Vanuit de preek

Tijdens de zondagsvieringen probeer ik zoveel mogelijk uit het hoofd te preken, waardoor het moeilijk is om een exacte weergave ervan te geven. Preken is daarbij een communicatievorm die veel met het moment zelf en de aanwezige gemeenschap te maken heeft, waardoor ik altijd wat aarzel om dergelijke teksten los van hun eigenlijke 'thuis' te publiceren. Niettemin is het wel mogelijk om de onderliggende overwegingen te delen. Hieronder staat dus niet de eigenlijke tekst van de preek, maar enkel een weergave van een of meerdere gedachten die er aan ten grondslag lagen of naar voren kwamen.

Kerstnachtmis 2017

Geplaatst 23 jan. 2018 07:07 door A Bultsma

1.
De viering van het kerstfeest heeft door de eeuwen heen natuurlijk allerlei ontwikkelingen doorgemaakt. Kleine en grote. Een paar voorbeelden zal ik u graag noemen.
Grote invloed had in de 13e eeuw het initiatief van Sint Franciscus van Assisi om het kerstverhaal uit te beelden met echte mensen en echte dieren. Dat idee vond snel navolging en geldt als het ontstaansmoment van de kerststal die nu op zoveel plekken te vinden is.
Het was, om een ander voorbeeld te noemen, prins Albert die in de 19e eeuw een ander groot stempel op de viering van ons kerstfeest drukte. Uit Duitsland afkomstig was hij vertrouwd met de kerstboom, die hij daarom introduceerde in Buckingham Palace waar hij samen met zijn vrouw koningin Victoria woonde. De rest is geschiedenis, de kerstboom werd een grote hit.
De laatste jaren is er een weer andere ontwikkeling waar te nemen, waarvan overigens nog bezien moet worden of deze beklijft. Al kunnen we wel zeggen dat deze ontwikkeling tamelijk jammerlijk aansluit bij de toch al wel betreurenswaardige en groeiende gewoonte om allerlei meer elegante manieren los te laten, informele omgangsvormen te bezigen en ons dito te kleden. De ontwikkeling waar ik op doel is de opkomst van de kersttrui, meer speciaal de foute kersttrui.

2.
Het begon allemaal met warme gebreide truien die voorzien waren van motieven en kleuren die gemakkelijk aan de gewenste kerstsfeer doen denken. Maar het is ondertussen tamelijk uit de hand gelopen.
Ze zijn er met elektrische lampjes, maar ook met aan voor en achterzijde complete stukken van een pluchen rendier; wat volgens mij het draagcomfort bijzonder negatief beïnvloed. En dan zijn er ondertussen ook die je alleen in het gezelschap van rijpe volwassenen kunt dragen, omdat de afgebeelde elanden dingen doen waar je getrouwd voor moet zijn.

3.
Maar, zoals u weet, kenmerkt onze kerk zich door een positieve blik naar buiten. (In weerwil van wat velen denken en niet weinig anderen voor waar willen hebben.)
Terwijl er veel is waar we ons met elkaar terecht zorgen over maken en er veel door mensen wordt gezegd en geloofd waar ze echt niet geholpen mee zijn, verheugen we ons over elke vonk of splinter van waarheid die we waar dan ook aantreffen.
Overal waar we waarheid en liefde zien, ontmoeten we immers God. En bovendien: zo’n vonk of splinter kan het aanknopingspunt zijn waardoor we dichter bij elkaar kunnen komen en we allemaal – juist in het onderlinge gesprek - een verdere groei in geloof, hoop en liefde kunnen doormaken.

4.
Het is me dan ook een bijna erezaak om u te doen delen in de vreugde dat we zelfs op het soms toch wel bedenkelijke terrein van de foute kersttrui zulke splinters van waarheid vinden. Of eigenlijk is dat nog te weinig gezegd: het gaat om een best grote zij het beetje glibberige brok aan waarheid waaraan we ons ook best kunnen vasthouden.
Ik laat het u graag zien.
Het blijft natuurlijk een foute kersttrui: niet om aan te zien, een esthetisch drama.
Verder is de verwijzing naar de verjaardag van Jezus een grove versmalling van de eigenlijke betekenis van het kerstfeest. We vieren niet zozeer een verjaardag (alsof we zouden weten op welke datum Jezus geboren is), als wel de menswording van God. De echte vreugde van kerst zit ‘m dan ook daarin dat God dus toch en echt naar de mensen omkijkt. Ja, zelfs onder hen wil leven, ondanks alles wat wij doen om – bij wijze van spreken – bij God tranen en boosheid op te wekken. Ondanks al onze fouten, al onze zonden: God laat niet los. Hij ziet toekomst met en voor ons én realiseert die ook. Als dat geen hoopvolle boodschap is, weet ik het ook niet meer.



5.
Kerst gaat aldus over de menslievendheid van God. En deze wordt op twee bijzonder geslaagde manieren door deze foute kersttrui tot uitdrukking gebracht.
Als eerste moeten we even kijken naar de ketting die Jezus draagt. Er hangt een kruisje aan. Hij zal dat zeker nooit zo gedragen hebben. Maar als iconisch beeld is het een zeer terechte herinnering aan het moment van Jezus’ kruisdood op de berg Golgotha. Daar nog meer dan in de kerskribbe zien we pas echt de aangrijpende diepte van Gods menslievendheid. Jezus gaf aan het kruis niet alleen maar zijn leven voor zijn vrienden, maar ook voor zijn vijanden. En dat is nog niet alles. Jezus’ dood opende de weg naar diens verrijzenis; naar leven in overvloed.
De tweede manier waarom de menslievendheid van God tot uitdrukking komt op deze trui is de afgebeelde duif. Het is een herkenbaar beeld voor de Heilige Geest. Het mooiste is misschien wel dat deze duif niet op Jezus toevliegt, maar van hem wegvliegt. De Geest van God gaat zo van Hem uit. Van Hem naar ons.
De menslievendheid van God is aldus duidelijk verbeeld als niet alleen een gegeven waarzonder we niet kunnen leven, waar we dankbaar voor mogen zijn en zo goed mogelijk mogen proberen te ontvangen. Als de Geest die van Christus uitgaat ons doordringt, dan mogen we er ook in delen.

6.
Kerstvieren, elkaar een zalig kerstmis wensen, kan daarom niet en nooit worden opgevat als slechts een leuke gebeurtenis. Als iets wat ons goed doet en waar we een moment plezier aan hebben (of niet natuurlijk, wanneer de gesprekken aan de dinertafel toch uit de hand lopen). Elkaar zalig kerstmis wensen betekent tegelijk het aanvaarden van het appèl dat van dit feest uitgaat en wat in feite vooruit grijpt naar het feest van Pinksteren; het feest van de Heilige Geest. Het wil zeggen dat we de Geest die van Jezus uitgaat echt ook zelf willen ontvangen, zodat we zelf mogen toenemen in menslievendheid. Meer gaan leven voor God en de naaste zoals Jezus zelf heeft gedaan. En dat – zo goed als dat gaat – zonder reserve.
Wie deze trui zou dragen, zal merken dat de afgebeelde duif als beeld van de Geest dichtbij het hart komt te liggen. Dat is ook precies de bedoeling. Dat de Geest van God ons hart mag raken en ombuigen naar God en elkaar. Dat mogen we elkaar wensen, van harte: Zalig Kerstmis.

