Fungi - Dikarya - Ascomycota - Pezizomycotina - Pezizomycetes - Pezizomycetidae - Pezizales - Helvellaceae - Helvella - Helvella atra
Oeder, Flora Danica 3 (9): 7 (1770)
In 2017 voor het eerst gevonden door Alina langs een onverharde weg in de bossen tussen Helden en Kessel. Door de kleur valt hij ook niet op. Ook zou je kunnen denken dat het de Zwarte kluifzwam is.
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie*
De Roetkluifzwam (Helvella atra) is een schimmel uit de familie Helvellaceae. Hij leeft saprotroof (?), in loofbossen op humeus voedselrijk zand en leem. Deze soort is zeer variabel in grootte. Vruchtlichamen tot 8 cm hoog, bestaande uit een zadelvormige hoed en een steel. De hoed heeft een diameter van 0,5 tot 3 cm, een hoogte van 0,5 tot 2 cm en bestaat meestal uit twee naar boven gedraaide lobben. Hun vruchtbare (hymenale) buitenoppervlak is grijsbruin of zwart, het steriele binnenoppervlak is iets lichter. De steel heeft een diameter van 3 tot 8 mm, is aan de basis iets verdikt, 4 tot 8 cm lang, grijsbruin, meestal met veel ondiepe groeven. De asci zijn 8-sporig en meten 250 x 17 μm. De parafysen zijn cilindrisch, 4-7,5 μm in diameter, licht gezwollen aan de toppen. De ascosporen zijn ellipsvormig, glad, glasachtig en meten 16–19 x 10–13 μm. Hij komt voor op de grond en op verrot hout. Hij komt voor in bossen, is een saprotroof, maar wellicht vormt hij bij bomen ook mycorrhiza. De Roetkluifzwam is een oneetbare en mogelijk zelfs giftige paddenstoel. De roetkluifzwam komt voor in Noord-Amerika, Europa en Azië. De soort is wijd verspreid in Europa en er zijn vele plaatsen gerapporteerd, van de Middellandse Zee tot de Spitsbergen-archipel in de Noordelijke IJszee. In Nederland komt de roetkluifzwam vrij algemeen voor. Hij staat op de rode lijst in de categorie 'Gevoelig'.
Dit artikel maakt gebruik van materiaal uit het Wikipedia-artikel "Roetkluifzwam", uitgebracht onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen License 3.0. Er is misschien inhoud weggelaten uit het origineel maar er is geen inhoud gewijzigd of toegevoegd.
Helvella atra - Oeder - Flora Danica 3 (9): 7 (1770)
Helvella nigricans var. atra - (Oeder) Persoon - Synopsis methodica fungorum: 617 (1801)
Leptopodia atra - (Oeder) Boudier - Icones Mycologicae Sér. 1 (Livr. 2): (2) (1904)
Cannon, P. (2015) - Fungi of Great Britain and Ireland. Helvella key
Häffner, J. (1987) - Die gattung Helvella - Morphologie und taxonomie - Zeitschrift für Mykologie Beiheft 7: 1-165
Maas Geesteranus, R.A. (1967) - De fungi van Nederland - 2 Pezizales deel 1 - Wetenschappelijke mededelingen van de KNNV 69
Skrede, I., T. Carlsen, T. Schumacher (2017) - A synopsis of the saddle fungi (Helvella: Ascomycota) in Europe. Persoonia 39: 201– 253
Arnolds, Chrispijn & Enzlin (2014) - Hoofdstuk 22: Bermen van schelpenpaden in bossen. Ecologische Atlas Paddenstoelen Drenthe 2: 690 (met illustratie)
Dam & Kuyper (2016) - Veldgids paddenstoelen II: 173 (met foto)
Ellis & Ellis (1987) - Microfungi on miscellaneous substrates: 74, fig. 207
Eyssartier & Roux (2013) - Guide Champignons France Europe: 1072
Læssøe & Petersen (2019) - Fungi Temperate Europe 2: 1289 (alleen vermelding)
Medardi (2012) - Ascomiceti d'Italia: 70
Vooren, N. van (2014) - Contribution à la connaissance des Pézizales (Ascomycota) de Rhône-Alpes - 1e partie. Cahiers de la FMBDS 3: 1-148
Vuyck, L. (1930) - Helvella atra König. Zwarte helvella. Flora Batava 27: 119
MushroomExpert
Pilzbuch Pilzwelten
Guía de Setas y Hongos de Navarra
De Interactieve Paddenstoelengids
Asco Sonneberg
Fungipedia