Fungi - Dikarya - Basidiomycota - Agaricomycotina - Agaricomycetes - Agaricomycetidae - Agaricales - Tricholomataceae - Dermoloma - Dermoloma cuneifolium
(Fr.) Singer ex Bon, Doc. Mycol. 17 (65): 51 (1986)
Dermoloma cuneifolium var. cuneifolium - Grauwe barsthoed (var. cuneifolium)
(Fr.) Singer ex Bon, Doc. Mycol. 17 (65): 51 (1986)
Dermoloma cuneifolium var. punctipes - Grauwe barsthoed (var. punctipes)
Arnolds, Persoonia 14 (4): 529 (1992)
© Federico Calledda, sommige rechten voorbehouden (CC BY-NC)
Dermoloma cuneifolium staat in het Nederlands bekend als de Grauwe barsthoed. Hieronder volgt een beschrijving van deze paddenstoel:
Kenmerken
Hoed: De hoed heeft een unieke vorm en groeit doorgaans in grasrijke gebieden. De exacte kleur en details zijn niet gespecificeerd in de resultaten, maar de naam "Grauwe barsthoed" suggereert een grijze kleur en mogelijk een hoed die barst bij het ouder worden.
Geur en Smaak: Een opvallend kenmerk is de sterke melige geur en smaak. Dit is een belangrijk identificatiekenmerk.
Habitat en Verspreiding
De Grauwe barsthoed is een saprotrofe schimmel.
Hij groeit op de grond, voornamelijk in oude, onverbeterde of licht bemeste graslanden.
De voorkeur gaat uit naar (matig) voedselarme, zwak zure tot basische bodemomstandigheden.
De aanwezigheid van deze paddenstoel kan een indicator zijn van ecologisch waardevolle, ongestoorde graslandecosystemen.
Agaricus cuneifolius - Fries - Observationes Mycologicae 2: 99 (1818)
Tricholoma cuneifolium - (Fries) P. Kummer - Der Führer in die Pilzkunde: 132 (1871)
Gyrophila cuneifolia - (Fries) Quélet - Enchiridion Fungorum in Europa media et praesertim in Gallia Vigentium: 13 (1886)
Dermoloma cuneifolium - (Fries) Singer - Sydowia 9 (1-6): 375 (1947)
Dermoloma emiliae-dlouhyi - Svrček - Česká Mykol. 20 (3): 147 (1966)
Dermoloma emilli-dlouhyi - Svrček - Česká Mykol. 20 (3): 147 (1966)
Dermoloma cuneifolium - (Fries) Singer ex Bon - Doc. Mycol. 17 (65): 51 (1986)
Dermoloma cuneifolium var. cuneifolium - (Fries) Singer ex Bon - Doc. Mycol. 17 (65): 51 (1986)
Dermoloma cuneifolium var. punctipes - Arnolds - Persoonia 14 (4): 529 (1992)
Mycobank CC BY-NC-ND
Bas, Kuyper, Noordeloos & Vellinga (1995) - Tricholomataceae (2). Flora Agaricina Neerlandica 3: 31-32
Knudsen & Vesterholt (2008) - Funga Nordica: 405
Knudsen & Vesterholt (2012) - Funga Nordica: 465
Adamčíková, K. et al. (2025) - A phylogenetic and morphological study of the genus Dermoloma (Agaricales, Tricholomataceae) in Europe and North America exposes inefficiency of opportunistic species descriptions. IMA Fungus 16: e157337
Arnolds, Chrispijn & Enzlin (2014) - Hoofdstuk 16a: Droge, schrale graslanden. Ecologische Atlas Paddenstoelen Drenthe 2: 37 (met illustratie)
Arnolds, E.J.M. (1993) - Notulae ad Floram agaricinam neerlandicam — XIX. A revision of Dermoloma (J. Lange) Sing. 1. Persoonia 14(4): 519- 532
Arnolds, E.J.M. (1993) - Notulae ad Floram agaricinam neerlandicam — XX. A revision of Dermoloma (J. Lange) Sing. 2. Persoonia 15(2) 187-196
Caboňová, M. et al. (2025) - Nomenclatural review of names published in the fungal genus Dermoloma (Basidiomycota, Agaricales, Tricholomataceae) based on morphological analyses of type specimens. Biodiversity Data Journal 13: e158080
Læssøe & Petersen (2019) - Fungi Temperate Europe 1: 245 (foto)
Sánchez Iglesias. F. (2018) - Dermoloma cuneifolium (Fr.) Singer ex Bon, Documents Mycologiques 17 (65): 51 (1986). Micobotánica-Jaén
Tanchaud, P. (2024) - Dermoloma cuneifolium (Fr. : Fr.) Singer ex Bon. MycoCharentes
Wilhelm, M. (1992) - Drei Dermoloma-Arten näher betrachtet: D. atrocinereum (Pers. ex Pers.) Herink, D. cuneifolium (Fr.) P. D. Orton, und D. pseudocuneifolium Herink. Zeitschrift für Mykologie 58: 57-60
Dermoloma cuneifolium op internet:
Funbel
NMV Paddenstoel van de maand
Pilzbuch Pilzwelten
All about funghi
Guía de Setas y Hongos de Navarra
De Interactieve Paddenstoelengids