Bij het afscheid van de Martinuskerk te Makkum

Geplaatst 3 apr. 2017 05:17 door A Bultsma

5e zondag in de veertigdagentijd A

Ezechiël 37, 12-14
Romeinen 8, 8-11
Johannes 11, 3-7 +17+20-2+33b-45

1.
Een van de grote theologen van de vorige eeuw, Romano Guardini, verklaarde ooit bereid te zijn elke vraag van de Heer bij het Oordeel te zullen willen beantwoorden. Maar één vraag zou hij terug willen stellen: “Waarom toch zulke omwegen naar het heil?”
Het is een vraag die vermoedelijk ook Martha op de lippen bestorven ligt. Waarom zulke omwegen naar het heil? Waarom twee dagen wachten en dan pas afreizen naar zulke goede vrienden in nood? Waarom toestaan dat er twee dagen langer tranen vloeiden om de ziekte en dood van Lazarus? Het is een vraag die ook ons vandaag na aan het hart ligt.
Waarom zulke omwegen naar het heil? Waarom verloopt de verkondiging van het evangelie en de groei van de kerk niet lineair? Waarom gaat het met pieken en dalen, zodat je eerst grotere kerken bouwt om de mensen te kunnen bergen en je jaren later het gebouw moet afstoten omdat er niet meer genoeg kerkgangers zijn om alle lasten te dragen en er mede daarom plannen moesten worden gemaakt om het geloofsleven op een andere plek en op een iets andere wijze gestalte te geven? Hoe goed en verstandig die plannen ook mogen zijn, had het niet anders gekund?

2.
U wilt vast begrijpen dat ik in de voorbije tijd veel heb nagedacht over wat ik nu zou moeten zeggen? Waar denk je aan op een moment als dit, wanneer dergelijk vragen door hoofd en hart gaan? En misschien is het niet zo vroom als u verwacht had, maar ik moest denken aan Harry Potter. En dan met name aan het onlangs als toneelstuk uitgegeven achtste verhaal ‘Harry Potter en het vervloekte kind’. Dit verhaal speelt zich zo’n twintig jaar na de eerste zeven af. Dit verhaal doet ons nadenken over de tijd. Over tijdsverloop en hoe alle goede en slechte dingen daarin hun samenhang vinden en niet meer los van elkaar kunnen bestaan. De jongste zoon van Harry probeert door een reis naar het verleden de zinloze dood van een schooljongen uit Harry’s jaren teniet te doen om zo het nog steeds actuele verdriet van diens vader te lenigen. Hij merkt echter dat een ogenschijnlijk kleine ingreep in het verleden allerlei onvoorziene gevolgen had.
Bijvoorbeeld dat daardoor bepaalde vrienden en vriendinnen niet geboren werden, omdat hun ouders in deze aangepaste geschiedenis niet trouwden. Op een gegeven moment dreigt zelfs dat terug in de geschiedenis niet Harry het kwaad overwint, maar andersom Harry definitief het lootje legt. En de wereld blijvend duister zou zijn.
Harry’s zoon moet leren dat de oplossing van moeilijkheden niet ligt in het zoeken van mogelijkheden om het verleden te veranderen. Het heeft, ook voor ons, niet zoveel zin om af te vragen wat er allemaal anders hadden gemoeten of gekund. Wat als we toen dit of op andere moment dat hadden gedaan? Het antwoord zullen we niet weten en wat daarvan de gevolgen zouden zijn geweest evenmin. De weg is niet terug in de tijd, maar vanuit het nu naar de toekomst. Voor die toekomst speelt het verleden natuurlijk een rol en is zelfs met alle goed en kwaad, met alle lief en leed, heel bepalend, maar alleen als we er niet louter bij stilstaan, maar hier en nu als vertrekpunt aanvaarden.

3.
Dat zien we in het evangelie vandaag ook gebeuren. Waarom Jezus pas na twee dagen afreist zal wel altijd een vraag blijven. Of het anders had gekund ook. Maar als Jezus er is, dan helemaal en totaal in het nu. Huilend om de dood van zijn vriend Lazarus. Vragend naar waar Lazarus nu is.

4.
En dan gebeurt er iets heel opmerkelijks. Martha antwoordt Jezus door Hem uit te nodigen mee te gaan: “Kom en zie”. Dat is echter niet zomaar een uitnodiging van een lieve vriendin. Deze woorden klonken in het evangelie namelijk al eerder, bijna aan het begin, toen de sommige leerlingen van Johannes de Doper aan Jezus vroegen waar hij verblijf hield. “Kom en zie”, antwoordde Jezus toen. En ze gingen met Hem mee. En niet veel later klonken die woorden weer. Toen Filippus namelijk aan Nathaniël zei de Messias gevonden te hebben en hij daarop reageert door te vragen of er iets goeds uit Nazareth kan komen. “Kom en zie”, luidt het antwoord. Hij gaat mee en ziet. Meer nog, hij krijgt daarna van Jezus de belofte nog grotere dingen te zullen zien.
“Kom en zie” zijn woorden die in het evangelie nooit leiden naar de dood, maar altijd naar het leven. Naar de Heer zelf. Het zijn woorden die nu door Martha worden gebruikt om Jezus, de Heer van alle leven, bij de dood te brengen. Opdat het leven wint. Opdat in het hier en nu, door alle vragen en tranen heen, een daadwerkelijk woord van leven klinkt.



5.
In dit “Kom en zie” is ook de intentie verborgen waarmee we vandaag samenzijn. We verlaten deze kerk niet om ermee te stoppen. We gaan hier vandaan omdat we geloven in leven en in toekomst. Deze plek kan ons daarbij niet meer optimaal van dienst zijn. Het is te groot geworden en te duur, maar biedt ook niet meer de beste mogelijkheden om hier en nu dienstbaar te zijn aan de samenleving waar we middenin staan. Willen we geloofwaardig en toekomst gericht blijvend kerkzijn op elk van onze locaties, dan zullen we meer oog moeten hebben voor degenen naar wie Gods erbarmen als eerste uitgaat.
Zodat het “Kom en zie” van Jezus niet alleen ons, maar ook anderen op de been kan brengen en bemoedigen. Zodat we elkaar – hoe dan ook – ontmoeten als degenen tot wie de uitnodiging om met Jezus te zijn gesproken is. Hier in Makkum openen we met daadwerkelijk oog voor de kansarmen in onze samenleving, met het oprechte verlangen iedereen met evenveel eerbied te bejegen als tochtgenoten en met fijne vieringen in een warme huiskerk een nieuwe toekomst. Voegen we aldus een nieuw hoofdstuk toe aan het al oude en inmiddels indrukwekkende levensboek van de katholieke geloofsgemeenschap te Makkum en omgeving. Ook al hebben we helaas nog niet een nieuwe plek gevonden en maken we eerst met graagte gebruik van het zo hartelijke aanbod van de Doopsgezinde kerk om bij hun onder dak te komen.

