborden: RODE SCHOOL en GELE SCHOOL.
Moeder en vader bekeken mekaar. De twaalf broertjes en zusjes van Jefke sloegen links af. Jefke bleef alleen staan.
'Dag Jefke !' wuifden ze.
'Dag!' wuifde Jefke terug.
Moedig verbeet hij zijn tranen. Het was toch een beetje eng, zo heel alleen naar een nieuwe school.
'Ik moet rechtsaf', zei hij stilletjes.
'Ik ga met je mee', besloot mams en nam zijn kleine pootje stevig vast.
'Ah, een nieuweling!' zei de leraar vriendelijk, 'eer de dag om is, heeft hij hiet net zoveel vriendjes als thuis!'
En dat was waar. Want de gele ruggen waren net zo speelziek als de rode ruggen. En voor hij het wist was de eerste schooldag om. En het prettige was dat er thuis heel wat te vertellen viel.
 
'Ik heb vandaag geleerd hoe je bladluizen moet vangen!' zei Jefke.
'En wij hebben leren vliegen en landen!' zeiden de anderen.
En ze leerden aan mekaar en hadden steeds nieuwe verhalen.
En op een keer bracht Jefke zijn gele vriendjes mee naar huis. Die speelden met zijn rode brortjes en zusjes hele namiddag.
'Maar.... dat is nog nooit gebeurd!' zei vader verbaasd.
'Ieder moet bij zijn eigen kleur blijven!' zei moeder.
'Waarom eigenlijk?' vroeg Jefke. 'Wij zijn toch allemaal van dezelfde soort; allemaal onze-lieve-heersbeestjes!'
Eigelijk had hij gelijk. Dat vonden vader en moeder ook.
'Ik ga het aan iedereen aan zijn verstand brengen' zei Jefke. Hij trok het hele bos rond. En praatte met alle families. Niet iedereen ging meteen akkoord, maar vele wilden het toch proberen.
De volgende zondag nodigden de rode ruggen de gele ruggen uit en omgekeerd. De moeders praatteen over hun kinderen en de vaders praatten over de jacht. En de kinderen speelden met elkaar.
'Zie je nu wel dat we eigenlijk een heel grote familie zijn!' lachte Jefke.
En van die dag af waren ook de apparte scholen afgeschaft. Geel en rood zaten samen op de schoolbanken.
En ze waren gelukkig En na een tijdje kwam er zelfs een nieuwe kleur ruggen bij: oranje. En ook zij werden opgenomen in de gemeenschap.
'Eigenlijk komt dat allemaal door Jefke', zeiden de onze-lieve-heersbeestjes.
'Die heeft ons doen nadenken. Zonder hem leefden we nog allemaal appart.'
Jefke lachte en knikte. Hij verbaasde er zich alleen over dat niemand anders er ooit aan gedacht had. En toen hij oud was en nog veel wijzer kwamen de jonge beestjes nog steeds naar hem toe en vroegen: 'Vertel nog eens van vroeger, Jefke, Toen de roden niet bij de gelen mochten komen!'
En dan lacht Jefke en vertelt zijn verhaal. En iedereen vindt dat het nu veel beter is.