Verhalen‎ > ‎

Jaap de Vogel - sigarenwinkel

Rookt ú nog steeds of heeft u dat misschien jaren achtereen gedaan? Als we om ons heen kijken wordt het steeds minder, maar opa Jacob(us), vader Gerrit en zoon Jaap de Vogel uit Berkel en Rodenrijs hebben totaal 105 jaar hun brood kunnen verdienen, met de verkoop van tabak en sigaretten! We bezochten Jaap en Lenie de Vogel, die samen de winkel op de hoek Nieuwstraat/Noordeindseweg vele jaren hebben gerund. Vader en opa hadden de weg reeds voor hen geplaveid en dat scheelde toch ‘een slok op een borrel’.

Brood op de plank

We gaan terug naar het jaar 1896 toen grootvader Jacobus de Vogel (foto) aan de ‘A25’, dat is waar nu de Laan van Romen begint, in een oude boerderij met de verkoop van tabak begon, naast bakkerij Van Velzen.
Opa de Vogel was eerst rietdekker, maar door een ongeluk kon hij dit beroep niet langer uitoefenen. Hij was op het ijs gevallen en ongelukkig in het prikkeldraad terecht gekomen, waardoor hij mank liep.

Er moest wel brood op de plank komen, dus ging hij de boer op met sigaren, pruimtabak en later ook met shag. “En allemaal lopend”, vertelt kleinzoon Jaap de Vogel. Later, toen het al wat beter ging, schafte hij een hondenkar plus hond aan. Dat was heel gewoon in die dagen, maar dan moet u niet denken aan een teckel of poedel die de kar trok, maar meer aan een uit de kluiten gewassen herdershond! Die trok het hele spul met groot gemak.

Het ging goed met de verkoop, dus ging opa de Vogel daarna met paard en wagen langs de deur. In 1913 kocht hij van schoenmaker Bos het pand waar 105 jaar de sigarenwinkel is geweest en waar Jaap en Lenie nu nog steeds wonen. Op een gegeven moment kwam er telefoon in de winkel bij opa de Vogel. Het verhaal gaat, dat als Oma de telefoon op nam, zij eerst haar schort afdeed en in de spiegel keek of d’r haar goed zat. Daarna nam zij de telefoon op.

Bewuste keuze
De winkel is inmiddels geheel woonhuis geworden. Grootvader woonde tot 1939 bij de winkel. “Mijn vader, Gerrit de Vogel, nam later de winkel over waar ook koffie en thee werden verkocht. Ook hij ging langs de deur met zijn waar en verkocht deze onder andere aan kruidenierswinkels die een tabaksvergunning hadden.
\Op 9 juli 1965 overleed hij en nam ik de zaak over. Ik was toen 24 jaar en net twee maanden getrouwd met Lenie.
” Jaap werkte al in de zaak vanaf 1957. Hij had het MULO-A diploma behaald en dan had je daarmee tevens het middenstandsdiploma op zak. “Ik heb er inderdaad bewust voor gekozen om de zaak voort te zetten”, vertelt Jaap verder. “Je was de oudste in het gezin, dus deed je dat automatisch. Wij hadden ook een groothandel in tabaksartikelen in Loosduinen, maar die moest ik toen afstoten.”

                                     De winkel op de hoek van de Herenstraat en de Nieuwstraat rond 1920.
                                                              v.l.n.r. Oma, Piet, ?, Opa en Gerrit de Vogel.


Nagenoeg iedereen rookte in die dagen. “Je telde gewoon niet mee als je niet rookte. Meestal ging je vanaf je 12e jaar werken. Als jongen kreeg je dan een paar dubbeltjes zakgeld per week plus een pakje shag. Dames rookten nog niet en zéker niet op straat! Dat paste niet bij een dame. Als je sigaren rookte was je ‘van stand’. Ook het pijproken was in.” Verkoop aan de deur heeft Jaap ook nog vijf jaar gedaan, terwijl Lenie de winkel deed.
“Toen ik daar mee stopte, richtte ik mij meer op de groothandel die vader al had. Klanten waren bijvoorbeeld kruideniers, café’ s, sportkantines en restaurants.” Omdat opa en vader reeds een vaste klantenkring hadden opgebouwd, was het voor Jaap niet zo moeilijk om ondernemer te zijn.
“We hebben een leuke tijd gehad en er met de kinderen goed van kunnen leven.” Het was wel aanpoten in die jaren. De winkel was van 08.00 uur tot 19.00 uur open. “Dat was om de mensen die tot zes uur werkten, de gelegenheid te geven nog even sigaretten te kopen.”