6.
Waarom het loopt zoals het loopt, weten we vaak niet. Waarom het verhaal van onze kerk niet gewoon een simpel succesverhaal kan zijn met alleen maar groeiden deelnemersaantallen blijft een geheim dat in God verborgen is.
Veel verder dan stamelen dat het gaat om een grote liefdesgeschiedenis tussen God en de mensen en de mensen onderling die nog nooit zomaar over rozen is gegaan, komen we niet.
Maar bij al wat we niet weten, weten we wel dat God ons niet voor het lapje houdt en ons niet om de tuin leidt. We weten dat het niettemin veel van ons vraagt: geduld, vertrouwen, uithoudingsvermogen, tranen, maar ook moed en de wil om te blijven bidden; de moed ook om de uitnodigende woorden van Jezus te horen en ze vervolgens aan Hem te zeggen zoals Martha deed: “Kom en zie”.
We weten dat de Heer ons niet en nooit zal leiden naar de dood, maar altijd naar het leven. Toen niet bij Lazarus. Nu niet te Makkum. Kom en we zullen het zien. Amen.

24e zondag door het jaar C

Geplaatst 12 sep. 2016 08:56 door A Bultsma

11 september 2016

Lucas 15, 1-32

1.
Afgelopen maandag gaf minister Schippers de H.J. Schoolezing onder de titel “De paradox van de vrijheid”. Ze heeft er het nieuws mee gehaald. Tijdens deze lezing heeft de minister een aantal tamelijk niet zulke slimme dingen gezegd. Onder andere dat religie achterhaald zou zijn. En u zult wel begrijpen dat in mijn kringen – op Facebook en dergelijke – de stoppen dan doorslaan. Er waren veel reacties. Daaronder ook een aantal heel verstandige opiniestukken die hun weg vonden naar diverse media. Voor mij was het gebeuren aanleiding om de bewuste lezing eens door te nemen.

2.
De gewraakte opmerking over religie bleek eigenlijk niet meer te zijn dan een onhandige tussenzin, die vooral uitdrukking geeft aan het sowieso wat ondoordachte liberalisme zoals dat heerst in diverse Haagse fracties (en ook wel daarbuiten). De eigenlijke bekommernis was, zoals de titel deed vermoeden, de vrijheid. Minister Schippers zei er wakker van te liggen en met haar dochter van elf voor ogen vroeg ze zich af of de kinderen van nu straks nog wel dezelfde keuzevrijheid zouden hebben als generaties voor hun. Waarbij ze zich realiseerde dat die keuzevrijheid lange tijd niet zo vanzelfsprekend was als nu.

3.
Het ingewikkelde van dit soort lezingen is, dat er vanuit ongetwijfeld echte bezorgdheid met goede bedoelingen uitdrukking wordt gegeven aan allerlei gedachten aangaande de vrijheid, maar nooit precies wordt verhelderd wat vrijheid is en – voornamer – waartoe ze dient. Waarom zijn we eigenlijk vrij? Wat is het belang ervan? Waarom doen we er goed aan vrijheid een recht te noemen?
Vanzelfsprekend wordt tussen de regels door wel een en ander helder. Minister Schippers vliegt vrijheid aan als de mogelijkheid om zelf te beslissen wie je bent, wat je bent, hoe je dat dan doet en waar. Keuzevrijheid, kortom. Aldus wordt ook wel duidelijk dat het achterliggende ideaal zelfbeschikking is: helemaal zelf alles mogen bepalen met betrekking tot je eigen leven.

4.
En zo gezegd, voelt men al snel aan dat dit geen vruchtbare manier van denken is. Deze benadering brengt ons niet tot de kern van wat vrijheid is en waarom het er toe doet. Vanzelfsprekend is keuzevrijheid wel van enig belang, dat is het punt niet.
Wie echter het eigen leven overziet bemerkt al snel dat het om te beginnen geen eigen keuze is geweest om te leven. En ook het nest waarin iemand opgroeit is niet zelf gekozen, zoals de plaats waar dat nest stond evenmin aan eigen keuze onderhevig was. Of wat anders: wie ervoor kiest om bij de volgende Olympische Spelen de gouden medaille te verwerven op de 200 meter hardlopen, kan dat wel beslissen maar stevent vermoedelijk af op een volstrekte teleurstelling.
Vrijheid gaat niet als eerste om keuzevrijheid. Als christenen kunnen en zullen we een dergelijke benadering niet aanvaarden. Vanuit de Schrift wordt ons immers voorgehouden dat we vrij zijn om lief te hebben. We hebben van God vrijheid gekregen om ja te kunnen zeggen. Ja tegen God, maar evengoed ja tegen de mensen om ons heen en de wereld waarop we leven. En, voegen we toe, ook ja tegen onszelf. Dat ja kan alleen maar dan een echt en hartelijk ja betekenen, wanneer er de mogelijkheid van een nee is. Ziedaar de reden van onze vrijheid. We zijn vrij om ja te zeggen, om lief te hebben, maar kunnen daarvan afzien.

5.
Het evangelie vandaag biedt ons wat dit betreft veel inzicht. Een vader had twee zoons. De jongste deed iets doms en zondigs: hij verklaarde zijn vader dood, nam zijn deel van de erfenis mee en verbraste die. Hij was niet meer vrij om zoon te zijn of broer en realiseerde zich dat eenmaal in nood. Hij was – zoals Paulus zegt – slaaf van de zonde. Hij was nog wel vrij om op zijn schreden terug te keren, maar of hij daarmee nieuwe levensruimte herwint is niet meer aan hem. Kan ook niet aan hem zijn.
Zijn vader is eveneens vrij en vanuit liefde vergeeft hij zijn jongste. Hij neemt hem opnieuw aan (had hem nooit zelf verstoten) en schenkt zo de vrijheid om zoon te zijn. Vrijheid blijkt een gave te zijn, niet iets wat je zelf kunt verwerven. Spannend wordt het nu in relatie tot de oudste zoon. Is hij bereid de ruimte en de vrijheid te hergeven om weer broer te zijn? We horen het antwoord niet, maar voelen aan dat wanneer hij dat niet doet we niet per se veel zijn opgeschoten. Het eventuele nee van de oudste zou de vrijheid van zowel de jongste als de vader belemmeren.

6.
De paradox van de vrijheid is niet – zoals maandag door de minister werd betoogd – dat we vrijheid beperkende middelen moeten inzetten om vrijheid te bewaren. Ook niet dat we elkaar in de nek moeten gaan hijgen, omdat er iets gebeurt of wordt gezegd wat ons niet bevalt. De paradox van de vrijheid is dat we er niet zelf over beschikken. Vrijheid moet ons geschonken worden; dienen we elkaar te schenken. Het is niet los verkrijgbaar. Niemand is in zijn of haar eentje vrij.
Waar mensen vanuit angst of boosheid elkaar bejegenen wordt ons allemaal vrijheid ontnomen. Waar echter liefde, trouw, geduld en vergevingsgezindheid onze omgang bepalen, daar schenken we elkaar met Gods hulp vrijheid en komt ieder in liefde tot zijn of haar recht. Daar kan geleefd, dat wil zeggen: samengeleefd worden.

Sacramentsdag 2016

Geplaatst 30 mei 2016 03:14 door A Bultsma

Genesis 14, 18-20
1 Korinthiërs 11, 23-26
Lucas 9, 11b-17

1.
Als stagiair was ik ooit eens op school in de klas van, ik meen, groep vier. We lazen en bespraken daar met elkaar hetzelfde evangelieverhaal als vandaag: de wonderbare broodvermenigvuldiging. Een jongetje stak zijn vinger op en verklaarde met grote stelligheid zeker te weten dat Jezus ergens achter een boom een grote stapel broden had verstopt. Want dit kon natuurlijk niet, je kunt niet met vijf broden en twee vissen zoveel mensen te eten geven. Met andere woorden, zo was zijn onuitgesproken conclusie: dit was een goocheltruc.

2.
Vermoedelijk zullen de meesten van ons dit niet zo willen zeggen, maar we vragen ons allemaal of hoe dit nu toch kon. En dan zijn er ogenschijnlijk twee oplossingen. Ofwel is het inderdaad een goocheltruc, ofwel we dienen dit verhaal symbolisch op te vatten. Niet echt gebeurd, maar met een boodschap die er toe doet.
Deze symbolische benadering maakt het echter moeilijk om volledig recht te doen aan de speciale plaats die deze vertelling inneemt in de evangeliën. Alle vier evangelisten vertellen het en sommige met een kleine variatie zelfs twee keer. En telkens niet als een verhaal in de marge, maar als een geschiedenis met groot gewicht.
Bij Lucas, onze evangelist van dienst, staat het gehoorde tussen eerst de vraag van Herodes wie nu toch Jezus is en daarna de belijdenis van Petrus; “Gij zijt de Christus”. De broodvermenigvuldiging kan kennelijk niet gemist worden om van de vraag naar het antwoord te komen.

3.
Welbeschouwd werden we vandaag getuigen gemaakt van het scheppend handelen van God. De broodvermenigvuldiging zet de schijnwerper op de gebeurtenis waarmee het allemaal begon, maar verheldert tevens dat het daarmee niet ophield. God was niet één moment Schepper om daarna, als was hij een horlogemaker, zijn product aan de meegegeven logica over te leveren en er niet meer naar om te zien. Hooguit nog eens een beetje onderhoud, misschien. God was niet één moment Schepper, maar is voortdurend scheppend actief. Zonder ophouden gunt en geeft Hij ons het leven en al wat we daarvoor nodig hebben. Zijn scheppend handelen betekent ons behoud.

4.
Als Christenen zeggen we dat aan het begin God de wereld uit niets geschapen heeft. Daarmee drukken we uit dat onze wereld en ook onze levens geen andere bestaansbron hebben dan God zelf, enkel voorkomen uit zijn liefde. Maar daarna is de voortgaande schepping een geschiedenis gebleken die niet buiten mensen omgaat. Steeds weer blijkt de menselijke inbreng er toe te doen. En steeds weer blijkt tevens dat die menselijke inbreng op zichzelf te weinig is. Precies zoals vijf broden en twee vissen beslist onvoldoende waren om de aanwezige menigte te voeden, laat staan om over te houden. Niettemin werd door Jezus die kleine inbreng gevraagd en was wat Hem in handen werd gelegd het vertrekpunt om tot grote overvloed te komen.

5.
We doen er goed aan om dit niet alleen als aardige theorie af te doen, als een leuk element voor de persoonlijke spiritualiteit of als iets van vroeger. Waar we hier op gewezen worden geldt ook nu, geldt voor ons.
Bijvoorbeeld nu we in onze parochie bezig zijn ons op de toekomst voor te bereiden en daartoe onze gebouwensituatie drastisch zullen gaan aanpassen. Er worden gebouwen afgestoten, maar ook weer andere in gebruik genomen. En momenteel gaat dat allemaal best snel en voortvarend. Vanzelfsprekend komt de vraag op of we het wel moeten doen. Heeft het wel zin? We zijn krimpende gemeenschappen, zoals het nu lijkt gaat de laatste straks het licht uitdoen. En misschien voelen we ons ondertussen ook al wel vermoeid van alles wat we reeds hebben gedaan. Waarom nog energie steken in iets nieuws? Waarom nu nog het roer omgooien en zoeken naar andere vormen van samen de parochie en de locaties vormgeven als daadwerkelijke plaatsen van geloof? Het zijn terechte vragen en de richting van het antwoord wordt ons vandaag gegeven. Uiteraard is onze inbreng niet genoeg. Als we afgaan op wat wij vermogen wordt het niets. Maar wanneer we wat we hebben en kunnen aan de Heer aanbieden, mag het een aangrijpingspunt zijn voor zijn voortdurende scheppend handelen. Uiteraard weten we niet hoe en wat het zal worden, dat zullen we wel zien. Toch: alleen wanneer we het povere wat we hebben aanbieden, ter beschikking stellen, alleen dan kan het meer worden. Hoe pover ook: voor God is het genoeg!

5.
Het is niet voor niets dat de manier waarop Jezus’ handelen vandaag wordt beschreven lijkt op wat Hij deed tijdens het Laatste Avondmaal en tevens lijkt op hoe we eucharistie vieren: Hij nam het brood, sprak de dankzegging uit, brak het en deelde uit.
De eucharistie heeft diepe inhoud en vele betekenissen, maar in ieder geval ook deze: het is een voortdurend herinneren aan de creatieve macht van God. Als we Hem toevertrouwen wat we hebben – hoe pover ook – schenkt Hij ons oneindig veel meer.

Lisieux, 1 mei 2016

Geplaatst 8 mei 2016 09:29 door A Bultsma

Tijdens de eerste viering van de diocesane bedevaart naar Lourdes mocht ik in de crypte van de basiliek te Lisieux de homilie verzorgen.

Jesaja 66, 10-14
Matheus 18, 1-4

1.
We zijn ondertussen een dag onderweg en bevinden ons momenteel in het noorden van Frankrijk. 850 kilometer zijn we verwijderd van onze bestemming Lourdes. We hebben, met andere woorden nog een lange weg te gaan.
Niet alleen in letterlijke zin ligt er nog een heel parcours voor ons. Ook in overdrachtelijke zin kan een reis, een weg lang zijn. Misschien geldt dat voor u wel met betrekking tot deze bedevaart. Misschien heeft u een flinke financiële inspanning moeten leveren om mee te kunnen. Moest u sparen, zuinig leven en zo ook uitgekeken naar deze reis die voor u belangrijk is. Maar het kan ook zijn dat u in een of andere medische molen bent verzeilt geraakt. Bent u dankbaar voor de goede afloop, probeert u zich te verzoenen met wat de dokters u moesten zeggen of zit u er nog midden in en voelt u zich onzeker. Weer anderen kampen met verlies en zoeken wegen om verder te kunnen nu een dierbare overleed, een relatie stuk liep, u ontslagen werd of te maken kreeg met de gevolgen van een niet verlangde overplaatsing; of u moest wisselen van bisdom. En mogelijk bent u vooral onderweg met het geloof zelf, omdat het een deuk opliep. Omdat Christus en zijn kerk vooral als een groot vraagteken voor u staan.