Gerrit de Vogel met een klant in 1958

Een verzameling rookartikelen
Jaap laat de vitrine in de huiskamer zien, waar een klein museum is ingericht met artikelen van soms jaren geleden. Hij is heel blij dit alles te hebben bewaard.
We zien pijpen, pakjes shag met daarop een prijs van fl.0,20 (in oorlogstijd de inlandse tabak van Dobbelman uit Waddinxsveen).
Nu wordt er voor een pakje shag zonder problemen Euro 5, — tot Euro 6, — betaald!
In guldens toch nog altijd ruim fl. 13, — !

De sigaren, sigaretten en andere waar moesten door vader De Vogel contant worden betaald.
Bode Mostert bezorgde het overdag en ‘s avonds werd het geld bij hem gebracht, die het op zijn beurt weer aan Van Gend & Loos (expeditiebedrijf in die jaren) betaalde. Later werd alles automatisch via de bank afgeschreven. Sigaretten werden het meest gerookt en op de tweede plaats kwam de sigaar.


Lenie en Jaap de Vogel poseren trots voor hun verzameling rookartikelen.
(foto: John Hofman)


Bijartikelen

Het bleef niet bij tabakswaren, koffie en thee. Jaap ging vanaf 1973 ook horloges verkopen. “Op een dag kwam er een vertegenwoordiger de winkel binnen met een rek met 13 horloges van het merk Timex.
Hij zei: “Probeer dat maar eens. Ik denk dat de verkoop goed gaat lopen.” En inderdaad, binnen 14 dagen was ik ze allemaal kwijt.
Ze waren een stuk goedkoper dan die bij de juwelier en dus binnen het bereik van mensen met lagere inkomens. Het waren nog opwindbare horloges. Die met een batterij kwamen pas later.

Ik heb honderden batterijen vervangen voor onze klanten. Dat ging een keer goed mis, toen ik per ongeluk het glas in drukte. Het was wel een horloge dat 500 gulden had gekost! Gelukkig dekte de verzekering de schade. Ik heb ook nog korte tijd gouden aanstekers verkocht, maar omdat ik bang was dat de etalageruit zou worden ingegooid, ben ik daarmee gestopt”, lacht Jaap.
Heel welkom was de verkoop van loten in die tijd. Met de Lotto kon men leuke geldprijzen winnen. “Ik verkocht ze voor oud-opperwachtmeester Opdam die het weer voor zijn tafeltennisvereniging TOGB deed. Het clubgebouw dat er nu staat hebben ze in feite aan hem te danken. Het heeft de naam ‘Den Opper’ gekregen. Na de Lotto kwamen de Krasloten. Dat leverde ook aadige inkomsten op en bovendien kwamen er tevens toekomstige klanten in de winkel. Ik herinner mij nog dat iemand 100.000 gulden won!”



                                             Links de winkel met erker in 1938 en rechts de winkel sinds 1975.

Tevens groothandel
In de winkel hoorden Jaap en Lenie allerlei verhalen. Jaap: ”Je was in feite soms net een maatschappelijk werker.
Je moest heel veel aanhoren. Leuke en minder leuke dingen, maar je kende ook iedere klant. Als we diens naam niet goed kenden, zei ik tegen Lenie: mijnheer ‘Miss Blanche’ was vanmorgen in de winkel, vernoemd naar een bekend sigarettenmerk destijds, en dan wist ze genoeg.
Sommigen vertelden hun hele hebben en houwen. Bijvoorbeeld een vrouw die zei dat ze, nu haar man was gepensioneerd, niet meer van hem mocht stofzuigen als hij thuis was! Ze betrokken je bij ziektes in de familie, zodat je kon vragen hoe het ‘met de vrouw ging’.”

De eerste vijf jaar dat ze de winkel hadden kon Lenie niet elke dag helpen, want er werden twee kinderen geboren: zoon Gertjan en dochter Joke. Inmiddels zijn er ook drie kleinkinderen. Lenie: ”Opvoeden en de winkel runnen was niet altijd gemakkelijk. Het ergste heb ik altijd gevonden dat, als ze uit school kwamen, ze hun verhaal niet kwijt konden want daar hadden we geen tijd voor. Of als ze met hun rapport thuis kwamen. Ja, dat vond ik heel vervelend. Vaak moest ik overal alleen heen zoals bijvoorbeeld naar orgelles of concoursen, want Jaap moest dan in de winkel blijven.”
Toen de kinderen groter werden is ze vrijwilligerswerk gaan doen. Nog steeds is ze vrijwilliger in Zorgcentrum Hergerborch waar ze al tien jaar in de cliëntenraad zit. Jaap zat destijds één uurtje per week in Hergerborch om tabakswaren te verkopen, als service naar de oudere bewoners. “Dat heb ik ongeveer 25 jaar gedaan.” Tevens vulde hij de sigarettenautomaten bij de horeca in Berkel en omgeving. “Ik leverde, als groothandel, ook aan andere winkels en verenigingsgebouwen. Ik had zelfs de sleutels van een paar zaken waar ik ’s morgens vroeg de automaat vulde.”