2.
En dan komen we onderweg naar Lourdes in Lisieux waar alles draait om de kleine weg, zoals die door Therese van Lisieux werd ontdekt en ons werd voorgeleefd. Op onze lange weg, lange wegen, nadenken over een kleine weg. Het is niet bedoeld als grap, niet als ontkenning van onze vragen en noden. Het is ook niet bedoeld als doekje voor het bloeden.

3.
In ieder geval voor Therese zelf niet. De kleine weg kwam haar niet zomaar aanwaaien; paste ook niet bij de overheersende geloofsbeleving van haar dagen. Ze werd geboren in 1873 en mocht slechts 24 jaar oud worden. In haar korte leven kreeg ze heel wat te verduren. Ze was vier toen haar moeder overleed. Het betekende een enorme breuk in haar leven. Later zou ze nog een aantal breukmomenten beleven. Ze was als kind ernstig ziek, psychisch labiel en hoewel vol geloof toch godsdienstig onzeker (om het eens heel voorzichtig te zeggen). Ze leed veel. In de kersnacht vlak voor haar 13e verjaardag vermag ze een sprong in volwassenheid te maken. Ze komt met beide benen op de grond, gaat ijverig leren en groeit in haar religieuze roeping. Na veel gedoe, dat haar tot bij de Paus brengt, treedt ze als vijftienjarige in. Hier te Lisieux in de Karmel, waar al twee zussen waren ingetreden en nog een vierde zou volgen. Ze leed een tamelijk anoniem en gewoon leven als karmelietes. Ze overleed na een paar jaren te zijn verteerd door TBC.
Pas na haar dood wordt ze wereldberoemd wanneer haar geschriften worden gepubliceerd. Ze bleek en blijkt een geweldige gids voor wie in liefde met God en zijn mensen wil leven.

4.
Uit die geschriften komt Therese naar voren als een ambitieuze vrouw. Ze had een geweldig verlangen om heilig te worden en meende dat God haar op dit punt geen onvervulbare verlangens kon ingeven. Daarbij voelde ze alle roepingen. Ze wilde in de missie, ze wilde priester worden, ze wilde zoveel en dat allemaal voor Jezus.
Ze doet dan twee ontdekkingen door te leven met de Bijbel als haar gids. Als eerste leert ze van de apostel Paulus over de kerk als Christus’ Lichaam. Daarin heeft ieder een eigen plaats, een eigen rol, zoals ledematen dat hebben. Ze ontdekt dat haar roeping ligt in het zijn van het hart. Voor alle roepingen is liefde nodig, en zij zou die liefde zijn. Ze jubelt het uit: zij zal het hart zijn.
Maar dan het verlangen om heilig te worden. Ze erkent volledig zwak te zijn, niet zo heroïsch als de voorbeelden die ze kent. Ze wil zo graag, maar krijgt het niet voor elkaar. En ze heeft zelfkennis genoeg om te weten dat het ook nooit zal lukken. Doelbewust gaat ze dan op zoek, opnieuw in de Bijbel. Ze weet namelijk van een nieuwe uitvinding. In grote huizen gaat men tegenwoordig niet meer met de trap van verdieping naar verdieping, maar met de lift. Zij zoekt zo’n lift om in de hemel te kunnen komen.
Ze vindt dan de twee passages die wij vandaag als lezingen hebben mogen horen. Als eerste de evangelielezing, waarin het gaat over Jezus die kinderen roept. Worden als een kind, dat stelt haar gerust. Ze hoeft niet groter te worden, maar wordt gevraagd juist klein te blijven. Kleiner te worden. Want zo kan ze door Jezus gemakkelijk gedragen worden. Zijn armen zijn de lift die ze zocht. In zijn barmhartigheid zal Hij haar optillen. Daar wil ze beschikbaar voor zijn.
Zelf denk ik dan vaak aan een peuter, die je qua gewicht nog best kunt optillen, maar die niet meer te dragen is wanneer hij/zij begint te spartelen. Het gaat erom je te laten dragen. Daarop te vertrouwen, daarmee genoegen te nemen.

5.
Voor Therese betekent dit dat ze bloemen moet strooien. Bloemen, dat zijn de kleine attenties die je uit liefde voor God en de naaste betuigd. Kleine daden van dikwijls ongeziene, soms zelf miskende liefde. Het kan zo concreet zijn als in het verkeer de fouten van anderen accepteren en opvangen, zodat iedereen veilig thuis komt. Het kan zo simpel zijn als het geklungel van iemand aanvaarden en subtiel in goede banen leiden. Geen grote dingen, maar klein. In elke situatie kansen zien om daadwerkelijk lief te hebben.
Therese zelf heeft in haar korte maar dikwijls niet gemakkelijke leven, die kleine weg ontdekt en voorgeleefd. Als een manier om de lange wegen die we soms gaan begaanbaar, maar ook vruchtbaar te maken. Door het als de goede grond te beschouwen waarop altijd weer bloemen kunnen groeien. Bloemen die zij op haar weg volop heeft geplukt en aangeboden. Bloemen die ze beloofde te zullen strooien vanuit de hemel. Bloemen waarvoor ook wij oog kunnen hebben op onze eigen wegen, ondanks alles wat er zich kan voordoen. Bloemen die we ook zelf kunnen plukken en aanbieden uit liefde voor God en de naaste.

3e zondag van Pasen C

Geplaatst 16 apr. 2016 02:02 door A Bultsma

Workum, Witmarsum, Bolsward, 10 april 2016.

Handelingen 5, 27b-32+40b-41
Openbaring 5, 11-14
Johannes 21, 1-19

1.
Vorige week lazen we net als deze zondag uit het Johannesevangelie. We hoorden toen over de apostel Thomas. Aan het einde van die lezing merkte de evangelist op:

“In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan welke niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.”


Je zou zeggen, dat is een slotopmerking. Daarmee wordt zijn evangelie afgesloten. Het gedeelte wat we vandaag mochten horen, komt er echter meteen achteraan. Op een paar verzen na, hebben we niet vorige week, maar vandaag tot het slot gelezen.

2.
Het lijkt wel alsof er toch nog een toetje inzat. Of misschien moeten we dit laatste stuk beschouwen als een supplement. Of, zou het beter zijn om wat we vandaag hoorden te beschouwen als een soort samenvatting waarin alle belangrijke elementen in het gehele evangelie nog eens aan de orde komen?
We merken in ieder geval dat het verhaal van vandaag boordevol verwijzingen zit naar wat we al eerder mochten horen. Denk aan de leerlingen die dus vissers waren, maar nu op een andere manier. En hun zwoegen kon alleen maar vruchtbaar worden op het woord van de Heer. Lijkt dat niet op het begin: “In het begin was het Woord ....”? En probeert Johannes ons ook al niet vanaf het begin duidelijk te maken dat aan de lange vruchteloze nacht een einde komt wanneer Jezus verschijnt? Breekt niet juist dan de dageraad aan? Een nieuwe dag? Ook naar de eucharistie wordt verwezen. Zij het vandaag bij een soort picknick. Toch: de verrezen Heer neemt het brood en de vis. Hij geeft wat van Hem komt, maar niet zonder de bijdrage van de leerlingen.

3.
Een opvallend detail is het getal 153. Al helemaal als het inderdaad om een samenvatting gaat. Waarom niet 154 of 152 of een ander getal? Zo’n exact getal moet wel betekenis hebben. En de boodschap die het uitdraagt is dan kennelijk belangrijk voor heel het evangelie. En dat klopt ook wel. De geleerden zijn het er niet helemaal over eens hoe precies, maar toch. Sommigen zeggen namelijk dat 153 het aantal toen bekende volken was. Anderen menen dat men 153 soorten vis kende. Hoe het ook zij: het gaat duidelijk om volheid, om iedereen. Alle mensen, alle volken zijn geroepen en bestemd om in de liefdevolle netten van de Heer te geraken. En zo als schaapjes op het droge te worden gebracht.

4.
En precies dat is een les die we vaak vergeten. Het evangelie is er voor iedereen. Elke mens mag er van horen, elke mens en elk volk mag de Heer en zijn evangelie ontmoeten en daar vreugde in vinden. Maar steeds weer zijn we geneigd alleen aan ons eigen clubje te denken, aan onze eigen cultuur, aan wat ons vertrouwd is.
Hoe vaak worden we niet bang gemaakt voor andere mensen en andere culturen? Hoe vaak laten we ons bang maken? Maar binnen de christelijke gemeenschap kan dat niet bestaan. Natuurlijk zijn er dichtbij of ver weg mensen die we niet graag mogen. Natuurlijk zijn er volken, culturen en talen die ons vreemd zijn; mogelijk zullen we sommige mensen en hun culturen nooit helemaal goed begrijpen. Toch zijn ze allemaal geroepen tot de gemeenschap van de Kerk. Die al in de netten zijn – netten die heus wel eens op knappen kunnen staan, maar nooit mogen breken – zijn onze broeders en zusters. Wie nog niet als schaapjes op het droge zijn gebracht zijn het in potentie en blijven sowieso door God geliefde mensen. Geen enkel menselijk leven is immers het gevolg van een ongelukje. God wil ons allemaal. Iedere mens is aldus geroepen de liefde van God te leren kennen.

5.
De vraag die Petrus krijgt voorgeschoteld is daarom hoogst relevant. Het zijn vast vragen die zijn eerdere verloochening weerspiegelen. Maar hier leiden ze ook tot een bijzondere opdracht: het weiden van de kudde. Jezus vraagt echter niet: heb je de juiste diploma’s? Of: spreek je je talen? Ook niet: snap je nu wat ik bedoelde? Nee, de enige vraag is deze: heb je me lief?
Weliswaar zijn wij niet geroepen tot de taak van Petrus, maar die vraag kunnen we ons als essentiële vraag voor christelijk leven wel stellen. Heb ik lief? Heb ik de Heer lief? Heb ik zodoende ook mijn medechristenen lief? En al die anderen? We mogen immers niet en nooit vergeten dat het om 153 gaat, om iedereen.

1e zondag van Pasen

Geplaatst 16 apr. 2016 01:57 door A Bultsma   [ 16 apr. 2016 01:58 bijgewerkt ]

Witmarsum/Bolsward, 27 maart 2016.

Handelingen 10, 34a+37-43
Psalm 118, 1-2+16a-17+22-23
Kolossenzen 3, 1-4
Johannes 20, 1-9

1.
De meesten van ons zullen tamelijk doorgewinterde christenen zijn. Voor wie dat niet geldt: geen enkel bezwaar. Welkom! Velen hier zullen niettemin al van kinds af aan vertrouwd zijn geraakt met de Kerk en het geloof. We kunnen ons misschien niet anders heugen dan dat er gebeden werd, de kerkgang bij het gewone leven hoorde, er een kruisbeeld in de kamer hing en natuurlijk dat jaarlijks na een periode van vasten het Paasfeest werd gevierd. De belijdenis dat Jezus die gekruisigd werd uit de dood verrees, is daarom niet nieuw, maar klinkt veeleer vertrouwd.
Daar schuilt wel een gevaar in. Namelijk dat het allemaal nogal gewoontjes wordt en we er te snel aan voorbij leven. Alleen al om dat te voorkomen, is het een geweldige zegen elk jaar het Paasfeest te mogen vieren. Als óók een uitnodiging om met frisse ogen naar die bijzondere gebeurtenissen op die eerste paasmorgen te kijken. Ons opnieuw te laten verwonderen. Het evangeliegedeelte van vanmorgen is daarbij een geweldige hulp.

2.
We ontmoeten Maria Magdalena die vóór alle anderen naar het graf gaat, maar ziet dat de afsluitende steen is weggerold. Dit is voor haar overduidelijk een teken, maar waarvan? Zij meent aanvankelijk dat het een teken is van lijkroof. Ze hebben het dode lichaam van de Heer meegenomen, maar waarheen?
Wanneer ze haar verhaal heeft gedaan bij Petrus en de andere leerling – de traditie leert ons dat het om Johannes zelf gaat – snellen ze naar het graf. Petrus en Johannes gaan het graf binnen en treffen het keurig opgeruimd aan. Opnieuw een teken, maar waarvan? Niet van lijkroof, want dat verloopt vast niet zo ordelijk. Ook niet van zoiets als toen met Lazarus. Die moest nog worden bevrijd van zijn zwachtels, toen hij terug onder de levenden kwam.
We hoorden dat Johannes – die andere leerling – als eerste tot geloof komt. Hij is kennelijk in staat geweest de tekenen goed te verstaan.

3.
De situatie waarin die drie volgelingen – Maria Magdalena, Petrus en Johannes - zich bevinden lijkt veel op de onze. Tot op dit moment hebben ze de verrezen Heer nog niet in levende lijve ontmoet. Dat komt nog. Net als wij nu, moeten zij het doen met de tekenen die ze krijgen en om duiding vragen: de weggerolde steen, de opgerolde kleden.
Het is daarom belangrijk ons af te vragen waarom Johannes tot geloof kon komen. Het zou ons kunnen helpen ons eigen geloof te blijven onderhouden, te vernieuwen.
Volgens mij ligt het antwoord in de kennis die Johannes had. Kennis van hoofd en van hart. Kennis niet alleen in de zin van iets weten (kennis hebben van), maar ook van in een betrekking tot iemand staan (kennis hebben aan).
Hij verbond de zichtbare tekenen als eerste met wat hij reeds wist van Jezus, van zijn woorden en daden, maar ook met zijn liefde voor de Heer. Hij was immers, wat het evangelie noemt, de beminde leerling. Doch niet alleen dat. Johannes kon wat hij zag ook verbinden aan het geloof van Israël, dat leeft voor en vanuit het Verbond dat God met hen sloot. Dat alles gaf de doorslag, opende zijn hart en hoofd. Dat alles samen gaf hem de mogelijkheid om tot inzicht te komen.