Behoorlijk van slag
In al die jaren heeft de Vogel gelukkig geen overval in zijn winkel meegemaakt, dat kwam in die jaren nog niet zo vaak voor. Dat gebeurt nu helaas wel en winkeliers houden daar meestal een trauma van over.
“Er is wel diverse keren bij ons ingebroken. Er zijn ook wel eens aanstekers gestolen. Dan werd ik naar achter in de winkel gestuurd omdat men bijvoorbeeld nog iets wilde kopen dat niet in de winkel lag maar wel in het magazijn. Ondertussen pikten ze de aanstekers. Ooit is er zelfs op die manier voor 1800 gulden aan strippenkaarten uit de la gestolen. Een enorm bedrag in die dagen, dus waren wij daardoor behoorlijk van slag. Lenie stond toen in de winkel en werd een paar keer naar achter in de winkel gestuurd met de smoes: O ja, ik wil ook nog een slof sigaretten van dat en dat merk. De hele la, achter de toonbank, was leeg gehaald. Het aantal keren dat de buitenautomaat aan de muur was ingeslagen en leeggehaald! Dat heeft ons veel schade berokkend.”

Afkicken niet nodig
“Op een gegeven moment komt het moment dat je er mee wil gaan stoppen”, gaat Jaap verder met zijn verhaal.
“We leefden er al een paar jaar naar toe, maar de kinderen zeiden altijd: prima, als jullie maar hier blijven wonen.
Het altijd ‘vast’zitten waren we zat. Je kon nooit eens een dagje vrij nemen. Altijd maar weer ‘de winkel’ die belangrijker was. We gingen wel ieder jaar op vakantie. Dan ging de winkel gewoon dicht. Het was het enige dat we hadden. Tijd voor hobby’s was er niet.

Ik zat wel als secretaris in het bestuur van de MIBRO, de winkeliersvereniging van Berkel (1977 – 1992), al kun je dat geen hobby noemen. Daarna deed ik kerkenwerk. Ik was van 1998 tot 2006 ouderling/kerkvoogd in de Hervormde Kerk. Lenie was al dertien jaar diaken geweest. Dat hebben we altijd met plezier en vol overgave gedaan.”
Jaap en Lenie hebben nooit hoeven ‘af te kicken’ van het winkelgebeuren. “Ik ben nog een aantal jaren doorgegaan met het vullen van de automaten in de horeca. Waar we toen geen tijd voor hadden, lukt ons nu wel. We hebben zelfs een agenda om alles bij te houden! Af en toe neem ik de honneurs waar van de koster van de kerk en verder heb ik nu tijd om af en toe te gaan vissen. Dat doe ik meestal als we bij onze dochter zijn. Die woont op een woonark in een buitenwijk van Amsterdam en dan gooi ik op de ‘achtersteven’ mijn hengeltje uit.”
Toen Jaap de Vogel 50 jaar was stond er een Abraham voor de winkel en trakteerde hij zijn klanten op een presentje.



Sigarenmagazijn De Vogel

Inmiddels zijn nagenoeg alle ondernemers / middenstanders uit die tijd gestopt, of overleden. Jaap de Vogel vindt wel dat het allemaal veel zakelijker is geworden.

“Vroeger hadden we als ondernemers een gezellige vriendenclub.  
We zijn zelfs een weekend naar Parijs geweest met het MIBRO bestuur.

Tegenwoordig
heeft de middenstand niet zoveel contact met elkaar. Zo’n 90% van hen is geen echte ‘Berkelaar’.

Nee, we koesteren nog steeds die leuke periodes. Een winkel zoals wij die hadden, zou nu niet meer rendabel zijn. Supermarkten verkopen nu alles wat wij toen verkochten.” Sigarenmagazijn ‘de Vogel’, 105 jaar lang was Berkel en Rodenrijs daar welkom. Het is geschiedenis geworden, maar wel iets om met plezier op terug te zien.
Jaap en Lenie waren van 1965 tot 2001 de eigenaren en ze hebben hun werk met hart en ziel gedaan.

De foto’s in dit artikel zijn afkomstig van de fam. J. de Vogel, tenzij anders vermeld.

                                                     De winkel is nu geheel woonhuis. (foto: John Hofman)

John Hofman / 2012

Lijst met subpagina's