4.
Voor ons zal het niet anders zijn. We hebben kennis van hoofd en hart nodig om de tekenen te verstaan. Ze dienen in de juiste context geplaatst te worden om ook voor ons hun werkelijke betekenis te krijgen. Terwijl we om te beginnen de bereidheid moeten hebben om te zien en ons te verwonderen.
We kunnen en mogen het Paasfeest daarom niet vieren als een feest van louter herinnering aan een uniek gebeuren daar en toen. Wanneer we vandaag in de lezingen horen dat de leerlingen het geloof verkondigen en daarmee het getuigenis van de Kerk geven, worden wij eveneens aangesproken. Als eerste om zelf het getuigenis te horen, er met hart en hoofd kennis van te nemen. Maar vervolgens om elkaar en anderen dit getuigenis te gunnen en toe te vertrouwen als een boodschap die nu realiteit is, nu actueel is. Die we daarom met elkaar moeten delen en elkaar moeten gunnen, opdat we niet voorbij lopen aan de tekenen van deze tijd, die we mogen verstaan én die we ook zelf mogen oprichten.
Zodat we leren verstaan en waarderen dat overal waar liefde is, overal waar leven het wint van de dood, overal waar onrecht plaats maakt voor het goede – al is het maar in het kleinste – dat dit allemaal tekenen zijn zoals die weggerolde steen en die opgerolde kleden.

5.
Hopelijk wordt het zo nooit gewoon. Kunnen we ons blijven verwonderen en blijven groeien in geloof en in dankzegging. Want zie, Hij is niet dood, Hij leeft. En wij? Wij mogen leven met Hem! Alleluia!

2e kerstdag: H. diaken Stefanus, martelaar

Geplaatst 29 dec. 2015 06:00 door A Bultsma

Handelingen 6, 8-10+54-60
Matheus 10. 17-22

1.
Het kerstfeest zoals wij dat vieren kent verschillende lagen. Er is de oude laag van het midwinterfeest wat verband houdt met de zonnewende. De dagen lengen weer, het licht breekt steeds ruimer baan. Er is zeker tegenwoordig de laag van het familiefeest, wat zich welhaast als een onoverkomelijke verplichting aandient en – volgens de regels van het ritueel - gepaard gaat met meer dan gewone luxe aan tafel. En dan kunnen personen of families ook nog persoonlijke betekenislagen aan kerst verbinden. Bijvoorbeeld wanneer deze dagen samenvallen met het moment dat er afscheid moest worden genomen van een dierbare. Voor ons als christenen is een wezenlijk element natuurlijk het feest om de menswording van God.
Al deze lagen kunnen prima naast elkaar bestaan en elkaar zelfs positief beïnvloeden. Het is echter ook denkbaar dat het een wat teveel ondergesneeuwd raakt door het ander. Het overwegen van de martelaar Stefanus kan ons helpen erbij stil te staan hoe wij die verschillende betekenislagen van het tegenwoordige kerstfeest beleven.

2.
We leven in de gelukkige omstandigheid nog tamelijk vanzelfsprekend het kerstfeest te mogen vieren zoals we het willen. Dat is lang niet overal op aarde zo. Het christelijk geloof is nog altijd de meest vervolgde godsdienst, zo heb ik me laten vertellen (meest vervolgd is niet hetzelfde als de enige vervolgde godsdienst). Er zijn broeders en zusters die te vrezen hebben wanneer ze de christelijke dimensie van het kerstfeest uitdrukking willen geven.
Wij zouden misschien de vraag moeten stellen of we eigenlijk wel toekomen aan het bewust vormgeven van de christelijke betekenislaag van het in onze samenleving gangbare kerstfeest.

3.
Er kunnen grosso mode drie redenen zijn waarom we als christenen met ons kerstfeest niet zo opvallen en daarom ook niets te vrezen hebben. Als eerste is het mogelijk dat onze samenleving zo volkomen christelijk is, dat het niet meer contrasteert met wat anderen doen. De tweede mogelijkheid is dat onze samenleving zo onverschillig is geworden dat het werkelijk niemand ook maar wat uitmaakt hoe we onze feesten waarom vieren. De derde mogelijkheid betreft onszelf. Misschien zijn we wel zo in de grotere samenleving opgegaan, dat we geen verschil meer maken. Vermoedelijk hebben we in realiteit te maken met een of andere mengvorm van deze drie redenen.

4.
We zijn als christenen niet geroepen om per se en altijd een tegencultuur te vormen. Onze zending is het om het evangelie de wereld in te dragen met woorden en daden die spreken van Gods liefde en trouw. We zijn geroepen om daar waar onrecht heerst niet te zwijgen, waar menselijke waardigheid niet wordt eerbiedigt dit aan te kaarten. En waar de schepping wordt geschonden het er niet zomaar bij te laten. Niet alleen in woorden, maar ook door de manier waarop we leven getuigend van onze diepste overtuigingen.

5.
We zijn, anders gezegd, geroepen om het zout der aarde te zijn. En dat altijd op een smaakvolle wijze. Onze opdracht is het niet om de gehele maaltijd te bederven. Al realiseren we ons best, dat ook dan niet iedereen altijd de spreekwoordelijke maaltijd zal lusten. Dat zal ons echter niet stoppen er van te genieten. Ook niet om het anderen gastvrij te blijven aanbieden. Ook al weten we dat het om voedsel gaat dat je in veel gevallen moet leren eten.

Dagmis van Kerst 2015

Geplaatst 29 dec. 2015 05:31 door A Bultsma   [ 29 dec. 2015 05:33 bijgewerkt ]

Evangelielezing: Johannes 1, 1-18.

1.
De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) wordt net als wijzelf geconfronteerd met veranderende omstandigheden waaronder het geloof moet worden beleefd, beleden en vormgegeven. De individualisering, de digitalisering, de secularisatie, het stokken van de geloofsoverdracht van generatie op generatie, de krimp en noem zo maar op. In antwoord daarop zoeken zij net al wij naar begaanbare wegen. De titel waaronder de PKN dit doet luidt: “Waar een woord is, is een weg”.
Deze titel spreekt van hoop, wijst op een mogelijkheidsvoorwaarde en duidt op een fundamenteel gegeven van ons geloof.

2.
De mogelijkheidsvoorwaarde betreft de noodzaak om met elkaar in gesprek te blijven. Daar waar we met elkaar blijven spreken, waar woorden mogen klinken en ook worden gehoord, daar is altijd een weg. Ook al vraagt dat misschien veel geduld, misschien loopt het totaal anders dan we ooit hadden kunnen denken: waar woorden als uitdrukking van onze gevoelens, wensen en gedachten mogen klinken en worden gehoord is er een weg die we samen gaan. Het wijst ons op de noodzaak van communicatie – communiceren - voor de communio, de gemeenschap.

3.
Tegen de achtergrond van het evangelie van vandaag, duidt de titel “Waar een woord is, is een weg” ook op een fundamenteel gegeven van ons geloof. Immers daar waar Gods Woord is, daar klinken woorden van leven. God zelf is leven en liefde, zijn Woord kan niets anders zijn. Waar Gods Woord mag klinken, waar het (verbaal en non-verbaal) stem krijgt en wordt gehoord, daar is toekomst. Daar opent God voor ons zijn wegen. Mogelijk wegen die we zelf niet hadden kunnen denken of dromen en waar we zelfs even aan moeten wennen.

4.
Nu, met Kerst, vieren we dat Gods Woord is vlees geworden, menselijk onder ons is gekomen (onder ons zijn tent heeft opgeslagen). Gods Woord blijkt geen droog college te zijn of een veel te dik boek. Gods Woord komt tot ons in en door een persoon, die open staat voor een liefdevolle en ook geduldige relatie met iedere mens. Wie zoekt Gods woord van leven te horen, nadert dus best tot Jezus om bij Hem te ontdekken dat God al zocht naar ons voor wij maar op het idee kwamen tot Hem te gaan.

5.
“Waar een woord is, is een weg”. Deze titel doet ook denken aan de woorden die Jezus verderop in het Johannesevangelie spreekt: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader, tenzij door Mij” (Joh. 14, 6). Waar wij met de handen in het haar kunnen zitten hoe toch vooruit te komen met alles wat er voor verbetering vatbaar is in onze wereld, in ons samenleven en in onze eigen manieren van spreken en doen, mogen wij te midden van onze zorgen maar ook ons plezier een woord ontvangen dat ons op menselijke wijze de weg wijst die God met ons wil gaan. Een weg van duister naar licht. Een weg van verdriet naar vreugde. Een weg die zich opent wanneer we de Heer in het hart sluiten. Want waar een Woord is, daar is een weg.

Kerstnacht 2015

Geplaatst 29 dec. 2015 05:01 door A Bultsma

1.
Wanneer je wat leuks beleeft, dan is het heel gewoon geworden om dat vast te leggen. Vroeger moest je daar een camera voor meezeulen en die dan aan een ander toevertrouwen indien je ook zelf in beeld wilde komen. Nu is dat anders. Tegenwoordig maken we selfies, al of niet met behulp van een selfiestick.
Nu is deze gebeurtenis vanavond voor mij best bijzonder. Zo vaak heb ik de kerk niet vol. Als u me dus niet kwalijk neemt (selfie maken).

2.
Eigenlijk is zo’n selfie een interessant fenomeen. Helemaal als we ook nog de gewoonte hebben onze producties te delen op bijvoorbeeld Facebook. Je kunt de selfie zien als het ultieme symptoom van een doorgeschoten individualistische samenleving, waarin iedereen zijn eigen hoofdrol speelt en alles en iedereen om de eigen persoon draait. Je kunt de selfie echter ook benaderen vanuit een wat meer sociale optiek. De selfie doet op een uitvergrote en selectieve manier iets, wat we eigenlijk voortdurend doen te midden van onze medemensen: onszelf laten zien in relatie tot de ander en de omgeving waarin we verkeren. De selfie laat zien met wie we waar gezien willen worden. En in die zin verraadt de selfie onze persoonlijkheid, ons karakter, onze identiteit. Zet maar eens een reeks selfies van eigen hand naast elkaar en je ziet hoeveel je eigenlijk prijsgeeft van jezelf.

3.
Juist die tweede benadering kan ons helpen nog eens de betekenis van kerst voor ogen te nemen. Als we het getuigenis van de H. Schrift en daarmee ook het getuigenis van onze Kerk serieus nemen, dan zou je – uiteraard met de nodige mitsen en maren – kunnen zeggen dat Jezus een selfie is van God. We vieren immers kerst niet als een leuk verjaardagsfeestje, maar als dankbare herdenking van de menswording van God. Jezus is de Immanuel: God met ons. Wie God wil leren kennen kijkt daarom het beste naar Jezus.

4.
Als Jezus een selfie is van God, dan wil dat ook zeggen dat God graag met ons gezien wil worden. En dat dan ook nog eens hier en nu in deze wereld. God had kunnen overwegen te wachten tot we bij Hem in de hemel zijn. Zulks zou ongetwijfeld een mooier aanblik hebben geboden. Maar daar is de keuze niet op gevallen. God wil hier en nu met ons gezien worden. Ondanks de miskleunen die we zelf als mensen regelmatig maken, ondanks de puinhoop die we hier en daar van deze aarde hebben weten te maken: Gods liefde is zo groot, Hij wil met ons gezien worden.
Kerst is alleen al daarom een feest van hoop. Als God mens wordt, als Hij met ons gezien wil worden, kan het nooit zo erg zijn dat Hij er geen perspectief meer in ziet. Als God met ons wil zijn, is er sowieso toekomst. Ook al kan dat er heel anders uitzien, dan wij kunnen of durven denken.

5.
God wil met ons gezien worden. Dan rijst wel de vraag of wij ook met Hem gezien willen worden. Zodat wij niet alleen deel mogen zijn van Gods fotoalbum, van zijn leven, maar Hij ook van ons fotoalbum, onze tijdlijn, ons leven. Willen wij wel een selfie maken met God? Zodat Hij ook iets gaat zeggen over ons leven, onze persoonlijkheid, onze identiteit.
Alleen als we onszelf verbinden aan Hem, kunnen we het licht, de hoop en de liefde van kerst de wereld indragen. Anderen doen delen in dat licht, die hoop en die liefde.

6.
De foto die we aan het begin maakten was daarom belangrijk. Het was niet (nauwelijks) een truckje om even uw aandacht te krijgen. Het was ook niet bedoeld voor mijn Facebookpagina om bij collega’s te kunnen opscheppen over hoeveel mensen ik in de kerk had. Nee, het is een foto van de hier verzamelde kerkgemeenschap waar u en ik deel van uitmaken. Die kerkgemeenschap wordt niet voor niets wel aangeduid als Lichaam van Christus. We zullen dat dadelijk beamen tijdens de eucharistie. Tijdens de communie zegt u amen op de aanzegging: ‘Lichaam van Christus’. Die foto is daarmee een selfie van Christus. Wij samen zijn het lichaam van Christus, zijn handen en voeten. Wij zijn ook zijn stem. Zodat iedereen het ook van ons mag horen: God wil graag met ons gezien worden, hier en nu. Met iedere mens. Ook met jou.

1-10 of 24